Binnenin het theehuis waren enkele elfen. Het was niet bijzonder donker, maar de palen die het plafond tilden wierpen schaduwen over sommige elfen. Iedereen was druk bezig met hun eigen gezelschap, dus meer dan een paar blikken kreeg de prins niet.
Enando werd aan een tafel gezet en de man kwam aan met een warme pot thee. Terwijl de man zijn kop inschonk begon hij te praten;
“Het spijt mij van daarstraks, hoogheid”
“-Enando”
“Het spijt mij, Enando. Je zult wel geschrokken zijn. Het zit namelijk zo;
Ons dorp is een bekend vissersdorp. Maar sinds kort lijkt alles ons tegen te zitten. Het begon met de afname van de hoeveelheid vis in het meer. Toen werden onze netten aangeknaagd. Ook draken, ja, draken lijken onrustig te worden boven het meer. Ze vallen ons niet aan, dat nog niet, maar dat is een kwestie van tijd”
Enando wreef peinzend over zijn kin. Dit klonk als een opdracht voor hem. Als hij deze beproeving aankon, dan zou het hem ook kunnen lukken koning te worden. En Enando vermoedde dat hij dit inderdaad aankon.
“Heeft iemand gezien wie, of wat, de netten aanknaagt?”, vroeg Enando. De eigenaar schudde zijn hoofd; “Nee, enkel wat mensen zagen wat leek op een waterdraak, maar dat lijkt mij sterk”
Enando’s ogen glunderden bij het horen over een waterdraak. Het was onwaarschijnlijk, maar hij wilde wel een episch gevecht winnen.
“Voordat we het kunnen oplossen, moeten we eerst precies weten wat de oorzaak is. Misschien kunnen we wachten houden. Het is gebonden aan het water, het meer, klopt dat?”
“Dat is correct”
“We kunnen echter elfen niet onvoorbereid aan de waterkant zetten. We weten niet wat het is en vooral, hoe gevaarlijk het is. Hoe goed zijn de mannen en vrouwen van dit dorp?”
De andere elf keek hem vragend aan. Enando verduidelijkte dat hij het over vechtkunsten had. De elfen in dit dorp waren echter ongetraind. Ze konden over het algemeen wel enigszins overweg met drietanden harpoenen en speren, maar ze waren vooral gewend dat tegen vissen te gebruiken. Stel dat er een zeemonster was, dan zouden zij daar onmogelijk tegenop kunnen.
"Ik zie je morgenochtend voor training", meldde Enando terwijl hij opstond.
De eigenaars stond ook op. Hij was ietwat verward; "Blijft u hier niet slapen?"
"Ik heb een tent en kampeerspullen in mijn tas. Niet beledigend bedoeld, maar ik heb al maanden niet meer onder de sterren geslapen. Ik zou graag weer eens kamperen om zo mijn vaardigheden niet te veel verliezen. Tot morgen!"

Licht trok over de horizon.
Enando had de mannen en vrouwen opgetrommeld. De zon begon pas net over de bergen te kruipen, maar de groep leek al compleet. Enando kinkte tevreden. De elfen waren goed uitgerust en keken allemaal vitaal terug ondanks het vroege tijdstip. Als ze opschieten, kan vanavond de eerste wacht beginnen.
"Goed, ik heb vernomen dat jullie minder goed bewapend zijn tegenover grote gevaren. Bij dezen, hier is mijn tas", Enando gooide zijn zak vol wapens naar voren. " Als je geen harpoen hebt of eenderwelk ander wapen, voel je vrij hier een uit te kiezen"

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen