ik weet nu al dat deze hoofdstuklengtes niet consistent gaan zijn.... sue me.

Ik help Hato zijn schoenen uit te doen, en ik graaf in mijn zak om het treintje aan hem terug te kunnen geven, maar onze vader komt aangestormd voordat ik kan praten. Hij tilt hem de lucht in alsof hij niks weegt. “Welkom thuis, duifje. We waren al bang dat je zus je vergeten was.”
      “Ben thuis, Ferry,” begroet ik mijn vader.
      Mijn vader zet mijn broertje neer. “Thuis, Miles.” Dan draait hij zich terug naar Hato, en begeleidt hem naar de keuken. “En, hoe was school?”
      Ik trek mijn eigen schoenen uit terwijl ik mijn broertje opnieuw hoor vertellen over de Capitooltreinen, en laat mijn rugzak op de grond vallen. Ik kan het niet laten om te zuchten. Tuurlijk, mijn vader weet allang wat ík gedaan heb de hele dag. We doen hetzelfde werk, en we staan elke dag samen bij dezelfde deur - vanavond zelfs weer. Bagage slepen is ook niet echt werk waar je met wilde verhalen van thuis komt, en de wilde verhalen die mijn vader en ik samen beleven bespreken we nergens. Niemand praat over de morfling die schuilgaat in kratten, koffers, en tassen - je weet nooit wie er luistert. In het circuit staan mijn vader en ik op een relatief veilige plaats. We zijn niet de mensen die het maken, niet de mensen die de operatie overzien of de mensen die het kopen - we knijpen slechts voor genoeg geld een oogje dicht, slepen af en toe een bagagestuk meer of minder mee het ruim in en uit. En in mijn geval steek ik af en toe wat in mijn eigen zakken, zoek ik de mensen op die ik er het gelukkigst mee maak, en verkoop het voor een goede prijs.
      Af en toe ben ik dat zelf, al valt het mee hoe vaak dat gebeurt. De laatste keer was drie dagen geleden, toen Asuka me ervan had proberen te overtuigen dat de kamer die ik met Hato deel te klein wordt voor ons beiden, en dat ik misschien zou moeten verhuizen naar de zolderkamer - op dit moment onze stoffige opslag. Ik was boos geworden, en ik vond met goede reden - Asuka woont hier niet eens - maar mijn vader kon zich daarin niet vinden. Om mijn hoofd tot rust te brengen had ik een buisje ingespoten wat ik ontdekte onder in mijn jaszak toen ik buiten een rondje aan het lopen was.
      Vandaag is daar niks achtergebleven. Ik check het nog een tweede keer voordat ik mijn jas ophang.
      Als ik aan tafel ga zitten is Asuka wederom aan het vragen hoe het was bij Hato op school. Niemand kijkt naar me op of om. Er mist een bord op tafel, ik ga er meteen vanuit de mijne. Asuka zou nooit het bord van mijn vader vergeten - daar lebbert ze hem teveel voor af - laat staan het bord van het kind dat ze wél op aarde heeft gezet.
      Ik loop naar de kast, pak een bord, en zet hem net iets te luid neer op het hoofd van de tafel. Asuka kijkt quasi-verbaasd op. “Eet zij ook mee,” vraagt ze op vlakke toon aan mijn vader.
Ik reageer niet - ik schep alleen mezelf op. Er valt een stilte aan tafel, en ik gebaar naar Hato. “Praat vooral verder,” zeg ik.
      Asuka geeft me een vieze schuine blik, maar richt haar aandacht dan weer op mijn broertje. Ik snap werkelijk niet waar ik haar gedrag aan verdiend heb. Als ze überhaupt mijn aanwezigheid registreert kijkt ze altijd naar me alsof ik een stinkende afvalbak ben. Dat terwijl ik haar nooit iets heb misdaan - ik neem haar alleen maar kwalijk dat ze zó vaak bij ons thuis is. Ze heeft gewoon een eigen huis, maar haar excuus is dat ze hier zo vaak is om voor “haar liefste Hato” te zorgen - haar zoon die twaalf is, overigens, en prima van alles zelf kan.

Als het eten klaar is ga ik langs mijn kamer om nog een paar spullen te gaan halen. Ik woel Hato, die zijn huiswerk aan het maken is, door zijn haar. “Ziet er ingewikkeld uit, lief,” zeg ik. “Lukt het allemaal?”
      Hij knikt enthousiast. “Ja hoor. Het begint op school eindelijk een beetje interessant te worden.”
      “Mooi zo. Dan gebruik je dat knappe koppie van je nog eens ergens voor.” Ik klop op zijn hoofd, en hij giechelt. “Ik werk vanavond nog, maar ik zie je dan morgenochtend.”
      “Help je me morgen? Met klaarmaken voor de Boete?”
      Shit. Dat is waar ook. Morgen is Hato’s eerste boete, daar had ik nog niet bij stilgestaan. Dat is nog een angst erbij voor vandaag. “Komt goed, lieffie. Asuka heeft toch eergisteren al kleren voor je klaargelegd?”
      Hij maakt een afwezig geluid. Ik glimlach als ik naar de trap loop. “Ik zie je morgenochtend.”
      “Tot morgenochtend,” zegt hij.

Als ik de trap afkom, loop ik bijna tegen mijn vader aan, die zijn schoenen aantrekt in ons nauwe halletje. Hij kijkt me vreemd aan. “Waar denk jij vanavond heen te gaan, meis?”
      “Waar jij ook heen gaat? Naar werk?” Wat dacht hij dan?
Hij trekt zijn wenkbrauwen op. “Dat dacht ik niet. Je bent moe. Ga naar bed.”
      “Waar komt dat ineens vandaan? Ik zou vandaag toch wél de avondshift draaien?”
      “Avondshifts voor de Boete zijn écht hard werken,” zegt hij. Hij gaat verder met zijn jas aantrekken. “Daar is geen plaats voor wijffies zoals jij.”
      “Wat-” Mijn mond valt open, woorden blijven in mijn keel steken. “Wat is dat voor dóm excuus!” Mijn stem slaat over, maar het kan me niks schelen. “Je weet dat dat een dom excuus is. Ik til dezelfde koffers als jij, ik werk dezelfde uren, al bijna twee jaar-”
      “Nergens voor nodig om zo hysterisch te worden, Miles.” Zijn hele houding tegenover mij maakt me laaiend. Hij doet áltijd alsof ik dom ben, alsof ik niks begrijp van wat hij zegt. “Leg die domme rugzak nou neer. Meiden tillen niet, dat probeer ik je al twee jaar uit te leggen. Wanneer snap je nou eens dat er zo geen man is die je zo mee naar-”
      “Wanneer snap jij nou eens dat dat me geen fuck boeit?!”
      Hij draait zich om naar me. Hoewel zijn stem de hele tijd rustig is, zie ik dat zijn ogen even boos staan als de mijne. Ik val even stil.
      “Dit gesprek is over,” zegt hij dan. “Ga je moeder helpen.”
      “Ze is mijn moeder niet,” bijt ik terug. “Dat vindt zij ook, en dat zal ze dus ook nooit zijn.” Maar ik weet dat ik niet meega naar werk vanavond, en dat hij gewonnen heeft.
      “Welterusten, Miles.” Hij slaat de deur dicht in mijn gezicht.

Reageer (3)

  • groei

    hysterisch


    Doei. Dag. Gegroet. Fijne avond. Nuh-uh. Nee.

    Mag ik slaan?

    16 uur geleden
    • RefIection

      slaan is toegestaan en welkom! zolang millie er maar niet direct mee geaffilieerd wordt :)

      7 uur geleden
  • Megaeraaa

    En in mijn geval steek ik af en toe wat in mijn eigen zakken, zoek ik de mensen op die ik er het gelukkigst mee maak, en verkoop het voor een goede prijs.
    Dit is echt zo origineel, ik wist nooit goed wat ik me moest voorstellen bij werk in D6, maar dit werkt zo goed en het hele morfling-gedoe is zo logisch want dat is hoe het eraan toe gaat bij havens en zo, maar om dit in de THG wereld te verwerken is echt een coole keuze

    “Eet zij ook mee,”
    waar was dat nu weer voor nodig

    “Nergens voor nodig om zo hysterisch te worden, Miles.”
    tf? Ik begrijp dat ze de hele tijd boos wordt

    De dynamiek binnen deze familie is zo fucked

    17 uur geleden
    • RefIection

      :D ik ben echt bij dat het morfling ding goed overkomt

      en de hele situatie die een mens problematisch maakt teehee

      7 uur geleden
  • Duendes

    ik weet nu al dat deze hoofdstuklengtes niet consistent gaan zijn.... sue me.

    Consistente hoofdstuklengte is overrated - you can do whatever the hell you want (cool)

    “Ben thuis, Ferry,” begroet ik mijn vader.
    Mijn vader zet mijn broertje neer. “Thuis, Miles.” Dan draait hij zich terug naar Hato, en begeleidt hem naar de keuken. “En, hoe was school?”

    *insert die meme van een zwembad waar één kind boven water wordt gehouden terwijl de andere verdrinkt*

    Niemand praat over de morfling die schuilgaat in kratten, koffers, en tassen - je weet nooit wie er luistert.

    Maar maar maar I would love to hear these stories!!

    had ik een buisje ingespoten wat ik ontdekte onder in mijn jaszak toen ik buiten een rondje aan het lopen was.

    Hoe kwam dat daar nou??? Hoe toevallig zeg huh waaaaat!!

    Er mist een bord op tafel, ik ga er meteen vanuit de mijne. Asuka zou nooit het bord van mijn vader vergeten - daar lebbert ze hem teveel voor af - laat staan het bord van het kind dat ze wél op aarde heeft gezet.

    OEF auwtsj dat is pijnlijk man wat kut
    Je zou d'r moeten hoeken meid

    “Waar komt dat ineens vandaan? Ik zou vandaag toch wél de avondshift draaien?”
    “Avondshifts voor de Boete zijn écht hard werken,” zegt hij. Hij gaat verder met zijn jas aantrekken. “Daar is geen plaats voor wijffies zoals jij.”

    Oef en tevens Ugh - wat een nare man bleghhh en also love de worldbuilding details die je geeft like wow District 6 bestaat ineens daadwerkelijk??? Wat?? En natuurlijk zijn avondshifts voor de Boete hard werken als morflingsmokkelaars oeps slay

    22 uur geleden
    • RefIection

      #letmillielosesomeselfrestraint

      7 uur geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen