Foto bij Polliaes

Derde dag
Polly keek verveeld uit de trollenkar. Ze voelde zich nutteloos. Ze zuchtte en draaide, maar er viel geen ontkomen aan. Polly’s hoofd was leeg. Normaal gesproken sprongen de gedachten van hot naar her, maar vandaag… niks. Er was zelfs geen sprankeling meer in haar turquoise ogen, die achter een grauw gordijn van roze haar lagen, te herkennen.
Brûnye was wel in zijn element. Hij had amper een dag geleden de wagen 2x zo snel gemaakt en was intussen alweer bezig met een nieuw plan. IJverig kribbelde hij op een minuscuul stukje perkament. Als al zijn berekeningen klopten, konden zij alle dorpen van het oosterwoud in slechts 5 dagen bezoeken.
Polly liet zich zakken en tuurde naar de lichtpuntjes tussen het bladerdak. Hopelijk zouden ze spoedig in een dorp aankomen Ze wilde met iemand praten. Niet met Brûnye, daarmee kon ze geen gesprek meer bedenken. De trollen waren te druk bezig met rennen. Stilletjes noemde ze de namen van de inwoners van het bos op.
“Wat doe je Polly?”
“Zachial, Nomeriul, Thabosia”
“Polly? Kun je daarmee ophouden?”
Polliaes draaide zich om naar Brûnye; “Ik verveel me”
“Verveel je dan zonder mij te irriteren. Ik werk hier aan een einde van die verveling!”
Polly bedacht dat het beter was haar mond te houden. Eigenlijk wist ze niet dat de kar nog sneller kon. Ze kroop overeind en bestudeerde de tekening. Kennelijk hadden ze lichter hout nodig, dat buigzaam was. Ze had wel eens dat type hout gezien.
“Stop!”, riep Polly tegen de trollen. De trollen legden ietwat chagrijnig de houten trekbalken neer. Als ze nu naar Elstrom gingen, dan konden ze het ontwerp sneller afmaken dan als zij naar Merlwind gingen.

Twee dagen later hobbelde de wagen door de bomen nabij Elstrom. De wind was koud en de zon kwam amper tussen de bladeren door voordat hij verdween. Polliaes wist dat zij goed reden. Ze herkende de bomen en struiken, maar het voelde niet bekend. In haar herinnering was het levendiger. De trollenkar reed steeds trager.
“Misschien kunnen we beter lopen”, fluisterde Polliaes tegen Brûnye. Brûnye was het eens. Hij gaf de trollen sein om te stoppen en stapte uit.
“Dit is de plek toch?”, vroeg Brûnye.
Polliaes keek nog een keer goed om zich heen.
Er waren wat gevallen takken en de bladeren waren donkerder, bijna blauw met paarse gloed. Over de bomen liep pek als bloed. Zelfs de paddenstoelen waren verschrompeld. Onder haar voeten knarsten afgestorven bladeren.
“Dit is de plek, we moeten nog een halve kilometer die kant op, dan komen we bij het dorp.”, bevestigde Polliaes. Ze voegde er fluisterend aan toe; “Misschien weten zij wat er gebeurd is”

Poliaes haar laarzen stapten in stevig tempo door. Zo nu en dan stopte zij, keek zij rond, en liep were verder. Brûnye volgde haar op de voet.
"Waarom blijft het zo akelig stil, Polly?", fluisterde Brûnye voorzichtig. Polliaes durfde hem geen antwoord te geven.






Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen