Ik sta op het vliegveld. Mijn naam is Kiara Kolner, ik ben hier 9 jaar oud. Mijn broer, Raza Kolner, heeft mijn moeder zo ver gekregen dat hij mee mag op zakenreis naar een ander land genaamd Opaque, het is er een grote woestijn. Mijn moeder is archeoloog en ze hebben blijkbaar een belangrijke ontdekking gedaan. Ik weet de details niet, mijn moeder zei dat ze het pas mocht vertellen als ze terug kwamen. Als ik toen wist dat ik het nooit te weten zou komen...

"Doe voorzichtig, Indra," zegt mijn vader tegen mijn moeder als we bij de gate staan. Ik zal hier blijven met mijn vader voor de twee weken dat mijn moeder en Raza weg zijn.

"Natuurlijk. Let goed op jezelf en Kiara, lieverd." Mijn moeder, Indra Kolner, en mijn vader Brandon Kolner. Ze zijn nu tien jaar getrouwd en hebben twee gezonde kinderen.

"Kiara, niet zo verdrietig zijn!" roept Raza plots.

"I-ik ben niet verdrietig!" roep ik terug.

"Ik kan het zien, je oren hangen." Als neko's hebben we allemaal katten-oren, klauwen en staarten. We kunnen in katten veranderen, in mijn geval een kitten, en onze ogen lichten op in het donker. Raza heeft de licht-groene ogen van mijn vader geërfd en ik de donkergele van mijn moeder. Verder hebben we alle vier bruin haar, dat van mij en mijn moeder lang, Raza en mijn vader hebben kort, warrig, haar.

Ik bedek mijn oren met mijn handen en kijk tussen mijn armen door naar Raza. "Ik ga jullie missen."

"Wij jullie ook," zegt mijn moeder als ze mij en mijn vader een knuffel geeft. Raza geeft ons ook beiden een knuffel voordat we een omroep horen die aangeeft dat het vliegtuig van mijn moeder en Raza gaat vertrekken.

"Doei, mama en Raza!"

"Doei lieverd."

"Zie je later, Kiara!"

~Die avond, thuis~


Ik zit aan de keukentafel te tekenen. We zijn net klaar met eten en zoals altijd zit mijn vader het nieuws te kijken.

"Papa, denk je dat mama en Raza al zijn aangekomen bij mama's werk?" vraag ik in mijn hoge, kinderstem.

"Waarschijnlijk moeten ze nog een uur vliegen." antwoordt mijn vader.

Plotseling buigt mijn vader voorover en kijkt hij aandachtig naar het scherm. Dan zet hij het geluid harder. "Een vliegtuig op weg naar Opaque is gecrasht! We zijn nu ter plekke en er lijken geen overlevenden te zijn! Het vliegtuig ligt aan flarden, alsof er iemand met mega-klauwen overheen is gegaan! Ongelooflijk! De politie is net aangekomen en probeert nu de slachtoffers te identificeren. Blijf kijken voor meer informatie!"

Dan gaat de telefoon. Ik heb dit, tot vandaag en waarschijnlijk nog veel langer, gezien als de dag die mijn leven ruïneerde. Mijn vader pakt de telefoon af. "U spreekt met Bradon Kolner... Ja... Het nieuws staat aan, ja..." Tranen springen in zijn ogen en ik zie dat hij moet slikken. "Bedankt..." Dan legt mijn vader de telefoon neer. "Lieverd, kun je even hier komen. Papa moet je iets vertellen."

Ik stap langzaam en behoedzaam van de stoel af. Ik kan aan hem zien dat er iets mis is, alleen heeft mijn negen-jarige ik nog niet door wat. "Wat is er mis, papa?"

"Het vliegtuig waar mama en Raza in zaten... Het is neergestort... Er zijn geen overlevenden gevonden..." Dan komen de tranen in zijn ogen naar buiten, ze stromen als watervallen over zijn wangen.

Het kost me even om door te hebben wat het betekent en zelfs dan durf ik het niet te geloven. "Z-Zijn ze d-dood?''

"Ja, lieverd... Ze hebben het niet overleefd." Mijn zicht wordt wazig door de tranen en even later rollen ze in watervallen over mijn wangen.

"M-maar ze h-hebben beloofd o-om terug te k-komen," weet ik uit te brengen, tussen het snikken en huilen door.

"Weet ik," zegt mijn vader. Dat is het enige, maar raar genoeg zegt het veel meer. Het spreekt de pijn uit en al het verdriet. Ik kan erin horen dat hij zegt dat die belofte hierbij is verbroken. Ik kan horen dat ze nooit zullen terugkomen en hoeveel pijn het hem doet, ons beiden doet. Ik hoor zijn lijden en medelijden. Onze oren hangen die hele nacht, terwijl we ons in slaap huilen op de bank.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen