• Oorspronkelijk is dit verhaal begonnen op Hyves, maar omdat die er helaas mee gaat stoppen, willen we hier graag verder gaan.
    Iedereen is natuurlijk vrij om mee te doen, maar we zitten dankzij Hyves' faillissement dus wel midden in het verhaal! Hopelijk hebben jullie hier begrip voor.

    De wereld was een zooitje en hoewel Morgan dat probeerde op te lossen, was iedereen eigenlijk alleen maar bezig elkaar uit te moorden en opnieuw de macht te grijpen.

    De tijd wordt weer teruggedraaid en iedereen wordt opnieuw wakker. Dit keer bevinden ze zich echter niet meer op Zweinstein. Ze worden wakker in een doodnormaal gezin, waarvan de ouders denken dat het hun eigen kinderen zijn.

    Het blijkt zelfs dat ze hun toverkracht zijn kwijtgeraakt en als normale tieners naar school moeten.

    Meer uitleg en het inschrijftopic vind je hier
    Speeltopic 1
    Overlegtopic 1

    Personages

    • Abel-Cain Breckenrige - 17 q]Unox22[/q
    • Ablaze Zealous Vivacious - 16 q]Hohenheim[/q
    Adrienne Gates - 16 q]Ensiferum[/q
    Aenea van Zwaarden - q]Ensiferum[/q
    Alaine Dylis Sneep - 14 q]Unox22[/q
    Alassëa - 17 q]Unox22[/q
    Alice Potter - 16 q]Marjannee[/q
    • Angie
    Brian - 17 q]Ensiferum[/q
    Boaz
    Claire Sneep - 16 q]RosanneB[/q
    • Claudia
    Daisy Sneep - 16 q]Unox22[/q
    Daniel Potter - 16 q]Marjannee[/q
    Debby Nickson - 21 q]WenseKronik[/q
    Gaara - 18 q]Ensiferum[/q
    Hanna - 16 q]Margotanne[/q
    • Ignatius Sneep - 17 q]Unox22[/q
    • Jenny François - 17 q]Marjannee[/q
    Jurgen Motres - 17 q]Marjannee[/q
    Li Zhaijian - 16 q]Hohenheim[/q
    Luuk - 24 [Ensiferum]
    Madelon
    • Mae Estella Simons - 17 q]Ensiferum[/q
    Mark Donjano - 21 q]Marjannee[/q
    Megan Sneep - 16 q]RosanneB[/q
    Moon Desrosiers - 20 q]Ensiferum[/q
    Mori Donjano - 16 q]Marjannee[/q
    Nick q]Ensiferum[/q
    Noha Fatch - Gunslinger - 19 q]Hohenheim[/q
    • Patrick
    Quinn' Odius - 16 [Hohenheim
    Rufus
    • Sam Fear - 16 q]WenseKronik[/q
    • Sebastiaan
    Simon
    Thijs
    Tomas Bunardi - 20 q]Ensiferum[/q
    • Van Madden q]Hohenheim[/q
    Wense Der Kronik - 16 q]WenseKronik[/q
    • Zoë Zhaijian - 16 q]Hohenheim[/q



    Familieindeling
    1: [Woods] Alaine Dylis Sneep + Geno Woods + Tomas Bunardi
    2: Nick + Zoë Zhaijian + Li Zhaijian + Daisy Sneep
    3: Gaara + Wense Der Kronik + Ignatius Sneep + Daniel Potter
    4: [Simons] Megan Sneep + Mae Estella Simons + Adrienne Gates
    5: Quinn' Odius + Claire Sneep + Aenea van Zwaarden + Hermes
    6: Moon Desrosiers + Noha Fatch – Gunslinger + Sam Fear
    7: [Donjano] Brian + Mori Donjano + Mark Donjano + Van Madden
    8: [Breckenridge] Jurgen Motres + Jenny François + Hanna + Abel-Cain Breckenrige
    9: Alassëa + Ablaze Vivacious + Alice Potter
    Emmy Sneep, Luuk, Debby Nickson, Epialthes, Ardaneus



    Cellenindeling:
    1. Aenea, Nick, Debby, Ignatius, Ignatius II, Sam.
    2. Megan, Mark, Ablaze, Noha, Quinn.
    3. Daniel, Daisy, Alaine, Epialthes , Gaara, Wense
    4. Claire, Brian, Abel-Cain, Mori, Hanna, Ardaneus.
    5. Alice, Mae, Zoe, Van, Jenny.
    6. Jurgen, Emmy, Adrienne, Allassea, Sykes.
    7. Moon, Luuk, Li, Tomas, Hermes.

    Volgende uitverkorene: Luuk

    [ bericht aangepast op 25 nov 2013 - 19:31 ]


    Zaldrizes buzdari iksos daor. Maester > Zaldrizes

    'Zou dood nu wel echt "dood" zijn?' vroeg Jurgen, die dat een bangstigend, maar wat Jenny betrof opluchtend idee vond.

    [ bericht aangepast op 14 nov 2013 - 22:31 ]


    If you want the rainbow, you gotta put up with the rain

    'Ik weet het niet,' zei Daisy.
    'Maar het lijkt er wel op.'

    Debbie, vond het jammer dat Luuk weg ging maar hij voelde zich dacht ze erg ongemakkelijk tussen haar en Ignatius. Ze bekeek de krant van vandaag terwijl Ignatius iets aan het doen was in haar huis. Ze las over het ongeluk, ze las de namen van de doden en van de zwaargewonden. Ze las drie keer over zijn naam, het kon niet. Er waren meer hondjes die Fikkie heten.
    Ze voelde twee handen op haar heupen en zachte lippen in zijn nek.
    'Ik wist niet eens dat Ignatius nog een populaire naam was.' Ignatius stopte met zoenen van haar nek.
    'Hoezo?'
    'Nou, een van de kinderen die overleden is met het ongeluk heten ook Ignatius.' Ze wou hem het krantenartikel laten zien, maar hij griste het al uit haar handen en las een paar namen op van de kinderen die dood of gewond waren.
    'Ignatius, Aenea, Wense...' en hij ratelde door met namen die hij kende. Debbie keek met hem mee en zag Van staan. Van was een van de leerlingen, ze ging er direct van uit dat het "haar" Van was, maar zweeg.
    'Wat is er? Ken je hen?' Ignatius legde de krant weer neer.

    'Sommigen, ja. Ik ken ze al langere tijd.' Hij besloot er niet verder op in te gaan.
    'En jij? Ken jij iemand? Een tovenaar?'

    'Misschien, ik weet niet zeker of het hem is, want meerde mensen kunnen de zelfde naam hebben,'ze zweeg even, keek Ignatius aan. 'Toch?' Ze hoopte dat hij een goed antwoord had want ze was wel een beetje vanslag hierdoor.

    'Natuurlijk kan dat, al weet ik niet hoe waarschijnlijk het is.'
    Ignatius glimlachte vriendelijk naar haar.
    'En ik hoop voor je dat het inderdaad zo is- en dat jouw kennis nog leeft.'

    'Ik hoop het ook,' mompelde Debbie, ze keek naar de klok. 'Shit het café, ik moet open.' Debbie, die zich ondertussen aangekleed had, deed de deur naar het café open vanaf het huis en liep naar de voorraadkast en haalde een short te voorschijn die ze omdeed. Daarna begon ze heet water in een tijltje te doen met sop erbij.
    ' Wat moet je allemaal doen dan?' Ignatius was haar achterna gelopen.
    'Tafels afnemen, voorraad checken, bar schoonmaken, glazen wassen en nog wat dingentjes. Voel je vrij om te helpen.' Ze knipoogde naar Ignatius, gezien hun glazen van gister avond er nog stonden. En ze eigenlijk alleen de belangrijke dingen had uitgedaan.

    Ignatius legde de glazen in het sop. Misschien moest hij haar vandaag wel meehelpen, haar vertrouwen winnen. Ze zou een waardevolle aanwinst voor zijn plannen kunnen zijn, al waren die ietwat gewijzigd nu hij wist dat Ignatius al dood was. Ach, dan was er minder werk voor hem.
    'Is er nog iets waar je hulp bij nodig hebt dan?'

    De duisternis werd langzaam dunner.
    ‘…hij zal wel veel pijn hebben…’
    Er werd instemmend geantwoord, terwijl er een zuigend geluid opklonk uit de diepte.
    Li tilde voor het eerst zijn hand op om in zijn ogen te wrijven en keek naar de verpleegster die een bekend apparaat om zijn arm had gebonden met klittenband en hem oppompte. De bloeddrukmeter. Li vroeg zich af hoe vaak ze dat nog zouden doen. Het was geen aangenaam gevoel terwijl zijn arm aan alle kanten werd bekneld door de band. Gelukkig liep de lucht er snel weer uit en kon hij ook zijn linkerarm weer vrij gebruiken.
    Aan zijn hand zat een infuus. Li had nog nooit zoiets in zijn lichaam gehad, laat staan het gevoeld en hij keek er zeker een paar minuten verbaasd naar. Zijn ogen volgden de slang die uit zijn hand liep en een kronkelende lijn beschreef richting een hoge paal waar een paar zakken aanhingen met vloeistoffen die hij niet kon identificeren.
    Om hem heen bevond zich nog steeds een soort duistere wereld. Kleuren en geluiden liepen in elkaar over en hoewel Li enigszins op de hoogte was van wat er zich om hem heen afspeelde, kon hij het geen plek geven en hij vergat de dingen vrijwel direct weer.
    ‘Kan ik iets voor je doen?’ vroeg de verpleegster vriendelijk. Ze had zich wat dichter naar hem toe gebogen om hem in de ogen te kijken, maar het lukte Li niet om zich op haar gezicht te concentreren. Hij was even bang om weer in die diepte te vervallen, maar dat gebeurde niet.
    Hij wilde nee zeggen, maar wist niet hoe dat moest en schudde enkel zijn hoofd. Het deed hem pijn en voelde vreemd aan. Voorzichtig tastte hij met zijn hand zijn gezicht af, maar constateerde dat dat hetzelfde was als voor de klap en hij zuchtte opgelucht. Hij was geen plant en geen vrouw. Hij was de Li waar Megan van hield. Hij was de Li die Moon had beschermd. Hij was al eeuwen lang dezelfde.
    ‘Het is bezoekuur,’ zei de verpleegster en ze keek even op de monitor naast zijn bed voor ze een ander apparaat pakte wat Li vanaf zijn positie niet kon zien. ‘Zal ik je bed omhoog doen?’
    Li, die zich hiervoor geen moment had afgevraagd waarom hij hier eigenlijk lag en wat er met hem aan de hand was, wist met zijn lippen woorden te vormen die hijzelf in geen enkele taal was tegengekomen. Hij meende zich te herinneren dat hij een paar uur geleden beter had kunnen spreken, hoewel hij toen maar één woord had gezegd. Hij zuchtte en probeerde het opnieuw. Het ging beter.
    ‘Dat zal wel door de medicatie komen,’ zei de verpleegster ernstig. Ze drukte op een knop en Li voelde dat zijn rug automatisch een paar centimeters omhoog werd gedrukt. Hij sloot even zijn ogen, maar hij werd niet misselijk. Gelukkig. ‘Je hebt een hoop pijn gehad.’
    ‘Ooh…’ was alles wat hij kon uitbrengen. Li kon het zich niet herinneren. Hij vroeg zich af of deze vrouw een heler was en of ze een herinneringsslot had aangebracht om hem die gruwelijkheden te besparen, maar hij wist dat hij zichzelf daar alleen maar valse hoop mee zou bezorgen. Ze gebruikte immers een bloeddrukmeter om erachter te komen of zijn hart nog wel goed werkte.
    ‘Maar je bent stabiel, hoor.’ De verpleegster zag zijn niet-begrijpende gezicht tussen het witte verband en de lakens. ‘De nacht is goed verlopen en je ouders zijn even naar huis.’
    ‘Ja.’ Li had het begrepen. Hij herinnerde zich de vrouw aan zijn bed die had gezegd dat ze even weg moest gaan. Ze had namen genoemd… Zoë was dood.
    Het kriebelde een beetje, de tranen die als vanzelf opwelden uit zijn ogen en zich een weg omlaag langs zijn wangen zochten. De verpleegster keek hem meelevend aan, depte zijn gezicht schoon met een doekje, maar hield daar mee op toen dat niet bleek te werken. Hij wist dat zijn zuster overleden was, dat had hij zich wel weten te herinneren.
    Toen hij wat gekalmeerd was, stak ze een rietje tussen zijn lippen. Ze hield het voor hem vast, omdat zijn spieren niet sterk genoeg waren om het buisje tussen zijn tanden te klemmen. Hij dronk een paar slokken water, maar dat leek nogal veel van hem te vragen, want hij liet zich daarna weer in het kussen zakken, met een speekselsliert op zijn kin. Ook dat veegde ze voor hem weg en controleerde even of de katheter nog goed zat.
    ‘Er is bezoek voor je,’ zei ze opnieuw en hij herinnerde het zich. Ze was er bij zijn ontwaken al over begonnen. ‘Zal ik maar zeggen dat hij beter een andere keer kan komen? Je kunt gaan slapen als je wilt, dan doe ik de gordijnen wel weer voor je dicht. Vanmiddag komen je ouders weer.’ Hopelijk konden zij iets van zijn pijn wegnemen, hoewel ze zelf ook in de rouw waren.
    ‘N-nee.’ Li wist niet wie hem wilde bezoeken en ook niet waarom hij die persoon binnen wilde laten, want zijn lichaam liet hem weer in de steek. Het deed pijn. Bijna overal, maar hij bleef het gevoel houden dat, wanneer hij zich inspande, hij er tegen kon vechten. Hij kon zijn bezoek wel even zien. Wie het ook was.
    ‘Goed. Hij zal het niet te lang maken,’ vertrouwde de verpleegster hem toe.
    Li uitte zijn dankbaarheid door een zucht te slaken en een poging te wagen tot glimlachen, maar dat stond zijn gezicht niet toe.


    Zaldrizes buzdari iksos daor. Maester > Zaldrizes

    Debbie stuurde Ignatius aan, ze was erg blij met hem.
    'Bedankt dat je wou helpen,' Debbie zette de koffiemachine aan. 'Kopje koffie?'
    'Zwart graag.' Antwoorde Ignatius, er liep iemand door de deur.
    'Goedemorgen Debora en oow,' de jongen keek verbaast.
    'Morgen Beck, je kan alvast achter beginnen ik heb niets gedaan gisteren. Trouwens dit js Ignatius, Ignatius dit is Beck de kokshulp. Je kan direct beginnen.' Beck keek geirriteers, liep naar de voorraadskast, deed een short om en liep naar de keuken en begon met de afwas die er nog van gisteren stond.
    'Ik dacht dat je hier alleen met je ouders werkte?' Debbie schudde haar hoofd.
    'Dat zou ik niet redden en mijn ouders ook niet.' Debbie gaf Ignatius zijn koffie, liep naar de deur en draaide het bordje om naar geopend. 'Plus het is af en toe hier nog wel druk en mijn mams en paps zijn niet de beste koks. Paps is eigenlijk een schrijver voor het lokale dagblad en mijn mams zingt meestal plaatselijk. Dus toen dachten ze kom we gaan een café beginnen.' Ignatius keek verbaast en Debbie keek hem vragend aan.
    'Je laat het klinken alsof het jouw eigen ouders zijn, maar het zijn maar simpele dreuzels.' Debbie haalde haar schouders op.
    'Ik vind het dreuzel leven niet zo erg om eerlijk te zijn.' Gaf ze toe. 'Het is zo makkelijker op een of andere manier. Maar af en toe mis ik mijn magie wel.' Het laatste gedeelte van haar zin zei ze iets zachter gezien Beck in de keuken stond en ze een openkeuken hadden.

    [ bericht aangepast op 15 nov 2013 - 20:24 ]

    [Misschien is het beter als Thomas een andere naam krijgt, want er is al een T(h)omas (A)]


    Zaldrizes buzdari iksos daor. Maester > Zaldrizes

    'Het dreuzelleven makkelijker?' Ignatius trok een wenkbrauw op.
    'Ik ben het er mee eens dat ze geniale uitvindingen hebben gedaan die het leven makkelijker maken, maar een dreuzelleven lijkt mij zeer zeker niet makkelijker dan het leven van een tovenaar. Het is de combinatie van magie en dreuzeluitvinden, die de ideale wereld maakt.'

    Debbie moest toegeven dat Ignatius daar gelijk in had.
    'Hoe was het in jouw wereld dan? En hoe kende je al die mensen, komen die allemaal uit jouw wereld?'
    Ignatius nam een slok van zijn koffie.
    'Dat Debbie zijn veel vragen op de ochtend, ik zal ze wel beantwoorden maar nu alleen niet.' Debbie was een beetje teleurgesteld in zijn antwoord, ze had op een beetje uitleg gehoopt.

    Een rilling trok over zijn rug. Hij wilde xichzelf graag laten geloven dat dit een onwerkelijke wereld was en dat hij binnenkort terug zou gaan naar zijn eigen wereld, dus was het niet zo erg dat er zoveel mensen om het leven waren gekomen.
    Toch leek het er echter steeds meer op dat hij hier voorgoed zou blijven en dat zou betekenen dat deze mensen echt dood waren gegaan. Dat idee beangstigde hem meer dan hij had verwacht.
    'Kende je iemand?' vroeg hij. 'Van de overledenen?' Hij keek Daisy een beetje bezorgd aan. Ze had die Sam wel gekend. Wie weet waren er vrienden of geliefden van haar gestorven en dan zou ze vast nog meer geteisterd worden door nachtmerries.


    If you want the rainbow, you gotta put up with the rain

    'Mijn broer, Ignatius,' zei Daisy.
    'Hij is overleden. Maar misschien is het wel goed dat dat gebeurd is.'