Ik keek uit over het spelbord. Ik staarde mijn tegenspelers één voor één kil aan, en mijn besluit stond vast. Ik wist wat zij van plan waren: wereldoverheersing. Mij overheersen. Maar wat ik van plan was? Iets veel gewelddadigers. Ik zou ze zo hard raken, dat ze dit spel nooit meer durfden te spelen. Ik gooide de dobbelsteen en wees een land aan.
Als jongetje droomde ik er al van dat ik de wereld overheerste. Samen met mijn maatjes sloot ik me urenlang op in mijn torenkamer, waar we altijd hetzelfde spelletje speelden, zelfbedacht en zelfgemaakt. We noemden het Risk, een spel waarbij het de bedoeling was zoveel mogelijk landen te veroveren en de wereld te overheersen. De veldslagen werden gespeeld door middel van een dobbelsteen. Je hele Rijk hing af van het toeval van de worp- hoeveel ogen zou je gooien? Zo beschouwde ik het leven ook: een toevalsspelletje. En als je verloor, dan had je pech, maar je kon altijd overnieuw beginnen. Toch?
Veel hoefde ik er niet over na te denken, aangezien ik altijd de beste was. Ik gooide altijd het hoogste, en daarmee won ik altijd ons spelletje. Ik won zo vaak dat op een gegeven moment mijn vriendjes niet meer wilden spelen. Zij waren er niet zo bezeten van als ik; ze vonden het leuk tijdverdrijf, maar liever speelden ze met houten zwaardjes of kasteelveroveraartje. Het ging hen niet om macht, en op een gegeven moment groeiden we uit elkaar.
Rond mijn vijftiende begon ik meer naar mijn vader toe te trekken: ik was nu op leeftijd om ten strijde te trekken, en mijn vader had de hoogste positie in het leger van Ardia. Hij was al oud, en tegen de tijd dat ik twintig was stierf hij. Dit was een enorme schok voor mij: het betekende dat ik vanaf nu het leger moest leiden.
Onzeker, maar trots nam ik de taak op mij en algauw kwam mijn eerste veldslag. Niemand wist dat het ook de laatste zou zijn... de nacht voordat wij ons buurland Dargona binnen zouden vallen, kwam hun koning naar mijn kasteel toe. Hij smeekte me op mijn blote knieën of ik zijn armoedige land, al getroffen door zware weersomstandigheden en mislukte oogsten, niet wilde aanvallen, bang dat het de laatste klap voor zijn Rijk zou zijn. Ik zag het leven echter nog steeds als een spelletje: had hij niets te bieden, dan zou ik alsnog de dobbelsteen werpen. Hij beloofde me al zijn rijkdommen, zijn erfgoed, zelfs zijn bloedmooie dochter.
En toen ik zijn dochter voor het eerst zag, opende zich een nieuwe wereld voor mijn ogen: eentje waar ik hardwerkende boer zou zijn, met een mooie boerderij, drie kinderen, een hond en een liefhebbende vrouw, alles wat ik wilde. Diezelfde nacht nog vluchtte ik samen met Armania het land uit. Samen doken we onder en ik liet het commando achter aan mijn jeugdvriend, Draconis, met als laatste opdracht Dargona niet aan te vallen. Tot mijn grote spijt heeft Draconis het hele land met de grond gelijk gemaakt.
Armania en ik hebben tot nu toe verborgen weten te blijven. Nu ben ik een gebroken oude man die nauwelijks nog vooruit kan komen, en een dezer dagen zal de Dood mij halen. Ik kijk terug op mijn leven, maar ik heb geen spijt: trots ben ik niet op wat ik heb gedaan, maar voor mij en Armania was het de beste keuze.
Één laatste keer gooi ik nog de dobbelsteen. Angstig zie ik hoe de vlakjes uiteindelijk beiden op 1 uitkomen. Ik kijk naar mijn tegenstander, die met een valse grijns twee keer 6 gooit. Ik heb verloren.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen