Foto bij •01 Niall

Niall P.O.V

Ik schiet wakker door de bel. Elke dag het zelfde ritueel. Vroeg wakker, eten, schoonmaken, rust, schoonmaken, eten en dan weer schoonmaken. Altijd lagen we laat in bed, ze wisten niks anders te doen met ons. Je zou denken dat iedereen het hier even zwaar had, alles behalve dat.
Het was maar net hoe je was. Dapper, en de baas over iedereen. Of net als mij, een rustig, bang en onzeker jongetje.
Dan had je een probleem, je had het hier al moeilijk. Je moest hier nooit laten zien wat je zwakheid was, helaas was die bij mij al snel gevonden.
Ik moest gewoon wachten tot dit allemaal voor bij was. Alsof dat ooit zou gebeuren, ik was nu zeventien jaar jong. Wat heb ik in het leven gezien?
Niks, maar dan ook niks. Ja, vieze vloeren en de nare personen. Dat wou ik niet zien, ik stond alleen. Mijn enigste steun was mijn oudere broer, die had ik nu ook al tien jaar niet meer gezien. Ik was blij dat hij geadopteerd was door een Brits gezin, wetend dat hij het goed heeft. Dat was belangrijk voor me, toch zou ik wel iemand om me heen willen. Iemand die mij niet kwetste of pijn deed. Zo wel lichamelijk als geestelijk. Na tien jaar weet ik nu wel dat ik lelijk, onhandig, dom en raar ben. Elke dag werd dat herhaal tegen me door hun, ze waren tussen zestien en achtien. We zaten allemaal in het zelfde schuitje, maar ieder had een andere kant. Ik zat in een klein hoekje, elke dag wachtend tot dat ze me weer in elkaar sloegen. Wachten tot ik ook hun gedeelde moest schoon maken zo dat hun kunnen doen wat ze wouden. Ik was het allemaal al gewend, ik had dit vast verdiend. Je zou denken dat we hier niks te eten kregen, tuurlijk kregen we te eten. Niet veel , maar genoeg om op te leven. Helaas, ik had niet zoveel. Elke dag werd het afgepakt, door dat hun het nodig hadden. Terwijl zij best een ''buikje'' hadden, ik had al niet zoveel kracht. Ik verzonk helemaal in me gedachten tot dat ik een klap in me gezicht voel. Daniel keek me aan, hij was 1 van de ''begeleiders'' hier. ''Op staan Horan, het is tijd om te eten.'' Zo liep hij weg. Ik greep met me hand naar me wang en stond voorzichtig op.
Alles deed pijn door gisteren, ik had weer wat klappen gevangen. Ook de snijdwonden deden pijn, ik maakte ze niet. Nee, zij maakte het omdat ik het verdiende door dat ik zo lelijk was. Snel liep ik naar de grote gezamelijke badkamer en trok me gescheurde en dunne pyama uit voor me werk kleding.
Ik poetst me tanden, en liep zo naar de eetzaal. Een luid geschreeuw kwam er vandaan, van de honderd jongens. Meiden waren er niet, het geluid viel weg toen ik de deur opende. Ik voelde de blikken van het groepje jongens al op me branden.
Weer een nieuwe dag in weeshuis Remio...

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen