Aurora

Hij is laat. Wat normaal al niet positief zou zijn, maar nu helemaal niet. Mijn ogen vliegen steeds van het bord naar de deur waar de koning normaal binnenkomt. Voor die tijd moet Michaël gewoon binnen zijn. Dat moet. Onder de tafel draaien mijn handen nerveus in en uitelkaar. Na vanmiddag kan ik- Mijn gedachten afkappend denk ik aan de worteltjes op mijn bord. Michaël heeft gezegd dat Salazar mijn gedachten kan lezen en sommige dingen hoeft hij van mij niet te weten. Zelfs mijn gedachten zijn niet meer van mij, bedenk ik me met een zucht.
“Waarom kijkt iedereen zo zuur?”
Ik kijk op van mijn bord en zie Michaël breed lachend naast me zitten. Geen idee hoe hij is binnen gekomen, maar hij is er voor de koning. Het getik van een stok onderbreekt de stilte. Een betere timing had er niet kunnen zijn. In harmonie schuiven alle stoelen naar achteren en gaat iedereen staan. Of in ieder geval bijna iedereen. Knarsetandend kijk ik hoe Michaël blijft zitten waar hij zit. Waarom kan hij gewoon niet de rest nadoen? Snel kijkend of ik nog tijd heb buig ik voorover, niet te ver omdat de pijn in mijn rug dan te erg wordt, en tik Michaël op zijn schouder.
“Sta op.”
“Aurora.”
Stik. Glimlachend recht ik mijn rug weer en kijk de koning recht aan. “Majesteit.”
Er wordt verder geen woord aan vuil gemaakt, maar ik heb de flits pure woede gezien in zijn ogen. Als Michaël zich niet gedraagt zit ik in de problemen. Heel diep in de problemen.

Natuurlijk doet Michaël niet wat de bedoeling is. Hoe had ik dat ook kunnen verwachten? De woede in me borrelt op als hij de zoveelste flauwe grap begint te vertellen.
“Heeft iemand weleens gehoord van de rijder, die op de grond viel?”
De doodse stilte die op de vraag volgt zou Michaël moeten ontmoedigen, maar net als eerder gebeurt dat niet.
“Niemand?” Hij lijkt dit veel te leuk te vinden. “Hij was over zijn draak getild!”
Michaël is de enige die begint te lachen. De rest blijft precies zo zitten als hij zat op de koning na. Hij draait zijn hoofd en kijkt me vernietigend aan.
“Hallo schoonheid, waarom loop jij met het eten rond?”
Oh goden. Dit kan niet erger meer worden. Waar zijn dekens om onder te kruipen als je ze nodig hebt? Omdat het gewoon niet mogelijk is om me nu te verstoppen kijk ik naar mijn bord en de rest van de maaltijd zal ik ook niet meer opkijken.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen