Dit was een verhaal dat ik heb opgestuurd naar Write now.
Niet gewonnen, maar wel een gave ervaring.

The Legends of Gabora

Het was stil in de bibliotheek. Niemand gaf een kik. Alleen het omslaan van bladzijdes hoorde ik door de ruimte.
Ik zat in een hoekje een boek te lezen. Het was een spannend boek dat ging over draken, elven en andere mythische wezens. De titel was weggevaagd en ik kon alleen maar de letters L, O en G zien. Ik had zelf op internet en tussen de andere boeken gezocht naar die naam, maar er zat geen vordering in. De dame achter de balie wilde me ook al niet helpen, want ze was veel te druk bezig met het boek 'Vijftig tinten grijs'. De medewerkers die er rondliepen waren of stagiaires die niet wisten waar het boek stond of mensen van vijftig die niet geïnteresseerd waren in dit soort boeken. Verslagen liep ik terug naar mijn hoekje, toen ik ineens iemand op mijn plaats zie zitten. Het was een jongen tussen de vijftien en twintig jaar en zijn ogen waren gericht op de boeken die ik daar had laten liggen. Een voor een pakte hij ze op en legde ze vervolgens weer neer. Ik aarzelde of ik op hem af ging stappen en zeggen dat ik daar zat, maar besloot om toch maar een ander plaatsje op te zoeken. Voordat ik wilde gaan zitten, zag ik de jongen iets uit zijn jaszak halen en daarbij viel er een boekje bovenop de andere boeken. Hij stond op en voor ik even met met mijn ogen kon knipperen was hij verdwenen. Ik liep naar mijn hoekje en inderdaad er lag een boek tussen de andere boeken. Op de voorkant van het boek stonden met gouden letters L.O.G. De rest was net als bij het andere boek weggevaagd. Ik pakte het boekje en sloeg de kaft om. Er stond meer in dan in het andere boek. De binnenkant was versierd met allerlei tekeningen, lijnen en namen. Ik probeerde ze te lezen, maar de letters waren onduidelijk geschreven. Een naam kon ik wel lezen en dat was de naam 'Gabora'. Ik trok een wenkbrauw op, pakte het boekje en liep naar de uitgang. De dame achter de balie had het gezien. 'Jongedame, mag ik je boek zien,' zei ze en ik liep naar de balie. De dame had haar vinger op de bladzijde waar ze was gebleven. Ik legde het boek op de balie. 'Hoe kom je hieraan?' Ik haalde mijn schouders op. 'Geen idee het is van mij,' loog ik. De dame keek me doordringend aan en schoof het vervolgens naar me toe. 'Ik ken dit boek en nu wegwezen.' Ik pakte het boek en rende zo snel mogelijk de bieb uit.
Het was druk op straat en vele mensen liepen op en aan. Ik ontweek de voorbij komende mensen en passeerde de mensen die voor me liepen. Ik liep een zijstraatje in en vervolgens nam ik een andere weg naar het park.
Ik liep de straat over. Het park was rustig en ik kwam hier vaak met mijn moeder, maar dat was over toen ze Mark ontmoette. Mark is een goede gozer, maar door hem is mijn moeder vaker aan de drank. De bladeren dwarrelde naar beneden en ik zocht een rustig plekje op. Er stond een bankje tussen een oude eik die gewikkeld was met klimop. Ik besloot om op het bankje te gaan zitten en sloeg het boek op een willekeurige bladzijde open. Er stond een titel boven. 'De elf een wonderbaarlijke verschijnsel' Ik bekeek de tekening en tot mijn verbazing waren de elven in dit boek niet zoals de elven in Lord of the Rings of Eragon. Nee, de elven hadden een getinte huid en droegen oosterse kleding.
Onder de tekening stond een stukje over de elven:
'Elven, een oud mythisch volk dat leefde voor de tijd van de grote schepper. De elven in Gabora waren bijzondere krijgers en waren trouw aan het land. De elven leefde aan de rand van Gabora. Hun stad Butterfire is de eerste grote stad van Gabora die ontdekt is door de grote schepper.
De elven maakte grote vuren om hun god te eren. De elven eten veel fruit en andere soorten eten dat verbouwd werd door de grote vulkaan.' Ik was ontroerd door dit stukje, maar met een vraag bleef ik zitten. Wie was de schepper?' Ik bladerde terug naar het begin en zocht in de lijst. 'Draken, kaarten, de steen. Geen schepper,' zei ik en las de inhoud nog drie keer door. 'Wat vreemd.''Ik zou kijken bij de steen,' zei er ineens iemand. Ik keek op en toen zag ik iemand naast me zitten. Het was die jongen uit de bibliotheek. 'Ehhh...Oke.' Ik bladerde naar het hoofdstuk: De Lapis Lazuli, de steen waar het mee begonnen is.'De lapis lazuli is een steen die weinig voorkomt in Gabora. Deze steen werd gedragen door de schepper Lapis Gabora, waarvan de naam van het land afkomstig is. Het land Gabora is ontstaan door een grote lapis plaat die door de jaren heen is verdikt door de natuur. Gabora heette vroeger: Lapis Gabora in plaats van Gabora. De schepper is de maker van het land,' las ik hardop en ik zag de jongen steeds meekniken. 'De schepper was een wonderbaarlijke vrouw die van deze planeet af komt,' zei de jongen en ging anders zitten. 'Maar waar zit Gabora precies?' Vroeg ik. 'Gabora is niet te vinden, maar als je wilt weten waar het precies ligt.' Hij pakte het boek uit mijn handen en bladerde naar het midden van het boek. Hij bekeek het boek nog eens goed en toen keek ie mij weer aan. 'Dit is mijn boek,' zei hij en bladerde naar de eerste bladzijde. 'Lyron Savior Phoenix. Hoe kom je aan dit boek?' Vroeg hij. Ik ging recht zitten met mijn handen tussen mijn benen. 'Wel, ik heb het boek een soort van gevonden in de bieb,' biechte ik op. De jongen keek weer naar het boek en legde de middelste bladzijde open. 'Goed opletten, ik laat dit maar één keer zien.' Hij legde zijn hand op het boek en langzaam begon het boek te gloeien. Om zijn hand verscheen een prachtige gloed. Het cirkelde om zijn hand heen en het begon de vorm van een plateau aan te geven. 'Wat er al in het boek stond. Gabora is ontstaan door een grote plaat waar het noorderlicht omheen bakend. Het land heeft vijf grote steden. Eigenlijk zes, maar één telt niet echt mee. Maar goed. De zes grote steden heten: Butterfire, Tropica, Algestria, Dream Soul, Axis Terrea en de grote hoofdstad Lebrero. Deze steden waren trouw aan de grote schepper tot er een vrouw met de naam Rivatha de macht over het land wilde hebben. De schepper riep zes machtige draken op om haar te verslaan, maar in de strijd tegen Rivatha stierf de schepper. De draken gingen uit elkaar en niemand had ooit nog van ze gehoord of gezien.' De jongen ging staan. Ik keek hem na hoe hij zich uitstrekte. Zijn shirt ging wat omhoog en ik kon zijn neon gele onderbroek zitten. Ik giechelde zachtjes en hij keek om. 'Wat is er zo grappig?' Ik keek weg. 'Niks,' zei ik met een oog naar hem gedraaid. 'Hoe heet je eigenlijk?' Vroeg de jongen ineens. 'Ik ben Lisa en jij?'
De jongen ging naast me zitten. 'Ik heet Lyron Savior Phoenix,' zei Lyron en ging onderuit zitten. 'Dus jij bent de maker van dit boek?' Vroeg ik opgewonden. Lyron begon te proesten van het lachen. 'Nee joh, ik ben degene die juist Gabora tot de meest gevaarijkste land van het hele stelsel maakt,' lachte Lyron. Ik keek hem raar aan. 'Heb jij Gabora vernietigd?'
Lyron stopte ineens met lachen. 'Nee, je begrijpt het niet. Laat het me uitleggen,' zei hij en pakte mijn hand. Zijn hand voelde warm aan en een zachte tinteling kroop door mijn vingers richting mijn hoofd. Ik besefte niet dat ik mijn ogen gesloten had. 'Open je ogen maar,' zei de stem van Lyron. Ik opende een voor een mijn ogen. Heel langzaam kwam het beeld van iets wonderbaarlijks inzicht. We zaten nog steeds. Ik zag een land in de vorm van een feniks. Vier lange landtongen bonden aan een groot meer vast. Om het land vulde de lucht met een lichtspectakel. 'Gabora is omringt met...' Wilde Lyron zeggen, maar ik vulde hem met 'Noorderlicht.' Aan. 'De twee horizontale landtongen zijn de vleugels. De bovenste landtong is de kop en de onderste de staart. Als je goed kijkt zie je een eiland in de staart liggen. Dat is Tropica. Het eiland dat boven de kop ligt is een onbekend eiland.'
Ik keek hem aan. 'Maar waar liggen de andere steden?' Het beeld verplaatste zich naar de kop. Een grootte stad kwam inzicht en de mensen die daar liepen hadden niets in de gaten. 'Lebrero, de hoofdstad van Gabora. Lebrero is de laatste stad die de schepper heeft bezocht. Ik en mijn zusje hebben daar gewoond.'
'Zusje,' zei ik verbaast. 'Ja, mijn tweelingzusje.' Een beeld van een bloedmooie vrouwe met wit haar, gekleurde ogen en ze droeg een prachtige jurk. 'Ze is schitterend,' zei ik betoverd door haar schoonheid. 'Ja, ze is mooi, maar oh zo krachtig,' zei Lyron die zelf ook betoverd was. 'Wat voor een krachten heeft ze?' Vroeg ik met een rustige stem. Het beeld verdween en we zaten weer in het park. 'Daar wil ik liever niet over hebben,' zei hij en ging staan. 'Ik ga er weer vandoor. Ik moet een hoop doen,' zei Lyron en liep zonder gedag te zeggen het park uit. Ik bleef een tijdje naar de weg staren en besloot om zelf ook maar terug naar huis te gaan. De gedachte van Gabora bleef in mijn hoofd zitten. Ik wilde weten wie Lyron persoonlijk was. Wat hij kon? Of hij ook bedacht is door die schepper? Ik had vele vragen als ik plotseling iets in mijn hand voel. Het was een propje papier. Ik vouwde het papiertje open en er stond een titel boven. 'The Legends of Gabora'
Daaronder stond wat geschreven. 'Lees dit verhaal en al je vragen worden beantwoord' Ik liet een klein lachje horen en stopte het in mijn jaszak en liep terug naar huis.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen