• Duitsland 1942: Een jaartal dat de geschiedenis in zal gaan als een storm van gebeurtenissen. Met de Tweede Wereldoorlog in volle gang aan de oppervlakte, heeft niemand oog voor een andere soort oorlog die zich tussen de vechtende soldaten en lijdende mensen plaatsvindt: een duistere oorlog tussen vampiers. In een voor hen zeer gunstige tijd waar het mensenbloed vloeit als nooit tevoren, besluiten de eeuwenoude Europese aristocratische vampierleiders Caellum en Alchar hun clans te versterken en de vampieroorlog nieuw leven in te blazen, buiten het oog van de rumoerige maatschappij. Hun doel: de andere clan vernietigen en de machtigste groep vampiers worden die de onderwereld ooit heeft gekend. Hun middelen: kracht en aantallen. Het ultieme wapen waar de twee leiders op azen: Een eeuwenoude verloren ketting die de drager ervan onmenselijke kracht geeft. In ruil voor het recht van het dragen ervan, wordt de ziel aan de duivel verkocht.
    In ruil voor het participeren in een clan wordt de vampier bescherming en rijkdom beloofd.
    Er is geen ruimte voor Einzelgängers, vampiers die zich bewust afzijdig houden van de oorlog. De vampierclans kennen een zero tolerancebeleid en zullen deze vampiers als ze eenmaal zijn opgespoord, overhalen om zich bij hen aan te sluiten of te vernietigen.

    Maar wat zal er met hun plannen gebeuren als de vampiers onvoorzichtig worden door het vloeiende mensenbloed en hun ras zo blootstellen, tegen wil en dank? Zal de oorlog veranderen in een oorlog die niet alleen gericht is tegen de mensheid, maar ook tegen de wezens van de onderwereld zelf? Of zullen enkele menselijke opportunisten hun slag slaan en proberen de Einzelgängers over te halen deel uit te maken van de menselijke oorlog en hen zo van een onbeperkte voorraad bloed kunnen voorzien en beter nog; misschien zelfs macht in de wereld van de mensen.
    En mag men er wel zo zeker vanuit gaan dat de ketting die onmetelijke kracht schenkt, wel in handen van een vampier terechtkomt?

    Don’t look at the future, don’t look at the past. Our time has come, right here and right now. We will fight for our right and seize power!

    Tiny reminders.
    • Vampiers zijn niet te doden met loden kogels, alleen met zilveren kogels en wapens en daglicht.
    • Vampiers kunnen zich niet voortplanten met mensen. Ja, seks hebben kan wel.
    • Vampiers kunnen een beperkte tijd zonder bloed. Langer als mensen zonder voedsel kunnen, maar afhankelijk van hun lichamelijke inspanningen op regelmatige basis.
    • Kledij beschermt vampiers tegen daglicht. Blote lichaamsdelen zijn er erg vatbaar voor.

    Houd er alsjeblieft rekening mee dat het verhaal zich afspeelt in Duitsland en niet aan één van de twee fronten. Dit is bewust gedaan om andere rollen in landen waarmee Duitsland in oorlog is ook een kans te geven mee te doen als spion, militair oid om het machtscentrum aan te vallen/infiltreren, en tevens Duitse burgers een rol te laten spelen, in case people don’t want to participate as a military.

    Raadpleeg de story voor een beeld van de tijdsgeest.


    Rollen [Mens].
    Mogelijke suggesties: Soldaat in opleiding van de Wehrmacht/SS, lid van de Hitlerjugend (voor jongens) Bund Deutscher Mädel (voor meisjes), één van de nazi partijleiders (bijv. Adolf Hitler), generaal/officier, burger, verzetslid, onderduiker, spion.

    Emily Jessica Grace (20) - Spion. By Clubbed.
    Lise Jager (20) - Burger. By Progeny.
    Adrian Duncan Ross (23) - Amerikaanse soldaat. By Vluuv.
    Elisabeth Jones (21) - Mens. By Endure.

    Rollen [Vampier].

    Mogelijke suggesties: Eén van de twee clanleiders, clanleden, einzelgängers, vrouw van één van de twee clanleden, verrader binnen de clan.

    Fjodor Iljitsj Nazarov (24/108) - Einzelgänger/RA soldier. By Zerefu.
    Dawn Franklin (20/112) - Spion/clanlid. By RainbowDay.
    Jena Berkhoff (19/20) - Einzelgänger. By JaiRy - Afwezig.
    Sarah Louise Wagner (7) - Clanlid. By Proprius.
    Vidic Zeitlin (26/334) - Kapitein clan Alchar. By Sid.
    Pandora (25/478) - Vrouw Alchar. By Vluuv.
    Alchar Zaryn (30/610) - Clanleider. By Zerefu.
    Lirit Isolde Hildegard (20/606) - Einzelgänger/verrader. By Eeyore. Pauze.


    Tiny reminders voor het spelen. Mist hier nog een goeie regel, meld het :]. Het is vakantie, dus ik kan best een dingetje of twee over het hoofd hebben gezien. Normaal ook, daar niet van.
    - Gelieve geen drieregelposts. Als je geen inspiratie hebt, voel je vrij om, om hulp te roepen of wacht tot de inspiratie weer vloeit.
    - Geen personages doden zonder toestemming van de speler. Ernstig verwonden, verminken, verkrachten, martelen en beroven mag wel. War, y’know.
    - Dit is een RPG die zich afspeelt in de geschiedenis, for fun dus en geen geschiedenistoets die je moet leren. Je wordt niet tegen de muur gezet als je wat tijdsfouten maakt.
    - Geen beslissingen voor andermans personages maken en perfect players maken.
    - Gelieve pas joinen als je ook daadwerkelijk van plan bent te gaan posten!


    Last, but not least: Viel Spaß!

    [ bericht aangepast op 29 mei 2012 - 20:22 ]


    No growth of the heart is ever a waste

    Alchar - Clanleider.

    Ik wil overeind komen om hem met alles wat ik heb te vernietigen, maar de pijn in mijn lichaam staat het niet toe.
    'Jullie clan moet zich niet in onsterfelijkheid baden, dat is je grootste fout geweest Alchar.'
    'De naam is..' Ik kuch, waardoor mijn spieren in mijn lijf zich pijnlijk samentrekken.
    '.. Heer Zaryn,' voeg ik toe. Ik laat me door dit tuig niet met mijn voornaam aanspreken! Hij begint te lachen, te bulderen. Ook de vampiers om hem heen gniffelen.
    'Vind je niet dat die trots van je genoeg gebroken is? Accepteer het, kerel. Jouw lot en dat van je liefje liggen in mijn handen. En met deze handen zal ik-' Een auto nadert ons met razende snelheid. Ik knipper met de ogen, besef ineens dat Peter in een fractie van een seconde plaats heeft gemaakt voor een sjieke zwarte wagen.
    'Vidic,' zeg ik geschokt. Mijn ademhaling begint weer regelmatig te worden nu de mannen me van verbazing los hebben gelaten. Vidic komt op mij af en weer de vampiers van me af te schudden, waarna hij mij helpt.
    'Maak je geen zorgen om mij, help haar,' zeg ik met nog pijnlijke stem. Mijn sjieke kledij is bedekt met bloed.
    Vidic grijpt Peter en er ontstaat een gevecht tussen hen. Ik hoor geschreeuw achter me en een vampier zakt ineen door toedoen van Viktoria.
    'Bent u in orde, heer?' vraagt ze bezorgd. Ik bal mijn vuisten. Ik ben razend? Met een wit gezicht van woede en ogen die vuur spuwen loop ik op de vampier af die Pandora vast heeft.
    'Pas op, of ik steek haar dood,' dreigt hij met een mes in zijn handen. Viktoria staat naast me.
    'Dood haar en ik dood jou,' zeg ik ijzig. Ik zie een flits van aarzeling in zijn gezicht. Die aarzeling was genoeg voor mij om met een enorme snelheid vooruit te sprinten en hem te grijpen. Ik smijt hem tegen de grond, negeer de pijn in mijn buik en verkoop hem vuistslag na vuistslag.
    'Dit was voor het verzieken van ons etentje.' In een flits draai ik me om en geef de vampier die me van achteren aanviel zo'n harde trap in zijn zij dat ik de ribben hoor kraken.
    'Dat was voor het belachelijk maken van deze clan.' Ik verkoop de vampier zo veel klappen dat hij bewusteloos raakt, stoot en trap me door een groep vampiers in een vlaag van blinde woede en grijp Peter vast, die een zilver voorwerp in zijn nek heeft. Met brute kracht stomp ik hem tegen het asfalt, gris de pen uit zijn nek en ram hem door zijn borst.
    'Dat was voor het fout adresseren van mijn naam.' Ik ruk het ding eruit en ram het door zijn kruis. Hij gilt het uit als een mager speenvarken, kronkelt als een prooidier in nood. Mijn gezichtsuitdrukking blijft even woedend.
    'Dat is een waarschuwing voor eenieder die het waagt om mijn vrouw met een vinger aan te raken!' Ik geef hem een harde trap na en stap van hem af.
    'Vertel je baas dat jullie de volgende keer niet meer zullen leven, als jullie deze zilververgiftiging al doorstaan.' Ik wend me tot mijn rechterhand.
    'Vidic. Laten we gaan.'


    No growth of the heart is ever a waste

    Oké, abo (:


    Home is now behind you. The world is ahead!

    Kan je mij op pauze zetten? D:


    "I shut my eyes in order to see.'

    Pandora Zaryn - Echtgenote Alchar
    De koude winterwind slaat in mijn gezicht zodra we het restaurant uit rennen, maar ik stoor me er niet aan. Ik knijp stevig in Alchars hand en even voelt het net alsof mijn niet-kloppende hart weer in mijn borst bonkt, zo gespannen ben ik. Met elke stap die we nemen voel ik me opgeluchter, en besef ik me beter hoe diep we eigenlijk in de problemen zaten. Er verschijnt zelfs een flauwe glimlach op mijn gezicht. We zijn aan Otto ontsnapt, en met hem aan Caellum. Bijna wil ik mijn blijdschap hierover uitspreken tegen Alchar, als er achter ons een stem klinkt. Mijn nekharen gaan overeind staan en met Alchars hand nog steeds vast draai ik me om. Bang kijk ik toe hoe een groep vampiers dreigend op ons af komt lopen. Ik probeer me echter groot te houden en ga met rechte rug en opgeheven hoofd naast Alchar staan, als ik hem plots hoor fluisteren dat ik moet rennen. Een moment kijk ik hem aan, en ik weet dat ik moet doen wat hij zegt, anders zijn we er allebei geweest. Ik open mijn mond om een afscheid te fluisteren, wil hem nog één keer aanraken, maar hij stapt al naar voren en verloren zet ik een stap achteruit. Een tel blijf ik stilstaan en kijk naar mijn man, naar de moed en kracht die hij toont, naar zijn laffe belagers. Dan draai ik me om en ren. Voor het eerst sinds een lange tijd voel ik een traan over mijn wang rollen. Ik besteed er geen aandacht aan, maar ren zo hard als ik kan, blindelings en met mijn verstand op nul. Wat als Alchar daar zal sterven? De gedachte is er nu al, maar de betekenis dringt nog niet tot me door. Leven zonder Alchar, dat is immers onmogelijk. Mijn voeten vliegen over de stenen en het gras, maar plots struikel ik. Het kost me minder dan een seconde om weer op te staan, maar in die tijd ben ik al ingehaald en ik voel twee grote, ruwe handen om mijn nek. ‘Wel wel, wat hebben we hier,’ hoor ik een rauwe stem zeggen en uit alle macht probeer ik me los te wringen. ‘Als het mejuffrouw Zaryn niet is.’ De spottende ondertoon in de stem van mijn belager bevalt me allerminst en terwijl ik probeer naar achteren te trappen zet ik mijn nagels in zijn handen. Hij lacht me slechts honend uit en rent terug naar de plek van het gevecht.
    Zodra ik Alchar daar op de grond zie liggen voel ik een steek van pijn, van woede, van verdriet en van onmacht. Het zijn zoveel emoties tegelijk dat ik het gevoel krijg dat ik op springen sta en uit alle macht probeer ik me los te worstelen. ‘Alch-!’ Ik kan mijn roep niet eens afmaken, want mijn belager snoert zijn handen stevig om mijn hals. Ook al heb ik in principe geen adem nodig, het geeft me toch een benauwd gevoel en ik tracht zijn handen, liever gezegd klauwen los te wringen, wat me uiteraard niet lukt. Met een half oor hoor ik de opmerkingen van de vampiers om me heen. Woest om hun respectloze gedrag probeer ik mijn belager in zijn buik te rammen met mijn ellebogen. Hij negeert me echter straal en nu komen er nog meer vampiers op me af. Paniekerig schop ik om me heen, maar al snel hebben ze mijn benen en armen vast en ben ik nog machtelozer dan eerst. Weer vullen de tranen mijn ogen, maar ik klem mijn tanden op elkaar en kijk de vampier die voor me is komen staan recht in zijn ogen aan. Hij grijnst en aait met zijn hand langs mijn wang. Vol afkeer wend ik mijn hoofd af en zie in de verte de koplampen van een auto. Niemand anders lijkt het te zien, dus houd ik me stil. Die auto, of eigenlijk de mensen in die auto zijn onze enige hoop. Misschien leiden ze deze vampiers net lang genoeg af om te kunnen ontsnappen. Als ik voel hoe de vampier voor me zijn hand van mijn wang naar mijn nek richting mijn borsten laat glijden draai ik walgend mijn gezicht weer naar hem toe en spuug naar hem. Woest kijkt hij op, en terwijl hij met zijn ene hand zijn gezicht af veegt heft hij de andere al om me te slaan. Hooghartig blijf ik hem aankijken, maar op het laatste moment balt hij zijn hand ineens samen tot een vuist en slaat me hard op mijn kaak. Ik knijp mijn ogen samen en bijt op mijn lip. Net als hij zich klaar maakt voor een tweede klap komt de auto echter zo dichtbij dat we zijn motor kunnen horen ronken, en de vampiers die me vast hebben draaien gealarmeerd hun hoofden om. Dan merk ik dat er bekenden in de auto zitten en ik richt mijn gezicht hoopvol op.
    Het duurt niet lang voordat Viktoria de vampier die me sloeg neer heeft gestoken. De man die me nog altijd bij mijn keel houdt verstevigt zijn greep en ik kan hem horen knarsetanden. Weer probeer ik mezelf te bevrijden, maar dat zorgt er alleen maar voor dat hij zijn knie hard tegen mijn rug aan stoot. Mijn gezicht vertrekt en ik hoor mezelf een pijnlijke kreun maken. Plots komt Alchar aanlopen, en om te zien hoe hij nog altijd even sterk en strijdbaar lijkt als altijd geeft me een intens gevoel van trots en geluk. Hij vliegt op mijn belager af, die me laat vallen. Voordat ik weet wat er gebeurt staat Viktoria al achter me om me op te vangen. Ik glimlach dankbaar naar haar en kom overeind. Als ik naar Alchar kijk, die bezig is de vampier in elkaar te slaan, voel ik enerzijds een koud gevoel over me heen komen, anderzijds een warm, maar gezien de situatie waarschijnlijk enigszins ongepast gevoel van genegenheid. Alsof het is gepland waait er zodra Alchar overeind komt een vlaag wind, die zijn haar en kleding een moment laat wapperen. Plots merk ik dat er weer tranen over mijn wangen glijden, en door de tranen heen lach ik naar hem. Zonder de moeite te nemen mijn tranen weg te vegen draai ik me om naar Vidic en zend hem een dankbare glimlach. ‘Bedankt,’ zeg ik, me tot zowel hem als Viktoria richtend. Een tweede windvlaag brengt een vaag bekende geur met zich mee en ik vernauw mijn ogen en kijk in de richting van de berm, waar de geur vandaan komt. Daar, tussen al die bomen, ontwaar ik het gezicht van Otto. Hij kijkt niet blij, maar lijkt gek genoeg ook niet heel erg van streek. Hij staat daar maar, draait zich dan in minder dan een fractie van een seconde om en is verdwenen. Ik ril en pak Alchars hand weer vast. ‘Gaat het?’ fluister ik, alsof ik bang ben dat mijn stem hem enkel meer pijn zal doen als ik te hard praat.

    Vidic Zeitlin
    Een pijnscheut in mijn hand doet me naar adem snakken. Ik draai mijn hoofd naar links en zie één van Callums mannen met een duivelse grijns op zijn gezicht naar me loenzen, met zijn –ongetwijfeld zuiver zilveren- dolk druipend van mijn bloed. Verdammt! Een verse rekruut zou zich nu zonder aarzelen op de vampier storten en door hem ook zonder aarzelen worden afgemaakt, maar ik weet beter.
    Ik grom naar de man en wacht tot hij zelf nog eens uithaalt. Wanneer hij die fout maakt, plant ik eerst mijn vuist in zijn zij, zodat hij tegen het wrak van de auto vliegt - zijn lichaam in een vreemde hoek geknakt- en draai hem dan routineus de nek om. Het is gebeurd voordat hij het nog maar goed en wel besefte.
    De adrenaline in mijn lichaam daalt weer en dit maakt dat ik me weer bewust wordt van mijn omgeving. Ik besef dat het bijna muisstil is. Het enige wat er te horen is, zijn de slagen die Alchar gecontroleerd uitdeelt aan de laatste van Callums mannen. Stil ga ik naast Pandora en Viktoria staan, die ook toekijken. Viktoria trilt als een espenblad in de wind en duwt me zo snel ze kan de fijne zilveren staaf terug in handen. Ze is geen gevechten gewend. Ik wrijf het puntige staafje proper aan mijn broek- wat bloed meer of minder kan nu toch geen kwaad meer- en steek ze terug in haar beschermhoesje in mijn binnenzak. Dan wend ik mijn blik terug naar het gruwelijke tafereel voor me, nadat ik Viktoria even een zacht kneepje in haar hand heb gegeven. Onze vingers zijn kleverig van het bloed.
    Wanneer Alchar genadeloos de edele delen van de onfortuinlijke verliezer doorboort, frons ik in een reflex even pijnlijk. Zijn gegil gaat werkelijk door merg en been.
    'Dat is een waarschuwing voor eenieder die het waagt om mijn vrouw met een vinger aan te raken!'
    Ik gluur vanuit mijn ooghoeken naar Pandora, die achter de nog steeds trillende Viktoria staat. Haar haren wiegen zachtjes in de wind, wat haar mooier maakt dan eender welke filmster ik vanavond op het witte doek had kunnen zien. Alchar heeft gelijk dat hij zijn vrouw beschermt, ik zou hetzelfde doen.
    Ik zie dat ze huilt en als ze iemand anders was dan Alchars vrouw, zou ik haar proberen te troosten. En dan zie ik de manier waarop ze naar hem kijkt, het maakt me heimelijk stikjaloers.
    Ik schrik lichtjes wanneer ze ineens haar hoofd naar mij draait en naar me glimlacht. Zou ze…? ‘Bedankt,’ zegt ze en opgelucht besef ik dat ze ook tegen Viktoria praat. Dan zal ze wel niets in de gaten hebben.
    Ik krijg nog niet de kans om naar haar te knikken en te zeggen dat het onze plicht was, want haar man is klaar met de afrekening en ze is al naar hem toegevlogen. Om het niet te moeten aanzien, bestudeer ik mijn klaarblijkelijk doorboorde hand. De bloeding is al aan het minderen, maar het vlees er rond is vuil groen en zwart aan het opzwellen en ik begin het gevoel in mijn vingertoppen te verliezen, zoals gewoonlijk met een zilververgiftiging. Gaat wel over, zeg ik tegen mezelf, de pulserende pijn verbijtend. Het was het in elk geval waard.
    ‘Vidic, laten we gaan.’ Ik kijk op en knik ten teken dat ik volledig akkoord ben.
    ‘Nemen we de auto waarmee u bent gekomen, heer?’ zeg ik, mezelf afvragend waar ze hem hebben achter gelaten. En ook waar de chauffeur is... Dan vallen de puzzelstukjes in mijn hoofd op zijn plaats en snap ik wat er gebeurd is. Ik kijk Alchar aan, achter hem en Pandora zie ik de –volgens mij morsdode- vampier liggen, met een vermorzeld kruis en in een grote plas van zijn eigen bloed. Een krachtige waarschuwing.

    [ bericht aangepast op 14 juni 2012 - 17:19 ]


    Home is now behind you. The world is ahead!

    Gaan we hier nog mee verder gaan? Want eigenlijk vind ik dit wel een van de leukste RPGs op Q.. (:


    Home is now behind you. The world is ahead!

    Was het wel van plan ;o Ik zal even kijken of ik nog wat kan schrijven c:

    Hé, ik wist niet dat er een nieuwe was ;a


    In the end the only person we love is ourselves, that's why we choose to love someone who can please us the most.