Foto bij Emily - 1

‘Ik heb echt een hele leuke avond met je gehad.’ De koude herfstwind waaide door Sjors zijn blonde haren. Door de wandeling naar mijn huis was zijn haar al helemaal door de war gewaaid en had de wind nu allang geen effect meer op zijn kapsel, wat eerder deze avond nog perfect had gezeten. ‘Ik ook,’ zei ik met een glimlach. ‘Met jou dan. Ik heb natuurlijk geen leuke avond met mezelf gehad,’ zei ik met een zenuwachtig lachje.
Sjors had me precies een week geleden gevraagd of ik iets leuks met hem wou doen. De hele week had hij niets kwijt gewild over wat we nou precies gingen doen, tot grote ergernis van mij. Ik haat verassingen. Aan het begin van de avond had hij me opgehaald en waren we lopend naar de bowlingbaan gegaan. De bowlingbaan! We gingen bowlen! Het is niet zo dat ik een hekel heb aan bowlen, maar had hij daar nou al die tijd zo mysterieus over gedaan? Over bowlen?! Nu geef ik toe dat mijn verwachtingen wel zodanig hoog waren dat ik niets anders kon dan teleurgesteld worden, maar als hij al meteen had verteld dat we gingen bowlen, had ik deze avond waarschijnlijk leuker gevonden. Begrijp me niet verkeerd, het was heel gezellig en ook al had ik gewonnen, het was niet echt hoe ik zo’n eerste afspraakje had voorgesteld.
Sjors en ik bleven een tijdje ongemakkelijk tegenover elkaar staan, tot hij zich ineens voorover boog. Hij had zijn ogen al dicht en zijn lippen al een klein beetje getuit. Ik raakte in paniek en niet zo’n klein beetje ook. Het was alsof alles in slow motion gebeurde. In een aantal seconden moest ik een excuus bedenken om hem niet te hoeven zoenen.
Niet dat ik me niet aangetrokken voelde tot Sjors. Nee, in tegendeel. Sjors was ongelooflijk knap. Hij had blonde haren, ze leken in een bepaald licht soms wel eens goud. Prachtige blauwe ogen, van die ogen waarin je wel lijkt te verdrinken als je er te lang in staart. Ik zal het wel niet over zijn schattige sproetjes op zijn jukbeenderen en zijn neus hebben. Zijn gebit was perfect. Al zijn tanden stonden kaarsrecht en waren spierwit en vooral als hij lachte was hij echt zo’n jongen om bij weg te dromen. Maar het probleem was dus dat Sjors mij al enige tijd leuk vond – en dan bedoel ik leuk-leuk – maar ik hem niet op die manier leuk vond. Het was een lieve, aardige, grappige jongen, maar op de één of andere manier zag ik hem als niets meer dan een gewone vriend.
Uit paniek sloeg ik mijn armen snel om hem heen en legde ik mijn kin op zijn schouder. Een aantal seconden later voelde ik dat Sjors een beetje aarzelend zijn armen ook om mij heen sloeg. Hij dacht nu waarschijnlijk dat ik volledig gestoord was, maar ik had me in ieder geval uit de situatie kunnen redden.
Het verbaasde en tegelijkertijd teleurgestelde gezicht van Sjors toen ik hem had losgelaten, liet me meteen schuldig voelen. Maar valse hoop geven was het laatste wat ik wou doen. Ook al had ik hem eigenlijk ook op het verkeerde been gezet door ‘ja’ te zeggen voor dit afspraakje.
‘Welterusten Emily,’ onderbrak Sjors de ongemakkelijke stilte. ‘Welterusten.’
Sjors draaide zich om en liep de oprit van mijn huis af. ‘Nog bedankt,’ riep ik hem achterna, ‘ik vond het echt heel gezellig.’
Sjors keek glimlachend om en knikte toen. ‘Graag gedaan.’

Ik bleef op de oprit staan totdat Sjors uit het zicht verdween. De herfst was pas net officieel begonnen, maar het was nu al koud buiten. Ik stak mijn handen in de zakken van mijn winterjas en liep langs het huis, richting de tuin. Tegen de muur stond een opafiets, zo’n nieuwere versie. Een zwarte met een bruin zadel en bruine handvatten. Ik dacht even na, maar ik kon me niet herinneren dat ik iemand met zo’n fiets kende. Waarschijnlijk had mijn zus een vriend van haar uitgenodigd. Zoals gewoonlijk waren mijn ouders vandaag weer eens een hele dag weg. Ze hadden allebei hun handen vol aan hun werk. Mijn moeder was cardioloog en mijn vader was tandarts. Meestal gingen ze ’s ochtends vroeg al weg en kwamen ze ’s avonds laat pas thuis. De enige dag dat ze beiden thuis waren was op zondag, maar zelfs dan waren ze met hun werk bezig.
Ik zuchtte even en duwde vervolgens de achterdeur van ons huis open. Ik hoorde geroezemoes vanuit de woonkamer komen, wat mijn vermoedens bevestigden, mijn zus had iemand uitgenodigd.
Via de achterdeur kwam je uit in de keuken, die via een schuifdeur – die overigens bijna altijd openstond – overging in de woonkamer. Er brandde nauwelijks een lamp in het huis, alleen in de woonkamer zag ik wat gedimd licht. Ik opende mijn donkerblauwe houtje-touwtje jas en hing hem over één van de zes witte eetkamer stoelen die om een tafel in het midden van de keuken stonden. Uit de koelkast pakte ik een blikje cola en liep daarmee naar de woonkamer.
Mijn zus zat op de bank met een jongen, wiens gezicht ik niet kon zien, aangezien hij en mijn zus praktisch in elkaar gevouwen zaten, met hun gezichten dan ook tegen elkaar gedrukt.
‘Doe maar net of ik er niet ben,’ zei ik, terwijl ik op mijn tenen richting de deur liep. Ik had net de deurklink bereikt, toen mijn zus mijn naam riep. Ik draaide me om en zag mijn zus en de jongen nu braaf naast elkaar op de bank zitten. De jongen keek ietwat ongemakkelijk en mijn zus had een grote grijns op haar gezicht. ‘Ik wil je graag kennis laten maken met Lucas,’ zei ze. Ze wees naar de jongen, alsof ik niet doorhad dat de jongen dus Lucas was. De jongen stond nu op en stak zijn hand naar me uit. Ik liet de deurklink los en schudde zijn hand. ‘Ik ben Emily,’ stelde ik mezelf voor. ‘Lucas,’ zei de jongen met een glimlachje. Hij had een stevige handdruk. Hij bleef even staan en zakte toen weer op de bank neer. Ik dacht even na over zijn naam. Mijn zus had al veel over hem verteld, maar ik wist niet meer precies wat. Volgens mij was Lucas de jongen wie ze al een tijdje leuk vond, dat was in ieder geval wat ik me over hem kon herinneren.
‘Yasmine heeft al veel over je verteld,’ zei ik. Ik zag mijn zus vanuit mijn ooghoeken rood worden. Lucas’ ogen werden wat wijder. Hij had blauwe ogen. ‘O, geen slechte dingen hoop ik?’ vroeg hij met een zenuwachtig lachje. Ik schudde mijn hoofd, ‘Nee, zeker niet.’ Ik keek met een plagerige grijns naar mijn zus, die alsmaar roder werd. Lucas leek zich ook niet echt meer op zijn gemak te voelen. Lucas was een typische jongen voor mijn zus. Hij had bruin haar, blauwe ogen een licht stoppelbaardje, rechte, witte tanden en hij had een normaal postuur.
Mijn zus leek alweer een beetje bijgekomen te zijn. Lucas keek naar mijn zus, naar mij en vervolgens weer naar mijn zus. ‘Jullie lijken op elkaar,’ concludeerde hij.
‘Dat horen we vaker,’ zei mijn zus lachend.
Mijn zus en ik leken heel veel op elkaar. We hadden dezelfde kleur ogen, donkerbruin. We hadden allebei een kaarsrecht gebit, wat van zichzelf ook al spierwit was. Groot waren we allebei zeker niet, we waren allebei rond de 160 centimeter. Yasmine was net iets groter. Onze smalle, kleine neusjes hadden we van onze moeder geërfd, die had precies hetzelfde neusje. Het enige verschil qua uiterlijk tussen ons wat onze haar- en huidskleur. Terwijl ik het donkerbruine haar van mijn vader had gekregen, net als de lichtgetinte huidskleur, had mijn zus het donkerblonde haar wat mijn moeder ook had, en een lichte huidskleur. Mijn zus was ook niet bepaald een bleekscheet, maar als je onze huidskleuren vergeleek, was dat van haar beduidend lichter dan dat van mij.
‘Ik zal jullie niet langer ophouden,’ zei ik, waarna ik me weer omdraaide en de woonkamer uitliep. Ik had de deur nog niet dicht of ik zag door het glas in de deur mijn zus alweer op Lucas’ schoot kruipen. Ik zuchtte, trapte mijn schoenen uit en liep de trap op. Ik had het wel gehad voor vandaag.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen