Aurora

“Wat gaan we doen?” Michaël trekt me mee het laatste stukje van de berg af. De draken zijn boven achtergebleven bij het meer.
“Het dorp in.”
“Het dorp? Welk dorp?”
“Gewoon een dorp, liefje.”
Michaël slaat af op een pad en opeens lopen we op iets wat eruit ziet als een hoofdweg. Mijn hoofd draait meteen alle kanten op. Het is hier een stuk rustiger dan ik had verwacht. Het is eigenlijk best rustig. We hebben natuurlijk ook erg lang moeten vliegen om hier te komen, maar dat het zo ver in een uithoek ligt heb ik niet zien aankomen.
“Wat gaan we doen in dat dorp?”
“De mensen willen je graag ontmoeten, prinses. We zijn er bijna.”
“Wat? Wat?” Ik zet mijn hakken stevig neer op de weg en blijf stilstaan. “Dat heb je niet gezegd.”
De totale verbazing in Michaëls ogen is echt. “Je doet dit toch vaker?”
“Ja. Nee. Ja.” Stamelend probeer ik het uit te leggen. Als ik nu dichtklap dan heb ik de kans hem te verliezen. “Ik heb een beetje… Het is eng als alle mensen naar me kijken.”
“Je hebt plankenkoorts.” Concludeert Michaël nuchter.
“Nee. Ik word alleen misselijk en nerveus als al die mensen naar me kijken en iets van me verwachten.”
“Dat is plankenkoorts.” Hij doet een stap op me af en slaat zijn armen stevig om je heen. “Ik ben er de hele tijd bij. En in de arena deed je het ook geweldig.”
Omdat ik mezelf toen verborgen hield voor de rest. Dat kan ik nu ook. Veilig weggestopt in Michaëls armen haal ik diep adem. Ik heb dit zo vaak gedaan en al die keren heb ik het overleefd. Deze groep zal vast kleiner zijn. Ik hoef alleen maar mezelf te gedragen zoals ik dat altijd doe in het openbaar. Een eitje. Zeker met Michaël erbij.
Wie hou ik eigenlijk voor de gek? Mezelf in ieder geval niet. Het zal geen eitje zijn, maar ik kan het en dat weet ik. Misschien niet van harte, maar ik kan het.
“Laten we gaan dan.”

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen