Foto bij 9. The Hogwarts Express

“Perron 9 3/4, perron 9 3/4.” Molly haast haar met het karretje van Ginny naar de muur tussen perron negen en tien. De hele groep blijft even voor de lege muur staan, maar dat duurt niet lang. Fred zet hem klaar en loopt dan op de muur af waarin hij plots verdwijnt. “Waar is hij nu naartoe?” Verbaasd blijf ik recht voor me staren naar de plaats waar Fred zojuist ingelopen is. “Het is een geheime doorgang naar de Zweinsteins Express.” “Zien de dreuzels ons dan niet?” “Ze zijn te druk met hun eigen leven en de trein die ze moeten halen.” Harry grinnikt en gaat verder: “Eigenlijk zien ze ons gewoon niet omdat vanaf we beslissen om door de muur te lopen onzichtbaar voor hen worden.” Ik knik begrijpend en wacht tot ik voorlaatste ben, vlak voor Harry. Ik moet toegeven dat ik eigenlijk wel bang was op het moment dat ik voor de muur stond. “Komaan Dawn, je kunt het.” Hij legt zijn hand tegen mijn schouder en geeft me dan een klein duwtje zodat ik half over mijn eigen voeten struikel. “Dankje. En ja, ik ga wel.” Ik plaats mijn rechtervoet achter en duw me daarmee af om wat snelheid te halen. Aan de andere kant staat een hele mooie stoomtrein ongeduldig te wachten. Wanneer Harry als laatste door de muur komt, laden we allemaal al onze bagage op en nemen afscheid van Meneer en Mevrouw Wemel. “We zullen jullie missen. Zorg goed voor jezelf en elkaar!” Mevrouw Wemel loopt nog mee met de vertrekkende trein en geeft iedereen nog een werphandkusje. “Ik ben zo enthousiast, echt waar.” Iedereen begint te lachen door mijn overdreven uitspraak, waarna we met zijn alleen een coupe gaan zoeken. “Wij gaan bij onze leeftijd zitten. Doei.” Fred geeft Ron nog een tik tegen zijn achterhoofd en loopt dan samen met George weg.

“Laten we daar gaan zitten.” Ginny trekt me mee een coupe in, waardoor de rest gewoon volgt. “Willen jullie wat om te eten?” Een oudere dame schuift de deur open en toont haar karretje vol met lekkers. Iedereen knikt van nee, maar toch koop ik een doosje vol smekkies in alle smaken. “Klop klop, mogen we erbij komen zitten? Er is nergens anders plaats.” “Natuurlijk Marcel.” Een ietwat dikkere jongen en een meisje met lange blonde haren komen ook bij ons in de coupe zitten, die nu wel wat overvol zit. - Ginny, Ron, Harry, Ik, Marcel, Hermelien en Loena. - En daar kwam nog eens bij dat Draco ons ook kwam storen. “Wat een hoopje losers bij elkaar, gezellig zeg. Trouwens Dawn, geen zin om bij ons te komen zitten?” Ik kijk hem boos aan en richt me dan tot de anderen met een lief, onschuldig gezicht. “Elkaar al leren kennen neem ik aan?” Ginny draait haar gezicht van me weg en blijft stil naar buiten staren. “Oké, ja. Ik ben een keer s’nachts naar de heuvel geweest om hem te zien. Is dat zo erg dan?!” Ik sta op en loop met tranen in mijn ogen mee met Draco, of nog niet. Huilend blijf ik in de gang achter, enkele meters van mijn coupe en op enkele meters van Draco’s coupe. Zo even tussen beiden in. “Kom op nou, je staat toch niet te huilen voor dat stelletje?” “Het zijn mijn vrienden, Draco! Het is niet omdat ik nu even met je ben meegelopen dat ik niets meer van hen moet weten.” “De vraag is of dat zij wel nog iets van jou moeten hebben.” “Dat zou je wel willen.” Ik geef hem een por in zijn maag en val een klein beetje naar voor. Mijn gezicht was nu op enkele centimeters van het zijne. Zijn warme, regelmatige adem doet me huiveren, waardoor ik automatisch weer een stapje naar achteren doe. “Je bent een mooie meid, Dawn. Verspeel je tijd niet aan zo’n losers.” Hij legt het plukje haar dat voor mijn ogen was gevallen, achter mijn oor en kust me dan voorzichtig. Op een manier die moeilijk te beschrijven is; vol passie, terughoudend, maar toch gewild. Hij knijpt voorzichtig in mijn wijsvinger en loopt dan van me weg. “Waarom hem?” Geschrokken draai ik me om en zie Fred met boze ogen naar me kijken. “Hij is een Malfidus, zit bij Zwadderich en heeft ego waar geen eind aan komt.” “Het spijt me.” Mijn blik wendt ik af naar de grond, maar wordt algauw weer op Freds ooghoogte gebracht doordat zijn hand mijn kin naar boven duwt. Meteen kijk ik naar zijn glinsterende ogen en zijn grote glimlach. “Je doet maar.” Hij draait zich om en loopt van me weg, net zoals Draco deed, maar minder zelfingenomen en met een grappige huppel in zijn pas.

Mijn gedachten razen als een trein, maar ik beslis toch om terug te keren naar Harry en de rest. Ik kom nog maar pas de coupe binnen wanneer iedereen al hun mond open doet. "Dawn, het spijt ons. Je kan nog niet zoals ons weten hoe hij echt in elkaar zit.” Ik veeg de rest van de tranen van mijn wangen en tover een kleine glimlach tevoorschijn. “Ginny...?” Ron heeft haar een por in haar zij waardoor ze opkijkt recht in mijn ogen. “Oké, het spijt me dat ik zo gereageerd heb, maar het is nog niet vergeven.” “Dankje.” Ik plaats me tussen haar en Ron in en we beginnen met zijn allen een gesprek. Waar een paar discussies, een paar lachbuien en een paar stiltes aan te pas komen.

Reageer (2)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen