Zebediah
Zebediah
Zebediahs vingers voelden verkrampt door de woede die door zijn lijf raasde.
De enige persoon die hij vertrouwde, had hem verraden.
[tabHet plan was ook nog eens mislukt, want ze hadden zich moeten terugtrekken. Onyx en Jester had hij wel – en Nish. Genoeg om voorlopig zijn frustratie op af te kunnen reageren.
Maar dat was dan ook alles: afreageren.
Het was alsof zijn hele plan nu gewoon… in het water was gevallen. Hij gaf er geen zier meer om. Het kon hem geen bal schelen wat er met de rest van de leerlingen gebeurde.
Hij zou zijn gram halen, nog een beetje voldoening halen uit het lijden van de twee Panthers en Nish en dan zorgde hij dat hij Fox hier kreeg en ging hij hier ver, ver vandaan.
Nadat iedereen de gang verlaten had en hij mensen had opgedragen om iedereen terug naar de vleugel te brengen waar ze al de hele tijd hadden gezeten, beende hij naar de gang toe waar hij Jester en Onyx had laten opsluiten.
Hij zag dat de twee met hun rug tegen de muur waren gaan zitten, gescheiden door de schoktralies. Meteen voelde hij zich beter. Hij haalde de afstandbediening voor de schokbanden uit zijn zak en maakte ook het mes los dat hij de hele dag bij zich had gedragen.
‘Jullie zien eruit alsof jullie om wat actie staan te popelen.’
Jester
‘Ik bedoel, ik wilde het zelf niet ter sprake brengen, maar dit wordt echt geen goede Yelp review. Je had op zijn minst kunnen investeren in wat stripboeken.’ Hij blikte naar het mes. ‘Kom je dat arme peertje uit zijn lijden verlossen? Volgens mij knippert dat ding een ik-ben-klaar-met-mijn-leven boodschap in morse code.'
Zebediah
‘Hij is je geleuter vast zat, net als iedereen op de wereld.’ Hij hurkte voor Jester neer.
Jester
Jester dacht niet dat deze persoonlijke aandacht positief zou gaan uitpakken. Wat hem betrof mocht Nish best eens opschieten met zijn poging hun levens te redden, voordat dat mes van Zebediah na een verkeerde opmerking impulsief in Jesters lever eindigde.
Hij liet zijn hoofd tegen de muur leunen en keek naar de oudere jongen op. ‘Het is gek om je weer eens van zo dichtbij te zien. Je hebt een moedervlekje boven je wenkbrauw.’ Hij stak zijn hand uit om hem aan te wijzen. ‘Daar.’
Onyx
Onyx werd bloednerveus van het mes in Zebediahs hand. Hij had een donkerbruin vermoeden wat die klootzak ermee ging doen en zolang hij z’n diamond armor aanhield als een fucking Minecraft-poppetje kon Nish ook weinig met z’n riem.
‘Wat ben je ook een slappe lul,’ sneerde hij. ‘We hebben een fucking schokband om en nog vind jij het nodig om een harnas te dragen. Geen wonder dat Fox je een lachertje vindt. En nog triester is het dat je de gave van je rivaal gebruikt om je te durven vertonen.’
‘Ah, wel, die rivaal is nu dood. Misschien had hij zichzelf wat beter moeten beschermen. Of Fox.’ Hij grijnsde naar Jester. ‘Het moet wel pijn doen hè, dat je je vriendje én je beste vriend niet hebt kunnen beschermen.’
Jester
Jester trok zijn wenkbrauwen op. ‘Villain-speeches-voor-dummies zitten doorbladeren?’
Zebediah
‘Ik heb geen speeches nodig om te krijgen wat ik wil. Kijk me aan.’ Zodra hij dat bevel had gegeven, grijnsde hij. ‘Snijd eerst die akelige tong van je er maar eens uit.’
Jester
De lucht viel dood in zijn longen.
Hij staarde Zebediah aan—daar kwam verder geen opdracht meer bij kijken, hij had niet anders gekund als hij het had gewild. Zijn oren suisden. Zijn... zijn tong uitsnijden? Dat kon hij niet goed gehoord hebben. Maar Zebediahs ogen stonden glashard en de opdracht was een stuk sneller in het accepteren van de realiteit dan Jester zelf.
Snij eerst die akelige tong van je er maar uit. De controle over zijn eigen lichaam glipte als water door zijn vingers.
Nee.
Nee, fúck dat!?
Het was een reflex, zijn eigen stomme koppigheid, en zijn eigen gave kwam brullend in opstand. Stom. Als hij daar wat aan had gehad, hadden ze hier natuurlijk allang niet meer gezeten. Jester verkrampte en vloekte toen de schokband genoeg stroom door zijn lijf joeg om een mens een hartstilstand te bezorgen.
Nish
Nish ging nu al bijna over zijn nek – hij kon nog net zijn arm tegen zijn mond drukken. Wat een gestoorde klootzak. Langer wachten in de hoop dat stomme hoofddeksel af zou doen, kon niet meer. Hij sleurde Sarah mee de cel in. Net op het moment dat Zebediah het wapen uitstak, gooide Nish zijn gewicht tegen hem aan.
‘Grijp dat mes!’ schreeuwde hij naar Sarah, terwijl hij Zebediah tegen de grond bleef drukken.
Jester
Jester schrok terug toen er iets in volle vaart tegen Zebediah aan klapte en het mes over de vloer kletterde. Hij volgde het wapen met zijn ogen—hij kon de tering niet helpen—en gaf zichzelf een mentale klap in zijn gezicht voor hij ideeën ging krijgen om het godvergeten ding op te pakken.
Dat kon bovendien niet, want het was expliciet de bedoeling dat hij eerst zijn tong eruit zou snijden. Dus, tja. Messen oppakken stond zodoende niet direct op zijn to-do lijstje. Ademen en dat soort dingen dan weer wel, beredeneerde hij, want als hij ter plekke ophield met ademen kon hij straks ook niet meer van dienst zijn met tong-uitsnij-zaken, want dan was hij hartstikke dood. Dus hij bleef zitten waar hij zat.
Sarah
—indingbindingbinding. Een ruk aan haar arm en ze struikelde achter Nish aan Jesters cel in. Nish liet haar los en gooide zich op Zebediah en een mes rammelde akelig luid over de te gladde vloer.
God, ze vond Zebediah echt een klootzak. Altijd al, maar er was een specifieke reden dat het nu—
Hij wilde Jester zijn eigen tóng laten uitsnijden?
Tering, wat een fucker.
Denk aan de binding Saar, bindingbindingbinding. Rood, rood, vonkend rood. Romeo en Onyx, Onyx en…
Ze liep achter op de zaken. Ze moest iets belangrijks doen? Sarah keek om zich heen. Rechts lag Nish over Zebediah heen, links zat Onyx achter een stel gezellig uitziende tralies, een stukje naast haar voet lag een mes, en Jester zat met een gestreste blik naar haar te staren. Het voelde alsof dat wat moest betekenen.
Het mes.
Dúh.
Sarah boog zich voorover en raapte het op—steek het in je hand!—en overwoog of Nish er wat aan zou hebben, of dat het risico dat het wapen weer in Zebediahs handen eindigde te groot was. ‘Check,’ zei ze maar tegen Nish, bij gebrek aan betere ideeën.
Ook waardeerde ze Zebediahs überhaupt niet zo in deze cel en ze keek heen en weer tussen zijn glimmende pantser en de kristallen vloer.
‘Ha,’ lachte ze. ‘Is dat even kut.’
Er was een tijd dat ze zeven bindingen tegelijk in stand had kunnen houden. Toegegeven, het was langer geleden dan gewenst. Ze stelde zich een nieuwe draad voor, een heel kleintje maar (BINDINGBINDINGBINDING)
Ja, ja. Die mochten naast elkaar bestaan.
die Zebediahs pantser naar de vloer verbond en weer terug. Steen was steen, kristal was kristal, en glimmend was glimmend. En in de vloer zat relatief weinig beweging, een functie die ze voor Zebediah’s (BINDING) pantser ook wel zag zitten.
Hee, haar hand was weer rood.
Kwam dat even (BINDING!!!!) goed uit.
Zebediah
Vloekend probeerde Zebediah van het gewicht boven op zich af te komen. Het duurde achterlijk lang voordat hij doorhad dat het Nish was en dat die hier samen met Sarah in een idiote hinderlaag op hem had staan wachten. Sarah hield het mes nu in haar hand, maar leek verder helemaal van het padje af.
Zebediah probeerde Nish’ armen te grijpen. Hij kon zich alleen niet bewegen, want opeens was het alsof zijn harnas wel honderd kilo woog. Paniek joeg door hem heen toen Nish half overeind kwam en zijn hand naar Sarah uitstak om het wapen aan te nemen. O nee. Nee, dit werd niet zijn einde. Niet na alles, nee - gewoon nee! Hij worstelde met Kris’ kloteharnas – en opeens rolde hij op zijn zij en was de druk verdwenen. Hij ramde zijn diamanten scheenbeen tegen die van Nish.
Een bevredigende knak weerklonk toen het bot brak en Nish schreeuwend door zijn been zakte. Zebediah rukte het mes weer uit zijn hand en ramde het twee keer in zijn bovenlijf voor hij hem tegen een muur kwakte. ‘Denk maar niet dat je er zo snel van afkomt,’ gromde hij. ‘Straks laat ik je oplappen en dan neuk ik je helemaal kapot. Je zal vanzelf doodbloeden.’
Met het mes in zijn hand keerde hij zich naar Sarah. ‘Jij. Laat die binding tussen Romeo en Onyx los en ram je hoofd tot moes tegen de muur.’
Eindelijk voelde hij zich weer kalmer worden. Hij richtte zich weer tot Jester en grijnsde een bloederige grijns. ‘Sorry voor het oponthoud.’ Hij knielde voor hem neer. ‘Snijd nu je tong eruit.’
Jester
Hij kon niet anders—Jester voelde hoe hij zijn hand uitstak om het vleesmes aan te pakken. Nish lag achter Zebediah kreunend op de grond, Sarah was verderop door haar benen gezakt en Onyx zat hopeloos opgesloten aan de andere kant van elektrisch geladen tralies en een dikke muur van steen.
Hier en nu, in deze tijdlijn, ging dit gebeuren.
Hij had het ijskoud.
Het enige waar hij zich met een macht der wanhoop nog aan vast wist te klampen, was het gebrek aan een tweede opdracht. Geen commando om hierna te blijven zitten waar hij zat, geen bevel het mes weer terug te geven. Misschien was het arrogantie, misschien was het terecht. Maar Jester beloofde zichzelf dat zodra hij gedaan had wat hem gezegd was, hij het lemmet tussen de spleet van het diamant zou rammen: recht Zebediah’s grijnzende kop in.
Het maakte niet meer uit of hij dat wel wilde, of het iets was waar hij mee zou kunnen leven. Dit was rock-bottom: en Jester had het er tien keer voor over als dat zou betekenen dat Onyx er ongeschonden vanaf kwam.
Hij keek Zebediah aan en siste, ‘Fucking loser.’
En hij tilde het mes op—en deed zijn best, zijn uiterste fucking best om zijn eigen brein uit te zetten om zich te kunnen beschermen tegen de pijn—zette het lemmet tegen zijn tong, en sneed.
Het was erger dan hij bang voor was. Het was erger dan hij woorden voor had. De tranen sprongen in zijn ogen en hij schreeuwde, en hij zou gestopt zijn als hij het kon, maar Zebediah’s gave was zo onverzettelijk als het heelal.
Jester wenste dat hij zijn eigen gave had, al was het alleen maar om aan de hartverscheurende pijn te kunnen ontsnappen.
Hij kon niet ademen, hij kon niet denken—en het mes kletterde uit zijn hand terwijl hij bijna stikte in zijn eigen bloed en zich kokhalzend naar voren boog. Door het waas van tranen glansde de zwarte vloer helderrood in het vage licht.
Pak het mes.
Pak het mes.
Jester, pak dat godvergeten mes en steek het door zijn hoofd.
Hij kokhalsde opnieuw, de geur van koper in zijn neus en in zijn longen.
Het mes, Jester.
Nu, of nooit.
Zebediah
Oh, heerlijk dit. Wat smaakte wraak toch zoet. Het bloed dat uit Jesters mond stroomde, de pijn die zijn rotkop vervormde – en nog mooier: het woeste geschreeuw dat uit de andere cel vandaan kwam, waar Onyx zichzelf tot drie keer toe elektrocuteerde.
En dan op de achtergrond: Nish die zichzelf wanhopig omhoog probeerde te werken en steeds weer door zijn been zakte, terwijl hij zwakjes aan Sarahs been trok in een poging haar te laten stoppen haar gezicht te verminken.
Maar niets zou dat wicht helpen. Zelfs als hij haar benen eraf hakte, zou ze haar kop tegen de muur blijven slaan tot haar hersenen in het rond vlogen. Een fucking horrorshow. Hij had het moeten filmen.
Voor hem graaide Jester naar het mes. Slimme jongen.
Zebediah stampte op zijn pols voor hij het wapen kon vastgrijpen en greep hem bij zijn bebloede kin vast. ‘Hoe voelt het nou, Uk? Als als alles uit je handen wegglipt? Oh wacht, je kan me niet antwoorden.’ Hij schopte het mes naar achteren en pakte het op. ‘Voor zo’n controlefreak als jij zal het wel pijn doen. Omwille van ons verleden wil ik je wel één gunst verlenen? Ik kan het lijden van één van hen beëindigen. Je kan voorkomen dat Sarahs hersens hier straks rondspatten, dat ik Nish’ straks kapotneuk - misschien wel voor je ogen, altijd gezellig – of ik kan je liefje een snelle dood geven, in plaats van dat ik jou hem in stukjes laat snijden. Wijs degene maar aan die je niet zulk lijden toewenst.’
Jester
Jester wilde schelden en slaan, hij zou met zijn víngers Zebediah’s ogen uit zijn kop trekken. Angst en woede golfden door zijn lichaam. Nog terwijl de oudere jongen stond te zeveren over een keuze, greep Jester met links naar de arm die hem bij zijn kin vasthad, verschoof zijn gewicht en trapte met zijn voet zo hard hij kon omhoog naar Zebediah’s hoofd en helm.
Als ze dan toch allemaal doodgingen, had hij ook niets meer te verliezen.
Zebediah
Zebediah was niet op de trap berekend en deinsde naar achteren. Zijn lip spleet open en hij proefde bloed. Woest stormde hij naar voren en greep Jester bij zijn strot. ‘Dan niet,’ gromde hij. ‘Verroer je niet.’
Hij draaide zich om en sleurde Nish overeind. Ja, hij kon het nu doen. Hier, voor Jesters ogen. Sterker nog, hij kon het Jester laten doen. Hij begon te grijnzen en keek Nish aan. ‘Kleed je uit en ga op handen en knieën zitten.’
Yrla
Yrla had als een kip zonder kop door het kasteel gedwaald. Uiteindelijk was hij maar steeds meer afgezakt naar beneden in het kasteel. Hij had de neiging gehad om te fluiten, maar weerhield zichzelf daarvan.
Een brul doorbrak de stilte en Yrla voelde het kippenvel over zijn huid heen trekken. Onyx! Hij herkende de stem van de jongen. Op een drafje - zo snel als de gangen toestonden - rende hij in de richting van de gil. Hij verscheen in de deuropening en staarde voor twee seconden met open mond naar de scene die hij voor zich zag.
Onyx zat in een afgesloten cel.
Jester op de grond, bloed gutste uit zijn mond.
Sarah lag in een plas bloed, ogen koud.
En Nish zat voor hem in een nogal suggestieve positie.
Ten midden van dat alles stond Zebediah. Yrla wierp een blik naar zijn voeten, waar een lang bebloed vleesmes voor zijn neus lag. Hij keek weer op naar Zebediah. Woede maakte zich van hem meester en zonder zich te bedenken pakte hij in een miliseconde het mes op, stootte Zebediah met kracht tegen de muur en stootte het vleesmes tussen de spleet van het harnas in. Zebediah zakte als een zoutzak langs de muur naar beneden.
Voor een moment keek hij verwilderd om zich heen, niet wetend wie als eerste te helpen. Al was dat binnen seconden ook duidelijk dat dat Jester was. Hij rende naar de jongen, besefte dat die zijn gave niet kon gebruiken door de band om zijn nek en sprintte weer terug naar Zebediah. Met een gevaarlijke snelheid begon Yrla Zebediah te strippen van het pantser en doorzocht zijn zakken. Hij vond de kleine afstandsbediening uiteindelijk in een broekzak. Een kleine klik maakte duidelijk dat zowel Onyx als Jesters band zich losmaakten.
Yrla knielde weer neer naast Jester. Hij moest Fayr halen! Alleen… alleen was dat onmogelijk. Want Fayr was nog op Experium en de weg daarheen was misschien wel voorgoed gesloten.
Jester
Yrla.
Yrla was er.
Jester had net een glimp van hem opgevangen in de deuropening en had zichzelf er al half van overtuigd dat het een hallucinatie was, toen de jongen voor Zebediah’s neus opnieuw verscheen, het mes in handen, en het lemmet zijn kop in duwde.
Zijn hart sloeg een slag over—en in de seconde erna kon hij zich opeens weer bewegen, het effect van Zebediah’s gave verdwenen als sneeuw voor de zon. De jongen was dood. Het kon niet anders.
Yrla knielde voor hem neer, verdween weer en kwam weer terug, direct gevolgd door een klik en een verlossend gevoel om zijn hals. Jester graaide naar de schokband en trok het godvergeten ding van zich af.
Eindelijk kon hij weer bij zijn gave. Hij reikte ernaar en het sloeg over hem heen als een golf. Eindelijk. Te laat.
Jester liet het bloeden in zijn mond stoppen.
Nish
Het was alsof er iets donkers uit zijn hoofd vandaan gleed. Opeens was het niet langer alsof zijn benen en armen in een bepaalde houding gedwongen werden. Hij wist niet goed wat er gebeurd was, maar hij trok instinctief eerst zijn broek weer omhoog, voor hij zich kreunend omdraaide en de situatie in zich opnam. Sarah lag naast hem, overduidelijk dood.
Zebediah was ook dood – het mes stak uit zijn gezicht.
Het afgelopen uur – of eigenlijk de afgelopen dag – was te gruwelijk om opluchting te voelen. Hij voelde zich vooral leeg en keek stilletjes toe hoe Yrla Jester hielp, terwijl de pijn in zijn been bij iedere seconde die voorbijging moeilijker te doorstaan was.
Yrla
Het bloeden leek te stoppen bij Jester. Yrla keek even ongemakkelijk om zich heen. Nish was uit zijn gekke positie gekomen en had zijn broek weer aan. Onyx was aan de andere kant van de tralies gaan zitten, eindelijk weer stil.
Even ging zijn blik naar Jester en hij knikte meer tegen zichzelf. Opnieuw ging hij het lichaam van Zebediah langs en vond een aantal sleutels. Ietwat onhandig - het bloed op zijn handen negerend - opende hij Onyx cel. Yrla werd zowat aan de kant geduwd door Onyx. In een opwelling wilde hij er wat over zeggen, maar uiteindelijk keek hij zwijgend toe hoe Onyx bij Jester neer knielde.
Hij liet hen voor wat ze waren en knielde zelf naast Nish neer. “Ben je.. ben je oke?” vroeg hij aarzelend. Hij wist niet zo goed of hij zijn vriend aan mocht raken of niet. Wie weet wat Zebediah met hem gedaan had en wat voor effect dat had.
Nish
Nee. Zijn klasgenoot lag met een verpulverd hoofd naast hem, hij verging van de pijn en dwarsdoorheen sijpelde de schaamte om de vernedering en de onmacht die hij net gevoeld had, zelfs al was het ergste voorkomen. En dan was Yrla opeens weer bij hem en hij kon het gewoon niet helemaal bijbenen allemaal. Het voelde alsof hij naar een hoekje van zijn geest was gevlucht; alsof hij op het moment alsnog bruut verkracht werd maar nu zelf een fantasiewereld had gecreëerd waarin Yrla hem gered had. ‘M’n been,’ mompelde hij. ‘Hij heeft m’n been gebroken.’
Yrla
Yrla knikte. Hij liet zijn ogen even langs Nish been gaan. Als Fayr hier nu was geweest.. Yrla schudde van zich af. “We moeten je been spalken. Alleen dan kunnen we je hier wegkrijgen. En dan moeten we maar gauw op zoek gaan naar Fayr. Zij kan vast je been snel weer genezen.” Yrla glimlachte even kleintjes naar Nish. Hij voelde zich vrij machteloos nu, al had hij zelf genoeg botten gebroken in zijn lichaam om te weten hoe ze daar mee om gingen.
Nish
Nish knikte alleen. Hij probeerde overeind te komen, maar zodra hij dat deed kwam er een golf misselijkheid omhoog. Yrla duwde hem zachtjes terug en zei iets, wat niet echt binnenkwam.
Onyx
Onyx trok Jester tegen zich aan. ‘De fucker,’ gromde hij. ‘Die klote klote fucker. Ik laat die Elephant hem weer tot leven brengen en laat hem nog honderd keer sterven, want die klerelijer komt er zo veel te makkelijk vanaf.’
Maar in elk geval leefden ze nog. Als ze het restant van Jesters tong meenamen, kon Fayr dat wel weer aan elkaar maken.
En Nish… nou, die was ook op het nippertje aan iets gruwelijks ontsnapt.
Alleen Sarah was dood. Dat was jammer. Maar goed, als iemand z’n leven moest opofferen, dan zij maar.
Jester
Jester gaf geen antwoord. Hij kroop weg in Onyx’ armen, misselijk van de angst en adrenaline. De geur van zijn eigen bloed hing in zijn neus. Ze leefden nog—maar op dit punt wist hij niet of dat een goed iets was. Wat moest hij zonder te kunnen praten?
Onyx
Een steek ging door Onyx’ hart. Hij gaf hem een kus op zijn voorhoofd en kwam overeind. ‘Ik ga kijken of ik een heler kan vinden. Of die teleporteur.’ Dat was toch een slapjanus, met een beetje dreigen kreeg hij die hopelijk wel zo ver. Zeker nu zijn baasje dood was. Hij liep naar het lijk van Zebediah, rukte het mes uit zijn hoofd en liep de gang op.
Het was een chaos in het kasteel. Alle bevelen van Zebediah waren nu verbroken en iedereen werd zich nu waarschijnlijk bewust van de daden die ze door zijn dwang hadden verricht. Hier en daar zag hij mensen huilen en hij liep er vlug langs naar het midden toe. ‘Een heler!’ riep hij. ‘Ik heb een heler nodig. Is er iemand die kan helpen?’
Iemand duwde een donkerharige jongen naar voren.
Onyx greep hem bij zijn arm en sleurde hem mee naar de cel. Daar werd de jongen gelijk lijkwit. Hij duwde hem naar Nish. ‘Heel zijn gebroken been.’ Hij wees naar de plas bloed voor Jes, waar het grootste deel van zijn tong in lag. ‘En zijn tong.’
De jongen wilde protesteren, maar Onyx wierp hem een donkere blik toe en hief het mes. ‘Anders ligt jouw tong er straks naast.’
De heler werd nog bleker en boog zich vlug over Nish heen. Onyx’ adem stokte toen hij zijn vriend hoorde schreeuwen toen het bot werd rechtgezet en geheeld.
Daarna knielde de jongen bij Jester neer en reikte met trillende vingers naar de afgesneden tong.
Jester
De heler leek wat ouder dan Fayr, maar qua talent vielen de twee nou niet echt te vergelijken. Jester was blij dat zijn tong weer in zijn mond zat, maar praten ging alsnog moeilijker dan normaal. Het voelde ook gek.
Het werd al snel duidelijk dat Ryan al eieren voor zijn geld had gekozen en zich uit de voeten had gemaakt. Hetzelfde bleek voor Zeb’s eigen teleporteur te gelden: de iele, donkerharige jongen was nergens te bekennen. Wat betekende dat ze dan wel Experium uit waren, maar ze van de regen in de drup zaten: nog steeds ergens opgesloten zonder een weg naar buiten.
Uiteindelijk vonden ze een aantal slaapkamers waar ze maar gingen liggen. Ze waren moe, zaten hier en daar nog onder het bloed en in ieder geval bij Jester ontbrak het ook wel een beetje aan de feestvreugde van het nog-in-leven zijn.
Dicht tegen Onyx aan, dwong Jester zichzelf te stoppen met denken en viel in een onrustige slaap.
Yrla
Yrla trok Nish voorzichtig tegen zich aan. Hij wist niet goed wat hij tegen zijn vriend moest zeggen en hij durfde er eigenlijk niet naar te vragen wat er precies gebeurd was. Hij was bang dat Zebediah gruwelijke dingen met hem gedaan had en misschien wilde Nish er wel niet over praten. En dus hield hij Nish maar gewoon vast, hopend dat het genoeg was.
Nish
Nish had het gevoel dat zijn hart nog net zo wild bonkte als een uur geleden. Onrust golfde af en aan door zijn lijf terwijl er beelden door zijn hoofd spookten: van Sarah die niet kon ophouden met het haar hoofd tegen de muur beuken; van Jester die zijn eigen tong eraf sneed; van zijn eigen geknielde positie, terwijl hij wist dat hij verkracht zou gaan worden en dat akelige stemmetje in zijn hoofd dat zei dat hij dat ook verdiende, dat hij deze hele reddingspoging verkloot had en dat híj dat mes in Zebediahs oog had moeten steken. Dat alles zijn schuld was.
Het was niet waar, dat wist hij. Zebediah was de schuld van dit alles.
En toch…
Hij concentreerde zich op de druk van Yrla’s armen rondom zijn lijf, zijn bovenlijf tegen het zijne. Zijn gestage ademhaling. De warmte die door hun lagen kleding heen sijpelde.
Hij was er echt.
Yrla had hen echt gered. Hij had hen allemaal gered.
Of nee, niet allemaal. Sarah was dood.
Maar Jester en Onyx – en hemzelf.
Het gevaar was geweken, Zebediah en Romeo waren dood – en toch voelde het totaal niet zo. Hij legde een hand op Yrla’s heup en liet die verder omhoogglijden toen de rand van zijn shirt net over zijn vingertoppen voel. Hij moest gewoon warmte voelen, de zachtheid van Yrla’s huid. Hij liet zijn hand op zijn buik liggen en sloeg zijn ogen op, zelfs al was het te donker om hem echt te kunnen aankijken.
‘Ik krijg de beelden maar niet uit mijn hoofd,’ mompelde hij. ‘Van Sarah, van Jester… Het voelt alsof het helemaal niet voorbij is. Alsof de gruwel ieder moment verder kan gaan en ik de werkelijkheid gewoon vervormd heb om het allemaal dragelijker te maken. Alsof dit alles in mijn hoofd gebeurt terwijl Zebediah…’ Zijn stem stierf weg en hij merkte dat hij van top tot teen verkrampte.
Yrla
Yrla had Nish al behoorlijk stil gevonden, maar de woorden die zijn vriend nu vertelde, kwamen hard binnen. “Ik ben hier echt,” verzekerde hij Nish. “Ik hoorde Onyx schreeuwen, vandaar dat ik jullie kon vinden in dit doolhof.”
Yrla had helaas niet kunnen voorkomen wat Jester was overkomen, maar het had zoveel erger gekund. De scène die hij vond was daar een voorspelling toe. Yrla wilde er niet eens bij stilstaan wat dat had kunnen zijn. Eén rilling liep over zijn rug. Yrla had verwacht iets te voelen bij het feit dat hij Zebediah vermoord had, maar hij was angstvallig leeg. Er was geen schuld, geen woede, geen verdriet. Wat hem juist een beetje zorgen liet maken. Alsof hij gewoon in koele bloede iemand om kon leggen zonder er iets om te geven. Dat idee benauwde hem, ook al had Zebediah het verdiend. Maar goed, had hij niet hetzelfde gedaan met de bewakers van Experium? Misschien was hij gewoon een moordenaar…
Yrla duwde een kus in Nish haar. “Het wordt vast beter, met wat tijd.” Yrla klonk niet geheel overtuigd van zijn eigen woorden, maar hij hoopte er vooral op. Dat het beter zou worden, dat dit het einde zou zijn van hun ellende.
Nish
Nish zei niets, al klampte hij zich wel aan die woorden – en aan Yrla zelf – vast. Slapen durfde hij niet, bang dat hij wakker werd in een nachtmerrie. Of in de realiteit. Zolang hij naar Yrla’s ademhaling luisterde, zich bewust was van het rijzen en dalen van zijn borst, was hij hier, ver bij Zebediah vandaan. En dat was het enige wat hij wilde.
It's never gonna happen, Guys.