Possessed

Lieve jij,
Ik weet niet goed waarom ik dit schrijf. Misschien is het om het makkelijker voor jou te maken omdat je een uitleg hebt, maar waarschijnlijk is dit om het makkelijker voor mijzelf te maken. Zelfs nu kies ik voor mijzelf.
Weet je nog toen we klein waren en we altijd monsters verzonnen? We vochten met weerwolven, vampiers en slijmerige gedrochten waarvan zelfs wij de naam niet kenden. Natuurlijk wonnen wij altijd. Het was onze fantasie, dus wij waren de sterksten.
Toen we ouder werden, ontgroeiden we deze fase. We leerden de echte monsters in de wereld kennen. Het waren monsters zonder schubben, klauwen en scherpe tanden. Ze zagen er net zo uit als wij, mensen die verrot waren vanbinnen.
Zou je me geloven als ik zeg dat we altijd gelijk hebben gehad? Niet alleen van de monsters in de lichamen van mensen, maar ook van de beesten vroeger? Waarschijnlijk niet. Wie zou dat wel doen? Ik niet, tenminste niet tot dit moment. Het is waar, ze bestaan. Ik heb het zelf moeten ervaren.
Weet je nog wie bij onze spelletjes altijd de leider was? Dat grote monster met het groene slijm dat overal op hem zat, met die giftige klauwen en felrode ogen, maar zonder tanden? Degene die zichzelf Lord Lucifer noemde? Wij zeiden altijd dat zijn enige passie doden was en helaas hebben we gelijk gekregen. Nou ja, bijna gelijk. Hij heeft nog een passie: een leger bouwen om voor totale vernietiging te zorgen.
Hij bestaat echt heb ik gemerkt. Daarom is dit een afscheidsbrief. We zullen elkaar niet meer zien en mocht dat toch het geval zijn, smeek ik je om hard de andere kant op te rennen. Ik wil je geen pijn doen, zelfs niet als ik het niet besef.
Het spijt me, ik was niet sterk genoeg. Hij kwam naar mijn huis en ik probeerde te vechten, echt waar, maar ditmaal was het niet onze fantasie en hij was zo sterk. Voor de eerste keer in mijn leven was hij echt te sterk en kon ik niet winnen. Het spijt me zo.
Geloof me, het doet geen pijn. Het is alsof ik langzaam in slaap val, alleen weet ik dat ik niet meer wakker zal worden. Ik voel mezelf wegglijden tot een marionet van hem en het beangstigt me eigenlijk. Ik word een monster, maar wel een onzichtbaar monster. Ik zie eruit als een mens, gedraag me als een mens maar ben geen mens. Ik ben een tijdbom.
Als je me ooit nog ziet, vraag ik je één ding: red me van dit bestaan. Ik kan niet meer menselijk worden, maar ik wil ook niet als een parasiet op de wereld blijven doorleven. Alsjeblieft, doe het laatste wat je kan doen om me te redden. Dood me, zodat ik vrij kan zijn.
Liefs, mij


Het pistool in zijn hand trilde licht. Voor hem stond degene die hij zo goed kende, maar die nu een onbekende was geworden. Hij zag het monster die zich in haar lichaam had genesteld en haar had verdreven. Alles was anders, zelfs nu ze niet bewoog.
Zijn hand vouwde zich nog strakker om de brief heen. Haar brief, het laatste menselijke moment dat ze gekend had.
"Ik weet dat ze bestaan, ik bevecht ze," mompelde hij zacht, alsof ze zijn antwoord kon horen.
"Ik had je moeten beschermen. Dat was mijn taak en ik faalde." Het was waar. Dat wás zijn taak. Mensen beschermen tegen monsters, zodat ze niet zo'n zombie konden worden. Híj had ervoor moeten zorgen dat de monsters de mensen niet konden beheersen. Híj had de wereld tegen Oppermonsters zoals Lucifer moeten beschermen. Híj was degene die had gefaald.
Dood me, zodat ik vrij kan zijn. Het was haar laatste wens geweest. Hij moest die wens inwilligen, niet alleen om de wereld te beschermen, maar om haar te beschermen. Hij had het al zo vaak gedaan, maar deze keer was anders. Nu was het een bekende, een geliefde zelfs, al had zij nooit geweten wat hij voor haar voelde en ze zou het ook nooit meer te weten komen.
Een knal doorbrak de stilte en hij zag haar op de grond vallen, wetend dat het zijn schuld was. Langzaam zag hij het licht in haar ogen uitdoven en voor even kwam zij weer tevoorschijn. Het was zijn schuld. Alles was zijn schuld.
Een rode vlek breidde zich uit over de grond. Het was het bloed van een onschuldig meisje, het soort meisje dat de waarheid over de wereld niet mocht weten en toch moest sterven.
"Waarom zij? Zij was onschuldig! Zij had hier niks mee te maken!" schreeuwde hij machteloos naar de lucht met tranen op zijn wangen. "Had mij dan genomen!"
"Dat kan geregeld worden," hoorde hij plots een stem achter hem. Met het pistool nog in zijn hand draaide hij zich om, om slechts twee rode ogen terug te zien kijken.
Ook hij zou nu sterven, dat wist hij. Het maakte hem niet meer uit wat er zou gebeuren. Hij was klaar om te sterven. Hij had toch gefaald.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen