Ons universum bestaat uit meer dan wij ooit kunnen bedenken. Misschien is alles wat ik geloof wel helemaal niet waar. Misschien ben ik zelfs helemaal niets. Niet meer dan een illusie. Maar laten we daar niet vanuit gaan. Dit verhaal, mijn verhaal, begint op een kleine planeet in het midden van dit universum.
Eluna.
Het begon allemaal, nou ja, bij het begin. Dus laat ik daar ook maar beginnen.

Lichtroze bloesemblaadjes dwarrelden als gekleurde sneeuwvlokken omlaag. Ik sta op een deken van bloesembladeren. Ruisloos sluip ik tussen de bomen door. Mijn handen om het gouden handvat van mijn eikenhouten boog geklemd. De pijl ligt klaar op de gespannen boog en de achterkant rust ontspannen tussen mijn vingers. Achter me hoor ik een zacht gekraak, bijna onhoorbaar. In amper een seconde draai ik me om en laat ik de pijl los. Dan pas zie ik wat ik geraakt heb en ik gijns vrolijk. Precies in de roos. Tussen mijn pijl en de boom waar hij op is beland zit een zwarte mantel vastgeklemd. De eigenaar van de mantel kan geen kant op. De eigenaar doet zijn capuchon af en trekt de pijl uit de boom, of hij doet in ieder geval een poging. ‘Jammer Rav, weer niet stil genoeg.’
De jongen laat de pijl zitten en draait zich om naar mij. ‘Jij mist ook nooit hé, Alysá!’ roept hij uit.
Ik grinnik en haal mijn schouders nonchalant op. ‘Jawel hoor, ik richtte namelijk op jou.’ Ik zet een aantal stappen en kom binnen handbereik van Rav.
Rav grijnst en geeft me zacht een duw, ‘Pas maar op hoor, zonder je boog ben ik sterker.’ Dreigt hij lachend.
Ik negeer die opmerking en probeer de pijl eruit te trekken, wat heel wat lastiger gaat dan ik had gedacht.
‘Hulp nodig?’ vraagt Rav plagend.
Ik antwoord niet omdat mijn inspanningen naar de pijl gaan, die diep in de boom geboord is. Met uiterste krachtinspanning weet ik de pijl los te wrikken maar door de plots wegvallende tegenstand val ik achterover met de pijl nog in mijn handen. Rav barst direct in lachen uit en ik kijk een beetje beduusd naar de pijl in mijn handen.
Dan stopt Rav abrupt met lachen en kijkt hij geconcentreerd naar het gat dat mijn pijl in de boom heeft geboord. Hij gaat op zijn knieën bij het gaat zitten en begint het groter te maken. ‘Help eens mee, Aly!’ zegt hij opgewonden.
Ik ga naast hem zitten en trek grote stukken schors weg rond het gat. Dan zie ik wat hij bedoelt. De boom is hol en er ligt een vergeeld perkament in. Zodra het gat groot genoeg is haalt Rav het perkament er voorzichtig uit. ‘Staat er wat op? Wat staat er?’ vraag ik nieuwsgierig. ‘Geduld Aly,’ grijnst Rav. Maar aan zijn onhandige bewegingen te zien is hij even nieuwsgierig. ‘Het is oude schrift maar volgens mij staat er:

In de donkerste nacht, licht het teken op.
Zoek het teken in het licht, in de nacht zonder licht.
Ga het eeuwige donker in, en teken het teken van het licht op de stenen wal.
Dan zal het licht je verwelkomen.

‘Huh?’ weet ik verbaasd uit te brengen.
Índerdaad.’ Beaamt Rav. ‘Zoek het teken in het licht, in de nacht zonder licht?’
‘Laten we het aan Drayade gaan vragen, zij weet dat soort dingen.’ Zeg ik voordat ik weg ren, opzoek naar Drayade.
‘Wacht even, Alysá!’

Zo gezegd, zo gedaan.
Rav en ik gingen opzoek naar onze vriendin Drayade. Zij is een magiër en is altijd al goed geweest in raadsels. Toen we haar vonden was de schemering al ingevallen maar noch de maan, noch de sterren waren zichtbaar. Het was een nacht zonder licht.

‘Dus, snap jij er iets van?’
Drayade geeft het perkament terug aan Rav en knikt. ‘Zo moeilijk is het niet.’ Lacht ze. ‘Een nacht zonder licht, is een nacht zonder maan of sterren. Een nacht zoals vannacht. En het enige licht in zo’n nacht is vuur. En het teken van licht is in dit geval hoop, want hoop is een lichtpuntje in de duisternis.’
Rav knikt nadenkend, ‘Ik denk dat ik het snap.’ Zegt hij langzaam.
Verbaasd kijk ik van Rav naar Drayade en weer terug. ‘Huh?’ zeg ik voor de tweede keer vandaag.
Drayade lacht en Rav grijnst breed, ‘Kom, we gaan een vuur maken.’ Zegt Drayade een beetje verlegen.
Buiten zoeken we een oude vuurplaats op en stoken daar een vuur. ‘En nu?’ vraag ik ongeduldig.
‘Wachten.’ Zeggen Rav en Drayade tegelijkertijd. Ik zucht overdreven en ga in kleermakerszit bij het vuur zitten. Ik pak het perkament erbij en lees het nogmaals over, we missen nog iets. Dan vat het perkament ineens vlam. Verschrikt laat ik het uit mijn handen vallen en springt in overeind. Het perkament waait een stukje weg en blijft dan op het gras liggen. Verschrikt kijken Rav en Drayade op. ‘Alysá! Wat doe je!?’ roept Rav en hij vliegt op.
We doen meerdere, wanhopige, pogingen het vuur uit te trappen. Op één of andere manier verspreidt het vuur zich niet en langzaam brand het uit.
Op de plaats waar het perkament lag, loopt nu een trap naar beneden.
‘Huh?’ zeg ik voor de zoveelste keer. Dan begin ik de trap af te dalen met Rav en Drayade op mijn hielen. Hoe dieper we komen, hoe donkerder het wordt. Tot ik uiteindelijk niets meer zie. Met mijn handen en voeten tast ik waar ik loop totdat ik tegen een muur opbots. Rav botst daardoor op mij en Drayade botst weer tegen hem. ‘Alysá?’ klinkt Ravs vragende stem. ‘Er is een muur.’ Fluister ik.
Waarom ik fluister? Geen idee.
Drayade fluistert iets wat ik niet kan verstaan maar in haar handen licht een zwak blauwe schijnsel op.
‘Dit is denk ik de muur waar je het teken van het licht op moet tekenen.’ Mompelt Drayade.
Rav knikt zelfverzekerd en pakt een soort potlood van de grond, (wat dat ding daar nou deed zullen we nooit weten.) en schrijft HOOP op de muur.
Er gebeurt niets.
Één voor één doen we pogingen.
Niets, niets en nog eens niets.
Dan bedenk ik me een oud verhaal dat ik ooit gehoord heb. Ik teken zo precies mogelijk een duif op de muur. Dan begint de grond te beven en piepend scheurt de muur in tweeën. Een fel licht straalt eruit...

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen