Foto bij Triwizard Tournament - Opdracht 2 - Klammfels

Kwalificatieronde 2: Een spetterende opening


De leerlingen van de zes scholen zijn nu allemaal aanwezig op Zweinstein. Hierop volgt steeds de opening in de Grote Zaal waar de scholen een voor een binnenkomen. Maar er is een probleem, de leerlingen van Beauxbatons en Klammfels zijn hun opening meer dan beu. De leerlingen van Beauxbatons zien de vlinders niet meer zitten en de leerlingen van Klammfels zijn de stokken spuugzat.

Je kan het al raden, de volgende dagen zal jij een nieuwe opening moeten bedenken! Je kiest zelf of je een nieuwe opening voor Beauxbatons schrijft, of er een schrijft voor Klammfels. Het is dus níét de bedoeling dat je over je eigen school schrijft. De opening moet in de Grote Zaal gebeuren en moet het belangrijkste evenement zijn in je tekst. Het belangrijkste is dat je er iets heel speciaals van probeert te maken, dus laat ze niet gewoon de vogeltjesdans doen.

Dit keer heb je geen keuze voor een perspectief, je zal het met een ik-perspectief moeten doen. Je kiest zelf helemaal vanuit wie je schrijft: dit kan een leerling van Beauxbatons of Klammfels zelf zijn, een leerling van Zweinstein, een leerkracht van de oppertafel, ... Je moet bij deze opdracht niet met de tijd rekening houden, het kan zich dus evengoed bijvoorbeeld in de Marauderperiode afspelen. Let er wel op dat de leerlingen of leerkrachten van Zweinstein de leerlingen van Beauxbatons en Klammfels niet kennen, dus je kan ze niet bij naam noemen. Het is wel toegestaan als je personage vanuit wie je schrijft toevallig iemand van Beaubatons of Klammfels kent, en uiteraard als je vanuit iemand van een van de twee scholen zelf schrijft.

Regels en deadlines:
x Minimum aantal woorden: 700
x Maximum aantal woorden: 1700
x Perspectief: ik-perspectief
x Deadline opdracht: Vrijdag 6 mei 23:59

“Albus Potter,” siste Scorpius, toen ik me naast hem op het bankje van de Griffoendor tafel wurmde.
      “Scorpius Malfidus,” antwoordde ik droogjes. Ik zonk zo laag mogelijk zonder van de bank te glijden, in de hoop Anderlings scherpe blik te ontwijken. Mijn groene stropdas in een zee van rood maakte dat vrijwel onmogelijk, maar als ze me nu nog terugstuurde, zou dat alleen betekenen dat ik nog een keer naar de andere kant van de zaal moest sprinten. Ik wist dat ze me met rust zou laten. Althans, ik hoopte te weten.
      Scorpius duwde zijn elleboog in mijn ribbenkast, maar ik wist niet zeker of het opzet was. De Griffoendortafel zat nogal vol nu Beauxbatons had besloten hierbij aan te schuiven. “Leek door de zaal banjeren je echt een goed idee, precies tijdens de introducties?”
      “Oh kom op, ik heb gewacht tot ze klaar waren met hun vlinderdansje.”
      “Vlinderdansje?” Roos, die blijkbaar aan Scorpius’ andere kant zat, leunde over hem heen om mij een por te geven met haar toverstok. Ik wilde uitwijken, maar het meisje naast me duwde terug, dus er trokken wat onprettige kriebels over mijn arm dankzij Roos. “Dat was duidelijk een routine waar ze ontzettend veel werk in hebben gestoken. Ik zou jou dat weleens willen zien nadoen.”
      “Ik ook,” zei Scorpius grijnzend.
      Ik kon niet bij mijn eigen toverstok komen zonder een hand onder de tafel te steken, en ik wilde het niet riskeren dat die klem kwam te zitten of ik iets greep wat ik eigenlijk niet had willen aanraken. Bij gebrek aan beter pakte ik een vork van de netjes gedekte tafel en zwaaide daarmee dreigend in Roos’ richting. “Ze waren wel goed, maar het was niet veel nieuws. Ze deden precies wat pap en mam beschreven.”
      “Ssh,” zei Roos, wat ik besloot op te vatten als teken dat ik de discussie had gewonnen. “Volgens mij zijn de anderen er.”
      Het geroezemoes in de zaal nam inderdaad merkbaar af, dus ik ging weer wat meer rechtop zitten om beter zicht op de open deuren te hebben. De leerlingen van Klammfels waren verschenen. Het waren er precies twaalf, zes meisjes en zes jongens, opgesteld in drie strakke rijen van vier achter een smalle vrouw die hun schoolhoofd moest zijn. Ze droegen de standaard bontmutsen en mantels die mijn ouders en ooms en tantes hadden beschreven, dus ook op dat gebied leek er niet veel nieuws aan de hand. Oom George had beweerd dat ze hun gewaden zo rood kregen met echt drakenbloed, maar ik had al jaren geleden geleerd om alles wat hij zei met een flinke lepel zout te nemen. Waar ik in geen enkele van mijn ondervragingen over had gehoord, waren de bogen die alle twaalf Klammfels gasten droegen. Een wapen zoals dat paste wel bij het meedogenloze beeld dat ik van ze had.
      “Klammfels,” loeide Hagrid, die de eer had om de scholen aan te kondigen. Hij stond in een nogal harig pak naast de ingang van de deur, waardoor hij een beetje leek op een gigantische beer. Ik hoopte dat niemand hem zou neerschieten.
      Het schoolhoofd zette een eerste stap. De leerlingen spanden hun bogen. Bij de tweede stap lieten ze los, en onder het gezang van twaalf pezen vlogen twaalf pijlen richting het betoverde plafond. De lucht was vandaag helder, maar schemering viel in, waardoor het blauw wat roze en oranje tinten had gekregen. Het was al een indrukwekkende aanblik voordat ik besefte dat de pijlen een spoor van glitter achter zich lieten, ieder een andere kleur. Geen van de pijlpunten kreeg de kans om ergens in te slaan, want toen ze hun hoogste punt bereikt hadden en met een zachte curve weer richting de grond zeilden, ontsproten vleugels aan de stokken en fladderden er opeens twaalf haviken kriskras door de neerdalende, regenboogkleurige glitterregen.
      Ik hoorde iemand zuchten en besefte pas een paar tellen later dat ik het zelf was. Dit waren geen stokken.
      Die gedachte had ik nog niet afgemaakt of de leerlingen stampten met het uiteinde van hun bogen op de grond, ritmisch, ongeveer zo als ik me de opening van Klammfels had voorgesteld. De manier waarop ze achter hun schoolhoofd aanliepen was geen dansje, maar het was ook geen gewone manier om te marcheren. Bij iedere tweede stap lieten ze hun bogen een rondje spinnen, de mensen in het midden boven hun hoofd en de leerlingen aan de zijkanten richting de buitenkant van hun formatie, om ze vervolgens weer met een klap neer te laten komen op de steenvloer. In de nog steeds doodstille zaal waar de vogels in wijde cirkels door de restjes glitter vlogen, klonk het niet alleen indrukwekkend, maar zag het er ook zo uit.
      Ze waren sneller door het gangpad gevorderd dan ik had verwacht. Het schoolhoofd kwam in de buurt van de lerarentafel toen er iets veranderde. Ik had het in eerste instantie niet eens door omdat ik de leerlingen in de gaten hield - hun bewegingen waren zo synchroon, zou daar magie achter zitten? - maar elders in de zaal klonken opeens gilletjes. Toen ik omhoog keek, zag ik waarom. De haviken, nu diepzwart tegen de kleurrijke hemel en met ogen zo bloedrood als de gewaden van de boogschutters, zetten een duikvlucht in, recht op de tafels af.
      Duistere magie, datgene waar Klammfels in de hele toverwereld om bekend stond. Als er iets was wat de indruk gaf dat die reputatie terecht was, was dit het wel.
      Ik zag uit mijn ooghoek dat Scorpius zijn handen boven zijn hoofd hield, maar ik was veel te gefascineerd door deze nachtmerriewezens. De Klammfells leerlingen grepen hun bogen weer op de juiste manier vast en uit het niets verschenen er nieuwe pijlen in hun handen. Ze legden aan, schoten, en raakten. Opnieuw twaalf pijlen, recht in het midden van de twaalf vogels, maar in plaats van dat die oncharmant neerstortten, veranderden ze met een lichtflits en bijna gelijktijdige plofjes in een regen van hartjes. Als ik niet zo onder de in druk was geweest, zou ik in de lach zijn geschoten. Er klonk wat gegiechel toen mensen de hartjes probeerden te vangen, maar ze glipten door hun vingers alsof ze waren gemaakt uit rook.
      “Ik wist niet dat Cupido op Klammfels zat,” mompelde Scorpius.
      “Ssh,” zei ik. Hij zond me een geamuseerde blik, maar hield wel zijn mond.
      De opening was hoe dan ook bijna ten einde. De Klammfels leeringen zwaaiden en stampten nog een paar keer met hun bogen, en sierlijk, dat was het woord wat ik al de hele tijd zocht, besefte ik. Toen was het schoolhoofd aangekomen bij de lerarentafel en stopte haar kleine legertje. Met een laatste bonk op de grond draaiden ze zich perfect gelijktijdig om en maakten een buiging, alsof ze dat al honderd keer hadden geoefend. Misschien hadden ze dat ook wel.
      De opening was hoe dan ook bijna ten einde. De Klammfels leeringen zwaaiden en stampten nog een paar keer met hun bogen, en sierlijk, dat was het woord wat ik al de hele tijd zocht, besefte ik. Toen was het schoolhoofd aangekomen bij de lerarentafel en stopte haar kleine legertje. Met een laatste bonk op de grond draaiden ze zich perfect gelijktijdig om en maakten een buiging, alsof ze dat al honderd keer hadden geoefend. Misschien hadden ze dat ook wel.
      Beauxbatons had een denderend applaus gekregen, maar dit was echt oorverdovend. Ik klapte tot mijn handen ervan tintelden en Scorpius floot, dus zo erg kon hij de Cupido-opmerking niet gemeend hebben.
      “Wat vonden jullie ervan?” vroeg Roos. Ze moest haar stem verheffen omdat de zaal nog steeds niet gekalmeerd was.
      Scorpius opende zijn mond, maar ik was hem voor. “Zag je hoe goed ze schoten? Ik zou willen dat ik dat kon.”
      “Ja, maar zag je de symboliek?” vroeg Roos.
      “Die vogels, oh man, ze leken net echt.”
      “Ze proberen hun slechte reputatie af te werpen en een nieuwe weg in te slaan,” ging Roos koppig verder, op hetzelfde moment dat ik per ongeluk oogcontact maakte met een Klammfels jongen en hij me een knipoog zond. Het leek iets anders te impliceren dan kameraadschap. Hij grijnsde om mijn vermoedelijk zeer onflatteuze, visachtige uitdrukking.
      Ik vond het lege bord voor me opeens erg fascinerend. “Ik zie wat je bedoelt.”
      “Aw,” zei Scorpius, hardop lachend. Verrader. “Je bloost.”
      “Niet waar,” zei ik, waarbij ik natuurlijk nog roder werd.
      “Geen zorgen, Albus, het gaat allemaal om contacten met het buitenland aanhalen, dit jaar met een extra nadruk op laten zien hoe open en ruimdenkend we allemaal zijn.”
      “De glitter was regenboogkleurig,” voegde Roos toe.
      “Dat is niet wat ik er zo goed aan vond,” sputterde ik. “Het was indrukwekkend. Het was... mannelijk.”
      Ik wist dat dat een fout was zodra ik het had gezegd, maar ik kon het niet meer terugnemen.
      “Er is niets onmannelijk aan regenboogkleurige glitter,” zei Scorpius.
      Roos keek alsof ze de kwestie serieus overwoog, zoals ze deed met moeilijke vraagstukken bij Oude Runen of wanneer iemand haar vroeg of ze liever chocoladepudding of aardbeienijs wilde. “Ik denk niet dat regenboogkleurige glitter inherent verbonden is aan een bepaald geslacht.” Alleen een korte beweging van haar mondhoeken verried dat ze me op de hak nam. “Deze glitterfobie van je is vrij zorgwekkend, Al.”
      “Wil je erover praten?” vroeg Scorpius, en als op dat moment niet Anderling tegen haar glas had getikt om de aandacht op te eisen, zou ik weer hebben gezwaaid met de vork die ik me had toegeëigend. Soms vroeg ik me af waarom juist ik degene was die in Zwadderich zat.
      Al hadden ze wel een punt. Regenboogkleurige glitter was fantastisch.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen