Deze story is geschreven naar aanleiding van opdracht 1 uit de schrijfwedstrijd 'Naar de toekomst'

Deze opdracht luidt:

Dystopie:
In jouw dystopie leeft een eenentwintig jarige jongedame. Niet alleen is ze enorm stijlvol en hangen de jongens aan haar voeten (niet dat ze ook maar een beetje geïnteresseerd is in de mannen), maar ook is ze hoogbegaafd. Of het nu door haar verstand komt of eerder door haar moralen: deze griet kijkt dwars door de fouten van de samenleving heen en wil het huidige systeem vernietigen. Ze staat op het punt een revolutie te ontketenen, maar er is één groot probleem. Ze komt uit een rijke, welvarende familie, en om een revolutie te beginnen, heeft ze het gewone volk nodig. En dat gewone volk heeft (of het nu om een specifieke reden is of niet) een enorme hekel aan haar familie.

      Om drie minuten over zeven open ik mijn ogen, klaarwakker. Meteen stap ik mijn bed uit en begin me voor te bereiden op mijn dag. Als ik mijn tanden aan het poetsen ben, hoor ik in de achtergrond auto’s starten en wegrijden. Acht uur, voor bijna iedereen tijd om te vertrekken.
      Dat is niet altijd zo geweest. Een jaar of tweehonderd geleden, voor de genmanipulatietechniek bestond, verschilden de dag-nachtritmes van personen meer dan slecht enkele minuten. Er waren over het algemeen veel meer verschillen qua eigenschappen, fysiek en mentaal. De maatschappij was een chaos, leiders werden gekozen op basis van hun vaardigheden in het trekken van aandacht en het overtuigen van mensen, waardoor het regime elke paar jaar wel veranderde. Iedereen focuste zich in de eerste plaats vooral op het vergroten van de persoonlijke macht.
      Dat is, totdat de een of andere filosoof-wetenschapper - in die tijd waren er nog geen duidelijke grenzen tussen die twee - naar zijn zeggen zelfbewust werd. Inmiddels is het duidelijk geworden dat ook hij alleen op zijn ambities afging, maar de mensheid had geluk: in zijn geval kwamen deze overeen met het algemene belang.
      In een soort is het nut van variatie dat er bij veranderende omstandigheden altijd wel een paar overleven. Deze paar, die zich het best hebben aangepast, planten zich voort en geven hun genen door. Dat is evolutie, het is algemene kennis dat dit is hoe de mens en alle andere soorten tot stand zijn gekomen.
Dit heeft wel als consequentie dat deze veranderingen uitgaan van veranderende omstandigheden. Dat wordt een probleem met de invloed die de mens op deze omstandigheden heeft gekregen. Natuurlijke selectie verdween, omdat wij de omstandigheden zelf aanpasten, zodat ieder kon overleven. Het logische gevolg is dat de variatie in de mens tot extreme waarden toeneemt als er geen verdere actie wordt ondernomen. En volgens hem moesten wij als mensen precies dat doen.
      De wereld geloofde hem, en niet lang daarna werd de genmanipulatietechniek groot. In het begin waren het slechts enkele kinderen, die ultiem betrouwbaar, loyaal en nadenkend waren en, zoals nu goed op te merken is, een slaapritme waarbij iedereen rond zeven uur wakker wordt hebben. Deze paar eersten werden op machtposities gezet, en de chaos verminderde sneller dan veel van ons verwacht hadden. Niet lang daarna kregen ook de grootste bedrijven de behoefte om dit soort verbeterde mensen als leiders te hebben. Er werd enorm veel geld in de genmanipulatietechniek gepompt, waardoor het sneller, goedkoper en makkelijker werd. En nu, slechts twee eeuwen later, zijn er nog maar een paar families over die er geen gebruik van maken.
      Helaas voor mij is mijn baas, of nou ja, die benaming klopt niet helemaal, een van hen. Haar dag-nacht ritme lijkt niet eens op normaal, waardoor haar werkdag pas om elf uur ‘s ochtends begint, 's avonds langer doorloopt. Ik ben aangenomen als haar assistente, omdat ik toen mijn broer door ziekte de hele dag in bed lag ‘s avonds voor hem heb gezorgd. Ik kan langer door blijven werken dan andere model-mensen. Het liefst had ik dat niet hoeven doen, maar als ik het niet doe, dan moet een ander die er minder geschikt voor is het doen. En dus verspil ik de eerste paar uur van mijn dag door de krant te lezen, mijn hele huis na te lopen op rommel of afval, of door sommige dagen even naar de supermarkt te gaan. Vandaag heb ik echter al genoeg spullen in huis, en staat er weer niets interessants in de krant. Na drie rondjes door mijn appartement geef ik het op en besluit ik dat elke kamer tóch helemaal vrij van rommel is, en dat ik daar niets aan hoef te doen. Zuchtend kijk ik op de klok. Half negen. Dan begin ik maar aan de kruiswoordpuzzel in de krant.

      Ik ben nog niet helemaal klaar als ik moet vertrekken, maar dat doet er niet toe. Na een korte autorit loop ik door de deur van het bedrijf naar binnen.
Tien voor elf, tien minuten te vroeg. Ik loop kamer 1.24,6 binnen, waar Thomas, een goede vriend van me, al aan het werk is. “Hulp nodig?” vraag ik, en hij knikt.
      “zou je de zetmeeloplossingen alvast kunnen klaarzetten?” vraagt hij. Ik knik en ga aan het werk.
Ik werk zoveel liever met Thomas dan met degene waar ik eigenlijk mee moet werken, Mylica. We werken efficiënt en in stilte, en begrijpen perfect wat we van elkaar verwachten. Als het kon, was ik dolgraag zijn assistent geweest.
      Thomas zou echter vast dolgraag met me willen ruilen. Mylica is met haar unieke uiterlijk erg geliefd bij de mannen. Niet dat ze hen veel aandacht schenkt, ik heb al meerdere keren moeten aanhoren dat al die jongens ontzettend op elkaar lijken, en allemaal even saai zijn. Ze schijnt zich er totaal niet van bewust te zijn dat het juist de kleine verschillen zijn die ertoe doen.
      Twee voor elf, tijd om te gaan. Ik knik Thomas gedag, en loop naar kamer 1.35,4. Gelukkig is het niet al te ver weg. Daar aangekomen, om elf uur, ga ik kaarsrecht in een harde plastic stoel zitten, en begin ik op Mylica te wachten.

      Haar heldergroene ogen hebben hun verbazende helderheid nooit verloren, en komen elke keer dat ik haar zie weer een beetje als een schok. Met haar donkere, krullende haren valt ze enorm op tussen de veel grotere hoeveelheid bruinharige modelmensen.En bovendien komt ze pas nu, om acht over elf, de kamer binnen.
      “U bent acht minuten te laat.” begin ik misprijzend. Ze is de enige die ik ken die ooit te laat komt zonder echt een ernstige reden. Daarbij doet ze het afgrijselijk vaak, elke week minstens twee of drie keer.
      Ze zucht in antwoord, “Lea, dat ben ik bijna altijd. Het is niet mijn schuld dat jullie vroege vogels allemaal altijd stipt op tijd zijn.” Ze neemt geen enkele actie om haar spullen voor de dag klaar te zetten, om in ieder geval een deel van die acht, nu bijna negen minuten weer in te halen, en leunt nonchalant tegen haar bureau.
      Ik gebaar dat ze maar eens moet beginnen. “Nee, dat is het niet. Als u nu begint, loopt u in ieder geval niet nog verder achter.” Graag had ik opgemerkt dat dat geen excuus is om zo vaak te laat te komen, en om in zoveel andere opzichten ook een uitzondering te zijn, maar dat is niet respectvol. Al ben ik met mijn vierentwintig jaar toch nog drie jaar ouder dan zij is, ze staat boven me. Haar uniekheid komt toch wel met wat voordelen.
      Ze gaat zitten met een oogrol, en kijkt op het scherm in de muur wat er van haar wordt verwacht. Afkeurend trekt ze haar neus op, wat er echt oncharmant uitziet. “Ze willen alweer dat ik meer genmanipulatieonderzoek doe. Snappen ze nou echt niet dat ik die voorgekauwde onzin totaal niet interessant vind?” Ik maak een instemmend geluidje, hoewel ik het er totaal niet mee eens ben. Ze werkt alleen maar aan de zaken waar haar vaardigheden het best voor gebruikt kunnen worden. Haar familie weigert dan om hun kinderen volgens het model geboren te laten worden vanwege de hoogbegaafdheid in hun genen, dan moet ze op zijn minst probéren om om de vergrote ambitie en de mindere bereidwilligheid heen te werken.
      Uiteindelijk gaat Mylica toch aan het werk, al is het met tegenzin. Als ze eenmaal bezig is, kan ze veel gedaan krijgen. Haar hoogbegaafdheid maakt haar efficiënter dan de anderen. Zodoende is ze om kwart voor twaalf, een kwartier eerder dan gepland, klaar met haar eerste taak van de dag. De acht minuten te laat heeft ze makkelijk ingehaald. Maar in plaats van alvast met de volgende taak te beginnen, gaat ze achterover in haar stoel hangen en haalt ze haar telefoon uit haar tas. Zoals altijd beschouwt ze het eerder klaar zijn als een teken dat ze niets meer hoeft te doen.
      “Mevrouw? De pauze begint pas over een kwartier. U heeft nog genoeg te doen vandaag.” Ik weet niet waarom ik de moeite nog doe, dit is elke dag hetzelfde liedje. Ik probeer haar aan het werk te krijgen, zij is de luiheid zelf en doet niets behalve elke keer dezelfde argumenten aanvoeren. Ik kan het bijna dromen.
      “Ik ben toch klaar? Heb ik mijn pauze dan niet verdient?” Ik weersta de neiging om te zuchten, en vraag me af waarom ik het nog probeer. Hoewel, dat weet ik wel: ik geef niet snel zomaar op. Ik zal blijven proberen om Mylica langer aan het werk te krijgen, tot ze het ook daadwerkelijk doet, of tot ik hier niet langer werk. Zo ben ik immers geboren.
      Soms vraag ik me af of ze dit misschien doet in protest, omdat ze zo'n minderheid vormt. Maar dat is dom, de luiheid is haar genen simpelweg nooit uit gewerkt. Voor een verandering van regime, zoals zo lang geleden wel eens gebeurde, hoef ik echt niet bang te zijn.

Reageer (1)

  • groei

    “Ze willen alweer dat ik meer genmanipulatieonderzoek doe. Snappen ze nou echt niet dat ik die voorgekauwde onzin totaal niet interessant vind?”


    Me met alles op school

    7 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen