Foto bij 28. My true feelings

“Zo, zo. Wie we hier hebben. Jullie gaan alle twee mee naar Perkamentus.” Vilder neemt mijn haren vast, waardoor Draco zich beschermend opstelt en zijn hand uit mijn haar rukt. “Blijf van haar af!” Vilder neemt ons allebei aan de polsen vast en trekt ons hard mee. Zijn nagels dringen zich diep in mijn huid en laten lichte bloedstriempjes ontstaan. “Dawn, wat is er gebeurd? Laat haar los creep!” Hermelien begint aan Vilder zijn hand te frunniken, maar geeft het na enkele seconden al op wanneer hij niet wil meegeven. “Je moet het maar eens aan alle twee vragen. Samen in de bezemkast.” Vilder schudt onbegrijpend zijn hoofd en ook Hermelien kijkt me met een smerige blik aan. “Sorry.” fluister ik zachtjes en begin dan de tegels in de grote hal te tellen.

Perkamentus trekt ons beide vijfentwintig punten af en laat ons dan weer gaan, want hij heeft een mededeling te doen in de grote zaal. Draco verstrengelt zijn vingers tussen de mijne op weg naar het avondmaal en drukt een voorzichtige kus op mijn slaap. “Het komt wel goed.” Ik probeer te grijnzen, wat moeilijk gaat en al zeker wanneer Harry, Ron en Hermelien ons staan op te wachten. “We moeten Dawn spreken.” Harry zijn stem doet al verrader waarover het gaat, wat ook Draco meteen door heeft. “Pak haar niet te hard aan.” Hij knijpt vriendelijk in mijn hand en loopt dan de grote zaal in, Patty tegemoet die met een woedend gezicht op hem af stapt.

“Je weet niet hoe ik me nu voel. Je hebt me gebruikt en laten denken dat je echt van me hield. Dat vergeef ik je nooit Dawn Fergusson.” “Het spijt me.” Schuldig staar ik naar de grond en begin weer naar de tegeltjes rondom me te kijken. “Spijt komt altijd te laat.” Hermelien loopt hard tegen mijn schouder, samen met Harry naast haar weg. Ron geeft me nog een kwade blik en loopt dan achter Hermelien en Harry aan. “Schoothond.” fluister ik zacht, maar nog duidelijk hard genoeg waardoor hij het hoort. “Kijk naar jezelf.” Hij draait zich op, loopt me opnieuw voorbij, maar deze keer de grote zaal naar binnen. Ik loop met tranen in mijn ogen op enkele meter van Ron naar binnen en plaats me helemaal aan het einde van de tafel - het dichts bij de professorentafel - vlak voor Yiva. “Heb ik jou ook teleurgesteld?” “Nee, heb je nog nooit gedaan. Trouwens meid, je moet je door hen niet zo laten afkafferen. Je keuze is Draco, dus Draco blijft het. Hij is leuk en je kiest niet op wie je verliefd wordt. Ik sta volledig achter je keuze.” Ik glimlach lief en appreciërend naar haar en begin dan wat gekarameliseerde aardappelen op mijn bord te scheppen. “Ik weet dat ik...” maar mijn zin wordt afgebroken doordat iedereen begint te applaudisseren, want Perkamentus staat recht om wat te zeggen.

“Beste leerlingen en professoren, deze komende vrijdag is het Halloween, wat waarschijnlijk iedereen al wist. Op deze dag komen onze vermoorde verlossers terug rondspoken om hun belagers te kunnen verslaan. Doordat het dit jaar een speciaal jaar is, houden we op vrijdagavond 31 Oktober een bal, waar alleen verklede en meest gruwelijke mensen zijn uitgenodigd. Het is de bedoeling dat iedereen een partner zoekt om mee naar het bal te gaan, dus ik hoop dat iedereen dat ook ziet zitten. Ook komt er een bekende band optreden. Wie dat juist is, zien jullie op de dag zelf. Iedereen mag nu de grote zaal verlaten en ik hoop dat het bal een succes word!”

Samen loop ik met Yiva het kasteel uit en loop naar het zwerkbalveld. In het midden gaan we op onze rug liggen en staren lachend naar de volle maan die achter de donkere wolken kruipt. Een lichte bries doet me huiveren, waarna een zachte jank de stilte smoort. “Wat was dat?” Yiva schiet recht en staart in mijn ogen. “Het zal wel niets zijn.” Ze legt zich terug neer op haar rug en we genieten nog even van de volle maan, waarna we in het warme bed gaan kruipen.

De volgende dagen - dinsdag, woensdag, donderdag - verlopen traag. Harry, Hermelien en Ron mijden me nog steeds en zelfs Ginny, Kiki en Marcel lijken me te ontlopen. De enigste vriendin van vroeger, Loena, kijkt nog naar me om. Minder dan anders, maar ze ontloopt me tenminste niet. De vrijdag, vandaag dus, komt er echter een ommekeer.

Ik wandel slenterend door de grote hal, wanneer plots Harry, Hermelien en Ron komen afgestormd. Geërgerd draai ik me om, want ze zullen me toch weer gaan negeren, maar tot mijn grote verbazing doen ze dat niet. Ron en Harry nemen mijn beide armen vast en dragen me mee tot buiten de eikenhouten poort. “Wat krijgen jullie! Laat me los!” Geschrokken kijken ze me aan en lijken zich dan weer de vorige dagen te herinneren. “Het spijt ons, oké? Het is jou keuze, maar je had Harry er niet voor mogen gebruiken.” “Heb ik niet gedaan! Ik had oprechte gevoelens voor je, maar deze voor Draco waren gewoon sterker! Het spijt mij ook, als dat is wat jullie willen horen.” Ik draai me woedend om en staar zwijgend naar de muur van het kasteel. "Het spijt ons." zeggen ze alle drie in koor, waarna ik nog een minuut wacht en me dan opnieuw omdraai. "Het is jullie vergeven, maar wat is er nu?" "Sirius heeft een brief per uil gestuurd waarin staat dat hij is moeten vluchten. Bellatrix Von Detta heeft zijn schuilplaats vermoedelijk ontdekt!” “En dat is?” Ze staren me alle drie met verbaasde ogen aan. “Bellatrix Von Detta is een gemene dooddoener en de meest geliefde onderdaan van Voldemort.”

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen