Foto bij Somnephilia's fantasy schrijfwedstrijd - Opdracht 1 - Positivity is the key to success

De eerste opdracht is een opdracht waarin je je eigen creativiteit moet vermengen met je favoriete (fantasy)fandom.

Kies je wereld en je gebeurtenis, maar verzin zelf je personages. Wat gebeurt er dan? Wat denken je verzonnen personages? Wat voelen ze? Wat doen ze?
Wees zo creatief mogelijk!

Je mag zelf kiezen of je in eerste of in derde persoon schrijft.
Ook de tijd mag je zelf kiezen.
Het aantal woorden moet tussen de 500 en de 2000 liggen.

Gelieve je fanwereld door te geven. Ook een korte beschrijving van de originele situatie zou ik erg appreciëren. Hier worden geen punten op gegeven, dus je kan het lekker kort en simpel houden.


Ik heb voor de wereld Harry Potter gekozen. Het verhaal vindt plaats tijdens de Battle of Hogwarts, het laatste gevecht tussen Harry's kant en die van antagonist Voldemort. Zoals de naam aangeeft, vindt het plaats in Hogwarts, de beroemde toverschool. De "goede mensen", Harry en co dus, zitten in het kasteel, dat wordt bestormd door Voldemort en zijn volgelingen.

Wesley had veel dingen meegemaakt op Hogwarts. Het kasteel met zijn torentjes, babbelende schilderijen en dagelijks veranderende vloerplan werd door veel mensen een tweede thuis genoemd, maar hij zag het meer als een soort oude vriend. In de muren op zich huisde weliswaar geen ziel of bewustzijn (volgens de officiële verhalen, althans), maar het gebouw had te veel eigenaardige trekjes om door te kunnen gaan voor een gewone hoop levenloze stenen. En toch, ondanks dat gevoel van kameraadschap en zijn vaste overtuiging dat er niet veel was dat hem nog kon verbazen, had Hogwarts Wesley weer eens geschokt - letterlijk, voor de verandering. Het kasteel trilde op zijn grondvesten.
      Wesley moest met een hand steun zoeken bij de muur om niet op zijn neus te belanden. “Dit is nieuw,” zei hij hardop, tegen niemand in het bijzonder. De gang op de eerste verdieping waar hij zich in bevond was verlaten. Hij had het afgelopen half uur vanuit het raam spreuken gestuurd naar aanvallers op de grond, maar ook daar kon hij nu niemand meer zien, dus hij vermoedde dat het tijd werd om zich in het feestgedruis te storten. Gevecht op leven en dood zou een passendere benaming zijn geweest, maar hij bleef graag positief. De gekleurde lichtflitsen waren immers erg feestelijk, als je buiten beschouwing liet dat mensen die erdoor geraakt werden weliswaar gilden, maar niet van plezier.
      Hij haalde het tot de dichtstbijzijnde trap voordat hij werd geconfronteerd met visueel bewijs dat er vannacht niemand danste. Een man in een zwart gewaad en met een heus sikje stond op een van de eerst treden. Hij was half van Wesley weggedraaid, maar zijn glimlach was duidelijk te herkennen en hij had zijn stok omhoog, gericht op een vrouw in een veel te fleurige bloemenjurk halverwege de trap. Ze maakte geen enkel geluid, maar haar mond was open in een geruisloze schreeuw.
      Wesley had zijn eigen toverstok nog in zijn hand. Hij wist niet eens precies wat voor spreuk hij afvuurde, alleen dat het raak was en dat de Death Eater kreunend zijn stok liet vallen. Wesley sprintte langs hem heen, net snel genoeg om te voorkomen dat de vrouw meer dan een trede naar beneden struikelde toen de vervloeking plotseling werd opgeheven.
      “Shit, shit. Alles oké?” Hij herkende haar, besefte hij, terwijl hij haar bij haar arm en schouder vasthield en met kloppend hart afwachtte of ze zelf overeind kon blijven. Ze had een jaar boven hem gezeten in Gryffindor. “Bea, niet waar?”
      Ze keek op bij het horen van haar naam. Haar ademhaling had een tempo dat erop leek te duiden dat ze net een marathon had gelopen, maar haar ogen stonden helder en ze trilde maar een klein beetje. “Dankje, ik- Ik ben in orde. Min of meer.”
      “Oké.” Wesley liet haar los en probeerde te negeren dat hij zelf ook trilde. “Goed.”
      “Wesley?” gokte ze.
      Hij kreeg geen kans om te antwoorden. Uit zijn ooghoek zag hij een beweging, dus hij stak zijn hand zonder stok uit om Bea aan de kant te duwen, maar op exact het verkeerde moment. “Bombarda,” dacht hij de Death Eater te horen zeggen. De lichtflits die uit zijn stok kwam zou precies tussen Bea en Wesley door zijn gevlogen als Wesley zijn arm niet had opgetild.
      “Stupify!” riep Bea, maar Wesley hoorde haar nauwelijks, want hij staarde naar zijn hand. Waar zijn ringvinger en pink hadden moeten zitten was niets. Hij miste twee vingers, een verschroeiende pijn gierde door zijn arm en het enige wat hij kon denken, was dat iets wat hij op zijn vingers af kon tellen nu nog maar maximaal uit acht dingen mocht bestaan.
      Bea greep hem bij zijn pols. Het was haar beurt om hem gerust te stellen en ze bewees onmiddellijk dat ze er veel beter in was dan hij. “Hé, rustig aan. Ik heb je.” Haar toverstok, waarmee ze de Death Eater verlamd had naar het gebrek aan andere vervloekingen te oordelen, bewoog ze in cirkels over zijn hand heen. Ze fronste. “Ik kan het niet ter plekke voor je helen, maar dit zou de meest heftige bloeding moeten stoppen en de pijn voorlopig wat verzachten.”
      “Hé,” mompelde hij, “je hebt niet toevallig Oliver gezien, of wel?”
      “Oliver Wood? Waarom?”
      Hij haalde zijn schouders op. Toegeven dat hij zich klein en alleen voelde en dat de aanblik van zijn beste vriend hem misschien een klein beetje meer rust zou bezorgen, kon hij niet. “Gewoon. Vraag me af waar hij rondhangt.”
      “Geen idee, sorry. Het is zo’n chaos-”
      Hij had moeite met slikken. Dat rare gevoel in zijn ogen kwam vast van al het opgewaaide stof. Vervelend neveneffect van een gebouw dat langzaam instortte. “Ja, natuurlijk. Het is al goed,” loog hij. In de verte klonk een luide knal.
      Bea was klaar en liet zijn hand los. Het koste hem enige wilskracht om zich niet meteen weer aan haar vast te klampen. Ze deed hem denken aan zijn moeder. “Ik moet verder,” zei ze. “Ik zie je wel weer als dit allemaal voorbij is.”
      Hij knikte en ze sprong verder de trap op, uit het zicht verdwenen voordat hij haar goed had kunnen bedanken. Hij probeerde er niet aan te denken dat zelfs als ze elkaar ooit nog eens zagen, dat net zo goed in het hiernamaals zou kunnen zijn. Hij moest positief blijven.

Reageer (3)

  • Wiarda

    UPDATE WACHT IK LAS OVER HET MOEDERSTUK HEEN AAKSJDNIAOHASKDJKGB DKJSN FDS NEE WES MIJN BABY KOM HIER

    Om een of andere reden herkent mijn computer 'DKJSN' wel als woord, maar 'AAKSJDNIAOHASKDJKGB' niet. Nou zeg. :')

    9 jaar geleden
  • Wiarda

    Dat is natuurlijk ook het eerste waar je dan aan moet denken, Wes. Hoogstens acht dingen die je op je vingers kunt tellen. Achgos. Arme, gewonde schat. :c

    9 jaar geleden
  • Necessity

    Hoe kun je ons dit aandoen? Al die Wesleyfeelings akdhdbd. Hij verdient een knuffel en Oliver en een teddybeer en asgjkrnd.
    *verstopt zich onder een steen*

    9 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen