Foto bij Chapter 25

Sad but true chapter

Er renden allemaal mensen mijn richting in en ik stopte zodat ik er zonder iemand aan te raken naar het strand kon lopen. Het lawaai hier was angstaanjagend. Schreeuwende mensen, piepende banden, loeiende sirenes, geweer schoten en hier en daar hoorde je een brandje branden. Wat was er in hemelsnaam aan de hand? Ik sprong over het muurtje het zand op en vond Alice snel.
'Papa!' Ze rende naar me toe en greep mijn hand vast.
'Wat is er aan de hand?' We liepen een steegje in.
'Weet ik niet. We waren gezellig aan het praten en toen uit het niets begon iedereen te gillen en te rennen.' Er stopte een auto voor het steegje. Ik herkende de auto als die van Rosalie. Edward duwde de deuren open.
'Stap in!' Riep hij. We deden wat hij zei en zaten veilig in de auto. In ieder geval, dat denk ik. Rosalie reed de weg op en croste naar de snelweg toe.
'Wat is er aan de hand?!' Vroeg ik aan Edward.
'Er zijn mensen geïnfecteerd met een of ander virus. Je kan het vergelijken met zombies. Als ze je bijten ben je de pineut. Dan word je een van hun.' We reden over een rustig plattelands weg. Er kwam iemand aanstrompelen.
'Help me!' Riep de man. Rosalie stopte even en aarzelde om de man binnen te laten.
'Nee. Rij door!' Zei Edward. Rosalie keek hem even aan maar reed toen door.
'Ah shit!' Zei Edward. Ik keek naar voren.
'File.' Zuchtte Alice. Edward en ik deden de deuren open.
'Papa! Kijk uit!' Riep Alice. Ik keek opzij. Er kwam een man aanrennen. Hij had overal bloed zitten, gescheurde kleren en had een wond in zijn arm waar hij vast gebeten was. Ik smeet de deur dicht. De man zat met zijn hand tussen de deur en de hand greep in het wild. Ik stampte het en Alice begon te gillen. Van alle kanten kwamen er geïnfecteerde aan rennen.
'Rijden!' Riep ik. De auto begon weer te rijden. Op top snelheid. Ik hoorde een scheurend geluid en de hand stopte met bewegen. Ik trok de arm zomaar tussen de deur uit en smeet hem gauw uit het raam.
Al snel kwamen we weer aan in de stad, iedereen rende voor hun leven en Rosalie maneuvreerde tussen al de mensen heen.
'Hier rechts! Rechts!' Zei Edward. Rosalie volgde zijn instructies en reed een iets minder drukke straat in. Rosalie reed snel naar het kruispunt toe terwijl er van alle kanten mensen aan kwamen rennen. We reden langs een brandende vrachtwagen af die het zicht blokkeerde van de kruising. Rosalie reed er blindelings op af.
'Aaaah!' Gilde Alice. Mijn hoofd vloog naar links en keek in de koplampen van een aanstormende auto. De auto raakte ons op volle snelheid en ik vloog door de auto. Ik kwam tegen iets hards aan. Mijn ogen vlogen open en keek rond. De auto was helemaal kapot. Ik kwam overeind en trapte het raam kapot.
'Edward! Alice!' Riep ik. Rosalie stond al naast me.
'Auw! Papa, mijn been doet pijn. Ik denk dat hij gebroken is.' Zei Alice vanuit de auto. Alice was dan wel een half vampier, maar ze kon blijkbaar nog steeds haar botten breken. Ik haastte me naar de auto en trok haar er voorzichtig uit. Wat raar, normaal heeft ze dat nooit.
Ze lag in mij armen en hield me goed vast.
'Hier heen!' Zei Edward. Het was te druk om op onze snelheid te rennen, dus we deden op het gewone tempo.
'Achter ons!' Riep Rosalie. Ze rende voorop en wees over haar schouder. Er kwamen nog meer geïnfecteerde aan rennen. Wat zou er gebeuren als ze ons beten? Zouden wij dan ook geïnfecteerd raken? Ik denk zelfs al dat wij geïnfecteerd zijn. Op verschillende plekken was een raar stuk plant op de grond gegroeid. Er vlogen allemaal kleine pollen en zaadjes vanaf de lucht in die wij inademde. Shit!
'Houd je adem in, de infectie zit in de lucht.' Zei ik. In de verte kantelde een vrachtwagen om en blokkeerde de weg. Ik kon mijn adem niet lang in houden, wat was er allemaal aan de hand? Zorgen die pollen en zaden er voor dat wij geen vampier krachten meer hebben?
'Hier heen!' Zei Rosalie en ging ons voor een steegje in. De geïnfecteerde hadden ons niet hier in zien gaan. Te vroeg gejuicht, ze waren al in de steeg. Ze volgde ons en het werden er steeds meer.
'Ga maar! Ik houd ze bezig!' Zei Edward.
'Maar...' Zei ik.
'Ga nu! Jij hebt Alice vast.' We rende verder, een klein stukje nog. We rende naar een kleine militaire basis toe. Ik keek even naar Rosalie die er volgens mij ook al achter was gekomen dat er iets niet klopte met ons.
'Stop!' Riep een man in een geel pak met een lichtmasker. Hij had een geweer vast.
'U berijpt het niet...' Begon Rosalie. Hij richtte het geweer op haar.
'We zijn niet geïnfecteerd.' Zei ik en zette een stap dichter bij.
'Stop!' De man begon te schieten en ik draaide mijn rug naar hem toe en viel op de grond. Ik voelde hoe een kogel door mijn arm heen boorde.
De man werd neergehaald door Rosalie en ik stond op.
'Alice?!' Vroeg ik en keek rond. Ze was uit mijn armen gevallen. Ze lag nog op de grond en kreunde.
'Oh nee! Alice!' Ik rende naar haar toe. Ze bloedde en hield haar hand tegen haar buik. Ze was in haar buik geraakt en er waren een paar organen geraakt.
'Auw!' Ik knielde naast haar neer en ze greep korstachtig naar mijn gezicht toe.
'Papa.' Zei ze en hijgde.
'Alles komt goed, schat.’ Toch?
'Nog een klein stukje, Alice, we zijn er bijna.' Ik probeerde haar op te pakken.
'Auw!' Krijste ze en begon te huilen van de pijn.
'Het doet heel even pijn, maar we zijn er bijna.' Zei ik tegen haar. Ik raakte in paniek. Mijn kind ligt hier op te grond dood te bloeden. Ik kreeg een brok in mijn keel terwijl haar greep verslapte.

Reageer (1)

  • KMNL

    Zo sad!
    Snel verder

    1 decennium geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen