Foto bij Abby

Hoofdstuk één.

Het was alsof alle mensen haast hadden. Alle mensen, behalve ik. Iedereen stond geïrriteerd naar het stoplicht te kijken, behalve ik. Wat maakte het nou uit dat dat ding wat langer op rood stond dan normaal? Ik had alle tijd van de wereld, maar dat gold bijna voor niemand.
Misschien was ik een uitzondering ofzo. Nu vraag je je vast af hoe deze uitzondering heet. Nou, ik heet Abigail en ik had alle tijd van de wereld. Maar volgens mij had ik dat al verteld.
“Er is vast iets mis met dat verdomde stoplicht”, bromde een man naast me. Hij zag er netjes uit, zo chic in pak. Vast een zakenman die op weg was naar een vergadering. In tegenstelling tot mij, moest hij ergens heen. Ik niet, ik was alleen maar op weg naar huis.
“Er zijn gewoon veel auto's vandaag”, zei ik nuchter, en ik wees de man op de overvolle weg. Auto's in alle soorten en maten kwamen langs, met steeds weer verschillende mensen erin.
“Bedankt dat je me er even op wijst”, bromde de man, en hij staarde weer ongeduldig naar het stoplicht. Nou zeg, een beetje aardiger mag ook wel, dacht ik gepikeerd, en ik staarde naar de zijkant van zijn hoofd, dat ook al behoorlijk dik was. Ach ja, misschien had de man wel een erg hectisch leven, en kwam hij om in de stress. Of misschien lag zijn hond op sterven of had hij vervelende kinderen die hij niet aankon. Misschien lag hij wel in een moeilijke scheiding en moest hij extra hard werken om zijn kinderen te onderhouden. Of.. misschien was hij gewoon chagrijnig en had hij zijn dag niet.
Oh sorry, ik droomde weg, maar dat deed ik nou eenmaal graag, dromen. Mijn vader zei vaak dat ik het dromen van mijn opa heb. Ikzelf wist het niet, ik bedacht gewoon graag dingen over andere mensen.
“Eindelijk!”, hoorde ik van alle kanten. Daaruit kon ik afleiden dat het stoplicht op groen was gesprongen. Alle mensen kwamen tegelijk in beweging, en ik voelde me net een propje. Ik werd meegevoerd met de menigte, die strak tegen elkaar het zebrapad in een snel tempo overstaken. Gewillig liet ik me meevoeren. Bijna hoefde ik niet te lopen. Dat deed ik toch maar, want anders zou ik vallen.
Toen ik aan de overkant was, keek ik even in een etalage van een winkel, die mijn aandacht voor een paar seconde wist te trekken. Daarna draaide ik me weer om, en begon richting huis te lopen. Toen ik nog maar net de stad uit was, werd mijn aandacht weer door iets anders getrokken. Dit keer was het iets bijzonders, of eerder iets schokkends. Daar in het gras, tussen de pollen en bloemen, lag een jongen. Zijn rug ging snel op en neer, en zijn schouders schokten. Met een schok besefte ik dat de jongen huilde.

Reageer (3)

  • Jaeger

    Lijkt me leuk verhaal. Nieuwe abo erbij <3

    1 decennium geleden
  • Relax

    Hé, ik kan me herinneren hoe een mooi verhaal ik dat altijd vond dus lees ik dat graag weer. En ik ben het eigenlijk ook een beetje vergeten hoe het ging. ;x Ellie Goulding op het prentje vind ik wel leuk. (cat)

    1 decennium geleden
  • RLens

    oh joepie joepie ze staan er weer op! Nu ga ik er zeker elke dag een paar hoofdstukken van lezen XD
    dankje! x

    1 decennium geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen