We zaten met z'n allen om een mager vuurtje, gemaakt van dunne twijgjes en gescheurd kleding. Iedereen zat maar naar het vuur te kijken terwijl ik het hele verhaal van begin tot het eind vertelde. Caine en hyperion vertelde ieders hun verhaal en Luke kwam als laatste. 'Maar vertel eens hoe jullie aan dat geweer gekomen zijn?' Vroeg ik Caine.
'We hebben het geweer gestolen uit de stad,' zei hij en liet stoer zijn geweer in de lucht hangen. We schoten in de lach en ik had even een moment van geluk en even kwam het tot me door, dat het vrienden waren.
Vrienden die ik nooit gehad heb.
De nacht viel, toen we bij elkaar opgerold lagen, ik lag wakker naar de heldere hemel te kijken waar duizende sterren fonkelde. Ik voelde en verlangen om terug te keren naar huis en te zeggen hoe gevaarlijk deze wereld was, maar ik had mijn achtien jaar onder de grond geleefd.
Ik maakte me zorgen om Alex, en Alexander de jongen die door het licht is gedood. Ik draaide me op een zij en keek in twee heldere ogen. Een gevorkte tong spoot naar buiten.
Zonder een kik te geven bleef ik doodstil liggen, mijn ogen gericht op het wezen voor me. Het beest kroop over mijn zij en toen zag ik het lange lichaam van het wezen. Een rattelend geluid, vanuit zijn staart deed Hyperion doen schrikken, waarbij hij vol in zijn been gebeten werd.
Hij schreeuwde het uit van de pijn. 'Mensen, dat is een gifslang, als we nu niets doen is hij over een uur dood,' hoorde ik een van de jongens zeggen. Ik pakte een verdorde stok en liep voorzichtig op de slang af, die zich een weg baande naar Caine.
Roerloos bleef hij zitten zonder een krimp te geven. Ik prikte voorzichig in de rug van het beest, waarbij het een ratelend geluid met zijn staart maakte. Ik keek strak naar de rateslang en ik zag hoe hij zich over het verdorde landschap kroop en verdween in een holletje.
Even was ik er niet bij en toen besefte ik dat Hyperion gebeten was. Geschrokken rende ik naar hem toe, die met zijn handen om zijn been zat te schreeuwen van de pijn.
'Heeft iemand toen hij vertrok een EHBO kit gekregen,' zei Luke, maar we schudde onze hoofden al. Ik keek om me heen tot mijn blik op de stad viel. 'Jongens ik denk dat er niets anders opzit dan naar de stad te gaan, met groot geluk halen we het in een halfuur, maar..' Ik keek naar de grote jongen die van uitputting bewusteloos viel.
'Wie weet wat over het gif van zoon slang?' Vroeg ik de twee jongens, waarbij Caine voorzichtig antwoorde. 'Er werd gezegt dat je het gif eruit moet zuigen, maar dat blijkt een fabeltje te zijn,' zei hij en ik keek naar Luke en vervolgens naar Hyperion.
'Dan moet dan maar,' zei ik en schoof zijn broekspijp omhoog, waarbij twee rode puntjes zichtbaar waren. Klein straalte bloed vloeide uit de wond.
'Sam, je weet niet wat dat gif met je doet, misschien ga jij er eerder aan dan deze grote jongen hier,' zei Luke die bang was. Ik keek ze even een voor een aan. 'Ik doe het om hem te helpen.' Ik liet mijn mond naar de wond glijden en zette mijn lippen op het zachte vlees.
Dit was zo genant, een been van een ander zuigen, goh ik leek wel een vampier die smacht naar mensenbloed. Rustig haalde ik langzaam in en begon te zuigen, waarbij al het bloed mijn mond binnen kwam stromen. Ik proeste het uit van het hoesten en spuigde het naast me uit, waarbij Luke en Caine me met een walgend gezicht aankeken.
Rustig ging ik door en steeds als ik bijna moest hoesten spugde ik het bloed uit. Ik stopte toen ik dacht dat het genoeg was en veegde het restje bloed van mijn mond.
'Dat is smerig,' zei ik en de jongen keken me met grote ogen aan. 'Wat?' vroeg ik.
'Je ogen waren toch grijs,' zei Luke en ik knikte. 'Nou ze zijn nu een soort van paars geworden,' maakte Caine, Luke's zin af. Ik keek ze nijdig aan, toen er een zacht gekruin uit de mond van Hyperion kwam.
Langzaam opende die zijn ogen en ik glimlachte. 'W..Waarom zijn je tanden rood?' Ik deed ongemakkelijk mijn mond dicht.
'Hoe voel je je?' Vroeg ik om niet bij hem op in te gaan. 'Alsof ik gemarteld werd door een bezem,' zei hij en ik schoot bijna in de lach. 'Nou, dan moet die bezem eenbehoorlijke klap maken,' zei ik en Hyperion keek me niet begrijpend aan.
'Kom, morgen een drukke wandeling,' zei ik en de andere kropen dicht tegen elkaar aan. Even voelde ik een misselijkheid opborrelen, alleen ik hoopte niet door het gif.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen