• Part 1
    Part 2
    Part 3
    Part 4

    Joinen, maar geen idee wat RPG's zijn? Kijk hier:
    Plop

    Welkom 8D
    Ahum, eerst het verhaal:

    Een stel rijke dames van de Dames Club in Engeland gaan op bezoek bij hun vriendinnen in Frankrijk. Halverwege de reis komen ze echter in een storm terecht. Hun schip vergaat, en slechts vijf dames weten te ontsnappen aan de dood. In een houten sloep drijven ze dagen stuurloos over de zee, tot ze eindelijk een schip zien. Wanhopig beginnen ze te zwaaien, hopend op hulp. Wat de dames echter niet weten, is dat het een piraten schip is… De piraten redden ze, maar niet voor niets. De dames worden gedwongen om hard te werken, en zullen moeten wennen aan het harde, vieze leven op het piratenschip…

    Omdat we niet oneindig veel dames kunnen hebben, is er een maximum van 5 dames. En natuurlijk maar 1 dame per persoon, anders is het een beetje sneu als 1 iemand 5 dames heeft en de ander 0. Van Piraten mogen er wel heel veel komen.. Hehehe ^^ (Piraten zijn mannelijk :'])

    Voor de duidelijkheid, er zijn dus geen mobieltjes/auto's/moderne kleren.. Maar ik denk dat dat wel logisch is..

    Dames:
    Joshephine, Maxime, Clarabella, May

    Piraten:
    Olivier (Captain), Abby(Piraat), Peter/Felix(Piraat), Ace (Piraat), Tristan/Thomas (Piraat), Arthur (Piraat), Kjell (Piraat), Natambu (Piraat), Alice/Sarah Kate Smith, Carlos

    Overig:
    King George

    Have fun 8D

    (p.s. De verhaallijn is bedacht door Endure, het idee om piraatjes te gebruiken door Vluuv :p)



    [ topic verplaatst door een moderator ]

    [ bericht aangepast op 16 juli 2011 - 22:24 ]


    Home is now behind you. The world is ahead!

    Check volgende post ;d

    [ bericht aangepast op 25 aug 2011 - 9:24 ]


    In the end the only person we love is ourselves, that's why we choose to love someone who can please us the most.

    Abby (Abigail Rosaline Valence) ~ Piraat.
    Toen ik hoorde dat Tristan toestemmen was ik hem het liefst direct om de hals gevlogen, maar ik hield me, de kapitein was er nog. En dat hij uit de cel was, betekende niet dat alle narigheid voorbij was, maar het was een begin. Ik hoorde hoe de kapitein aanstalten maakten om te vertrekken, maar ergens halverwege bleef hij stilstaan. Een pistoolschot, gevolgd door voetstappen was het laatste wat ik hoorde voordat hij echt vertrok. Ik slikte en gluurde voorzichtig om het hoekje, enkel Tristan was er nog, op de bruut vermoorde mannen op de grond na. Ik liep uit mijn schuilplaats en keek naar Tristan. "Tristan.." zei ik zachtjes. Ik liep naar hem toe en sloeg mijn armen om zijn nek, wat betekende dat ik op mijn tenen moest staan en daarbij ook bijna mijn evenwicht verloor, maar dat was oké. Ik aaide ene keer alngs zijn wang en drukte een kus op zijn lippen. "Ik heb je gemist," zei ik zachtjes. Ik leunde met mijn hoofd zachtjes tegen zijn borstkas aan en gluurde voorzichtig opzij, het eerste wat ik zag was Norman die de lijken wegsleepte. Plots voelde ik mijn tranen hoog zitten, niet alleen het aanzien van alle mannen, gedrenkt in bloed, maar alles. Alles van de afgelopen tijd dat me dwars had gezeten. Het gedoe met de kapitein, het gemist van Tristan, alles dat zich tegen me leek te keren.. Zelfs dingen van vroeger kwamen ineens naar boven, zoals James en zelfs dingen van toen ik nog thuis woonde. Ikk verborg mijn gezicht tegen zijn borstkas aan, ik wilde niet dat hij het zag, mijn tranen. "Laten we hier weggaan," fluisterde ik, deze plek hielp nou niet bepaald om me op mijn gemak te stellen.

    Zo poef. :X Had niet al te veel inspriatie.


    In the end the only person we love is ourselves, that's why we choose to love someone who can please us the most.

    Ace - Piraat.

    Als Abby weg is richting de keuken loop ik naar mijn eigen bed toe. Helaas hebben piraten in een dronken bui de kans gegrepen om mijn prachtige hut af te breken. Er is nu niet veel meer van over dan een gerafeld stuk stof. Ik slaak een zucht en pak mijn oude schrijfsels erbij. Ik denk aan Abby's idee. Zou Josephine het echt waarderen? Behalve pen en papier moet ik dan ook nog een aanzienlijke hoeveelheid ballen verzamelen om een gedegen stuk te schrijven. Ik word opgeschrikt door geschreeuw. Zijn ze nu al een drankspel aan het doen? Da's veel te vroeg, zelfs voor die miezerige dekzwabbers. Met een luisterend oor volg ik het geschreeuw, wat nu ineens ophoudt. Nee. Dit zijn schreeuwen van angst.
    'Executieronde, m'n beste. Het is al een tijd geleden,' hoor ik een bemanningslid naast me zeggen. Het is John. Een executieronde in de cellen. Mijn ogen schieten open. Tristan. Er is maar één persoon die opdracht kan geven tot executie en dat is de kapitein. Maar de laatste keer dat hier een executieronde werd gegeven, was ten tijde van de vorige kapitein. En dat heb ik ook maar gehoord van verhalen, aangezien ik toen nog niet aan boord was. 'Ik wist niet dat Olivier mannen liet executeren,' mompel ik voorzichtig. John knikt. 'Ik ook niet.' Dan zal Tristan wel de laatste zijn. Degene met de meest pijnlijke dood. Ik moet wat doen. Maar wat? Mezelf nu in de strijd gooien betekent een gewisse dood. Langzaam sta ik op en verlaat de ruimte.
    'Ace. Wat ga je doen?' 'Kijken wat ik kán doen.' John komt me achterna gerend. 'Doe het niet, deze beslissing is niet aan jou.' 'Waar heb je het over?' 'Die jongen he. Daar zit iedereen achteraan. Ik zag jullie wel lopen met borden eten naar beneden. Je moet oppassen. De kapitein wil je niet tegen je hebben. Dit zijn zíjn zaken, niet de jouwe.' 'Het is geen slechte man.' 'Nee, dat weet ik. Moei je er niet mee, Ace.' Ik pers de lippen op elkaar en slaak dan een zucht uit ellende. Hij heeft gelijk. Daarin gaan wordt mijn dood. Hij zal vast die achterlijke beul wel bij zich hebben en aangezien mijn verwonding nog niet helemaal is genezen kan ik niks uithalen. En wie weet zijn het zijn zaken wel. Hij koos ervoor om mij te redden uit dat schip. Niet iedereen kan een volledig nobel man zijn. Kijk maar naar mij.
    'Ik ga wat eten halen.' En ik loop naar boven, het licht in. Ah, het voelt goed om weer in de buitenlucht te zijn. Maar waarom knaagt er dan nog iets aan me? Ineens kruisen mijn ogen die van Josephine. Ik weet niet waar ik het moet zoeken. Heeft Abby haar kans al gewaagd? Oh bij Neptunus. 'Eh.. goeiemorgen,' begin ik en ik bedenk me nu pas dat het al middag is. Goed werk, Ace. Goed werk. Ineens komt de kapitein boven. De bemanning kijkt op "Ahoy, mijn beste piraten! Vanavond leggen we aan en gaan we plunderen, dus bereid je voor!" Een luid gejuich ontstaat. 'Hoor je dat, Ace? Eindelijk!' roept de kleine rat. 'Mooi. Kun je eindelijk een man worden,' grijns ik naar hem. 'Ik? Oh nee, mijn centen zijn me gejat.' Ik zucht. Het zal ook eens niet.
    Ik kijk weer omhoog, waar de kapitein verdwijnt. Ik zou blij moeten zijn bij een goede plundertocht, maar waarom heb ik het idee dat er iets niet in de haak steekt?

    [ bericht aangepast op 25 aug 2011 - 11:23 ]


    No growth of the heart is ever a waste

    Volgens mij heb ik het niet duidelijk gezegd in mijn post, maar die geëxecuteerde mannen kwamen van dat schip dat ze geënterd hadden, waar Tristan ook op zat, dus de crew van de Medusa is ongeschonden ^^ Nog wel :3

    Josephine
    Ik loop rustig het dek op en negeer de starende blikken van een aantal piraten. Het is zeker niet beleefd van ze om zo te staren, maar wie ben ik om er wat van te zeggen? Dat zou zo mogelijk nog onbeleefder zijn. Ik leg mijn handen op het ruwe hout van de reling en merk tot mijn grote walging dat er opgedroogd bloed op zit. Snel trek ik mijn hand terug en terwijl ik een rilling over mijn rug voel lopen zie ik ineens Ace staan. De rilling van walging verandert in een andere rilling, iets dat ik niet helemaal kan plaatsen, maar zeker niet onprettig aanvoelt. Ik zet een paar stappen in mijn richting en hij komt ook op mij af, nog steeds hinkend door zijn verwondingen. "Eh.. goeiemorgen." Ik glimlach en zie aan de zon die achter hem staat dat het waarschijnlijk al middag is. Misschien heeft hij zich verslapen? "Hallo." Dan wordt zijn aandacht getrokken door iets achter me en ik draai me om, waar ik de kapitein zie staan. Fronsend luister ik naar zijn verhaal en ik merk dat de bemanning enthousiaster is dan ikzelf. Plunderingen kan ik gewoon niet als iets goeds zien, maar piraten denken daar natuurlijk anders over. Ik sluit even mijn ogen en probeer het van me af te zetten, waarna ik Ace weer aankijk en voorzichtig glimlach. "Gaat het al wat beter met je wonden?"

    Olivier
    Als hij toestemt knik ik. "Mooi." Alsof je een andere optie had, idioot. "We leggen vanavond nog aan bij een klein dorp om te plunderen, dus je kunt je daar alvast op voor bereiden." Ik draai me om en loop richting de bewaker. "En jij.." zeg ik terwijl ik hem bij zijn keel grijp en tegen de muur druk. "Ik had je gezegd geen mensen bij de gevangenen te laten. Orders zijn orders.." Ik grijns kil en haal mijn pistool tevoorschijn. De bewaker heeft me door en probeert me tegen te houden, maar ik heb al geschoten voor hij wat heeft kunnen doen. Hij was een sterke man, en zeker een goede aanwinst voor de crew, maar ik kan geen ongehoorzaamheid gebruiken. Dat zorgt slechts voor chaos. Ik steek mijn pistool weer weg en loop naar boven, het dek op. "Ahoy, mijn beste piraten! Vanavond leggen we aan en gaan we plunderen, dus bereid je voor!" roep ik en zonder acht te slaan op het enthousiaste geroezemoes van de crew loop ik mijn hut in.

    -Geen zin om Oli aan te passen, dat doe ik later wel :']
    Ik ben nu trouwens GWMT aan het teruglezen, en die hele shizzle met Odile die ontvoerd wordt door Fjodor's clan is ziek spannend 0-0

    Tristan - Piraat.
    Ik kijk de kapitein na wanneer hij naar boven loopt. Hij is echt verandert, van zijn oorspronkelijke vriendelijkheid lijkt niets meer over. Al het bloed en lijken doen me kokhalzen en ik grijp me vast aan de tralies van mijn cel. Ik hoor Abby uit haar schuilplaats komen en draai me om. Ze slaat haar armen om mijn nek en kust me, maar toch staat mijn hoofd even niet naar haar. Al die starende, dode mannen rondom ons brengen me van mijn stuk, niet alleen door de herrinneringen die ze oproepen. Ik wil hier weg. Nu.
    'Laten we hier weggaan,' fluistert Abby, duidelijk geschrokken. Ik aai over haar hoofd en druk haar nog even dicht tegen me aan. 'Niet opzij kijken, fixeer je op de trap, oké? Beloof me dat je niet opzij kijkt.' Dan laat ik haar los en loop achter haar naar boven. Bloed kleurt de hele vloer in alle tinten rood en ik besluit te doen wat ik Abby heb gevraagd: me te fixeren op de trap. Net voor de trap hangen er verschillende wapenriemen, maar de mijne zit er niet bij. Ik controleer het nog een tweede keer, geen Jane te zien. Verdomme. Ik kijk het kleine vertrek rond -verder leeg natuurlijk- en ik kan het niet laten om nog eens terug te kijken naar de cel. De doodse stilte die er nu heerst, staat in schril contrast met wat een hel er daarnet was. En hoewel ik het afschuwelijk vind, kan ik het niet laten bijna gebiologeerd de lijken te bekijken. Koude rillingen kruipen over mijn rug en ik voel opnieuw braakneigingen opkomen. Norman en iemand anders met een dweilen passeren me, ik draai me snel om en volg Abby de trap op, mezelf afvragend waar en waarom ze mijn wapens apart hebben gelegd. Aan de bewaker moet ik het nu niet meer vragen, maar ik probeer mezelf gerust te stellen: Ace ofzo zal ze wel in veiligheid hebben gebracht.
    Hoe hoger we raken op weg naar het dek waar de mannen uit volle borst hun goedkeuring van de plundering brullen, hoe meer er een tweestrijd in me speelt. Aan de ene kant is het liefste wat ik nu wil frisse lucht zien en inademen, aan de andere kant heb ik geen zin om met mensen te praten; ik ben nog steeds van slag van wat er daarnet is gebeurd.
    'Oh, kom op, raap jezelf toch bij elkaar. Abby heeft niets aan je als je zo blijft jammeren,' denk ik streng tegen mezelf. Wanneer we op het dek aankomen, ben ik helemaal verblind door het zonlicht. Mijn ogen doen vreselijk veel pijn en ik hou mijn hand voor mijn gezicht om ze af te schermen van de felle zon. Blind pak ik Abby bij haar hand om een beetje stevigheid en ondertussen adem ik diep de frisse lucht in. Overmoedig laat ik mijn hand zakken, maar het licht is nog steeds te fel.
    Verschillende piraten zijn al rond ons komen staan, om me 'welkom terug' te heten -met de nodige schouderklopjes- en om mijn verhaal te horen. Ze zijn hun ontstemdheid over de kapitein blijkbaar helemaal vergeten nu hij me heeft vrijgelaten en vooral nu hij een nieuwe plundertocht heeft aangekondigt. Ik werk me met Abby een weg door de groep, naar de reling. Pas wanneer we die bereikt na een paar minuten hebben, zijn mijn ogen al beter gewendt aan het zonlicht. Een frisse bries waait in mijn gezicht en ik adem nog eens diep in. Ik zucht van plezier, dit voelt zo goed. Ik trek Abby dicht tegen me aan en kus haar. Dan pas valt me op dat haar ogen een beetje rood zien. 'Gaat het?' vraag ik bezorgd.

    Natambu/Nate - Piraat.
    Op de eerste plaats ontstemde de executieronde me zeer: ten eerste was ik telleurgesteld dat ik niet gevraagd was te helpen met het openrijten van kelen en ten tweede werd ik er ook niet vrolijk van om een nieuw muiterij-plan te bedenken. Maar nu de kapitein een plundering heeft aangekondigt - vanavond nog wel- juich ik evengoed uit volle borst. Ik heb écht, écht zin in een plundering: vechten, vrouwen en alles pikken wat je pakken kan. Dat muiten kan nog wel even wachten.
    De kapitein verdwijnt weer en de kerel naast me stoot me aan. 'Hier heb ik echt naar uitgekeken.' Ik grijns naar hem, maar dan zie ik Abby en haar grote liefde aan dek komen. De rat is blijkbaar nog populairder dan ik dacht, want een hoop piraten verdringen zich rond hen. De piraat naast me volgt mijn blik en grinnikt. 'De eerste beste griet die ik daar tegen het lijf loop...' Ik knik grijnzend. 'Mijn idee, makker.'

    [ bericht aangepast op 25 aug 2011 - 16:38 ]


    Home is now behind you. The world is ahead!

    Mwhuhahah, eerst htee dirnken en wat bedenken :x coole sutkejs btw.


    In the end the only person we love is ourselves, that's why we choose to love someone who can please us the most.

    Abby (Abigail Rosaline Valence) ~ Pirate.
    Tristan leek een beetje in gedachten verzonken, hij was in ieder geval niet helemaal zichzelf. Grote kans dat dat te maken ahd met de slachtpartij van daarnet, ik kon me voorstellen dat hij best bevriend was geraakt met het merendeel van de bemanning. "Niet opzij kijken, fixeer je op de trap, oké? Beloof me dat je niet opzij kijkt," zei hij nadat hij me even kort tegen zich aan had getrokken, ik knikte braafjes. Ik zou niet eens willen. Zwijgend liep ik met Tristan richting de trap, ik had eerst mijn blik gefocust op de grond, maar toen ik het bloed zag keek ik toch maar gauw voor me. De lucht die in de ruimte hing was verschrikkelijk en ik hield het grootste gedeelte van onze wandeling richting de trap mijn adem in. Toen ik de trap opliep merkte ik dat Tristan niet meer volgde, ik keek even over mijn schouder en zag hem rond kijken, automatisch deed ik hetzelfde. Het aanzien van de lijken met doorgesneden kelen, gedrenkt in bloed maakte me misselijk en zorgde ervoor dat ik bijna direct mijn hoofd weer afdraaide. Ik wilde er niet aan denken, maar het gebeurde toch. Ik had James vermoord en hij had er waarschijnlijk ook zo bijgelegen, gauw verdrong ik die gedachte aangezien ik me er nog slechter door ging voelen dan ik al deed. Gelukkig kwam Tristan ook en samen liepen we het dek op, de beamnning leek nogal enthousiast, de kapitein had ze vast al verteld over de plundering. Ik voelde hoe Tristan mijn hand pakte en ik vervlocht mijn vingers met die van hem, het voelde goed hem weer naast me te hebben. Bij me, zonder tralies er doorheen. Bijna meteen kwamen er bemanningsleden om ons heen staan, allemaal geinteresseerd in Tristan en zijn kant van het verhaal. Ik bemoeide me er niet mee en tuurde zwijgend tussen ze door, plots viel mijn blik op Nate en toen hij terug keek draaide ik gauw mijn hoofd weg. Ik was van plan uit zijn buurt te blijven, al was het maar om niet in de gevaren te komen en zo Tristan ietwat te ontlasten. We wrongen ons een weg tussen de menigte door naar de reling, eenmaal daar bleven we zwijgend staan. Tristan leek duidelijk te genieten van de koele lucht en het deed me goed dat te zien, plots drukte hij me tegen zich aan en kuste me. Mijn lippen leken haast wel verslaafd aan die van hem, ík leek wel verslaafd. Het was ook zo vreemd, ik had nog nooit zoveel van iemand gehouden. "Gaat het?" onderbrak hij plots mijn gedachten. Eerst begreep ik hem niet goed maar dacht toen aan mijn ogen, ze zagen vast rood, verdomme. "Jaja, het gaat wel, maak je geen zorgen," wimpelde ik het gauw af en forceerde een glimlach. Nogmaals keek ik rond en ik zag al gauw Ace bij Josephine staan, shit, ik had Josephine nog niet gevragad naar Ace. Ach, hij redde zich nu wel, ik zou het vragen als ik alleen met haar was.

    [ bericht aangepast op 25 aug 2011 - 18:48 ]


    In the end the only person we love is ourselves, that's why we choose to love someone who can please us the most.

    Tristan - Piraat.
    Ik voel me lichtjes gekwetst dat ze me niets wil zeggen, maar ik laat het zitten. 'Probeer er niet meer aan te denken, wat voorbij is, is voorbij,' zeg ik tegen haar. Eigenlijk heb ik geen recht van spreken met dat laatste, maar ik ben veel te blij met mijn herwonnen vrijheid om het verleden dat nu te laten overschaduwen.
    Abby lijkt ergens naar te kijken en ik volg haar blik. Ace en Josephine, het bijna-koppeltje. Ik glimlach, dit zijn wel twee mensen waarvan ik blij ben ze te zien. 'Laten we naar ze toe gaan,' zeg ik tegen Abby en ik loop op hen af, met Abby's hand nog steeds in de mijne. Ten eerste wil ik ze graag bedanken voor hun hulp en Ace vragen of hij mijn wapens heeft, en ten tweede wil ik dat Abby zo wat afleiding heeft.
    'Hallo,' glimlach ik naar hen, 'nog eens bedankt voor jullie hulp.'


    Home is now behind you. The world is ahead!

    Abby (Abigail Rosaline Valence) ~ Pirate.
    "Probeer er niet meer aan te denken, wat voorbij is, is voorbij," vertelde hij me. "Ik weet het, maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan," mompelde ik en zuchtte. Dat was waar, ik had moeite met die gebeurtenissen van me afzetten. "Is goed," antwoordde ik toen Tristan voorstelde om naar Ace en Josephine te gaan. Hand in hand liepen we naar het tweetal toe. "Hé," groette ik ze met glimlach. Ik moest inderdaad de rest even vergeten, Tristan was verdomme uit die cel, ik moest blij zijn. Dat was ik ook, maar het werd zonet overschaduwd door de gruwelijke slachtpartij. Misschien kon ik Josephine weg zien te loodsen straks, dan kon ik haar alsnog vragen over Ace en Tristan en Ace. Ach, die konden het volgens mij wel goed vinden samen. Maar hoe moest ik haar hier wegkrijgen? 'Kan ik je even spreken' leek me wat achterhaald en te opvallend, misschien kon ik vragen om iets te lenen, kam ofzo, of een kledingstuk.


    In the end the only person we love is ourselves, that's why we choose to love someone who can please us the most.

    Ace - Piraat.

    Bij Neptunus, wat is ze mooi. Mijn blik glijdt naar het moedervlekje bij haar hals. Subtiel gluren is niet bepaald een sterke kant van me geweest, dus ik moet oppassen.
    "Gaat het al wat beter met je wonden?" 'Eh, prima hoor. Ik heel snel, gelukkig. En met jou? Misschien is het in jouw geval beter en veiliger om aan wal te blijven tijdens de plundertocht.' En ik ben niet aan het geinen. Bemanningsleden zullen er nu waarschijnlijk al op aan het wedden zijn wie haar het eerst te pakken krijgt. Nu zorgt het idee van een grote plunderpartij toch wel voor kriebels in mijn buik. Ja. Hier heb ik op zitten wachten. Als die klotemarine toch met stroppen op ons zit te wachten, kan ik net zo goed genieten van al dat moois wat ik in mijn klauwen krijg. Ineens komt Tristan onze kant op gelopen met Abby. Hij.. leeft nog?
    'Hallo. Nog eens bedankt voor jullie hulp.' Ik glimlach. 'Geen probleem. Hoop dat je van je maal hebt genoten, ik bezorgde de kok bijna een zenuwinzinking,' grinnik ik. Dan wordt mijn gezichtsuitdrukking serieuzer. 'Klopt het.. van die executieronde? Ik hoorde ineens geschreeuw beneden.'

    [ bericht aangepast op 25 aug 2011 - 22:01 ]


    No growth of the heart is ever a waste

    Tristan - Piraat.
    Ik glimlach. 'Het was echt heerlijk' Wanneer hij me serieus vraagt over de executies, verdwijnt mijn glimlach en kijk ik heel ernstig. 'Ja, alleen mij heeft hij een tweede kans gegeven...' Ik zwijg, eventjes zit ik opnieuw beneden tussen de stervende mannen en rondspattend bloed. Ik had nooit gedacht dat de kapitein tot zo koelbloedig ongewapende mannen kon laten vermoorden. 'De kapitein is verandert. Hij heeft zelfs de bewaker neergeschoten, omdat hij jullie binnenliet. 'Orders zijn orders', zei hij.'
    Het lijkt wel -ik trek Abby bijna onbewust dichter tegen me aan- alsof hij zijn hart heeft verloren... Ik kijk even naar haar. Ik had haar willen afleiden, maar ik had kunnen weten dat ze zouden willen weten wat er gebeurd was. 'Zeg, heb jij mijn wapens meegenomen? Ik zou ze graag terugwillen, zeker met wat er vanavond te gebeuren staat,' vraag ik Ace, om van onderwerp te veranderen.


    Home is now behind you. The world is ahead!

    Haha, omg, Abby wordt gehaat :x

    Abby (Abigail Rosaline Valence) ~ Pirate.
    Ace vroeg naar de executieronde en direct betrok mijn gezicht, het ging nog wel een tijdje duren voordat ik dat beeld volledig uit mijn geheugen had gewist. Voor Tristan moest het vast nog erger zijn, vanuit mijn ooghoeken gluurde ik kort naar hem. "Hij is niet zomaar verandert, hij is een totaal ander persoon geworden," reageerde ik op wat Tristan zei. Tristan begon over zijn wapens, duidelijk een poging om van onderwerp te veranderen wat ik wel apprecieerde. Ik wendde me maar tot Josephine, waar zou zij vanavond trouwens verblijven? Tijdens de plundertocht? Over de plundertocht gesproken, ik was van plan niet mee te gaan. Ik had vandaag genoeg moorden gezien, voor het eerst sinds lange tijd verlangde ik even niet naar avontuur en actie. "He Josephine," begon ik, "ik wil je wat laten zien, ga je mee? Hé Ace, je vind het vast niet erg als ik haar even leen?" vroeg ik met grijnsje. Ik keek naar Tristan en glimlachte. "Ik zie je straks wel, oké?" zei ik hem en liep vervolgens met Josephine naar binnen. "Eigenlijk wilde ik je niks laten zien, maar even praten, als meiden onder elkaar. Vind je het erg?" vroeg ik haar. Het was deels waar, het was fijn om even te kunnen praten als meiden onder elkaar, want de mannen hier op het schip spraken vaak over vrouwen, drank en plundertochten. Dat was soms wel oké, maar als je het elke dag hoorde begon het ook vervelend te worden. "Maar goed, ik vroeg me af wat je van plan was vanavond te gaan doen als ze gaan plunderen? Blijf je op het schip?"


    In the end the only person we love is ourselves, that's why we choose to love someone who can please us the most.

    Josephine
    Als Tristan en Abby bij ons komen staan glimlach ik naar ze, maar ik ben totaal niet bij het gesprek met mijn gedachten. De manier waarop Ace naar me kijkt brengt me in de war, omdat het niet lijkt op hoe mannen meestal kijken. Het is minder.. minder vervelend, het voelt niet vreemd. Maar dat komt waarschijnlijk omdat ik ook naar hem zit te staren. Als ik de rest hoor praten over executies probeer ik beschaamd mijn gedachtes opzij tezetten. Het is nu geen tijd om aan dit soort malle dingen te denken. Maar toch kan ik het niet laten schuin naar hem te gluren. Volgens mijn moeder is het met mannen heel belangrijk om subtiel te zijn. Ik heb altijd veel waarde gehecht aan de mening van mijn moeder, maar nu kan ik het gewoon niet opbrengen om weg te kijken. Het maakt me blij om naar hem te kijken en om zijn stem te horen, maar ik besef me ook dat het verkeerd is om dit te voelen voor hem, en dat het toch niet goed af kan lopen. Maxime heeft gelijk met wat ze eerder zei, en dat ergert me verschrikkelijk. Aan de andere kant komt Felix, waar zij een oogje op lijkt te hebben, ook niet over als de meest betrouwbare persoon ooit. Als Abby me uit mijn gedachtes laat opschrikken bedenk ik blozend dat ik echt mijn aandacht echt nergens meer bij kan houden zonder dat mijn gedachten hun eigen gang gaan. Ik knik naar haar en glimlach, met nog steeds die vervelende blos op mijn wangen, naar Ace en Tristan. “Tot straks. We zijn zo terug.” Samen met Abby loop ik naar binnen, terwijl ik de neiging onderdruk om even achterom te kijken om te kijken of hij ook kijkt. God, ik erger me aan mezelf. "Eigenlijk wilde ik je niks laten zien, maar even praten, als meiden onder elkaar. Vind je het erg?" Ik glimlach en schud mijn hoofd. “Tuurlijk niet, waar wil je het over hebben?” Hopelijk kan dit me afleiden. "Maar goed, ik vroeg me af wat je van plan was vanavond te gaan doen als ze gaan plunderen? Blijf je op het schip?” Ik knik en trek een scheve glimlach. “Zie je mij al met een zwaard een dorp overvallen? Nee, dat moet ik maar niet proberen. Ik blijf vanavond in mijn kamer tot het rustiger is. Trouwens, ik ben blij voor je dat Tristan terug is. Het is verschrikkelijk dat hij dit heeft moeten meemaken.. Het is werkelijk onmenselijk.” Ik denk terug aan mijn broer, die voor gek verklaard is nadat hij door piraten gevangen en gemarteld was geweest. Gelukkig is Tristan er beter vanaf gekomen, denk ik terwijl ik een rilling langs mijn ruggegraat voel gaan.

    Olivier
    Ik loop naar de kasten achterin mijn hut en haal ze van het slot. Krakend en piepend openen ze, en glimlachend kijk ik naar de schatten daarbinnen. Geweren, pistolen, messen, zwaarden, sabels, wapengordels en losse kogels- hier heb ik altijd spullen liggen voor het geval dat. En omdat ik de wapens heb van al die dode mannen is de voorraad flink aangesterkt. Er zitten redelijke mooie dingen tussen, maar een wapenriem trekt mijn aandacht. Hij is van versleten leer en niet heel speciaal, maar er hangen een revolver van goede kwaliteit en een prachtige rapier aan. Er staat een inscriptie op het lemmet, en ik tuur door mijn wimpers heen om het te lezen. Jane. Ik trek een wenkbrauw op. Wie noemt zijn wapen nu Jane? Ach, vast een of andere sentimentele klootzak die zijn vrouw is verloren en haar zo in herinnering probeert te houden. Ik grinnik en bedenk me dat het niet veel uitmaakt. Het is niet zo dat de mensen waar ik hem op zal gebruiken de inscriptie te lezen krijgen. Ik laat voorzichtig het ijzeren blad door mijn handen glijden en steek “Jane” dan terug bij de wapenriem. Meisje, ik denk dat wij goede vrienden zullen worden.

    Abby (Abigail Rosaline Valence) ~ Pirate.
    "Dus je blijft in je kamer? Erg als ik dan bij je kom? Ik denk namelijk niet dat ik vanavond meega.." zei ik haar, toen begon ze over Tristan en mijn gezicht betrok. "Ik weet het en het voelt alsof het mijn schuld is, Ik bedoel.. Als ik de woede van de kapitein niet over me heen had gehaald, dan had hij Tristan ook niet zo moeten hebben," begon ik en zuchtte zachtjes. "Ik wou dat ik wat voor hem kon doen, maar ik weet niks." Ik stak mijn handen in mijn zakken, hij was zo lief voor me en had in zo'n korte tijd veel meegemaakt en er was niks dat ik terug voor hem kon doen. "Maar genoeg over mij, hoe zit het met jou en Ace?" vroeg ik en keek haar met grijnsje aan. "Hij leek jou wel te zien zitten, maar hoe zit het met jou? Heb je eigenlijk al eens een vriendje gehad?" vroeg ik, ik gokte van niet. Ik kwam uit hetzelfde soort wereldje, uitgehuwelijkt worden, je ouders kozen een man die 'goed genoeg' was volgens hun.

    Oké, ik weetécht niks en ik moet thee drinken anders wordt ie koud :'D Dus help jij me uit de brandt? Ik hoopd at ik zo at meer inspriatie heb, tot zo!


    In the end the only person we love is ourselves, that's why we choose to love someone who can please us the most.

    Kun je hier wat mee? :3

    Josephine
    “Nee, ik heb juist graag dat je er bij komt, anders zit ik daar maar alleen! Of nouja, misschien met Maxime erbij. Maar het zal me zeker gerust stellen als jij erbij bent, wij zijn namelijk niet echt in staat om ons te verdedigen.” Als ik zie hoe verdrietig en schuldig ze zich voelt spijt het me dat ik over Tristan ben begonnen, maar voor ik haar kan troosten zegt ze ineens wat waar ik me dood van schrik. "Maar genoeg over mij, hoe zit het met jou en Ace? Hij leek jou wel te zien zitten, maar hoe zit het met jou? Heb je eigenlijk al eens een vriendje gehad?" Ook al verbaast het me niet zozeer dat Abby deze dingen vraagt, het kwam zo onverwacht dat ik haar een paar seconden alleen maar aankijk. Dan komen mijn hersenen weer op gang. “Nee, nee, ik heb nog nooit een relatie gehad met een man op die manier.” Ik merk dat mijn rode wangen terug komen als ik denk aan haar vragen, en dat ik het warm krijg. “En verder.. Ik.. Het is niet gepast Abby, het hoort niet. Ik..” Verward draai ik me om en sla mijn armen over elkaar heen. “Waarom vraag je me dit eigenlijk?” Was het zo duidelijk te zien? Mijn moeder had gelijk, subtiel zijn is echt heel belangrijk.

    Olivier
    Ik loop naar de kasten achterin mijn hut en haal ze van het slot. Krakend en piepend openen ze, en glimlachend kijk ik naar de schatten daarbinnen. Geweren, pistolen, messen, zwaarden, sabels, wapengordels en losse kogels- hier heb ik altijd spullen liggen voor het geval dat. En omdat ik de wapens heb van al die dode mannen is de voorraad flink aangesterkt. Er zitten redelijke mooie dingen tussen, maar een wapenriem trekt mijn aandacht. Hij is van versleten leer en niet heel speciaal, maar er hangen een revolver van goede kwaliteit en een prachtige rapier aan. Er staat een inscriptie op het lemmet, en ik tuur door mijn wimpers heen om het te lezen. Jane. Ik trek een wenkbrauw op. Wie noemt zijn wapen nu Jane? Ach, vast een of andere sentimentele klootzak die zijn vrouw is verloren en haar zo in herinnering probeert te houden. Ik grinnik en bedenk me dat het niet veel uitmaakt. Het is niet zo dat de mensen waar ik hem op zal gebruiken de inscriptie te lezen krijgen. Ik laat voorzichtig het ijzeren blad door mijn handen glijden en steek “Jane” dan terug bij de wapenriem. Meisje, ik denk dat wij goede vrienden zullen worden.