Een koud briesje streelt de zijkant van mijn gestel.
Bevredigt kijk ik naar het uitzicht waar ik me aan te goed mag doen.
Niet iedereen heeft het geluk dat ik heb.
Ik heb hier mijn eigen plekje, waar ik van geniet en waar ik me thuis voel.
Seizoenen flitsen aan me voorbij: lente, zomer, herfst en winter.
Allemaal mag ik ze meemaken, opnieuw en opnieuw.
Het zien van dwarrelende bladeren die zich op de grond ophopen.
De sneeuw die naar beneden komt vallen en alles met een witte laag bedekt.
Zonnestralen die vervolgens alles weer doen smelten en de bladeren hun kleur teruggeven.
Zelfs de regen fascineert me.
Hoewel het niet voor iedereen even fijn is, genieten ik en andere wonderbaarlijke schepsels er met volle teugen van.
Zoals de hazen hier hun kracht halen uit gras, paardenbloempjes en zaden.
Evenals de herten hun voeding uit de natuur halen, waarna alles weer in alle vrede terug kan groeien.
Vogels, niet te vergeten, levend van insecten uit de grond of op takken en bladeren.
Zo komen er vaak kleine en grote gevleugelde wezentjes op mij zitten.
Ze klemmen hun pootjes vast om mijn takken, pikkend met hun snaveltjes in de kevers die rusten op mijn schors.
Iedereen hier heeft zijn eigen plek, alle vrijheid van de wereld, en natuurlijk z’n functie.
Ik ben de reden dat deze creaties zuurstof hebben.
In alle jaren dat ik hier sta heb ik populaties toe en af zien nemen.
Ik heb organismen zien verdwijnen en gelukkig ook zien verschijnen.
De wetten van de natuur zijn soms wreed, maar worden altijd weer hersteld, zoals ook de bedoeling is.
Het mooiste van alles is om er deel van uit te maken, om een stukje te zijn van dit sprookje.
Ik zou willen dat dit voor eeuwig was.
Dat ik hier voor altijd kon staan.
Het is alleen te mooi om waar te zijn.
Om mij heen worden momenteel mijn soortgenoten, de bomen, gepijnigd met een lawaaierig apparaat met vlijmscherpe tanden.
Ik weet niet goed wat het is, maar weet wel dat het niet natuurlijk is.
Het is het uiterste van luguber hoe er hier ter werk gaat.
Alles wordt kapot gemaakt, gedood.
Ze hakken ons in stukken.
Vervoeren ons naar iets wat we nooit eerder hebben gezien.
We worden ontdaan van onze schorsen en nog verder gehalveerd.
Drieënzeventig jaar, heb ik mogen ervaren.
Dit is waar het eindigt.
Waar onze dromen uiteen vallen.
Kennelijk zijn we niet meer nodig.

Reageer (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen