Blauwe Vlinder.

Vlinders zijn niet enkel de prachtige, kleurrijke, kleine beestjes die je buiten wel eens voorbij ziet fladderen. Ze zitten ook in je hart en zijn de basis van je karakter. De basis van alles waarvoor je staat. Zonder vlindertje in je hart, kun je niet overleven in deze gruwelijke wereld vol oorlog en haat.
Ik doe met deze SA mee aan een schrijfwedstrijd. Zou ik kans maken, hiermee?
Amélie Nuite

Mogelijke uitkomsten

Taking the butterfly away (103 x uitgekomen)

Vlinders zijn niet enkel de prachtige, kleurrijke, kleine beestjes die je buiten wel eens voorbij ziet fladderen. Ze zitten ook in je hart en zijn de basis van je karakter. De basis van alles waarvoor je staat. Zonder vlindertje in je hart, kun je niet overleven in deze gruwelijke wereld vol oorlog en haat.
Schichtig plaatste het meisje haar rechterhand op haar hart en haalde opgelucht adem wanneer ze voelde dat het vlindertje binnen haar nog steeds vrolijk aan het fladderen was. Een gevoel van onrust overnam haar gedachten en zo snel ze kon verschuilde ze zicht achter een grote stapel van kartonnen dozen. Luide, tikkende geluidjes weergalmden door de witte ruimte die haar omringde. Een schok ging door haar heen wanneer ze een paar schoenen voor haar op de grond zag staan. Ze durfde niet naar boven kijken, bang dat de vreemde persoon die voor haar stond het vlindertje in haar hart kwam afnemen. ‘Sta op’, beval een ijskoude stem haar. Met moeite stond ze op en slaakte ze een gil wanneer de vreemde persoon haar bij de arm vast nam. Schuw keek ze om haar heen, zoekend naar een uitgang, zoekend naar haar redding. Hoe goed ze ook rondkeek, nergens was een mogelijke redding te bespeuren. Tranen prikten achter haar ogen, maar ze was vastbesloten niet te gaan huilen. Ze wilde zichzelf niet kwetsbaar opstellen, kwetsbaarder dan ze al was. Ze haalde diep adem en voelde hoe de tranen langzaam samenvloeiden met het vocht van haar ogen. Voorzichtig keek ze naar boven, recht in de ogen van een bleke vrouw met sterke gelaatstrekken. De gitzwarte ogen keken haar kil aan, waardoor ze haar hoofd geschrokken afwendde. ‘Laat me gaan’, fluisterde ze bang. De kille vrouw lachte alleen maar, ze zou het meisje niet laten gaan voordat het kleine vlindertje van haar was. Het vlindertje zou haar macht en gezag geven. Slechts tien kleine vlindertjes, verkregen door gruwelijke daden, konden haar een eeuwig durend leven bezorgen. Slechts tien kleine vlindertjes. Althans, dat was wat de mythe haar verteld had.
Een eenvoudige knip met de vingers zorgde ervoor dat de vrouw en het meisje in een andere dimensie terechtkwamen. Een dimensie van wolken, die een blauwige mist vormden. Het meisje kneep haar ogen dicht, bang voor wat komen zou. Ze wist niet waar de vrouw haar mee naartoe nam, maar de mist voorspelde niet veel goeds. Weer legde ze haar rechterhand op haar hart. Ze voelde hoe het vlindertje steeds minder snel fladderde en de emoties langzaamaan uit haar sombere lichaam wegvloeiden. Ze moest het vlindertje beschermen, het was haar vlinder, van niemand anders. Ze moest het beschermen met al de kracht die ze in haar had en dat zou ze ook doen. Die vrouw had het recht niet om de vlinder van haar af te nemen, het was haar basis van bestaan, haar karakter en haar gevoelens. Allemaal samengevloeid in één klein, blauw vlindertje.
Weer werd het meisje hardhandig aan haar arm meegesleurd. Ze durfde niets meer te zeggen, zo hard verafschuwde ze de kille stem van de vrouw. Voordat ze het nog maar doorhad, liet de dominante vrouw haar pijnlijke arm los en verscheen er uit het niets een metalen band rond haar pols. Een zware ketting verbond de arm van het meisje met de vrouw, zodat ze niet weg kon lopen. Het meisje besefte dat er geen ontkomen meer aan was. Met alle kracht bleef ze staan, wanneer de vrouw weer begon te lopen. De zware ketting stond hard aangespannen en door de kracht van het metaal viel ze op de grond, recht op haar knieën. Deze keer kon ze haar tranen niet ophouden, de zoute druppeltjes maakten haar wangen vochtig en een zachte snik kwam uit haar mond. Plots werd haar keel dichtgeknepen door een onzichtbare hand. In paniek omsloot ze haar keel met haar handen en voelde ze hoe ze licht werd in haar hoofd. De grond voor haar draaide en in de verte hoorde ze de ijselijke lach van de vrouw. Net voor ze bewusteloos viel, voelde ze hoe de zuurstof haar longen weer invloeide. Zwaar hoestend liet ze zich helemaal op de harde grond vallen, maar de kans om te bekomen kreeg ze niet. Ze werd weer omhoog gesleurd en werd door middel van de metalen band rond haar pols gedwongen verder te lopen. Haar vrije hand legde ze ongerust op haar hart, voelend hoe het was met het kleine vlindertje. Opgelucht haalde ze adem, het leefde nog.
Na een tiental minuutjes lopen kwamen ze bij een enorme klif aan. Angstig keek ze van op de rand naar de afgrond. Even dacht ze dat de vreemde vrouw haar in de afgrond zou duwen, maar al snel bleek dat er een kleine, bijna onzichtbare brug boven de afgrond hing. Voorzichtig liep ze de smalle brug op terwijl ze zichzelf dwong niet naar beneden te kijken. Net wanneer ze aan de overkant aankwamen, verdween de mysterieuze brug achter hen. Een groot, grijs gebouw doemde voor hen op en voor ze het wist had de kille vrouw haar een volledig lege kamer in gesleurd. De polsband van zwaar metaal verdween als sneeuw voor de zon, maar haar vrijheid duurde niet lang. De vrouw knipte met haar vingers en een seconde later zat het meisje opgesloten in een kleine kooi. Kwaad duwde het meisje tegen de tralies, hopend dat de metalen staven zouden breken. Maar daar was het metaal de sterk voor, wist ze. De tranen bleven maar over haar wangen stromen, maar ook dat hielp niet. De vreemde vrouw toonde geen enkele emotie, laat staan medelijden. Uitgeput liet het meisje haar rug tegen de tralies leunen, vechtend tegen de slaap. Haar ledematen deden pijn en haar hoofd zat vol vragen. Vragen over wat er zou gebeuren als haar vlindertje weg was.
De kamer veranderde van kleur en de deur verdween uit de muur. De kooi vervaagde langzaamaan en even dacht het meisje dat ze ontsnappen kon. Razendsnel liet ze haar blik over de muren glijden, maar al snel had ze door dat de deur er niet meer was. Het meisje begon te rennen, zo snel ze kon. Ze wist niet waarheen, de muren van de kamer leken steeds verder weg te zijn. Alle muren waren in dezelfde kleur, waardoor ze niet meer wist wat links en rechts was of boven en onder. Het had geen zin meer, ze kon geen kant meer op. De vrouw kwam op een rustig tempo op haar af. Een ijzige grijns sierde haar gezicht met perfecte gelaatstrekken. ‘Kom maar op’, mompelde het meisje, niet van plan om zomaar haar vlindertje te laten afnemen. Als ze haar vlinder toch zou kwijtraken, zou ze er voor vechten tot het bittere eind. De kille vrouw opende haar zwarte bloesje, zodat de plek van haar hart zichtbaar was. Een glazen bol, gevuld met een gitzwarte vlinder, sierde de plaats. Geschrokken keek het meisje naar de zwarte vlinder, nog nooit had ze een zwarte vlinder gezien. Zwart stond symbool voor duisternis, dwaling en zonde. Het stond symbool voor pure slechtheid. Iedereen heeft wel een beetje van het kwade in zich, maar meestal haalde de goedheid de bovenhand. Bij de vreemde vrouw niet, bij haar haalde het kwade de bovenhand.
Met één slag verscheen er een scheur in het T-shirt van het bange meisje, waardoor ook haar glazen bol, gevuld met een klein vlindertje, zichtbaar werd. In tegenstelling tot de gitzwarte vlinder, was haar vlinder felblauw, de kleur van de hemel, onschuld en trouw. Geschokt bleven haar ogen op de gitzwarte vlinder hangen, terwijl ze met haar handen haar eigen vlindertje beschermde. De zwarte vlinder zat niet alleen in de glazen bol van de vrouw, acht andere, kleine vlindertjes hielden hem gezelschap. Acht gestolen vlindertjes fladderden vrolijk in het hart van de wrede vrouw. Acht lieve, kleine vlindertjes. Vol afschuw keek het meisje naar de vlinders, haar vlindertje zou het negende zijn. De negende verovering van dat afschuwelijke mens.
Het meisje voelde hoe een enorme kracht haar optilde, de zwaartekracht leek verdwenen te zijn. Met al de kracht die ze in zich had, probeerde ze het tegen te houden, zonder succes. Gillend spartelde ze met haar armen en benen, hopend dat ze het gezicht van de wrede vrouw zou raken. Hopend dat de kracht die haar omhoog tilde het zou begeven. Hopend op iets wat toch niet zou gebeuren. Haar lichaam zweefde horizontaal boven de grond, alsof het leunde op een onzichtbaar oppervlak. Een zilverkleurige, lichtgevende draad verbond haar hart met die van de kille vrouw. Wanhopig probeerde ze de connectie tussen de twee glazen bollen te verbreken, maar de energie vloeide uit haar lichaam. Haar oogleden vielen dicht, terwijl al de emoties uit haar lichaam werden gezogen. Het meisje deed nog een greep naar haar glazen hart, maar haar arm viel halverwege weer slap naast haar neer. Ze voelde hoe haar lichaam trilde en het felblauwe vlindertje haar hart verliet. Al haar emoties waren verdwenen, zelfs de kracht om haar ogen te openen had ze niet meer. Wanneer het vlindertje de kille vrouw bereikt had, verdween de lichtgevende draad en voelde ze hoe de zwaartekracht weer op haar in begon te werken. De restanten van haar lichaam vielen met een doffe klap op de stenen grond, waarna haar hele bestaan veranderde in kleine, grijze, stofdeeltjes. Zonder vlinder was ze niets, het vormde de basis van haar bestaan. Zonder vlinder, kon ze niet meer leven.

Statistieken

Statistieken

Reageer (21)

  • Caged

    prachtig

    1 decennium geleden
  • Caged

    prachtig

    1 decennium geleden
  • Dummiepants

    Weet je hoe mooi

    1 decennium geleden
  • Liek

    Vlindertje, mooi =) Echt heel mooi, je schrijft heel goed!

    (doeg)

    Liek

    1 decennium geleden
  • BORNx2xROCK

    WTF,


    Weet je hóé mooi.

    1 decennium geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Wat wil je nu doen?