• At night I hear it creeping
    At night I feel it move
    I'll never sleep here anymore

    I think there's something out there
    I think I heard it move
    I've never felt like this before

    I wish I never knew

    Three Days Grace (Scared)


    Uit het niets zijn de mannen en vrouwen, al voor jaren, opgesplitst in twee delen. Niemand heeft een idee hoe het komt en doen er ook geen moeite voor om het te veranderen.
    Doordat er nu moeilijk kinderen kunnen komen, zijn er nu niet zoveel mensen meer over. Liefde is dan ook niet veel te vinden in de wereld of ze zijn homoseksueel of gaan toch stiekem naar het andere deel toe waar de andere sekse woont – waarvoor ze wel eerst de enorme muur over moeten klimmen die de seksen scheidden van elkaar. Wat onmogelijk is, want er zijn bewakers die de muren beschermen. Men heeft een illegale manier gevonden om er onderdoor te gaan in een geheime tunnel, waar vrouw en man elkaar ontmoeten of zelfs naar de andere kant van de muur kunnen komen.
          Maar als de wereld word aangevallen door ontelbare zombies, dan moeten ze hun handen in elkaar slaan om de invasie tegen te houden en de zombies terug te dringen naar hun eigen wereld. Ze moeten de poort sluiten van de demonenwereld waar de zombies doorheen komen, maar dit kunnen ze pas doen als de bewaker van de poort dood is.
    Redden ze dit wel? En wilt iedereen wel samenwerken of zijn ze zo erg uit elkaar gegroeid dat ze toch liever bij hun eigen sekse willen blijven?


    The world is a dangerous place to live; not because of the people who are evil, but because of the people who don't do anything about it.
    – Albert Einstein


    Foto's:
    Demonenpoort



    Overzicht van de stad


    Klik.

    Kerkhof.

    Bar & Nachtclub


    Regels:
    - 16+ is toegestaan.
    - Als je iemand wilt vermoorden moet je eerst toestemming hebben van die user zelf.
    - Alleen je eigen personage besturen en niet die van een ander.
    - Ik wil dat je post minstens 7 zinnen lang is (meer is altijd beter natuurlijk).
    - Er bestaan geen perfecte mensen in het echte leven, dus ook niet in deze RPG. Let daar op.
    - Als er een nieuw topic aangemaakt moet worden, vraag dan eerst toestemming aan mij [Osaki of Don]. En als ik niet online ben wacht dan gewoon rustig af op mijn antwoord.
    - Naamveranderingen doorgeven aub.

    Vrouwen:
    - Montana Kenley Fonteyn; Astris - 11 juli tot 22 juli op vakantie.
    - Jacky Kendra Smith; Makaveli
    - Chrissie Annabeth Jenkins; Kassiopeia - 3 juli tot 13 juli op vakantie ben/16 juli tot 28 juli op kamp.
    - Valysa Vulturmir; Inanis - 16 tm 28 Juli op vakantie.

    Mannen:
    - Dimitri Ardakyi Ivashkov; Makaveli (Bewaker van de poort, demon)
    - Derrick Nathaniel Ryder; Murdock
    - Jared Ryder; Murdock
    - Matthew Blythe; Kassiopeia.
    - Dante Gunner; Makaveli.
    - Cameron Micah O'Connor; Sigil - 4 t/m 15 juli op vakantie.

    Weer in de ochtend (8 a 9 uur):
    Het is een heel stuk opgeklaard, droog, maar dauw bevindt zich op het gras en de planten. Langzaamaan wordt het weer wat warmer en wordt het zo'n 18 graden.


    Rollentopic. & Off-topic.

    [ bericht aangepast op 9 juli 2014 - 18:05 ]


    Don't walk. Run, you sheep, run.

    Mijn topics


    Your make-up is terrible

    [Mijn Topics]


    Tell me, my friend. Have you ever danced with the devil in the pale moonlight?

    Hatsumomo schreef:
    Mijn topics


    To the stars who listen — and the dreams that are answered

    Hatsumomo schreef:
    Mijn topics


    "When all of your wishes are granted, many of your dreams will be destroyed.''


    Mijn vriendinnen kwamen eindelijk opdagen bij het kroegje. Het was in de middag en het was een warme dag met een koel briesje. De perfecte dag om je wat zomers te kleden en dus daarom had ik een simpel zwart topje aangetrokken met een rood rokje. Het leek net een schots rokje.
    Ik liep meteen naar achteren, waar het wat donkerder was en je moeilijk iemand op zou merken. Zelf hield ik er niet zo van om in de 'spotlights' te staan en hield mij dus op de achtergrond. Meteen liet ik mij vallen met een plof op de zachte bank en een van mijn vrienden, Jessica, wenkte de serveerster. We zeiden wat we wilden en ze liep vervolgens weg om onze bestellingen klaar te maken.
          Ik had nog net mijn ogen dicht gedaan of ik hoorde opeens hard, bonzend geluid.
    Mensen gilden en ik hoorde ze allerlei kanten oprennen, waardoor ze de tafels en stoelen omduwden – die met een harde klap op de grond vielen. Kopjes en borden vielen op de grond. En.. ik hoorde geweren.
          Snel deed ik mijn ogen met een ruk open om te zien wat er allemaal gebeurde. De kroeg was een rotzooi. Kinderen, jonge en oude vrouwen renden allerlei kanten op om te kunnen ontsnappen voor degenen die de gezelligheid hadden verstoord. Ze stonden er met grote geweren en voor zover ik eruit op kon nemen hadden sommige een AK 47 vast. Ze glimlachten hun rottige tanden bloot, voor zover ze die hadden, en stootte een andere tafel om. Ze zochten naar anderen die er nog zaten. Leuk, nu zal ik vast mijn kopje koffie niet meer krijgen, dacht ik ironisch.
    Snel schoot er in mijn hoofd dat ik er nog zat en geen enkel millimeter had bewogen. Ik schoot op, hun merkten mij op – shit, en ik duwden de tafel omver. Ze kwamen me achterna, maar ik kon me nog net in een steegje achter een enorme kliko verstoppen.
    De wereld was totaal gek geworden en overgenomen.. door zombies. Hoe kwamen die rottende lijken zo slim? Ze konden een aanvalsgeweer gebruiken en ook echt nadenken, wat ik erg ironisch vond. Maar aan de andere kant: hoe kon ik nou echt weten hoe zombies moesten zijn? Ik had ze immers alleen op televisie gezien.
    Duizenden vragen kwamen er in mijn hoofd op: 'Hoe verging het nu met de rest en wat zou er gebeuren met de muur?' Maar de belangrijkste vraag: 'Hoe kwamen die zombies en demonen hier?'


    Don't walk. Run, you sheep, run.

    Mon topics.


    It's not that I don't love our little talks, it's just... I don't love them. ~ Loki

    Ashley Eirlys Marchels
    Het was middag, iets na drieën. Mijn moeder lag nog altijd in bed, ze sliep vaak uit; het was vervelend, aangezien ik vaak alleen was en me kapot verveelde. Ik wierp even een tevreden blik in de spiegel en haalde even een hand door mijn blonde lokken.
    Ik was al redelijk vroeg opgestaan, dus het huis schoonmaken was ook niet meer nodig. Ik zat nu op de bank terwijl mijn voeten op de salontafel voor me rustten; ik had besloten om er een rustig dagje van te maken.
    Net op het moment dat ik even ontspannend mijn ogen sloot, klonk er een harde gil van buiten. Verschrikt keek ik op en liep ik naar het raam, waar ik de gordijnen een stukje opzij schoof om te kijken wat er aan de hand was. Mijn ogen werden wat groter toen ik zag wat de oorzaak was; een vrouw rende weg, met haar dochtertje meesleurend. Mijn blik gleed weg naar hetgeen waar ze voor wegrende en ik trok mijn bovenlip ietsjes op toen ik zag wát het was - praktisch gezien een lijk, maar dan levend; daar had ik over gelezen in fictieve boeken. Levende doden, zombies, dus. Maar die bestonden toch niet? Ik werd misselijk toen ik er te lang naar keek. Ik wreef even verward in mijn ogen, maar de zombie was er nog steeds. En dit keer was het er niet één, maar zag ik er drie, waarvan eentje naar ons huis stormde.
    Het duurde even voordat ik besefte wat er gebeurde, totdat ik gebonk op de deur hoorde. Mijn adem stokte geschrokken en ik snelde naar mijn moeder haar kamer.
    ''Mam!'' piepte ik, ''We moeten gaan!''
    Ze keek op, enigszins geïrriteerd. ''Waar heb je het over, Ashley?'' bromde ze. ''Je weet dat ik er niet van hou om gestoord te worden op een ochtend.''
    Ik rolde geërgerd met mijn ogen. ''Het is verdomme drie uur en we worden -''
    Een luide klap galmde door het huis en mijn moeder veerde overeind. ''Wat was dat?!'' Ik trok haar de kamer uit; ietwat moeizaam, gezien ze zelf niet de moeite leek te nemen om mee te werken.
    ''We gaan hier weg, via de achterdeur,'' mompelde ik. Ik wierp een blik achterom en zag de zombie om zich heen kijken. Zo snel mogelijk trok ik mijn moeder mee, maar hij kreeg ons in het vizier. Mijn hart klopte als een gek en mijn maag draaide om toen ik dacht aan de gevolgen. ''Rennen!'' gilde ik.

    [ bericht aangepast op 1 sep 2013 - 12:15 ]


    "When all of your wishes are granted, many of your dreams will be destroyed.''

    > Mijn topics.


    Quiet the mind, and the soul will speak.

    Christian Hyde

    Ik stap uit het bed waar ik vannacht in geslapen heb, degene die naast me ligt is nog niet wakker. Als ik eenmaal wakker ben, ben ik ook wakker. Ik pak mijn kleding van naast het bed en begin mezelf aan te kleden, boxer, shirt en broek. Mijn sokken en dan mijn schoenen, sommige dingen moet ik echter zoeken omdat ik ze niet meer kan vinden. Ik loop via de trap naar beneden en besluit even wat te eten voor het ontbijt. Ik open de koelkast en pak er een ijskoffie uit met een grijnsje. Dat is altijd goed. Daarna pak ik een broodje en schijf ik een briefje als bedank voor de nacht en het verblijf, waarna ik het eten pak en het huisje oploop.
    Onderweg eet ik mijn broodje en drink ik de ijskoffie op. Het is nog redelijk vroeg, maar al snel beginnen de straten tot leven te komen en ontmoet ik een paar mensen die ik ken. Sommige hebben iets van mij nodig, net zoals altijd en ik krijg er gelukkig ook iets voor terug. Helaas wilt één van hen niet de beloofde prijs betalen en raken we verwikkeld in een discussie met gedempte stemmen. Dit tot we een paar schoten horen die van achter ons komen. De jongeman zet het gelijk op een lopen en ik kijk om me heen. Mensen op het plein raken in paniek en beginnen weg te rennen, allemaal door elkaar heen. Ik probeer me nog te oriënteren, maar er is weinig om op te oriënteren. Vanaf één kant zie ik hetgeen komen wat geschoten zou moeten hebben, maar ik kan het niet plaatsen.
    Ik weet wel dat ik nu de andere kant op ga, weg van die dingen. Ik zet het ook op een lopen en gebruik enkele sluiproutes die ik geleerd heb. Al snel kom ik in de buurt van een achterbuurt met redelijk gammele huizen die tegen de muur aan gebouwd staan. Misschien is het aan de andere kant van de muur wel beter en is daar niks aan de hand? Ik vind mijn weg naar de muur al snel en gebruik een gang die onder de muur doorloopt. Het word niet veel gebruikt en niet veel mensen weten ervan, maar ik wel. Het duurt een tiental minuten voordat ik aan de andere kant van de muur uitkom en als ik daar begin te lopen, is daar de paniek evenzeer uitgebroken als aan onze kant. De weg hier is me een stuk onbekender omdat ik hier maar weinig kom, toch probeer ik een bepaalde weg te vinden om iemand te bereiken.
    Ik werk me zo snel en stil mogelijk een weg tussen zijstraatjes en soms zelfs plat over daken om de buurt te bereiken die ik zocht. Hier woont een vrouw met wie ik eens gehandeld heb. Niet perse met haar, maar een familielid aan de andere kant van de muur. We hebben elkaar al vaker gezien en hebben nog wel eens contact gehad. De laatste keer dat ik haar zag is al even geleden, maar ze was ziek op dat moment. Ik ben blij als ik eindelijk bij het appartementencomplex aankom waar ze woont, want het even behoorlijk lang geduurd omdat ik van alles probeerde te omzeilen, en loop door de deur heen. Het is alleen een vreselijk aangezicht, er liggen lijken en er is overal bloed. Ik trek mijn shirt op en houd deze voor mijn mond voordat ik de trappen op sprint.
    Ik open de deur die naar haar appartement leid, maar er is niemand. Het huisje ligt overhoop wat me goede hoop geeft dat ze gevlucht is. Maar als ik dan doorloop zie ik dat het raam openstaat en als ik naar beneden kijk, heb ik uitzicht over een tuin. Onder me zie ik een bebloed lichaam liggen, waardoor er een golf misselijkheid door me heen gaat. Hier is niks meer. Ik loop haar appartementje weer uit, maar dan zie ik ze al aankomen. Ik buk ergens achter en volgens mij hebben ze mij nog niet gezien. Ik sluip door en open de eerste deur die ik vinden kan om daar een ander appartement in te duiken, waar ik de deur zachtjes achter me sluit.

    [ bericht aangepast op 3 sep 2013 - 15:04 ]


    Your make-up is terrible

    Chrissie Annabeth Jenkins
    Zenuwachtig bleef ik naar het scherm van de computer staren. Één minuut, nog één minuut en ik kon lekker naar huis om een tas thee te drinken en de rest van de avond niet meer van de bank te komen.
    Mijn vingers omklemden gespannen de zwarte computermuis en knepen hem langzaam fijn tot het uur eindelijk versprong. Eindelijk was het drie uur en door de overuren die ik had gemaakt terug te nemen, mocht ik nu om drie naar huis in plaats van om vijf. Voor iemand die zo’n hekel had aan werken als ik, was het heel wat als je twee uur vroeger weg kon om lekker te niksen. Letterlijk niksen.
    Met een triomfantelijke grijns op mijn gezicht sloot ik de computer af en schoof ik al mijn spullen in mijn handtas. “Ik ben naar huis, fijne avond nog.” Niet dat ik veel van mijn woorden meende. Deze mensen hier waren allesbehalve aardig – hoe kon het ook als je een bene wijven in een gebouw propte? – en achterbaks. Het was best achterbaks van me om ook aardig in hun gezicht te doen, maar aangezien niemand hier niemand mocht en ik te weinig zelfvertrouwen had om bot te doen.
    Sommigen mompelden iets wat op een gedag moest trekken, maar anderen negeerden me gewoon straal en om eerlijk te zijn kon me dat niet eens schelen. Het was misschien beter zo dan dat ze schijnheilig gingen doen.
    Toen ik uiteindelijk het kantoor buiten was, liep ik al neuriënd richting de lift. Ik liet mijn dag niet meer verpesten door zo’n stel etters.
    Ik probeerde de blikken van het ultra magere en kleine dametje dat ook in de lift stond te negeren, wat moeilijk was omdat ik ze zowat elke dag toegeworpen kreeg. Soms zorgde het er gewoon voor dat ik wilde uitvliegen tegen de mensen die zo deden.
    Toen de lift uiteindelijk stopte op de benedenverdieping, weerklonk er een luide knal. Verschrikt wierp ik een blik op het tengere vrouwtje achter me, om me daarna weer te bedenken dat ze een verdieping geleden de lift verlaten had. Zo snel als ik kon op mijn laarzen, liep ik richting de uitgang, om daarna meteen meegesleurd te worden met de stroom mensen die paniekerig door de straten heen raasde. Ik wist niet eens wat er gebeurd was, enkel dat er nieuwe schoten weerklonken. Zo goed mogelijk probeerde ik een blik naar achteren te werpen in de mensen massa, om nog net iemand met een geweer om de hoek van de straat te zien rennen en daarna te struikelen over de voeten van een paar mensen en recht neer te gaan tegen de grond.


    "Do not be angry with the rain; it simply does not know how to fall upwards.” - Vladimir Nabokov

    | Mijn topics. |


    Feel the fire, but do not succumb to it.

    Montana Kenley Fonteyn
    Ik sta net onder de douche vandaan als er van buiten geweerschoten klinken, gevolgd door veel gegil. Een frons verschijnt op mijn gezicht. Als je in een gebied met alleen maar vrouwen woont, dan raak je wel gewend aan gegil, simpelweg omdat sommige vrouwen overal van schrikken en ook overal om gillen. Maar dit gegil klinkt anders, angstiger. Daarnaast betekenen die geweerschoten ook niet veel goeds, die beloven nooit iets goeds. Nieuwsgierig, maar ook iets nerveus open ik het raam in de badkamer en kijk ik naar beneden. Doordat ik behoorlijk hoog woon kan ik niet goed zien wat er beneden aan de hand is, maar de rennende mensenmassa - vrouwenmassa - laat me weten dat er iets goed mis is. Verdomme, waarom is Amy nou net nu boodschappen aan het doen? Zij had geweten wat te doen.
    In de hoop dat ik niet gezien ben trek ik mijn hoofd terug en begin ik mezelf als een gek af te drogen en vervolgens aan te kleden, terwijl ik probeer om Amy te bellen, maar ze neemt haar mboiel niet op. De woorden die ze meerdere malen tegen me heeft gezegd gaan door mijn gedachten: Als ik er niet ben en er gebeurd iets, dan pak je de spullen die je nodig hebt en dan vlucht je, begrepen? Je wacht niet op me. Een naar gevoel nestelt zich in mijn onderbuik en ik hoop dat Amy zo meteen, wonder boven wonder, door de voordeur komt gelopen.
    Mijn dikke, rode lokken doe ik in een paardenstaart, zodat het niet in de weg zit, waarna ik mijn rugzak begin in te pakken. Warme kleding, eten en drinken. Dat zou Amy inpakken als ze hier nu zou zijn. Ik prop een sweater en een spijkerbroek in de tas, waarna ik naar de keuken loop en daar eten pak en twee flesjes met water vul. Eén voor mij, en één voor Amy. Ze mag dan wel gezegd hebben dat ik geval van nood niet op haar moet wachten, maar mijn overlevingskans is groter wanneer ik op haar wacht, dan wanneer ik niet op haar wacht. Ik loop terug naar de slaapkamer en doe het etenswaar samen met het water in de rugzak.
    Ik doe een nieuwe poging om Amy te bellen, maar ze neemt nog steeds niet op. Verdomme! Gefrustreerd loop ik door de slaapkamer. Van de geweerschoten schrik ik inmiddels al niet meer, maar het brengt me wel op een idee. Er zitten veel voordelen en nadelen aan het in huis wonen met een politieagente, en één van de voordelen is dat ze een pistool in haar nachtkastje bewaart. Ik weet nu al wel dat ik er niet mee om kan gaan, alleen heb ik dan wel iets van zelfbescherming. Met het pistool op zak kan ik zelf wel opzoek gaan naar Amy. Ik pluk het pistool uit het nachtkastje, en stop hem bij de achterkant van mijn broek er in, iets wat ik Amy soms ook wel zie doen. Mijn shirt doe ik er overheen, zodat het niet te zien is, en nadat ik mijn rugzak heb gepakt loop ik richting de hal. Mijn ogen worden groot als ik daar iemand zie staan. Die persoon is helaas niet Amy, komt niet eens in de buurt van Amy. Het is een jongeman. Het voelt erg raar om een man te zien, nadat ik al die jaren geen mannen heb gezien. Ik besef dat ik nogal naar hem aan het staren ben en kijk snel de andere kant op, maar dat houd ik niet lang vol. 'Wie ben je en wat doe je hier?' vraag ik aan de man. Het was mijn bedoeling bevelend te klinken, maar het wordt nogal verpest door de nieuwsgierige toon. Het gestommel op de gang is inmiddels luider geworden en voordat ik de man een kans geef om te antwoorden beweeg ik me langs hem en open ik voorzichtig de deur en steek ik mijn hoofd om het hoekje. Gelijk trek ik mijn hoofd weer terug en doe ik de deur dicht. Zombies. Hoe de hell komen zombies hier? Dit lijkt haast één of andere rare droom. Zombies en mannen, die zie ik normaal gesproken niet. Die eerste horen niet eens te bestaan!
    'We moeten gaan,' mompel ik plots. 'We kunnen denk ik wel via de brandtrap.' Hopelijk, anders zou ik niet weten hoe we hier weg moeten komen.


    To the stars who listen — and the dreams that are answered

    Jacky Kendra Smith.
    De vieze, stinkende geur van de kliko merkte ik na enkele minuten niet meer op – ik was te druk met dingen te overdenken. Mijn gedachten zaten nog steeds bij diezelfde vragen van net en ik probeerde ze te beantwoorden, tevergeefs, dit lukte niet. Ik wist niet waar die rottende lijken vandaan kwamen en ik wist ook geen eens zeker of dit nou een droom was of niet. Hard kneep ik in mijn arm, maar ik voelde de pijn. “Dus het is geen droom,” mompelde ik zachtjes teleurgesteld.
          Mijn gedachten gingen naar mijn vriendinnen waar ik zonet nog gezellig mee zat in het kroegje. Een daarvan kende ik echt lang en kon ik als mijn beste vriendin beschouwen. We hadden veel door moeten maken en ik had gedacht dat dit nou eindelijk eens een rustige tijd was. Maar niet dus. Ik keek verdrietig naar de grond en dacht na over enkele opties, maar die waren niet handig.
    Ik stond op en verkende het steegje waar ik nu zat. Was het veilig? Ik hoorde nog steeds het gillen en krijsen van zowel oude als jonge dames. Kleine kinderen hadden de handen vast van hun moeder en werden later opgetild, omdat ze niet te snel renden. Sommigen struikelden over hun eigen voeten en sommigen konden zich niet verroeren, waardoor ze werden dood geschoten. Gelukkig had ik niet gezien hoe ze werden dood geschoten, want dan draaide ik me snel weg. Ik wilde er iets voor hun doen, ik wilde ze redden, maar het waren er veels te veel en anders werd ik ook dood geschoten. En wat hadden ze dood aan mij? Niets. Ik wilde gerechtigheid.
          Ik kon het nog steeds niet helemaal bevatten, maar mijn voeten begonnen opeens te lopen. Ik wist niet waar naartoe, mijn voeten wisten het op dit moment beter dan ikzelf.
    Na een zekere halfuur gelopen, en me verstopt te hebben voor de zombies, stond ik uiteindelijk stil voor een wapenwinkel. Was dit nou de oplossing voor gerechtigheid? Geweren en dood. Nee, ik vond van niet, maar waarschijnlijk dacht een ander lichaam van mij er wel zo over. Al wist ik stiekem wel dat het zo was, wij moesten vechten. Die zombies moesten dood, want zij toonden geen genade en dan moesten wij dat ook niet doen.
    De ramen waren ingeslagen en de deur van de winkel lag ergens achterin. De grote wapens waren verdwenen en de munitie ervan ook, dus waarschijnlijk hadden andere mensen er vast ook zo over gedacht om vuur met vuur te bestrijden. Of het konden natuurlijk ook de zombies geweest zijn..
    Ik schudde mijn hoofd en liep vervolgens naar achteren. Het magazijn lag ook helemaal overhoop, maar was niet zo erg als de winkel zelf. Mijn ogen vielen op handgranaten en een FN FNC. De munitie zat er gelukkig bij, zodat ik niet naar wat hoefde te zoeken.
          Ik wist wel wat af van geweren, maar niet zoveel dat ik precies wist van hoe en wat. Het kwam door de vele films die ik had gekeken en de documentaires. Ook had ik er wat over opgezocht, maar de voornaamste reden was dat de moeder van een vriendin van mij een wapenwinkel had. Wat ik op het begin nogal raar vond en al meteen wist dat je met haar geen ruzie moest maken.
    Lichtelijk trilden mijn handen toen ik het aanvalsgeweer oppakte.

    [ bericht aangepast op 29 sep 2013 - 21:07 ]


    Don't walk. Run, you sheep, run.

    Christian Hyde

    Mijn gezicht is zo ingespannen op de deur gericht en de geluiden die zich erbuiten afspelen terwijl ik angstig afwacht, dat ik niet merk dat er nog iemand in het appartement is. Ik had het beter eerst kunnen checken voor mijn veiligheid, maar ik heb geen idee wat ik in zo'n situatie moet doen. Over de muur gaan en hierheen komen was maar een ingeving en ik heb er nog niet veel mee bereikt. Als ik dan ook een stem achter me hoor draai ik me vliegensvlug om. Het is een jonge vrouw, met rood haar en ze kijkt me doordringend aan met haar bedreigende blik.
    "Wie ben je en wat doe je hier?" vraagt ze nieuwsgieriger dan bevelend. Het gestommel bij de deur word luider waardoor ik niet antwoord en mijn hoofd naar de deur omdraai. Tot mijn schrik loopt de vrouw langs me heen en opent de deur zodat ze om het hoekje kan kijken. Mijn ogen worden groot, dit is pure zelfmoord! Gelukkig trekt ze haar hoofd snel terug en sluit ze de deur weer. "We moeten gaan," mompelt ze tegen me. "We kunnen denk ik wel via de brandtrap." Ik knik, maar zeg niks. Ik ben bang dat de dingen buiten het horen, ik ben er nog niet helemaal uit wat het nou precies zijn voor dingen. Ze lijken op zombies, maar ze denken teveel na.
    Aangezien de jonge vrouw nog bij de deur staat ga ik haar voor, ik ken de appartementen hier beter dan goed voor me is, denk ik. Al werkt het op dit moment wel ten voordele. Ik heb me snel georiënteerd en zie dat dit appartement gespiegeld is aan degene hiernaast. Hierdoor weet ik snel naar de grote slaapkamer te lopen en ga rechtstreeks naar het verste raam, die ik open schuif. Zo komen we bij de brandtrap, het raam van de kamer hiernaast komt er ook op uit. Ik snap nog niet waarom ze het raam uit is gesprongen in plaats van de brandtrap te nemen naar haar ontsnapping. Misschien werd ze wel gedwongen...
    Ik laat het roodharige meisje voor me gaan en stap dan zelf ook door het raam heen. Ik kan de deur open horen gaan aan de andere kant en sluit hierdoor snel de gordijnen en daar achteraan het raam, zodat ze ons niet kunnen zien. Ik volg haar voorzichtig en gebogen om niet op te vallen de brandtrap af. We komen uit in een steeg die iets verderop op een groot plein uitkomt. Als we van de trap afkomen ligt naast om het verpletterde lichaam van de vrouw naar wie ik opzoek was. Ik word misselijk als ik haar lichaam in vreemde hoeken zie liggen, maar ik kan aan haar donkere lokken zien dat zij het was.
    "Deze kant," fluister ik, het eerste dat ik tegen het meisje zeg. Ik ren de andere kant op, weg van het plein waar deze steeg op uit komt. Dat zou te gevaarlijk zijn, hoewel het al redelijk stil is op straat. We vallen teveel op als we daarlangs gaan en dat is iets wat we absoluut niet willen. Ik weet niet voor de vrouw, maar ik weet wel dat ik ergens een plek wil vinden waar we veilig kunnen zitten. Toch was het een lastige keuze, want als je langs deze kant gaat kom je langs een doolhof van steegjes, waar je je niet goed kan verstoppen als er eenmaal iets aankomt. Ik zet het op een rennen en houd in de gaten of ze wel achter me aankomt.


    Your make-up is terrible

    Matt James Underwood

    Met een gaap sta ik op van de bank om vervolgens even naar de keuken toe te lopen. Uit de koelkast pak ik een colafles, waarna ik naar mijn broertjes roep:
    "Wil iemand cola?" Een seconde later hoor ik een instemmend antwoord van hun allebei afkomen. Even grinnik ik en schenk dan de cola in drie glazen. Met drie glazen in mijn handen loop ik terug naar de woonkamer toe. Ik geef een glas aan Ash en een aan Dave. Ze mompelen een bedankt en nemen dan een slok uit hun glas net als ik. Als mijn glas leeg is hoor ik opeens geweerschoten. Meteen kijk ik naar buiten toe. Een horde mensen rennen opeens overal heen in paniek. Fronsend kijk ik ernaar? Wat is er in hemelsnaam aan de hand?
    Opeens hoor ik het geluid van brekend glas. Fronsend en op mijn hoede sta ik op en loop voorzichtig naar de plek waar het geluid vandaan kwam. Mensen, of eigenlijk zijn het geen mensen, ze hebben een rottende huid net als hun tanden, komen binnen lopen. Mijn hart gaat sneller en gelijk draai ik me om en ren terug naar de woonkamer.
    "Kom mee." Zeg ik gehaast en in paniek tegen mijn broertjes. Ze knikken niet begrijpend maar gaan met me mee. Vliegensvlug rennen we naar buiten toe. Het is een en al chaos. Snel pak ik mijn broertjes bij hun armen vast en trek ze in paniek mee. Dan zie ik een leeg betonnen gebouw staan. Ik voel aan de deur, het is open. Vlug trek ik mijn broertjes mee naar binnen en begin de deur te barricaderen. Dan plof ik uitgeput op de grond neer. What the hell happened?


    It's not that I don't love our little talks, it's just... I don't love them. ~ Loki