||Cara Roseanne Cullen

Gespannen kijk ik naar de uitdrukking op Aro's gezicht. Caius mag misschien degene met de grootste en grofste mond zijn, maar uiteindelijk is het Aro die de beslissingen maakt. Er zijn drie Ouden, maar in werkelijkheid is er maar één man aan de macht. En stiekem weet iedereen het, behalve Caius misschien.
      Ik geef Demetri's hand een nerveus kneepje en als al deze mensen niet in de woonkamer geweest waren, zou ik met alle liefde tegen hem op kruipen. Maar de realiteit is dat er meer dan tien mensen in de woonkamer zijn, zes die tot de oppermacht behoren.
      'Dus, Cara, hoe bevalt je nieuwe leven je, samen met je nieuwe gave?' vraagt Aro met opgetrokken wenkbrauwen. Hij bekijkt me geïnteresseerd, alsof het weer voor de eerste keer is dat hij me ziet. Alsof ik een exotisch dier in een attractiepark ben. Misschien beschouwt hij me wel op die manier, of als een nieuwe pion in zijn spel. 'Ik moet je eerlijk vertellen, onsterfelijkheid staat je beeldig.'
      'Bedankt,' glimlach ik een beetje nerveus. In Volterra had ik het idee dat ik een nogal goede band met de Ouden opgebouwd had, althans, met twee van hen, maar nu voelt het weer alsof we helemaal opnieuw begonnen zijn. En ik weet niet of het door mijn gedaanteverandering of nieuwe gave komt. 'Goed, mijn capaciteiten om te leren worden in ieder geval niet meer belemmerd door menselijke dingen zoals eten of slapen. Inmiddels is Italiaans een van de talen waar ik me goed in ontwikkeld heb.'
      'Dat klinkt zalig,' zegt Aro als een opgewonden kind over een snoepje. Hij klapt in zijn handen kijkt één voor één zijn broers aan. Marcus lijkt tevreden, maar Caius heeft zoals altijd een diepe frons en een mond weggetrokken in een grimas. Aro richt zijn ogen op die van mij en bloedrood ontmoet kastanjebruin. 'Nou vertel me, liefste kind, hoe zit het met jagen? Heb je moeite om mensenbloed te weerstaan, of komt het zo natuurlijk tot je zoals het bij onze jonge Bella eens deed?'
      'Ik heb mijn eigen voedingsbron. Momenteel staat ze in de heide die onze achtertuin voor moet stellen,' zeg ik en gebaar naar ergens achter me. Ik slik de brok in mijn keel weg en ik voel hoe mijn hand een bemoedigend kneepje van Demetri ontvangt. 'Met mensenbloed heb ik echter... weinig problemen. Renesmee vormt geen problemen, noch de wolven, al was dat te verwachten.'
      'Mormels,' mompelt Caius met een gezichtsuitdrukking vol afschuw. Caius is onwetend, en niet zo'n klein beetje ook. Hij is één keer aangevallen door een weer[wolf en direct moest de hele soort uitgeroeid worden. Vervolgens denkt hij dat hij met zijn vuile handen ook aan shapeshifters kan komen, die een totaal ander soort voorstellen. Idioot.
      'Dat klinkt meer dan interessant en ik zou er graag meer van willen horen, maar tijd is een schaarste. Zelfs wanneer je eeuwigheid tot je beschikking hebt, dus we moeten ter zake komen,' zegt Aro met ernstige blik in zijn ogen. Zijn blik glijdt van mij, naar Demetri en zijn frons lijkt twee keer zo groot te worden. 'Demetri, vertel op.'
      Ik bekijk Demetri's altijd zo knappe gezicht van onder mijn wimpers. Hij lijkt op het eerste oog niet nerveus, maar dankzij de vele uren die ik met hem gespendeerd heb, ken ik hem waarschijnlijk de beste, op Felix misschien na. In plaats van dat hij Aro direct aankijkt, dwalen zijn ogen telkens naar mij af, of zo lijkt het. Ook zit hij te recht op om zich op zijn gemak te voelen, vampier of niet.
      'Ik wil uit de Wacht. Ik zou het nooit over mijn ondode hart kunnen verkrijgen om de Volturi te verraden, maar ik wil de rest van mijn eeuwige leven met Cara spenderen en dat zal niet mogelijk zijn als ik in dienst ben,' zegt Demetri in één onnodige ademtoog. Zijn ogen zijn strak op Aro gericht, zo nu en dan afwijkend naar Marcus en Caius.
      Als ik een mens zou zijn, zou mijn hart een slag overslaan en waarschijnlijk wel meer dan één. Waar komen die woorden in hemelsnaam vandaan? Ik heb de afgelopen weken zo mijn best gedaan om hem te proberen ontrafelen, om erachter te komen of de gevoelens wederzijds zijn en dan, vanuit het niets, gooit meneer doodleuk op tafel dat hij de rest van zijn eeuwige leven samen met mij wil spenderen? Mijn god, ik denk dat ik de eerste vampier wordt die een black-out krijgt.
      'Dat meen je?' rolt er nogal dommig en dromerig over mijn lippen. Aarzelend versterk ik mijn grip op Demetri's hand, terwijl ik hem zo indringend mogelijk aan probeer te kijken. Ik zou het namelijk totaal niet kunnen waarderen als hij nu een leugen verteld heeft, maar zijn ogen spreken van pure eerlijkheid.
      'Wees niet dom, Cara,' zegt Demetri liefkozend, terwijl hij met zijn duim geruststellende rondjes over de rug van mijn hand draait. Een geheime omhelzing, die niemand anders kan zien. 'Natuurlijk wil ik dat.'

Reageer (3)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen