De volgende dag wordt Rae suf en gedesoriënteerd wakker. Het voelt alsof ze in een andere eeuw wakker is geworden, maar al snel wordt de werkelijkheid duidelijk. Het is de Boetedag.
Zoals gewoonlijk is deze dag zuur. Maar, na zeventien Boetes gezien te hebben en aan
vijf boetes deelgenomen te hebben, ben je het ook op een morbide manier gewend. En, het is niet alsof Rae het niet erger kent. De Boete, en daaropvolgend de Spelen, zijn voor het grooste gedeelte van de teibuten de verzegeling van een dodelijk lot. Toch ligt de werkelijke uitvoering van dat lot verder van Rae’s bed. Ten opzichte van die keer dat Magnus haar de vingers van een oude postbode dwong af te hakken… De oude man, van wie Rae enkel nog weet dat zijn voornaam Volt was, schreeuwde om vergiffenis voor het verraad dat Magnus aan zijn naam had gehangen. Hij bedelde en smeekte dat Magnus loog. Maar Rae wist de consequentie voor vragen stellen. Een les die ze wederom aanhield toen Volt twee weken later verdween. Maar daar leerde ze nog een les: je hoeft geen vragen te stellen om dingen niet te pikken.
Terug naar de Boetes en de Spelen. Rae ziet alles op de schermen. Het zou al een
wonder zijn om dit te ontlopen in de schermenverzadigde omgeving van District 5, en dan is het nog verplicht ook. De Spelen gebeuren wel, en het ze zijn gruwelijk, maar ze zijn niet écht, voor Rae. Ze laat ze niet toe. Noem het naïef, of noem het ontkennig, lieve lezer, maar dan ken je Astraea niet. Het is doorwintering. Acceptatie van de gruwelijkheid van het geheel, maar niet de gemoedwillige acceptatie van de impact die dat zou moeten maken. Woede? Zeker. Verdriet en angst? Nee. Niet van zoiets simpels als beelden op een scherm. Dat is wat ze willen, en ze krijgen al genoeg.
Zelfs bij het vroegtijdig overlijden van klasgenoot Edison. Rouw neemt veel vormen
in. Het is soms een onhandelbare en oneerlijk woeste zee. Maar Rae bouwt een vlot van haat.
Het gaat een stuk gemakkelijker als de de slachtoffers niet kent. Magnus wist dit.
Maar, zoals gewoonlijk, gingen hij en zijn arrogantie te ver. Hij dacht dat zijn greep - en laten we eerlijk zijn, Rae’s hebzucht - verder zouden reiken dan haar morale kompas. Maar voor alles dat haar over de jaren te verwijten is, blijft er toch een greintje integriteit over. Magnus heeft dat gevonden met Volt. En… met zijn nieuwe politieke werkgever. Rae's gedachten blijven opstandig hangen bij de angstkreten van de postbode. Maar ze verhardt zich, en duwt het weg. Mijn hoofd, mijn gedachten.
Op deze Boetedag stelt Rae zich in dat ze gewoon geen bekenden hoeft te zien op dat
podium. Dat zou alles een stuk makkelijker maken. Voor de spiegel in de badkamer gooit ze wat water in haar gezicht. Ze bekijkt de schade. De spiegel vertelt haar geheel verrassend dat ze een ruige nacht gehad lijkt te hebben. De spiegel liegt nooit. Haar haren vallen tot haar kin, en hoewel ze het uit gemakzucht al niet had willen temmen, krijgt ze dat dus ook niet voor elkaar. Dan is dit wat het is. Haar gespleten lip… daar kan ze niks meer aan doen. Met de temperaturen van vandaag is een kort buikshirtje genoeg, maar ze weet al hoe Zinnia haar zou bekijken als ze enkel in zoiets op komt dagen naar de Boete, dus als compromis neemt Rae een lichte flanel mee. Ze hangt hem net om haar arm en wil de badkamer uitlopen. Als ze zich omdraait, ziet ze dat Zinnia haar al aan het bestuderen was.
“Goede look, zus,” klinkt het sarcastisch.
“Fijn compliment, zusje,” bijt Rae terug. Haar zusje is met 17 jaar een jaar jonger, een
oneerlijke kop groter, en lijkt met haar hoekige jukbeenderen meer op hun vader, maar Zinnia en Rae zijn duidelijk verwant. Het bruine haar van Zinnia is een stuk meer getemd dan dat van Rae en ze loopt er per definitie met minder kleerscheuren en blauwe plekken bij.
“De flanel was een goede keus.” Ha, denkt Rae. Ze kent haar zusje dus toch. Ondertussen dwalen de ogen van Zinnia van de gespleten lip van Rae naar haar
armen. Blauwe plekken op de bovenarmen en schaafwonden op de ellebogen. Rae voelt de brandende blik. Ze zou zich nooit kleiner maken voor een ander, maar ze weet wat Zinnia hiervan vindt. De flannel gaat subtiel aan, al doet die niks voor de gespleten lip. Beide meisjes zeggen niks.
“Je weet wel. Anders verbrand je nog,” stuurt Zinnia het gesprek weg van de olifant in de ruimte. Elke andere dag was dit een ander gesprek geworden. Maar de Boete geeft Rae wel een misdaadvrijbrief. Huh. Goed om te weten.
“Ach, dan krijg ik nog eens een kleurtje,” lacht Rae.
“En… ziektes. Waarschijnlijk.”
“Als die ziektes me eerder weten te vinden dan een paar handen om mijn nek, of een mes in mijn buik, leef ik een mooi leven, zusje.”
“Ha. Ha,” spreekt Zinnia zonder vreugde. Er hangt even een gewichtige stilte terwijl Zinnia twijfelt of ze dit gesprek niet tóch aan moet gaan. Maar ze wurmt zich in een knuffel van haar grote voorbeeld. Morgen nieuwe kansen. Rae glimlacht terwijl de overwegend warmere Zinnia haar gezicht verbergt in haar schouder. “Doe je voorzichtig?” mompelt ze zachtjes.
“Altijd.” Het blijft stil terwijl de meiden beiden denken aan de leugen die hier schuilgaat. De klok tikt verder, en ook deze zussen ontkomen niet aan de Boete. Ze vertrekken naar het plein. ‘s Nachts galmden de stappen van Rae nog door deze straat. Nu hoort men niks behalve het grimmige geroezemoes van een tot Boete veroordeelde menigte. Een levende wake waarin iedereen dezelfde bestemming heeft.

Reageer (1)

  • Duendes

    Man ik wil meer over Rae's backstory honestly het klinkt eh wild? En kut
    Maar wel interessant!!

    11 uur geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen