a few weeks later...

Ik kijk uit Whiterun, vanaf High Hrotgar. 'Arwen?' Ik draai me om. Nou ja, mijn hoofd. De rest kan ik bijna niet bewegen. Het is Gelebor. 'Ja?' is het enige wat ik zeg. Ik kijk weer voor me uit. Hij knielt naast me neer. 'Dit is mijn laatste dag hier. Weet je zeker dat je niet mee wilt naar de vallei? In ieder geval totdat je weer beter bent.' Langzaam schud ik mijn hoofd. 'Nee, dank je. Ik...' Meer zeg ik niet. 'Niemand neemt het je kwalijk,' zegt hij. Hij pakt mijn hand vast. 'Je bent letterlijk door hel gegaan. De meesten zouden dat niet eens overleven.' Ik weet dat hij me probeert op te vrolijken. Zwakjes glimlach ik even. 'Je bent altijd welkom, mocht je van gedachten veranderen.' Ik knik. 'Dank je.' Hij knielt naast me neer. 'Misschien...Misschien kan Paarthurnax helpen? Misschien is dit een Dragonborn ding dat mijn magie niet kan oplossen.' 'Ja, dat is misschien een goed idee!' Ik draai me weer om. Shakari en Bokul komen aanlopen. Ik glimlach weer eventjes. 'Misschien.' Ik weet dat ze me proberen op te vrolijken. 'Alleen...Het pad naar de top is niet echt geschikt voor mij, op het moment.' Shakari en Bokul gaan voor me staan. 'Geen probleem,' zegt Bokul. 'Ik draag je wel naar de top. Zoveel weeg je niet.' Gelebor knikt. 'En dan kan ik het halverwege overnemen.' Ik kijk naar mijn schoot. Ik haal diep adem. 'Goed dan. Waarom niet?'
Na een tijdje komen we boven aan. Ik zie Paarthurnax al zitten. Gelebor heeft me vast. Shakari heeft een klapstoel vast en zet hem op de grond. 'De stoel staat,' zegt ze. Gelebor knikt en zet me in de stoel. Paarthurnax kijkt me aan. 'Drem Yol Lok, Dovahkiin.' IK knik. 'Hoi, Paarthurnax.' De rest zet een stap achteruit. Paarthurnax knikt. 'Het is een lange tijd geweest, Arwen.' Ik knik. 'Ja, misschien wel te lang. Ik...Ik heb je hulp nodig.' Hij lijkt te glimlachen. 'Dat dacht ik al.' Ik zucht. 'Ik...Ik kan helemaal niks meer. Ik kan niet lopen. Ik kan mijn armen bijna niet bewegen...Ik kan helemaal niks!' De tranen lopen over mijn wangen en ik begin te huilen. 'Ik haat het! Ik haat alles hier! Ik wil gewoon dat alles weer terug gaat naar hoe het eerst was! Ik wil Vaerel terug! Ik heb genoeg van vampieren! Ik wil geen Dragonborn meer zijn! Ik wil gewoon Arwen zijn!' Ik begin te huilen. Ik trek het niet meer. Iemand slaat zijn arm om me heen. 'Toen je Vaerel zag, ontwaakte de dovah in je. Je raakte uit balans, Dovahkiin. Een balans, die hersteld moet worden.' Ik zuch. 'Hoe? Ik kan niks.' Hij schudt zijn hoofd. 'Nee, Dovahkiin. Dat is niet waar. Je kunt alles, als je je geest ervoor opensteld. Maar er is een gevecht bezig in je. En dat zullen we eerst moeten aanpakken. Dat zal het moeilijkste zijn. Maar als dat je is gelukt, staat de wereld voor je open.' Ik slik even en kijk naar mijn schoot. 'De vraag is alleen, Dovahkiin. Ben je er klaar voor?' Ik kijk weer op en kijk hem aan. Ik haal even diep adem. 'Ja...' antwoord ik. 'Ik wil dit niet meer.'

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen