Foto bij Life ain't fair. 12*

Zo vreselijk tragisch...

Pfft. Mijn leven is een groot ongeluk.
Ik meen het. ><
Aaargh. En God, ik wil een papa! Bij voorkeur Ewan McGregor, want die gaat zeker weten Baseball met mij spelen.
Alsjeblieft. )':
Wat een kutwereld.

En deze keer heb ik niemand behalve de voormalige Dreamcatcher gewaarschuwd (ben haar huidige naam vergeten) want ik ben niet in de stemming.
Godverdomme. ><

Mededeling: Professor Stronk is ziek en wordt vervangd door Professor Snape.
Nou eigenlijk was ik vergeten wat Snape gaf, als ik eerlijk moet zijn.
Vandaar (‘:


Veel te luid stapten ik, Naomy en Alisson het kledingwinkel binnen. We hadden al een ontelbaar aantal tassen aan onze armen hangen vol met kleren, hoedjes, schoenen en accessoires, dus enig geluid vermijden tijdens ons gezamenlijke binnenval door het smalle deurtje was onmogelijk en iedereen keek onze kant op toen we eigenlijk wel en gezond binnenstonden.
Ik ging naar de rekjes met jurkjes en zocht naar een model dat ik ooit eens in een etalage zag staan, maar vond het niet. Toen liep ik terug naar de meisjes en kwam langs de paskamers toen ik ineens het ontwerp waar ik zo vast naar zocht zag aan een meisje die goedkeurend stond te kijken naar haar spiegelbeeld. Het was Hermelien. En ik moest toegeven, het stond haar fantastisch. Werkelijk, mooier dan in de etalage, en het zou mij niet mooier kunnen staan. Het was zwart en omhullend en heel sexy en het stond Hermelien prachtig.
‘Wat prachtig.’ Mompelde ik ongecontroleerd.
Ik zag hoe Hermelien zich met een ruk omdraaide en hoe haar gezicht verstrakte toen ze mij voor zich zag.
Ik glimlachte vriendelijk en zei dat het haar echt fantastisch stond.
Ze keek me toen verlegen aan en mompelde een ‘Dank je’ toen Naomy en Alisson opeens naast me konden staan en van plan waren alweer eens iets wereldschokkends te vertellen, maar toen zagen ze Hermelien en deden hun monden een paar keer open en dicht als twee vissen op het droge.
‘Alles in orde meiden?’ vroeg ik spottend.
Ze besteedden helemaal geen aandacht naar me en gingen naar Hermelien toe om te zeggen hoe mooi ze er wel niet uit zag en wat ze daar deed, en hoe ze het maakte en hoe het op school was, enzovoort.
Ik glimlachte bij het idee dat we misschien de enige Zwadderaars waren die Hermelien ooit een complimentje hebben gegeven.
Ik bewonderde haar. Ze was een mooi meisje en ze was slim. O ja, ze was heel slim. En iedereen was er heel jaloers om. En hoewel ik twee jaar jonger was dan zij, hadden we samen Waarzeggerij. Ik mocht twee klassen overslaan daarvoor, dus ik zat in haar groep en ik zag haar best vaak, maar ik heb nooit echt eens met haar kunnen praten.
Hetgeen wat Naomy en Alisson nu deden als twee struisvogels die zich vol hebben gegoten met cafeine. Ik besloot me erbij te voegen.

Hermelien kocht de jurk, de meisjes kochten beiden ook iets en ik kocht niets. Ik had al genoeg gewinkeld en wou even langs de boekwinkel wanneer de meisjes samen met Hermelien terug naar huis gingen.

Ik kocht de nieuwste roman van Julie Garwood en ging naar huis. Het begon te schemeren terwijl ik genietend van de avond en het mooie weer op mijn gemak naar huis liep.
Halverwege zag ik een eindje verderop een klein gedaante aan de kant van de weg zitten. Toen ik dichterbij kwam zag ik dat het een klein jongetje van zeven, acht jaar ongeveer was. Zijn kleren waren gescheurd en hij zag er bevuild uit. Ik begon me zorgen te maken. Een klein kind en die daarboven op er nog zo bij liep moest hier niet zijn maar thuis, veilig in zijn bedje.
Voorzichtig kwam ik dichterbij.
‘He, knul. Wat doe je hier nog zo laat?’
Geschrokken sprong de jongen op en keek me met grote ogen aan.
‘Niets, ma’am!’
‘Hee! Niet weglopen.’ ik nam hem bij zijn arm toen die aanstalten maakte om weg te lopen. ‘Waar zijn je ouders?’
‘Da wee ‘k ni, ma’am! Vo’ zover ‘k ‘t wee, ‘eb ‘k geen ouders!’
Ik was weliswaar geschokt, behoorlijk geschokt. ‘Waar woon je dan? Je moet toch een huis hebben?’
‘O, ma’ natuurlijk ma’am! Natuurlijk! ‘K ‘eb ‘n huis, aan ‘t haavn! Ja, daar woon ‘k.’ En hij knikte overtuigd. Maar hoe overtuigd hij maar mocht zijn, ik was nog steeds bezorgd.
‘Waarom, waarom loop je er dan zo bij? Waarom zijn je kleren zo gescheurd? En praat niet alsof je al heel je leven een boer bent geweest. Wat zal je voogd daar wel niet van zeggen?’
‘Me voogd? Ma’am, ik mag blij zin as ‘k nog kleren ‘eb! Ziet u, we zin niet almaal zo hoff’lijk en beschaafd en v’ral rijk zoals u, ma’am. En as ‘k na geen boer ben gweest, dan wel ’n dief of ’n dakloze. ‘K zou blij zin as ‘k ’n boer was!’ Het jongetje keek mij hoofdschuddend aan.
‘Ik snap het... Heb je honger?’
‘Of ik honger ‘eb? Maar ik ‘eb altij’ honger, ma’am!’
‘Oh, wel. Kom dan mee, ik zal eten voor je kopen. Kom.’ Ik stak mijn hand uit en hij legde de zijne erin: ‘Maar ma’am! ‘Oe kan ‘k daar na ‘Nee’ oep zeggn?’ De jongeman was tot zijn oren blij toen hij hoorde wat ik van plan was.
We gingen naar de markt, die al bijna ging sluiten en ik kocht hem alles waar hij maar zin in had. Hij was acht jaar oud. Het was moeilijk om te schatten vanwege zijn magere gestalte die hij kreeg de dagen die hij met honger als zijn gezel moest doorstaan. Hij zag er jonger uit dan hij was, maar tegelijkertijd veel ouder. Ik begreep het wel, hij moest al op zo’n vroege leeftijd leren te overleven, het deed pijn om een kind zo te zien lijden, hoewel hij er op het moment best gelukkig eruit zag.
‘Hier, nog wat geld voor je.’ Hij stak zijn hand uit om het rolletje vol briefjes te pakken, maar ik hield het buiten zijn bereik.
‘Maar ma’am? Wa doet u na? Krijg ‘k ‘et geld na nog of nie?’ riep de jongen ontzet.
‘Natuurlijk. Maar zeg me eerst je naam.’
‘Johnny! ‘K heet Johnny! Maar ma’am, alstublief!’ hij sprong even rond om mij in de hoop het geld te kunnen pakken, maar ik was veel langer dan hij.
‘Ik heet Astoria.’
Hij stond even stil. ‘Da’s ’n mooie naam!’
‘Dank je. Nou. Voor ik je het geld geef, moet je me beloven dat je hier niets slechts mee gaat kopen. Je snapt wel wat ik bedoel.’ Afwachtend keek ik hem aan.
‘Okeeee. ‘K snap wa u bedoelt, ma’am. Maar ‘k rook nie en drink oek nie. ‘K heb alleen honger.’ Hij keek me wanhopig aan en ik besloot hem niet meer zo te treiteren.
Ik gaf hem het geld en beval hem voorzichtig te zijn. Toen namen we afscheid en vertrokken ieder ons eigen kant op. Ik naar de rustvolle, zorgeloze, feestachtige hoge kringen en hij naar het gevaarlijke haven.
Het liefst had ik hem gewoon meegenomen, maar hij wees het standvastig af.

En zo liep ik verder naar huis nadenkend over het vreemde ontmoeting en over het zin van het leven.
Ik wil niet suicidaal of zo klinken, maar oneerlijk is het als er mensen niets moeten doen voor een goed leven te hebben terwijl er mensen zich blauw moeten werken voor een kruimeltje op hun bord.

Reageer (13)

  • gumbie

    verder gaan is super goed

    1 decennium geleden
  • Milkshakeee

    Aaahw, wat is ze vriendelijk (:
    Snel verder^^
    xx'

    1 decennium geleden
  • mOoNx

    snel verder

    -xx-

    1 decennium geleden
  • ladygaygay

    verderr (flower)

    1 decennium geleden
  • Incerto

    snel verder !!!

    xx

    1 decennium geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen