Hoofdstuk 5
Na de Boete wordt Rae het podium afgeleid, het gemeentehuis in. Top. De droombestemming van haar vader. Dat zielige excuus voor een man was zo wanhopig voor macht dat hij de politiek in ging. En zuiver… zuiver was het niet.
Rae heeft wekenlang gewerkt, misschien wel maandenlang. Allemaal voor een man die het Districtsbestuur wilde infiltreren; macht wilde vergaren, aldus Magnus. Rae heeft allerlei klussen gedaan. Geld gestolen. Hier en daar zelfs iemand omgelegd, al zou ze dit niet snel toegeven - zich maar al te bewust van wat Zinnia zou denken. En hoewel Magnus vanuit zijn positie in het Vredebewakerschap dingen onder het tapijt kon schuiven, was het niet verstandig om op de koop te lopen met wat ze allemaal uitspookt. Helemaal niet wanneer dat in essentie moorden zijn.
In de laatste twee weken van haar verkapte dienstverband moest ze papierwerk falsifiëren. Dit was een eitje; het was ooit één van de eerste klussen die ze kreeg. Maar Magnus had niet nagedacht (verrassing), en de naam van de klant was duidelijk te lezen. Normaal is daar niet zoveel mis mee. Zeker niet als je papierwerk falsificeert voor een klant; je komt hun naam toch wel te weten. Dat is zeg maar het hele ding. Nee, de fout van Magnus was dat hij de verkeerde klus, de verkeerde klant, aan Rae had gegeven. Onder verschillende diploma’s moest Rae een handtekening van de universiteit zetten. Net naast die van de “afgestudeerde”, ofwel de klant: haar vader. De grote krullende handtekening van Ruwen Solidspark lijkt haar vanaf het papier uit te lachen. Ze ziet haar vader voor zich. Rae’s bloed begint te koken als ze haar eigen scheve grijns op zijn afschuwelijke gezicht ziet. Beelden flitsen als bliksem door haar gedachten. De klappen die ze heeft gevangen. De andere klappen, die eigenlijk voor Zinnia bedoeld werden, die ze heeft gevangen. De klappen die ze heeft uitgedeeld. Ze had als 13-jarige gehoopt dat het daar zou stoppen. Al snel leerde ze niet uit te gaan van ijdele hoop, en om hardere klappen uit te delen. Vuur met vuur bevechten werkt goed. Rae leert al snel: er zijn geen alternatieven met zo’n vader. Overleving van de sterkste. Dus ze zorgde ervoor dat ze de sterkste werd.
Zo sterk voelt ze zich niet als ze verder het gemeentehuis in wordt gebracht. De Vredebewakers moeten wel denken dat haar benen stuk zijn want ze wordt vastgehouden. Meegetrokken. Dit alles maakt haar chagrijnig en boos. Denken ze dat ze een imbeciel is? Denken ze dat ze te dom is om te realiseren dat het geen zin heeft om nu weg te rennen? Denken ze überhaupt wel? Als haar handen niet achter haar rug werden gehouden met een pijnlijke urgentie, had ze ze echt een flinke hoek verkocht. Asociale klootzakken. Is ze een dier of wat?
Ze wordt nog net niet neergesmeten in een goedkope achterkamer van het gemeentehuis. Er staan twee plastic klapstoelen om een tafel, beide aan hun eigen kant. Als er meer dan één bezoeker wil praten met Rae, zullen er mensen moeten staan. Maar dat zal vast geen probleem zijn, denkt Rae. Een oude rode tafellamp met een geel flikkerende gloeilamp staat op tafel. De kabel ervan leidt naar een aftands stopcontact in de roestoranje bakstenen muur. Deze kamer heeft betere tijden gezien. Rae overigens ook.
De stilte die volgt is niet welkom. Gedachten dringen zich op. Deze zijn ook niet welkom. Iets dat lijkt op angst, of verdriet. Rae doet alsof ze dit niet kent. Het frustreert haar. Nee, het maakt haar woedend. Achtergelaten worden in stilte, nu? Van alles dat ze kunnen doen, zit ze in een muffe oude ruimte? Ze slaat nog net niet haar vuisten en/of hoofd tegen de bakstenen muur als de deur opengaat. Een meisje met een jong gezicht dat net zo goed van Rae had kunnen zijn. Zinnia. Ze is lang geworden. Iets waar Rae te weinig bij stilstaat. De meiden kijken elkaar aan, en hun ogen vullen zich met tranen. Rae slikt ze weg en spant haar kaak. Zinnia komt voorzichtig dichterbij haar zus, die tegen de linkerwand staat. Weer voelt Rae zich een dier in de dierentuin, waar de medewerkers bang voor zijn. Zelfs haar eigen zusje doet voorzichtig. Zinnia steekt haar handen uit. Ze opent haar mond om wat te zeggen. Ze sluit hem weer, afgeleid door de brok in haar keel die ontstaat wanneer de handen van Rae in die van haar sluiten.
“Zusje,” doorbreekt Rae de stilte.
“Zus.” Zinnia krijgt het bijna haar keel niet uit. Het woord klinkt - en is - geforceerd. Dit breekt Rae, en dat weet Zinnia. Ze haalt diep adem en probeert iets. “Wat de fuck was dat net?”
“Pardon?” Zinnia scheldt nooit. Althans, niet vaak. Het is niet dat Rae preuts is (je kan boeken vullen met haar creatieve woordenschat), maar ze verwacht het simpelweg niet van haar kleine schattige zusje. Dus op dit moment staat ze met haar mond vol tanden.
“Je hoort me wel. Wat de fuck was dat net?” herhaalt Zinnia zich, vol passie, en eerlijk gezegd, woede. Rae is bijna trots, en herkent zichzelf in het gezicht van haar fysiek grotere kleine zusje. Ze weet echter ook dat dit niet helemaal de juiste timing is. Het zal Zinnia en haar emotieregulatie niet verder helpen als Rae moederlijk herinneringen op gaat halen en poëtische uitspraken doet over dat kinderen snel groot worden.
“Wat?” Rae heeft de schok van haar scheldende zusje (en de bijkomende trots) inmiddels prima verwerkt, lezer. Het opbrengen van een goed antwoord, daarentegen, is een stuk lastiger. Dus Rae vestigt zich op de makkelijker uit te leggen onwetendheid en verwarring.
“‘Wat?’” herhaalt Zinnia kattig. Ze veinst kalmte en normaliteit. “Oh niks, behalve het hele schoppen, schreeuwen en schelden. Wat gaat er in je om dat je daar aan begint? Ze hadden je neer kunnen schieten!”
“En toch hebben ze dat niet gedaan,” spreekt Rae haar eerste gedachte uit. Je zou haar toch niet van het tegendeel kunnen overtuigen, want feitelijk is het zo dat ze nog leeft en ademt. Zonder eventuele kogelgaten op zak.
“Dus dan is het goed?” De geïrriteerde toon van Zinnia wordt bijna manisch. Rae verwacht dat de jonge vrouw tegenover haar elk moment in hysterisch lachen uit kan breken. Boze Zinnia was eventjes leuk, maar nu maakt het Rae boos.
“En nu is het niet goed dan? Had ik als een braaf lammetje naar de fucking slacht moeten lopen?” Zinnia schrikt van haar boze zus. Rae houdt zich tegenover haar zusje vaak in, maar nu ze dat niet doet, trekt de jongere meid wit weg.
“Het hoeft geen slacht te zijn.” Haar stem wordt ineens klein. Rae is echter al boos, en
een brand is niet zomaar geblust.
“Verander het onderwerp anders even,” snauwt Rae, waarna ze diep ademhaalt. Ze probeert het brandje tóch te blussen. De nadruk ligt, uiteraard, op het woord ‘probeert’. “Je weet dat ik gelijk heb. Je weet dat dit de manier was. Ik ga niet ten onder op hun fucking termen. Deze shit is oneerlijk. Ik ga niet slikken, kruipen en bedelen omdat mevrouw Kubus-Nek Mc-Stopbord-Rok mijn naam uit een bol trekt.”
Zinnia denkt goed na over haar woorden, dus ze valt even stil. Ze probeert ondertussen nog steeds om te gaan met een boze Rae. Voor ieder die niet het beste
paard van stal is, zal uw lieftallige schrijver het even uitspellen, omgaan met een boze Rae blijkt over het algemeen nogal lastig. Zinnia’s ogen glinsteren met vocht. De lucht is elektrisch geladen, terwijl ze een wanhopige poging doet om haar zus aan haar kant te krijgen. “Ik ben bang, Rae.”
“Bang?” vraagt Rae, oprecht verbaasd. Waar zou Zinnia nog angst voor moeten
hebben? Los van alles dat ze heeft gezien… Zinnia weet niet eens dat Rae heeft gezwegen om ervoor te zorgen dat Zinnia haar plek niet hoefde in te nemen.
“Ja, bang. Ik weet niet hoe je het doet.” Zinnia kijkt haar grote zus niet aan, maar kijkt
in plaats daarvan enkel steevast naar de gegoten vloer. “Ik had zo graag woede gevoeld, maar ik kan niet van de daken blèren zoals jij. Ik kan niet vechten of schoppen of slaan. Niks daarvan houdt jou hier.” Haar ogen richten zich op Rae, doordrongen van een rechtvaardigheid. Ze zoekt toch een stukje woede, en ze lijkt iets te vinden. “Ik wil je niet kwijt. Dus je gaat je gedragen. Je houdt je in toom. Geen geschreeuw, gescheld of gekrijs meer.” Krijsen is een beetje lullig. En zo erg was het ook allemaal niet, denkt Rae. En dat zal ze even gaan zeggen tegen haar zusje ook.
“Maar-”
“Smoel dicht, Rae,” onderbreekt Zinnia haar hard. Wow. Oké. Rustig. “Geen gemaar. Je snijdt jezelf in de vingers,” Vingers. Een beeld van Volt flitst bij Rae langs, maar Zinnia merkt niks. “als je zo doorgaat. Dus, je gaat je gedragen,” herhaalt Zinnia streng en moederlijk, tot grote ergernis van Rae.
“Ik gedraag me hoe ik wil, Zin.”
“Want dat werkt tot nu toe zo goed,” bijt ze terug. “Geweld is niet de oplossing.” Deze meid is echt niet oké. Ze moet haar eigen zaakjes maar op orde gaan stellen als ze er zo van overtuigd is dat bomen knuffelen het antwoord is.
“Luister, als je liever zelf met pa dealt dan mag je je gang gaan hoor. Ga lekker naar huis. Kijk hoe het zonder me gaat. Ga jij maar eens zien hoe papalief reageert op vrede en knuffels.” De meiden weten beiden hoe hun vader daarop reageert. Niet best. Zinnia staat hier echter niet bij stil. Ze valt Rae aan: “Je lijkt op hem.” Haar woorden steken harder dan welk mes dan ook. Elke klap die Rae de afgelopen week heeft gehad verlept ten opzichte van dit verraad.
“Wát?”
“Er is niks mis met je oren, Rae. Ik ga mezelf niet elke vijf zinnen herhalen. Je. Lijkt. Op. Papa. Net zo koppig en eigenwijs.”
Rae grijpt haar zusje bij de kraag en duwt haar ruw tegen de muur. Zinnia’s hoofd komt met een “tok!” tegen de muur. Ze ademt snel, en haar ogen worden wijd. Rae spuwt haar woorden als een vlammenwerper, brandend en dreigend, maar niet veel luider dan een fluister. “Dit is wat we gaan doen, zusje. Je gaat je bek houden. Je zegt nooit meer zoiets, en als ik ook maar de indruk krijg dat je het durft te denken dan weet ik je te vinden. Je houdt je muil als het gaat om mijn gedrag. Wat er wel en niet kan, dat bepaal ik fucking zelf. Moet ik je eraan herinneren hoe jij van papa bent afgekomen? Hé?” Ze duwt haar zusje harder tegen de muur. “Want volgens mij is iemand mij en mijn “gedrag” een flink bedankje schuldig. Een serenade doet ten onder. Kom van dat verdomde hoge paard af, met je idealistische vredelievende moraalridderij."
“Doe… normaal…” hijgt Zinnia. Rae lacht vreugdeloos en vernauwt haar ogen.
“Ik doe hartstikke nor-” Ze wordt onderbroken door een trap in haar maag. De lucht verlaat haar longen en ze struikelt naar achteren, waar ze nogmaals struikelt. Ditmaal over een tafel. Half liggend op deze tafel hapt ze naar adem. Zinnia staat nog steeds tegen de wand. Ze begint snikkend en huilend te schokken terwijl ze op de grond in een hoopje verdriet zakt. Rae bevriest. Zinnia ging te ver, maar zou er een kans zijn dat Rae zelf ook te ver is gegaan? Even blijft Rae staan. De woede is te groot, en wint van verdriet of schuldgevoel. Winnen is fijn. Haar zusje heeft klaarblijkelijk veel pijn. Rae haalt diep adem. De woedende spanning krijgt ze niet uit haar lichaam, maar ze loopt wel naar haar zusje toe.
“Zusje…” Ze pakt haar handen, maar Zinnia deinst in eerste instantie weg van de aanraking. Ze schrikt van zichzelf maar als een dans die ze al jaren op hetzelfde nummer doen, smelten de zussen in elkaars omhelzing. De omhelzing haalt de kracht uit Zinnia, en ook wat hardheid verdwijnt uit Rae. Ze houdt zich groot, ook om Zinnia overeind te houden, die nog net niet in elkaar zakt. Al omhelzend begeleidt Rae haar zusje naar de tafel. Beide meiden gaan erop zitten. Rae in kleermakerszit, kijkend naar haar zusje, en Zinnia met haar rug naar de deur en benen van de tafel bungelend. De meiden houden elkaars handen vast. Er blijkt dus toch geen nut voor de twee stoelen in de ruimte. De tafel zit beter. Zinnia huilt. Er hangt een tikkende klok aan de muur. Het is verder stil.
Rae wil een sorry overbrengen zonder dat ze sorry hoeft te zeggen. Ze haat het woord, en ze heeft daarbij het gevoel dat één simpel woord niet zoveel uithaalt als je net je zusje hebt bedreigd. Maar Zinnia heeft haar hand vast. Ze knijpt. Zinnia kent Rae. Ze kent haar haat voor het woord sorry. Ze kent haar haat voor hun vader - sterker nog, ze deelt hem. Zinnia weet dondersgoed wat ze deed toen ze hen vergeleek. Ze weet dat dat Rae raakt. Ze wil soms gewoon doordringen tot haar grotere zus. Al is het maar met pijn. Het is goed om te weten dat er nog iemand thuis is.
Het duurt enkele minuten voor Zinnia haar hoofd laat zakken in het schoot van haar zus. Het duurt nog een paar minuten voordat ze de stilte eindelijk doorbreekt. “Blijf je veilig?”
“Altijd,” belooft Rae. Zinnia wantrouwt deze belofte - en waarschijnlijk terecht.
“... Maar deze keer echt?”
“Ik doe mijn best,” zegt Rae, haar schouders ophalend.
“Rae,” smeekt Zinnia bijna.
“Ja, zusje.” Rae wil er allemaal een grapje van maken. Ze weet echter ook hoeveel waarde Zinnia hieraan hecht. Niet alles is een grapje (maar wel veel). Deze belofte wil ze binnen laten komen. “Ik doe wat ik kan. Ik kom terug, en ik red je van papa. Ik red je van alles. Fuck it, ik ga niet eens weg. Ik ben bij je. In je hart.” Shit, denkt Rae. Ik wil haar iets geven. Iets waardoor ik écht bij haar blijf. Ze haalt een simpele zilverkleurige oorring uit haar linkeroor. Haar rechteroor heeft de tweeling van deze één centimeter brede oorring nog in. De dikke ring heeft een paar decoratief ingeslagen deuken, waardoor het een excentrieke maar stoere uitstaling heeft. Ze duwt de oorring die ze heeft verwijderd in de hand van haar zusje. “Zo. Met mijn oorsmeer er nog aan.”
“Gatver. Hoe komt je oorsmeer ook op je oorbel?” Zinnia staart met wijde ogen naar haar zus, dan naar haar hand, en dan weer naar haar zus.
“Niet teveel vragen stellen als je het antwoord niet wil weten.”
“Gatver,” zegt Zinnia. Maar ze lacht. Het is alsof er nooit wat gebeurd is. De zussen zijn binnen een oogopslag weer wat ze altijd waren, zoals alleen zussen dat kunnen.
“Hey, anders geef je hem terug hoor. Ik ga nu een Arena in met een asymmetrisch oorbellensetje.” Rae zet een pruillip op, maar het ziet er niet uit. Haar gezicht is er niet een voor het zilveren doek.
“Asymmetrisch is cool. Maar waar moet je oorsmeer nu heen, als het niet je oorbel is?”
“Nu je het zegt. Ik wil hem terug.” Rae grijpt naar haar zusje, die overeind schiet om haar schat te beschermen. Na een seconde of twee geeft Rae al op. Ze trekt haar zusje terug op schoot. Ze wil nog even samen zijn. Even klein zijn. Gewoon even.
“Te laat. Hij is van mij. Ik koester hem, én je oorsmeer.” Zinnia valt even stil. Rae drukt een kus op de hand van Zinnia die de oorbel vast heeft. “Bedankt,” zegt Zinnia. Ze meent het.
Reageer (1)
En Meg maar denken dat zij goed voorbereid was op de Spelen oh well
Is het afscheid?? Is het verhoor?? Wellicht allebei???
Love it
De ruzie is echt wel intens man OEF pijnlijk en eh also valid. En deze quote is absoluut niet eentje die dat het meeste laat zien, maar deze is wel echt fucking funny en die moest ik even highlighten
HAHAHA REAL
Nee maar also dit is zo zielig shit man nooo oh baby's 10 uur geleden