Hoofdstuk 1 ~ De Boete
De dag van de Boete was de enige vrije dag die we hadden in District 11. Of dat was toch de bedoeling. Om de Donkere Dagen te herdenken hoorde iedereen het werk voor een dag neer te leggen. Desondanks werd ik samen met de rest van mijn ploeg vroeg ‘s ochtends verwacht bij een uitgestrekte boomgaard. In de plaats van uitbundig gezang, klonk die dag enkel het ritmisch inslaan van zeven bijlen als achtergrondmuziek. Een van de mannen neuriede een treurig liedje en stopte dan weer.
“Moet jij je niet mooier kleden voor de Boete?” vroeg Ivo me in een poging de sfeer op te vrolijken. Nash apprecieerde die poging niet echt.
“Je hoeft ons er echt niet aan te herinneren dat zij nog in de Boete zit,” reageerde hij nors.
Ik besloot tussen te komen: “Ik heb nooit bonnen gekocht, het zal wel oké zijn. En na dit jaar ben ik er van af.”
Het bleef doodstil. Ik probeerde mij weer te concentreren op de boom voor mij.
Na een tijdje zei Gus: “Volgens mij had Ivo graag gehad dat Bes een onpraktische jurk zou dragen zodat hij niet meer de traagste van ons zou zijn.”
Dit ontlokte wel wat gelach.
“Dan nog zou ze beter hakken dan jullie allemaal,” zei mijn vader.
“Natuurlijk zeg jij dat, Rowan, het is jouw dochter,” riep Lino van vijf bomen verder.
“Is het waar of niet?” reageerde die.
“Dat is niet eerlijk, zij heeft nog jonge gewrichten,” wierp Ivo tegen.
“En als wij de vredebewakers niet overtuigd hadden dat ze nuttig was voor ons team, had ze nooit zulke spieren kunnen kweken,” vulde Nash aan.
“Oude koeien!” riep ik. “Jullie vergeten hoe waardevol mijn mentale steun was.”
“Natuurlijk, prinsesje,” zei Lino met een overdreven buiging waarbij zijn bijl een gevaarlijke zwaai maakte.
“Als jullie zo bezig blijven, bied ik me straks vrijwillig aan,” lachte ik. Meteen veranderde er iets in de sfeer.
“Maak daar alsjeblieft geen grappen over,” zei mijn vader. Toen werd het weer stil.
Pas na een tijd begon Gus een lied te zingen waarbij de rest een voor een inviel. Zo konden we even doen alsof alles normaal was. Ik was dankbaar voor de afleiding. Ik probeerde er niet bij stil te staan dat er hoe dan ook twee onschuldige kinderen geveld zouden worden die middag, zoals ik er niet bij stil probeerde te staan dat de fruitbomen die wij velden ooit alles betekenden voor ons district.
Eens een boom ziek was, moest hij sterven voor hij de andere besmette, had mijn vader uitgelegd toen we voor het eerst met grote bijlen naar de boomgaard vertrokken waren. Die woorden probeerde ik mij steeds voor te houden.
Toen het tijd was om de bijlen neer te leggen en ons naar het centrale plein te begeven, liepen mijn collega’s achter me aan als een rouwstoet. Na vijf jaar wist ik precies wat er moest gebeuren terwijl ik in de lange rij wachtte totdat het aan mij was om een prikje in mijn vinger te krijgen, waarna ik het plein opgestuurd werd om in het vak bij mijn leeftijdsgenoten te gaan staan.
Vreemd genoeg voelde ik mij enigszins opgewekt zodra ik mij tussen de mensenmassa begaf. Voor mij betekende de Boete een namiddag vrij en een jaarlijks weerzien met de andere meisjes van mijn leeftijd. Overal rondom mij herkende ik de gezichten van kinderen waarmee ik vroeger in de bomen geklommen had om fruit te plukken, die ik niet meer gezien had sinds de vorige Boete omdat ons werk nu werelden uit elkaar lag. Enthousiast zwaaide ik naar het meisje waar ik het vorige jaar naast had gestaan tijdens de Boete. Donkere krullen omringden haar gezicht. Ik baande me een weg naar haar toe.
"Hé, heb je iets anders gedaan met je haar?" Vroeg ik. Ze keek even rond alsof ze een stem uit de hemel hoorde. Toen ze mij zag, lichtte haar gezicht even op.
"Ja, vind je het leuk? Ik heb een half jaar geleden besloten voor een afro te gaan."
"Echt mooi! Maar zit dat niet in de weg als je moet werken?"
"Omg, jij weet dat nog niet. Ik heb afgelopen zomer een ongeval gehad waardoor mijn ene been niet meer mee wil dus hebben ze mij een administratieve job toegewezen."
"Oh wauw. Is het een beetje leuk?"
“Valt wel mee.”
“Ik ben zo blij dat ik je nog eens zie. Anders zou ik dit nooit gehoord hebben.”
"Geen stress voor de Boete?"
"Mijn vader heeft genoeg stress voor ons beiden. En er wonen zo veel kinderen in District 11, wat is de kans dat ik in mijn laatste jaar getrokken word?"
"Tja, als je het zo bekijkt..."
Plots galmde een oorverdovend gepiep over het plein. Het was Vipsania, de escorte van District 11 die iets harder dan nodig leek op de microfoon aan het kloppen was. Dan stopte ze en keek even hulpeloos in het rond alvorens dringend tegen de burgemeester te beginnen fluisteren. Ook al konden we haar niet horen, het was duidelijk dat er een probleem was. Plots galmde haar stem over het plein: "Het kan toch niet dat jullie allemaal zo incapabel zijn. Wil je die arme kinderen nog langer laten wachten?"
Ze keek geschrokken op, waarna ze elegant naar de microfoon trippelde.
"Het lijkt erop dat het probleem opgelost is, mijn excuses daarvoor."
Zoals gewoonlijk trok ze de meisjesnaam als eerste. Wat ik leuk vond aan Vipsania was dat ze er geen spel van maakte om dit zo lang mogelijk te rekken zoals ik andere districtbegeleiders had zien doen. Ze wandelde naar de bol, nam het eerste kaartje dat tussen haar vingers glipte, en keerde terug naar haar microfoon.
"Bes Saunders," klonk het.
De eerste paar seconden drong het niet tot mij door. Toen alle hoofden zich in mijn richting keerden, besefte ik pas dat ík Bes Saunders was. Ik was getrokken voor de Hongerspelen. Een kleine lach ontsnapte mijn lippen. Wat waren de kansen?
Als vanzelf wandelde ik naar voren, het podium op, recht in de armen van Vipsania. Zij omhelsde mij met de woorden: "Ik weet hoe eng dit voor je moet zijn, maar wees gerust, ik zal er alles aan doen om je veilig weer thuis te brengen."
Daarna leidde ze mij naar de microfoon en vroeg om mijn leeftijd.
"Dag Vipsania, ik ben vorige maand 18 geworden," antwoordde ik met een kalmte die haast ongepast voelde. Vipsania zei nog een paar bemoedigende woorden.
"Dankjewel," antwoordde ik, en maakte plaats op het podium voor mijn mede-tribuut.
Opnieuw liep Vipsania rustig naar de bol en terug. Heel het plein hield zijn adem in. Toen klonk de naam: Shawn Percival. Het bleef doodstil. Iedereen wist wie Shawn was, de zoon van Rick Percival, burgemeester van District 11. Dat was een norse man die iedereen een lichte angst inboezemde. Ik had gehoord dat hij in zijn jeugd een echte hartenbreker geweest was, maar die tijden lagen duidelijk ver achter hem. Nu verschenen er barsten in het ijzeren masker van de burgemeester die net nog stoïcijns mijn doodvonnis had aanschouwd.
In het publiek grepen twee vredebewakers Shawn bij beide schouders en dwongen hem naar voren te wandelen. De burgemeester deed zijn best doodstil te blijven staan zoals het protocol voorschreef. Zodra echter tot hem doordrong wat er gebeurde, nam zijn wanhoop de overhand. Hij wandelde in snelle passen op Vipsania af, misschien om het briefje met eigen ogen te zien of te verscheuren, of anders om haar naar de nek te vliegen. Wat zijn plan ook was, hij werd gestopt door de vredebewakers zodra hij in beweging kwam. Zij escorteerden hem zo subtiel als dat lukte het podium af, waarna de Boete verder liep alsof er niets aan de hand was.
Deze hele interventie had slechts enkele seconden geduurd, waardoor Vipsania zichzelf weer bij de les had weten te brengen tegen de tijd dat Shawn het podium bereikte.
Ook hem probeerde ze geruststellend te omhelzen, maar hij ontweek haar en trok meteen zijn mond open.
"Dit is een fout, ik ga helemaal niet naar de Hongerspelen. Ik ben zo goed als een Capitoolbewoner."
"Het spijt me, schatje, ik weet dat dit een hele verrassing moet zijn. Maar we zullen de tijd die je nog hebt zo leuk mogelijk maken," zei Vipsania sussend.
"Nee, je begrijpt het niet. Het kan niet dat mijn naam op dat briefje stond. Heb je het wel goed gelezen?"
"Kom, laten we even doorgaan met de ceremonie, dan leg ik je straks wel uit hoe dit alles werkt." Vipsania praatte nu alsof ze het tegen een baby had. Shawn leek te willen protesteren, maar zij stond alweer bij de microfoon met zijn hand in de hare.
"En, Shawn, vertel ons eens wat over jezelf."
"Iedereen kent mij hier een weet dat ik hier niet hoor te staan. Dat is pas voor wanneer ik mijn vader opvolg."
"Hoe oud ben je, jongen?"
"17."
"Oké, dat is heel goed." Ze draaide zich even van de microfoon naar Shawn en zei: "Zie je wel dat praten door een microfoon niet zo eng is als het lijkt? Je bent heel dapper hoor."
En dan weer in de micro: "Een applaus voor onze fantastische tributen, Bes Saunders en Shawn Percival!"
Een geforceerd applaus volgde.
Niet veel later werden we naar binnen gevoerd door dezelfde vredebewakers die de burgemeester hadden weggebracht. Ik was nog nooit in het stadhuis geweest en had ook niet verwacht het ooit op deze manier te bezichtigen. Shawn probeerde er nog steeds nonchalant uit te zien terwijl we door de grote, lege hallen liepen. Uiteindelijk werden we opgesplitst. Opeens was ik alleen. Het duurde echter niet lang voordat al de mannen van het elfde uur binnenvielen. Zes paar armen sloegen zich tegelijkertijd rond me. Ik werd de lucht in getild alsof ik nog steeds het kleine meisje was dat die eerste keer in het magazijn nergens aan kon.
Een voor een namen ze afscheid met een stevige knuffel en boze, bemoedigende woorden.
"De ploeg zal nooit meer hetzelfde zijn zonder jou."
"Alles hebben ze je vader al afgepakt. Hoe durven ze?"
"Als ik iets jonger was, en een vrouw, had ik je plaats ingenomen."
"Toon ze maar hoe goed jij met een bijl overweg kunt."
"Alsjeblieft, doe je best. Als iemand hier levend uit kan komen, ben jij het. We zullen blijven supporteren."
Met meer verdriet in hun ogen dan ik ooit gezien had wierpen ze een laatste blik op mij, waarna ze een voor een de kamer verlieten om mijn vader een laatste moment alleen met mij te gunnen. Hij zag eruit als een wrak. Zijn woorden klonken gebroken, alsof ze steeds opnieuw stokten in zijn keel.
"Ik wil dat je weet hoe trots ik op je ben, Bes. Zonder jou had ik de dood van je moeder niet overleefd. We gaan je meer missen dan je je kan voorstellen."
Ik vloog weer in zijn armen, wilde hem nooit meer loslaten. Ergens hoopte ik dat hij recht zou staan met mij nog steeds om hem heen geklemd en weg zou wandelen van hier, dat hij me naar veiligheid zou dragen zoals hij dat zo vaak gedaan had wanneer hij me als klein meisje op een hoge tak zette zodat ik niet onder de omvallende boom zou lopen. Maar we hadden weinig tijd. Een vredebewaker wandelde de kamer binnen. Nog even verstevigde ik mijn grip, alvorens met een zucht los te laten. Papa hield mijn schouders vast terwijl hij diep in mijn ogen keek, tranen in de zijne, met trillende stem.
"Dankjewel dat je er was, Bes. Ik hou van je."
"Ik meer van jou."
De deur opende opnieuw, het teken voor mijn vader dat het tijd was om de kamer te verlaten. Hij gaf me een laatste kus op mijn voorhoofd waardoor ik voelde hoe zijn gezicht nat was van de tranen.
Zodra hij de kamer buiten was, kwam Shallot binnengerend. Ze vloog mij meteen om de nek.
“We hebben niet veel tijd. Sorry dat ik je de laatste jaren zo weinig gezien heb,” zei ze.
“Dat is evenveel mijn schuld. Ons werk neemt nu eenmaal veel tijd in beslag,” suste ik.
“Je zal altijd mijn beste vriendin zijn.”
“En jij die van mij.” Daarop voelde ik haar grip verstevigen zodat haar vingertoppen zich diep in mijn rug groeven. Dit voelde als mijn laatste moment van comfort.
Ze liet mij veel te snel weer los.
“Ik heb iets voor je meegebracht,” zei ze.
Uit haar zak kwam een bundeltje vodden tevoorschijn die ze openvouwde om een houtsnijwerkje te tonen in de vorm van een beer. Dat had mijn vader haar gegeven toen ze ontroostbaar was omdat ik met hem houthakker zou worden.
“Je vader zei dat deze beer op jou leek omdat je zo stoer was,” zei ze terwijl ze langzaam haar duim van de kop tot de staart over de nauwkeurig gekerfde vacht liet glijden. Daarna stak ze het beeldje naar me uit en zei:
“Ik denk dat jij het moet meenemen naar het Capitool,”.
Ik had moeite om een antwoord te formuleren, maar nam het aan en vouwde de lappen er weer zorgvuldig omheen voordat ik het beeldje wegstak in mijn zak.
Voor een van ons nog iets kon zeggen, legde de vredebewaker een sterke hand op Shallots schouder om aan te geven dat onze tijd op was. Ze gingen samen naar buiten zodat ik opnieuw alleen achterbleef. Voor het eerst merkte ik hoe diep mijn verdriet was. Ik had nooit een gemakkelijk leven gehad, maar dit was de allereerste keer dat ik nergens een spoortje vreugde kon vinden. De mensen om mij heen hadden mij door elke situatie gedragen met hun vrolijkheid. Zelfs wanneer ik lange dagen moest werken met te weinig voedsel, zelfs toen het enkel mijn vader en ik was, ik had altijd iemand gehad om tegen te praten. Ik had geleerd dat mensen er altijd voor je zijn als je hen toelaat. Maar op dat moment, alleen in het donkere kamertje, de voorkamer van mijn dood, wist ik dat ik waarschijnlijk geen van hen ooit weer zou zien, dat ik geen idee had hoe de mensen aan de andere kant waren en dat ik volledig aan hun genade overgeleverd was. Dit was geen geval van door de dag raken, maar juist het einde van de dag zo lang mogelijk uitstellen. Wat zou een lied helpen in zo'n situatie?
Reageer (1)
Valid wel Ivo, nice try
Maar also awhhh love de dynamiek that's so cute ohno er is iets te verliezen that sucks
Beroepsdistrict: *juicht supportive*
Lol imagine als Meg ooit iets zegt over het afscheid met haar vader dat contrast is bizar
Nou dan ga je mooi kunnen genieten van je laatste weekje, Shawnie!! Have fun!!
Ohmygosh dat is zo cute en valid Bes voelt ook als een beer - een knuffelbeer
Er is iets aan een personage schrijven waar je wel van moet houden, wetende dat ze doodgaat
9 uur geledenShawn gaat tot het laatste moment blijven ontkennen
JA TOCH?
Het is tragisch oef arme baby ik wil helemaal niet dat ze doodgaat
9 uur geledenI love that omg go Shawn keep that ontkenningsfase going
SO CUTE