Foto bij HS 6

Ik staar naar de honderden lichtjes die de stad onder me verlichten. Een zachte streling aan mijn rechterhand haalt me uit mijn fantasiewereld. Heel voorzichtig draai ik mij hoofd, uit angst om de aangename stilte te verbreken. Een donkere gedaante staat onbewegelijk naast me. Haar gezicht is naar de andere kant gedraaid, maar ik weet meteen wie ze is. Het gevoel van haar hand die in de mijne rust, herken ik meteen. Een glimlach verschijnt om mijn lippen, maar die verdwijnt even snel als hij gekomen is wanneer Rika haar hoofd naar me toe draait. Donkere, zwarte lijnen lopen over haar wangen en haar ogen zien rood van de tranen. De blik in haar ogen heb ik nog nooit eerder gezien. Ze lijkt angstig. Weifelend stapt ze een beetje achteruit. Dan pas zie ik de grote, zwarte vleugels, die uit haar schouderbladen ontspruiten. De vleugels zijn prachtig. Ze lijken zo breekbaar en stevig, gevaarlijk en comfortabel, mooi en angstaanjagend tegelijk. Ik verschiet zo hard dat ik een stap achteruit zet. De stap blijkt te groot wanneer ik geen ondergrond meer voel. Schreeuwend om hulp val ik naar beneden. De donkere engel verschijnt over de dakrand. Even hoop ik dat ze me komt redden, maar dan draait Rika haar rug naar me toe. De donkere straat nadert razendsnel. Net voor de dodelijk klap op de grond, schrik ik wakker. Badend in het zweet zit ik rechtop in mijn bed. De tranen lopen over mijn gezicht. Ik probeer mezelf te kalmeren en terug in te slapen, maar mijn gedachten spelen te luid in mijn hoofd. Ik denk aan Rika, zoals ze echt is en zoals in mijn droom.

Rika komt meteen naar me toegelopen als ze op school arriveert. Ik kan het niet laten om weer aan de donkere engel te denken. Wanneer Rika me omhelst, voel ik mijn hart als een gek tekeer gaan. Ik verken de speelplaats, maar Carlos is nergens te bespeuren. Ik herinner me die ene dag dat Rika ziek was en ik zonder moeite met Carlos kon praten. De gedachte dat Rika, en niet Carlos, de reden is van de hartkloppingen doorkruist even mijn hoofd. Ik schud die onzin er snel weer uit. Terwijl ik in gedachten verzonken was, is iedereen al gaan zitten. Omdat er geen plaats meer is op de bank, ga ik achter Rika staan en sla ik mijn armen om haar heen. Opnieuw lijkt mijn hart uit mijn borstkas te bonzen. Dit keer merkt Rika het op. Gelukkig vraagt ze er niet over door. Jules en Rhen daarentegen verkeren wel in een plaagbui.

“Twintig centimeter afstand,” krijst Jules plots.
“Dat geldt ook voor lesbiennes,” vervolgt Rhen.
“Zwijg nu is over ons,” antwoord ik geërgerd.

Jules en Rhen kijken me verbaasd aan. Ze hadden nooit een antwoord van me verwacht. Maar ik ben even verbaasd als hen. Wanneer Rika me vervolgens knuffelt om me te kalmeren, doorkruist diezelfde gedachte als daarnet opnieuw mijn hoofd en besef ik dat het geen onzin is.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen