Ik wist niet hoe ik hier was gekomen.
Zover ik wist had ik geen herinneringen waarom ik hier was.
Ik had willen rondvragen, maar niemand scheen te antwoorden.
Was ik echt zo alleen hier? Mijn gedachte bleef maar rondspelen. Ik kon echter niets zien op deze plek.
Hield iemand mij vast? Omdat ik iets wist wat ik niet had moeten weten?
Ik had willen schreeuwen, maar ik wilde mij sterk laten lijken. Ik wilde niet dat ze mij zagen als iemand die ging huilen om een simpel ding. Ik wist niet met wie ik te maken had. Daarom was het beter mijn mond te houden. Toch had ik graag willen weten wie mij gevangen hield. Wat had ik gedaan?
Mijn hoofd deed pijn, of door al die gedachtes, of door een enorme klap waar ik niets van zou weten.
“Hallo?” zei mijn stem, waarbij nog steeds niemand antwoordde. Ik voelde geen koude lucht, ik was niet buiten. Of in de buurt van iets wat leek op een opening. Het scheen dus echt dat ik alleen was.
Omdat ik niets kon doen, zat ik maar op deze plek.

Ik reed in een auto, de route was algemeen bekend, aangezien ik deze route altijd al had gereden. Niemand was echter bij mij, ik was alleen maar op weg naar mijn werk. Een auto dat achter mij reed leek al een tijd lang achter mij.

Aantal voetstappen klonken vanuit de verte, schijnbaar kwamen ze dichterbij. Het geluid werd harder.
“Je hoeft niet te spreken, niemand anders zou je horen, ieder geval niemand anders dan ik.” Haar stem klonk jong, maar meer kon ik er niet vanuit maken, aangezien ik haar niet kon zien.
“Ik ben blij dat je hier bent, je ziet er prachtig uit.” Hoe kon zij mij nou zien? Het was enorm donker. Ik besloot niets te zeggen. Ik hield mijn hand tegen mijn hoofd, en voelde hoe een soort verband over mijn hoofd heen ging, maar niet voor mijn ogen. Dus het was hier letterlijk donker.

De koplampen waren belachelijk licht, waardoor ze elke keer reflecteerde via de spiegel in mijn ogen, ik kon niets zien. Waarom deed die gast niet zijn lichten gewoon uit?
Plots hoorde ik een enorme klap, een klap wat niet veel goeds betekende.
Was het een schot? Was het een botsing? Mijn hoofd deed enorm veel pijn. Mijn hoofd had de stuur geraakt. Omdat er geen airbag inzat, had het mijn gezicht op een niet zo fijne manier geraakt waardoor ik in één keer mijn bewustzijn verloor.


“Je hoeft niet bang te zijn, ik zal je niets doen, ik wil je alleen maar helpen, ik ben ieder geval blij dat jij hier bent.” Ik begreep compleet niet waar ze het over had, maar plots voelde ik hoe tranen vanuit mijn ogen naar beneden viel.
Ze kwam dichterbij, en gaf een knuffel, waarschijnlijk omdat ik mogelijk begreep wat er aan de hand was.
Het was mogelijk niet donker, er was maar één conclusie, ik was blind.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen