Sorry, het is echt heel lang hehe.

“En, hoe ging het?” vraagt Tomoya. Hij staat met Nagisa in de gang. “Niet zo goed.” “Wat hebben ze gezegd?” “Dat alle vormen van reclame verboden zijn…” Ze gaan samen buiten zitten. “Omdat er op het moment geen dramaclub is, mogen er ook geen clubactiviteiten zijn, dus ik mag ook geen posters ophangen.” Tomoya slaat zijn vuist op tafel. “Waar slaat dat nou weer op? En jij stemde daar gewoon mee in?” “Ik deed mijn best, maar ze zeiden ‘regels zijn regels’.” Nagisa kijkt naar de grond. Tomoya drumt ongeduldig met zijn vingers op tafel en slaat dan zijn platte hand op tafel. “We geven niet op. Het moet toch op de één of andere manier kunnen? En anders bedenken we zelf wel een manier. Je moet je droom niet zomaar opgeven.” Ietsje verderop staat een jongen met blond haar te luisteren. Het is Sunohara.

“Heb je verkering met dat meisje van de dramaclub?” Tomoya en Sunohara zitten in Sunohara’s kamer. “Wat?” De kat zit op Tomoya’s schoot en miauwt. “Ik vind het raar dat je je met clubs bezighoudt, maar als ze je vriendin is begrijp ik het wel.” Tomoya denk even na en doet zijn hand naast zijn mond, alsof hij niet wil dat iemand hem afluistert. “Eerlijk gezegd, hebben haar ouders een bakkerszaak. En het brood dat haar moeder bakt is echt heerlijk. Als je één hap neemt wil je nooit meer anders eten. Als je bevriend met haar bent mag je zoveel brood eten als je wil.” Sunohara kijkt met grote ogen. “Serieus?” “Waarom zou ik me anders bemoeien met een dramaclub?” Sunohara denkt even na. “Nu je het zegt, ze past totaal niet bij jou. Ze ziet er saai en ijverig uit.” “Denk jij er maar aan hoe je wraak kunt nemen op Tomoya Sakagami,” gaat Tomoya verder. “Toch?” Hij kijkt naar de kat. “Miauw.”

De volgende dag staan Tomoyo, Sunohara en Tomoya alweer in de gang. “Jij weet echt niet van ophouden,” zucht Tomoyo. “Daar ben ik het volledig mee eens,” zegt Tomoya. “Ik wil alleen maar met je praten,” begint Sunohara. “Omdat je zo schattig bent.” “Ik vertrouw je voor geen cent.” Sunohara begint ineens te schreeuwen. “Shit! Ik ben mijn borsten vergeten en ik heb ze nodig voor de volgende les! Tomoyo! Mag ik de jouwe lenen?” Tomoyo slaat haar armen om haar borsten. “Waarom?” Sunohara knipt met zijn vingers. “Yes! Hij trapt erin! Jij hoorde het ook hè?” Hij grijpt Tomoya’s arm. “Ja, maar wat wil je ermee bereiken?..” “Als ze zegt ‘waarom’ betekent het dat ze ze kan lenen. En dat betekend dat ze haar borsten af kan zetten!” Hij wijst naar Tomoyo met een grote glimlach. “Natuurlijk kan dat niet. Bovendien.” Sunohara’s lach verdwijnt. “Bovendien?” Tomoyo schopt hem alweer in de lucht. “Wat voor les maakt gebruik van borsten?!” Na de laatste schop vliegt Sunohara gillend weg.

“Hij denkt beter na dan ik dacht.” Sunohara en Tomoya lopen een trap af. Sunohara heeft allemaal pleisters op zijn gezicht. “Ga je het nu nog steeds proberen?” “Natuurlijk, de volgende keer zal het me lukken.” Tomoya neemt een slok drinken. “Oh! Daar is de vreemde persoon!” Een meisje dat net een trap opliep wijst naar Tomoya. Ze houdt een ster in haar arm. “Ze zegt vreemde persoon, dus ze heeft het niet over mij,” zegt Tomoya terwijl hij verder loopt. Het meisje pakt zijn arm vast. “Vreemd persoon, wacht even.” Tomoya en Sunohara stoppen. “Oh, ik ben het dus wel?” “Natuurlijk, je bent zo vreemd dat je bijna een nieuw diersoort bent. Zo vreemd dat je er misschien maar één tegenkomt elke tien jaar. En Fuko overdrijft niet eens.” Tomoya buigt. “Hartelijk bedankt.” Het meisje buigt terug. “Niets te danken hoor.” “Ik ben Tomoya Okazaki uit klas 3D.” Sunohara bekijkt het meisje van dichtbij. “Wie is dit kind? Ken je haar?” Het meisje doet een stap achteruit. “Ah! Er zijn hier twee vreemde personen.” Sunohara kijkt haar met een eng, vreemd gezicht aan. “Wat is er zo vreemd aan mij?” Het meisje doet nog een stap achteruit. “Je haar heeft een vreemde kleur!” Sunohara doet nu zelf een stap achteruit. “Ze is erg onbeleefd, zelfs tegen mensen die ze net heeft ontmoet.” “Fuko wil alleen met de vreemde persoon praten,” zegt het meisje. Ze loopt Sunohara en Tomoya voorbij. “Fuko wil je onder vier ogen spreken, dus volg mij.”

Het meisje loopt helemaal naar buiten met Tomoya en Sunohara achter zich aan. “Dit is wel een goede plek.” Het meisje draait zich om. “Wat Fuko dus wou zeggen…” “Wat?” zeggen Tomoya en Sunohara tegelijk. “Er zijn hier twee vreemde personen!” “Jij zei dat ik je moest volgen,” zeggen Tomoya en Sunohara weer tegelijk. “Fuko wil alleen met jou praten!” Het meisje wijst naar Tomoya. “Maar je noemde mij ook een vreemd persoon,” zegt Sunohara. “Jij bent de persoon met vreemd haar!” Ze wijst Sunohara aan en vervolgens Tomoya. “Jouw hele bestaan is vreemd.” “Wil ze ruzie ofzo?” Sunohara probeert kalm te blijven. “Mijn hele bestaan is vreemd. Jij bent maar gedeeltelijk vreemd, dus wees blij,” zegt Tomoya. “Ach, ik laat haar voor deze keer gaan,” zegt Sunohara, en hij loopt weg. “Dus, vreemde persoon.” “Noem me niet steeds zo.” “Maar Fuko is je naam vergeten.” “Ik ben Okazaki!” zegt Tomoya verontwaardigd. “Goed, Okazaki, heb je niet iets te zeggen?” Het meisje kijkt hem streng aan. “Iets te zeggen?” “Ja.” Tomoya begint in de lucht te slaan. “One, two, one, two.” Het meisje springt achteruit en slaat Tomoya’s handen weg. “Houd daarmee op! Je bent vreselijk! Fuko bedoelt het cadeautje!” Ze laat haar eigen ster zien. “Zoiets, dat gaf ik je gisteren.” “Was dat een cadeautje? Bedankt dan. Doeg.” Tomoya draait zich om, maar het meisje houdt hem tegen. “Wacht even! Fuko’s zus gaat binnenkort trouwen. Haar vriend heet Yusuke. Wil je het met haar vieren?” Tomoya steekt zijn hand op. “Gefeliciteerd, zus van Fuko. Doeg.” Hij wil weglopen maar het meisje houdt hem weer tegen. “Nee!” “Wat nou? Ik zei toch gefeliciteerd?” “Maar ik wil dat je het viert op de dag dat ze gaat trouwen.” Tomoya draait zich om. “Dus je wil dat ik naar de bruiloft van je zus kom omdat je mij dat cadeautje gaf?” “Ja.” “Waarom zou ik? Trouwens, ik ken je niet eens zo goed.” Fuko kijkt naar de grond. “Mijn zus was tot drie jaar geleden de kunstdocente op deze school. Fuko wil dat de leerlingen het met haar vieren, daarom deel ik deze cadeautjes uit.” “Aan iedereen hier op school?” “Ja, als ze iets krijgen dat zo schattig is zijn ze vast ontroerd. Iets dat zo schattig is…” Ze sluit haar ogen en knuffelt de ster. Ze is weer in een soort trance. “Hallo?” Tomoya zwaait zijn hand voor haar gezicht. Hij kijkt naar het pakje drinken in zijn hand. Hij stopt het uiteinde van het rietje in Fuko’s neus waardoor Fuko schrikt. Ze veegt aan haar neus. “Mijn neus voelde net heel raar.” ‘Shit, ik kon het niet in haar neus spuiten.’ Fuko snuit haar neus. “Weet je, ik denk dat het onmogelijk is.” “Wat?” “Je zus was hier drie jaar geleden zie je toch? Dan zou niemand hier haar kennen. En ik denk dat niemand zo verveeld is dat ze naar de bruiloft van een vreemde gaan.” Fuko kijkt naar de grond. “Denk je dat echt?” “Ja. En de laatste klassers zijn vooral met hun examens bezig.” Fuko kijkt op. “Maar ik zal mijn best doen. Ik wil dat iedereen haar bruiloft viert.”

“Ik heb het eigenlijk heel druk, weet je?” zegt Tomoyo. “Ik heb eigenlijk ook geen zin om me met deze dingen te bemoeien, weet je?” zegt Tomoya. Ze staan weer eens met Sunohara in de gang. “Maar deze keer ben ik net wat anders dan de andere keren.” “Dat zeg je altijd,” antwoordt Tomoyo. “Maar ik ben nu echt veranderd!” Schreeuwt Sunohara terwijl hij dichterbij komt. Tomoyo geeft hem een schop waardoor hij verderop op de grond valt. Tomoyo rent dichterbij. “Gaat het goed? Ik schopte zonder er bij na te denken.” Ze kijkt bezorgd, maar Sunohara zit alweer rechtop. “Je kan goed schoppen. Maar na een gevecht moeten we het weer goed maken.” Hij heeft zijn hand achter Tomoyo’s rug en neemt haar mee richting de toiletten. “Waar gaat dit over?” “Maak je geen zorgen, het duurt maar even,” zegt Sunohara terwijl ze de jongens wc in lopen. Even later klinkt er een geschreeuw door de school en vliegt Sunohara door het raam in een boom. Tomoyo loopt boos op Tomoya af. “Wat proberen jullie hiermee te bereiken?! Ik heb ook zo mijn grenzen!” Ze loopt weg. “Hij wilde waarschijnlijk dat jullie samen zouden plassen om te kijken of je een jongen of een meisje bent,” zegt Tomoya. Tomoyo stopt. “Omdat je zo sterk bent denkt hij dat je misschien een jongen bent.” Tomoyo draait zich om met een bezorgde blik. “Ben je niet boos?” “Het komt een beetje hard aan…” Tomoyo kijkt naar buiten. “Ik dacht dat ik me als een normaal meisje gedroeg in deze school.” “Het is nogal naïef dat je dat denkt.” Tomoyo kijkt Tomoya aan en zucht. “Ik probeer mezelf te veranderen, maar…” Ze draait zich om en loopt weg.

Na schooltijd zitten Tomoya en Nagisa in het dramalokaal. Nagisa staart naar de grond en zucht. “Wees toch wat vrolijker,” zegt Tomoya. “Maar ik weet niet hoe…” “Misschien kunnen we de posters uitdelen in plaats van ze op te hangen,” stelt Tomoya voor. “Dat heb ik al gevraagd, maar het mag niet.” Het is even stil en dan gaat de deur open. “Ik heb alles gehoord.” Sunohara staat in de deuropening.

“Je helpt ons leden te verzamelen?” “Ja, ik heb geen zin meer in dat brood uit de kantine,” antwoordt Sunohara. “Brood?” vraagt Nagisa. “Laat maar, dat is iets tussen Tomoya en mij. Hoe dan ook, ik hoorde dat je geen leden mag verzamelen van de leerlingenraad. Dan is de oplossing simpel.” Nagisa kijkt hem verwachtingsvol aan. “We spreken af met een raadslid achter de school, en we pakken hem met zijn drieën.” Nagisa schrikt. “Dat kunnen we niet maken! De mensen in de leerlingenraad hebben niets verkeerd gedaan!” “Het is wel de makkelijkste oplossing,” zegt Sunohara droog. “Maar we kunnen sowieso geen geweld gebruiken.” “Gaan we het dan uitpraten? Niet echt mijn stijl…” Sunohara slaat zijn armen over elkaar. “Dat zegt iets over jouw persoonlijkheid,” zucht Tomoya. “Maar ik ben wel blij dat je ons wil helpen,” zegt Nagisa. “Geen probleem, ik zal mijn best doen.” Sunohara steekt zijn duim op en Tomoya denkt na. ‘Wat als dit een RPG was?’ In zijn hoofd vormt zich een beeld van een spel waarbij Sunohara bij de groep wil komen. Op de achtergrond klinkt een episch liedje en op de achtergrond staan dango’s. ‘Sunohara wil bij de groep. Wat wil je doen?’ Bij de opties staan ‘slaan’, ‘schoppen’ en ‘verbranden’. Tomoya klikt ze allemaal aan en Sunohara gaat dood. “Waarom is er geen optie waardoor ik erbij mag?!” huilt hij. ‘Het zou zo makkelijk zijn om zonder hem verder te gaan,’ denkt Tomoya. “Ik denk niet dat we ver komen als we alles alleen doen. Misschien kunnen we anderen om hulp vragen?” stelt Sunohara voor. Tomoya kijkt op uit zijn gedachten. “Misschien heb je wel gelijk,” antwoordt Nagisa. “Maar heb je enig idee wie we kunnen vragen?” vraagt Tomoya. “Natuurlijk, anders zou ik er niet over beginnen.

“Puhi, puhi.” Kyou en Ryou zitten gehurkt bij Botan. “Botan, kom je nu alweer?” zegt Kyou. “De school is nog niet eens uit,” zegt Ryou. “Ik zal Tomoya en Sunohara wel opzoeken en vraag of zij op haar kunnen passen,” zegt Kyou weer. Tomoya, Sunohara en Nagisa zitten in de bosjes. “Volgens mij zeiden ze onze namen,” zegt Tomoya. Sunohara wrijft nadenkend over zijn kin. “Je zou zeggen dat de klassenvertegenwoordiger de regels wel kent, maar het ligt vast aan haar ruige zus.” “Ga jij er maar heen en haal alleen de jongste,” zegt Tomoya. Hij komt wat dichterbij en houd zijn hand naast zijn mond. “Zeg maar dat iemand haar verkering wil vragen. Dan laat de oudste haar vast wel met rust.” Sunohara stemt ermee in en loopt lachend weg. “Waar hadden jullie het over?” vraagt Nagisa. “Bedenk jij nu maar wat je wil zeggen.” Verderop zegt Sunohara iets tegen Ryou, terwijl Kyou geschrokken opspringt.

Even later staan Sunohara, Tomoya, Ryou en Nagisa op het dak van de school. Ryou kijkt Tomoya verlegen aan. “Uhm…” Tomoya glimlacht. “Dit meisje wilde met je praten.” Hij legt zijn hand op Nagisa’s schouder. Ryou schrikt en kijkt Nagisa met grote ogen aan. “Ik ben Nagisa Furukawa uit klas 3B. Het spijt me dat ik je zo plotseling hierheen haal.” “Uhm, ik ben Ryou Fujibayashi uit klas D.” “Je bent toch klassenvertegenwoordiger? Dat is geweldig. Ik zou nooit zoiets kunnen doen, dus ik bewonder dat wel.” Nagisa kijkt verlegen naar de grond. “Nee, het is niets hoor,” zegt Ryou blozend. “Ik wil je iets vragen, zul je naar me luisteren?” zegt Nagisa plotseling waardoor Ryou schrikt. “J-Ja!” “Ze is heel serieus, dus antwoord ook zo serieus mogelijk,” zegt Tomoya. Ryou zucht. “Wacht alsjeblieft even. Uhm, ik verwachtte niet dat het een meisje zou zijn dus ik…” Ze doet een stap achteruit. “Waarom maakt dat uit? Ik denk dat de passie belangrijker is,” zegt Sunohara, en hij legt zijn hand op zijn borst. “Eens in de zoveel tijd komt er toch iets zinnigs uit jouw,” zegt Tomoya. “Maar diep in mijn hart ben ik ook een aardige jongen,” zegt Sunohara bescheiden. “Is het erg dat ik een meisje ben?” gaat Nagisa verder. “N-Nee, je bent heel schattig. Maar met mij, uhm… Hoe zal ik het zeggen…” Nagisa kijkt weer naar de grond. “Ik heb er lang over nagedacht. Maar ik heb besloten het serieus te nemen!” Ryou kijkt Nagisa begrijpend aan. “Dus je had er zo’n moeite mee?” Sunohara lacht. “Ik word hier een beetje opgewonden van.” “Ik weet niet meer wat ik moet doen, wil je alsjeblieft naar me luisteren?” Sunohara fronst zijn wenkbrauwen. “G-Goed, ik zal serieus naar je luisteren.” “Wil je… Wil je…” Sunohara blaast stoom uit zijn neusgaten en Tomoya geeft hem een dreun. “Wil je alsjeblieft helpen de dramaclub op te richten?” “Ja… Wat?” Op dat moment valt Kyou met Botan door de deuropening. “Grote zus!” Sunohara springt op. “Kyou!” “Jij… Jij ongelooflijke….” Kyou slaat haar armen om de kelen van Tomoya en Sunohara die geen adem krijgen. “Hoe durven jullie mijn zusje zo te plagen?!” “Puhi!”

Even later zitten ze met zijn vijfen in het dramalokaal. “Had dat dan eerder gezegd,” zucht Kyou. Sunohara en Tomoya knielen op de grond voor Kyou. “Het is Sunohara’s schuld,” zegt Tomoya. “Het was jouw schuld!” schreeuwt Sunohara terug. Nagisa kijkt verontschuldigend. “Sorry, ik ben niet zo goed in uitleggen.” “Het is niet erg, ik schrok alleen een beetje,” antwoordt Ryou. Kyou kijkt Nagisa aan. “Zijn dit de enige vrienden die je hebt?” “Vrienden… Nou, ze helpen me om de dramaclub op te richten.” Kyou kijkt naar Tomoya en Sunohara. “Ik denk dat daar wel iets meer achter zit. Hey, waarom vergeet je ze niet en ga je niet met ons om?” Nagisa kijkt met grote ogen om zich heen. “Waar is onze eigenwaarde gebleven?” zegt Sunohara zacht. “Jij doet het alleen om het brood…” antwoordt Tomoya. “Uhm, bedankt voor het aanbod, maar ik kan ze niet zo in de steek laten, na alle hulp. Okazaki en Sunohara zijn erg vriendelijke mensen.” Kyou buigt zich naar Tomoya en doet haar hand naast haar mond. “Je hebt haar al veroverd, maar heb je ook, zeg maar, een oogje op haar?” Tomoya gaat rechtop zitten. “Alsjeblieft zeg.” “Om een club op te richten heb je leden nodig,” begint Ryou. “In de regels staat dat je minstens drie leden nodig hebt en een raadsman.” Nagisa balt haar vuisten. “Drie,” zegt ze alsof ze dat wel aankan. “Maar het is verboden leden te verzamelen,” zegt Tomoya. “Maar we hebben toch al genoeg mensen?” Kyou wijst met haar voet naar Tomoya en Sunohara. “Jij, jij, en Nagisa.” “Nah…” Zeggen Tomoya en Sunohara tegelijk.

Tomoya en Sunohara zitten in de kamer van Sunohara. “We zijn helemaal niet geïnteresseerd in drama,” zegt Sunohara. “Toch?” “We mogen geen leden zoeken door posters op te hangen, maar wel door mensen te vragen, huh?” Sunohara kijkt op. “Oh, wil je haar toch helpen?” Tomoya kijkt serieus en zegt “natuurlijk, anders krijg ik het brood niet.” “Ik denk dat ik ook maar serieuzer moet zijn met het helpen van Nagisa,” zegt Sunohara. “Ze lijkt me een aardig, eerlijk meisje. Misschien wordt het wat leuker op school als ik haar beter leer kennen. Morgen zal ik een homerun slaan tegen Tomoyo!” “Jouw leven is iedere dag een paradijs, of niet?” “Miauw!”

“Een homerun!” Sunohara, Tomoya en Tomoyo staan weer eens in de gang op school. “Waar gaat dit ineens over?” Sunohara schrikt. “Oh, niks, een binnenpretje.” “Hoe lang gaat dit nog door?” zegt Tomoyo. “Nu is het echt anders,” antwoordt Sunohara. “Ik zie je nu als een heel ander persoon.” “Wat bedoel je daarmee?” Tomoya zet zijn hand om Sunohara’s oor en fluistert “geef haar een complimentje.” Sunohara kijkt naar Tomoyo’s haarband en zegt “dat ding op je hoofd staat je goed.” Tomoyo kijkt fronsend naar boven en zegt beduusd “dank je wel.” Tomoya denkt terug aan het moment waarop Sunohara dit bedacht. ‘

“Sex appeal huh? Ik accepteer nu dat Tomoyo een meisje is, ik hoef haar nu alleen van de goede kant aan te vallen,” zegt Sunohara hoopvol. “Maar ze heeft een hekel aan je,” zegt Tomoya, en hij neemt een slok van zijn drinken. “Daarom heb ik jouw hulp nodig. Het lijkt alsof jij en Tomoyo op dezelfde golflengte zitten.” Tomoya denkt erover na. “Tja, meer dan jij.” “Dus geef me wat advies om aan Tomoyo’s goede kant te komen.”

“Je ziet er leuk uit in dat uniform.” “Je maakt me bang,” antwoordt Tomoyo. Sunohara draait zich om zodat Tomoyo hem niet hoort. “Dit werkt toch wel hè?” “Maak je geen zorgen,” zegt Tomoya, terwijl hij zijn duim opsteekt. “Zeg nu ‘je moet wel populair zijn als je er zo leuk uitziet’, terwijl je je natuurlijk uitrekt.” Tomoya kijkt verbaasd toe hoe Sunohara dit ook echt doet. Hij besluit ermee door te gaan als Sunohara weer terugkomt voor advies. “Doe ik het zo wel goed?” “Ja, maak je nou geen zorgen,” antwoordt Tomoya. “Nu zeg je ‘ik ben serieus op zoek naar een vriendin’, terwijl je natuurlijk een Hindu squat doet.” Tomoya kijkt glimlachend toe hoe Sunohara dit doet en Sunohara komt terug en grijpt Tomoya bij zijn lurven. “Dat zag er totaal niet natuurlijk uit!” “Rustig, je doet het goed. Zeg nu ‘maak alsjeblieft iedere ochtend mijn ontbijt klaar’ terwijl je doet alsof je bowlt.” “Tomoya-san,” begint Sunohara, en hij zegt wat Tomoya zei terwijl hij zijn arm in een boog omhoog zwaait en breed naar Tomoyo glimlacht. Hij grijpt Tomoya weer bij zijn lurven en schreeuwt “hebben die poses wel iets te betekenen?!” “Niet echt nee…” antwoordt Tomoya. “Laat het me dan ook niet doen!” Tomoyo zucht. “Dus dit was allemaal voor de lol.” Sunohara rent op Tomoyo af terwijl hij zegt “het enige dat ik nu nog kan doen is de eerste schop uitdelen!” Maar als hij bij Tomoyo aankomt vliegt hij alweer in de lucht terwijl Tomoyo hem schopt. Ze geeft een laatste harde schop en Sunohara vliegt door de lucht richting Tomoya. Tomoya schrikt en geeft Sunohara ook een schop. Sunohara vliegt terug naar Tomoyo en zij schopt hem weer een paar keer voor ze hem op de grond schopt naast Tomoya. Sunohara’s gezicht is niet meer herkenbaar en Tomoya zegt “sorry, ik schopte terug zonder erbij na te denken.” “Je vermoordt me zo nog eens…” zegt Sunohara kreunend. “Stop hier alsjeblieft mee,” zegt Tomoyo, en ze wil weglopen. “Tomoyo, wacht even,” zegt Tomoya. Tomoyo draait zich om. “Heb je enige interesse in de dramaclub? We zijn op zoek naar leden.” “Ik heb wel interesse, maar ik denk niet dat het mogelijk is,” antwoordt Tomoyo. “De verkiezingen voor de voorzitter van de studentenraad zijn binnenkort, dus ik heb geen tijd voor club activiteiten.” “Voorzitter van de studentenraad?” “Ik zal het nog druk krijgen. Vraag maar iemand anders.” Zo loopt Tomoyo weg, en ze laat Tomoya denkend achter, terwijl Sunohara nog op de grond ligt.

“Hey, Ichinose.” Tomoya is in de bibliotheek, en Kotomi zit op de grond met boeken om haar heen en een schaar, klaar om gebruikt te worden. Tomoya ziet hoe Kotomi’s ogen razendsnel heen en weer gaan, maar ze is immers hoogbegaafd. “Hey, Ichinose Kotomi.” Tomoya gaat bij Kotomi op zijn hurken zitten. “Kotomi-san. Hey, Kotomi?” Nog steeds geen reactie. “Kotomi-chan?” Kotomi’s ogen stoppen en ze kijkt op. “Ik ben Okazaki Tomoya uitklas 3D. Jij bent toch Ichinose Kotomi uit klas A?” Kotomi glimlacht en zegt “uhm, je schrijft Kotomi met drie hiragana.” Tomoya negeert dit. “Goed, Ichinose Kotomi, ik hoor dat je beroemd bent hier.” “Noem me alsjeblieft Kotomi-chan,” zegt Kotomi. “Kan het ook zonder chan?” Kotomi knikt. “Wil je boeken met me lezen?” “Ik ben hier niet om boeken te lezen,” antwoordt Tomoya. Kotomi pakt een broodbakje. “Wil je wat eten?” Tomoya zucht en accepteert het aanbod. “Ik ben hier om leden te verzamelen voor een club. Ben je geïnteresseerd in drama? Je mag ook gewoon je naam opschrijven.” “Naam?” Kotomi stopt wat eten in haar mond. “Tomoya-kun… Het geeft me een vreemd gevoel. Tomoya… Kun.” “Je hoeft daar niet zo te stoppen hoor.” Tomoya staat op. “Ik kom nog wel eens weer, dus denk er maar over na.” “Tomoya-kun…” Tomoya draait zich om. “Wat?” “Tot later.”

“Dus, jij hebt ook niemand kunnen vinden?” Tomoya en Nagisa zitten op het plein. “Inderdaad, ik heb wel wat mensen gevraagd, maar niemand wil meedoen.” “Als je erbij nadenkt, stopte de dramaclub nadat iedereen die eraan meedeed van school ging. Dit kan moeilijker worden dan we dachten.” Tomoya zucht. “Laatstejaars moeten denken aan hun examens,” zegt Nagisa. “Eerste- en tweedejaars kunnen geïnteresseerd zijn, maar…” “Eerstejaars, huh?” zegt Tomoya.

Tomoya opent de deur van een klaslokaal waar een meisje met een stuk hout bezig is. “Hey,” zet hij. “Dus je bent er nog.” Nagisa staat naast hem. “Ah, de vreemde persoon.” Nagisa maakt een kleine buiging en zegt “aangenaam, ik ben Furukawa Nagisa uit klas 3B.” “Aangenaam,” antwoordt Fuko. “Fuko-san, ben je geïnteresseerd in drama?” “We zijn op zoek naar leden,” gaat Tomoya verder. “Jij bent een eerstejaars, en je zit niet bij een club, toch?” “Ik ben bezig, ik heb geen tijd voor een club.” “Hey, je bent toch niet elk moment van iedere dag bezig met die dingen?” zegt Tomoya. “Ik werk er elk moment van elke dag aan,” bevestigd Fuko. “Ik ben hier iedere dag.” “Maar je gaat ’s nachts toch wel naar huis?” “Nee,” antwoordt Fuko. “Ik ben altijd op school.” Nagisa kijkt verbaasd naar Fuko. “Verzin nu niet dingen,” zegt Tomoya. “Ik lieg niet, ik ben hier altijd.” “De hele dag, van ’s ochtend tot ’s avonds?” “Ja.” “En je gaat niet naar huis?” “Dat klopt,” antwoordt Fuko. “Het heeft geen zin om naar huis te gaan.” Fuko kijkt naar de ster in haar handen, terwijl ze hem steviger vasthoudt. Tomoya en Nagisa kijken elkaar aan. “Ben je misschien van huis weggelopen?” vraagt Tomoya. “Ik weet niet zeker waarom ik hier ben. Op de weg naar huis na de eerste schooldag werd ik bijna geraakt door een auto… En voor ik het wist was ik op school.” “Uhm, Fuko, wat is je achternaam?” vraagt Nagisa. “Ibuki, ik ben Ibuki Fuko.” Nagisa denkt even na. “Ben je het zusje van Ibuki-sensei?” Fuko kijkt met grote ogen en pakt Tomoya’s jas vast. “Tomoya, hier is iemand die mijn zus kent.” Tomoya denkt ook even na. “Ohja, je bent een jaar blijven zitten, toch?” “Ze was de kunstdocente toen ik in de eerste klas zat. Maar…” Nagisa neemt Tomoya mee naar de gang zodat Fuko haar niet hoort. “Ik hoorde dat haar zusje een ongeluk heeft gehad en sindsdien in het ziekenhuis ligt. Gisteren kwam ze nog brood kopen, en ze zei dat ze net terugkwam van een bezoek aan het ziekenhuis. Okazaki-san, heb jij ook gehoord van het gerucht over een geest van een meisje dat een auto-ongeluk heeft gehad?” “Bedoel je…” Tomoya en Nagisa kijken door de deur naar Fuko, die weer bezig is met haar houtwerkje.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen