Foto bij Chapter 33

Ik loop langs het ziekenhuis. Ik zie nog niks verdacht, maar dat komt nog wel. Ik ben hier pas kort. ‘Geachte mensen van Acre, luister naar mij! Voor al uw kwalen, ga naar Garnier de Napalouse toe. Hij zal u helpen. Zijn gave komt van God.’ Ik spits mijn oren. Dat klinkt interessant. Ik draai me om. Er staat een man op een verhoging, te preken. Ik loop ernaartoe. Misschien heeft hij nog meer te vertellen. ‘Wees niet bang voor de dood, want hij zal u niet raken. Garnier is ook niet bang voor de dood, want hij weet dat God’s hand sterker is, dan de vloek van Satan. Kom naar het ziekenhuis. Vandaag zal Garnier terugkeren naar de stad, om u te komen helpen.’ De man loopt weg. He, maar dat gaat zomaar niet. Hij weet meer. Ik loop hem achterna. Ik moet hem ondervragen als hij alleen is, in een afgelegen steegje. Onopvallend volg ik hem. Hij loopt best snel, dus ik moet goed opletten. Hij slaat rechtsaf. Ik versnel, zodra ik zie dat hij alleen is. Ik begin te rennen, en duw hem op de grond. Ik snoer hem snel de mond, voordat hij om hulp kan hulpen. Ik draai hem om. ‘Oké, jij gaat mij nu vertellen wat je weet over Garnier de Napalouse.’ Ik trek mijn hand terug. ‘Ik ben maar een arme…’ ‘Spaar me je leugens. Vertel me wat je weet over Garnier de Napalouse. Hij is een dokter, nietwaar?’ ‘Waarom wilt u dat allemaal weten? Gaat u hem vermoorden?’ ‘Misschien,’ antwoord ik. ‘Ik weet niet veel. Ik weet dat de meeste mensen vrolijk naar binnen gaan. Maar ze komen niet meer naar buiten. Vanuit het ziekenhuis, hoor je ze schreeuwen. Ik weet niet wat hij met ze doet. Ik wil het niet weten. Het moet verschrikkelijk zijn. Mijn taak, is om mensen te ronselen. Maar ik doe het niet graag, omdat ik weet dat ze dan gemarteld zullen worden. Maar ik heb geen keus.’ Ik trek de man overeind. Hij spreekt de waarheid, ik zie het aan hem. Hij loopt natuurlijk groot gevaar, nu hij mij van informatie heeft voorzien. Hoe erg ik het ook vind, ik kan hem niet laten leven. ‘Laat u me nu gaan?’ vraagt hij me. Ik zucht. ‘Ik wou dat ik het kon, broeder. Maar ik kan geen risico’s nemen.’ Ik steek hem snel neer. Hij verkrampt even, maar daarna zakt hij in elkaar. Ik trek mijn verborgen mes terug, en laat hem op de grond vallen. Ik zucht, en loop verder. Nou ja, ik weet in ieder geval dat Garnier geen echte dokter is. Hij haalt dus ook mensen uit Acre zelf? Ik dacht dat hij alleen de slaven uit Jeruzalem gebruikte. En waar gebruikt hij ze voor? Hij moet iets aan het testen zijn. Maar wat zou het zijn? Wapens? Marteltechnieken? Ik moet het weten. Mijn onderzoek is nog lang niet klaar. Waar zei Darim ook alweer waar ik kon zoeken? Oh ja, bij de markt. Ik ga eens kijken wat ik daar kan vinden. Ik loop terug naar het ziekenhuis. Alles ziet er nog hetzelfde uit. Niemand heeft iets gemerkt, mooi zo. Ik loop over de markt. Hm, het is niet bepaald een vrolijke boel hier. Zo te zien is er veel armoede. Ik weet dat er ook armen in Damascus zijn, maar dit is verschrikkelijk. Ze liggen gewoon naast hun dode makkers. En niemand doet iets. Veel van hen zijn lepralijders. Kon ik ze maar helpen. Nee, dat moet wachten. Het uitschakelen van Garnier is belangrijker. Ik kan altijd later kijken of ik ze kan helpen. Ik kijk rond. Ik zie een paar boogschutters. Misschien hebben zij iets interessants te vertellen. Ik ga op een bankje zitten, en luister. ‘Hoezo, je kan vanavond niet komen? Als Garnier dat hoort, ben je ten dode opgeschreven.’ ‘Het spijt me. Maar mijn vrouw is vandaag uitgerekend. De baby kan ieder moment komen. Ik heb James gevraagd om mijn dienst over te nemen. Daarom ben ik ook nu hier, omdat ik zijn dienst heb overgenomen.’ ‘Je hebt James gevraagd?! James zal niet komen.’ ‘Dat weet ik, man. Maar nu kunnen ze me niets verwijten. Als James niet komt opdagen, zal hij worden aangekeken, niet ik. Trouwens, Garnier zal niks merken. Zodra hij bezig is met zijn patiënten, vergeet hij de wereld om zich heen.’ Ik weet genoeg, en sta op. Dus er zullen vanavond minder wachters zijn? Dat is heel mooi. En Garnier is een hele enthousiaste arts. Hij zal niet merken dat ik er ben. Dit kan niet beter. Ik denk dat ik genoeg heb ontdekt. Ik ga maar eens terug naar het bureau.
Ik kom binnen. Darim kijkt op van zijn boek. ‘Ah, daar ben je. Wat heb je ontdekt?’ ‘Garnier haalt zijn patiënten uit de stad. Ik dacht dat het eerst alleen slaven waren. Maar dat was niet zo. Er lopen dus meer mensen gevaar dan ik had gedacht. Vanavond zullen er minder wachters zijn. Ik weet wanneer ik moet aanvallen. Garnier vergeet de wereld om zich heen, als hij met patiënten bezig is. Dan zal ik aanvallen.’ Darim knikt. ‘Goed zo. Weet je ook wat hij precies met die mensen doet?’ Ik schud mijn hoofd. ‘Nee, maar het moet verschrikkelijk zijn. Gemarteld worden ze zeker. Heb ik genoeg geleerd?’ Darim knikt. ‘Ja, dat heb je inderdaad.’ Hij geeft me een veer. ‘Veel succes, Altair.’ Ik neem de veer aan, en verlaat snel het bureau.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen