Foto bij Chapter Seven.

Naast elkaar liggen we onder de dekens op zijn bed. Starend naar het plafond, liggen we beide in onze gedachten. ‘Het spijt me echt dat je alles hebt moeten zien wat ik heb gedaan, het zijn vreselijke dingen,’verbreekt Niklaus de stilte. ‘Je hoeft je niet te verontschuldigen. Om een of andere reden, maakt het mij niets uit. Ik kijk misschien anders naar je, maar niet op een negatieve manier,’zeg ik. Verbaast draait Niklaus zijn hoofd naar me toe. ‘Hoe kan dat? Iedereen die mij kent en weet wat voor dingen ik heb gedaan, ziet mij als een monster en haat me,’zegt hij, mijn lichaam draai ik naar hem toe en voorzichtig pak ik zijn hand vast. ‘Ik weet niet wat het is, maar ik zie iets in jou. Iets wat die andere mensen niet zien,’zeg ik zacht, bijna fluisterend. ‘Wat dan?,’vraagt hij zich hardop af. ‘Je bent anders,’zeg ik. ‘Ja, dat was al lang duidelijk,’zegt hij,’ik ga slapen,’. ‘Ok, zal ik maar gaan dan?,’zeg ik,’Nee, je mag wel blijven,’antwoord hij bijna direct. Hij draait zich met zijn rug naar me toe. ‘Welterusten,’zegt hij,’Slaap lekker,’antwoord ik hem. Een halfuur lang, ligt hij te draaien en te draaien. ‘Kun je niet slapen,’zeg ik dan zacht, Niklaus verstijft meteen. ‘Je liet me schrikken,’zegt hij,’Ik dacht dat je sliep,’. Ik grinnik een keer. ‘Waardoor kun je niet slapen?,’vraag ik,’Omdat ik alleen maar kan denken,’zegt hij. ‘Ik heb een idee,’zeg ik,’Vertel,’zegt hij. ‘Draai je om?,’zeg ik, hij draait zjin rug naar me toe. Voorzichtig kruip ik tegen hem aan en leg ik mijn arm om hem heen. Niklaus ligt verstijft, niet wetende wat hij moet doen. Toch legt hij zijn arm tegen de mijne en gaat hij comfortabel liggen. Voor een paar seconde voel ik een kriebel in mijn buik. Dat kan maar een ding betekenen. Ik krijg gevoelens voor deze duizend jaar oude originele vampier.

Een aantal weken zijn voorbij gegaan en de lessen van Devina helpen heel erg. Mijn magie heb ik zo’n beetje onder controle en ik kan zelfs al een heleboel trucs. ‘Ik heb een cadeau voor je,’zegt Elijah, hij staat in de deuropening van de bibliotheek. Ik kijk op uit mijn boek, het is een boek met spreuken en toverdranken die ik van Devina had gekregen. ‘Wat?,’zeg ik verbaast,’Dat hoeft toch helemaal niet,’. ‘Toch heb ik een cadeau voor je,’zegt Elijah lachend. Hij loopt naar het bureau waar ik aan zit en ligt een boek voor me neer. Aan de kaft te zien is het heel oud. Ik leg het boek voor me neer en open hem. De bladzijden lijken nog ouder dan de kaft. Ik lees de woorden op het papier en mijn ogen worden groot. ‘Wow,’zeg ik fluisterend,’Zulke spreuken en dranken heb ik nog nooit gezien en dan heb ik alle boeken met spreuken en toverdranken gelezen die ik kon vinden,’. Elijah lacht. ‘Dat is het boek van mijn moeder, zij was een sterke heks,’zegt hij. ‘Dat weet ik,’zeg ik. ‘Ja, dat is ook zo,’zegt hij,’Maar, deze geef ik nu aan jou. Je bent wel sterker dan dat mijn moeder is, dus deze spreuken zouden makkelijk voor je moeten zijn. Wanneer je ver genoeg bent met je magie,’. ‘Je moeder was vast heel sterk,’zeg ik, hij knikt. ‘Veel succes er mee,’zegt hij en loopt de bibliotheek weer uit. Vlak daarna komt Niklaus binnen lopen. ‘Dus, je hebt het boek van mijn moeder gekregen van Elijah,’zegt hij,’fijn dat hij dat ook met mij heeft overlegd,’. De laatste zin was sarcastisch bedoeld en dat was duidelijk te horen aan zijn stem. ‘Gelukkig voor hem vind ik dat geen probleem. Als ik iemand met dat boek vertrouw, ben jij dat wel,’zegt hij. Toen hij de woorden zei, voelde ik een kriebel in mijn buik. Alweer. ‘Dankje,’zeg ik zacht. Hij komt naast me zitten en leest met me mee in het boek. ‘Weet je, ik vind het me moeilijk voor te stellen dat ik sterker ben dan jullie moeder. Ik heb gezien wat ze kan, dat zijn enge dingen,’zeg ik, Niklaus lacht. ‘Na wat ik jou heb zien doen kan ik me dat wel voor stellen, je hebt 12 heksen in een keer bewusteloos geblazen. Dat kon mijn moeder niet,’zegt hij, mijn ogen worden groot. ‘Mijn moeder kon ook niet wat jij wel kan, het hele leven van een persoon zien door diegene aan te raken,’zegt hij. ‘Ik vind het zo raar, dat ik dat allemaal kan. Het enige wat ik nou jammer vind, is dat er in geen enkel boek dat ik tot nu toe gelezen heb geen enkele toverdrank of spreuk straat voor geheugen verlies,’zeg ik zuchtend. ‘Misschien hier wel in?,’vraagt hij zich zelf hardop af. Meteen begin ik door het boek te bladeren. ‘Ja!,’roep ik luid,’Er staat een toverdrank! Ik ga Devina bellen!,’. Meteen sta ik op en loop ik de bibliotheek uit naar mijn slaapkamer

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen