• Moonlight Falls
    Het stadje Moonlight Falls werd gecreëerd gedurende de eerste wereldoorlog en werd gevestigd in de verre bossen van Virginia. Het stadje werd een zwarte bladzijde uit de geschiedenis gezien de vele, onopgeloste moorden en vermisten die door de stad zijn opgegeven. Moonlight Falls wist zich echter te herpakken en een nieuwe plek in de samenleving te veroveren. Nu, jaren later, begint alles echter opnieuw. Onopgeloste moorden, verdwijningen, ontvoeringen en een dood spoor.

    Uitleg
    Zoals te verwachten viel zijn het niet zomaar 'mensen' die achter dit alles zitten. Het zijn een soort 'onsterfelijken'. Geen vampiers, zoals je zou vermoeden. De meesten zijn gebeten, anderen zijn zo geboren. Onsterfelijken groeien tot een bepaalde leeftijd waarna ze steeds vaker en meer naar bloed beginnen te snakken. Na een periode is dat alles waarmee ze zich nog kunnen voeden, en merken ze hun verandering pas echt op. Velen zijn sneller, sterker, knapper, intelligenter en noem zo maar op. Ze hoeven echter niet oorspronkelijke Moonlight Falls'ers te zijn. Vaak verhuizen zij pas na hun verandering naar Moonlight Falls omdat het stadje iets vertrouwds heeft voor hen. Naast dat de meeste onsterfelijken zo geboren worden, kun je ook een onsterfelijke worden doormiddel van een beet. Een onsterfelijke heeft een soort gif dat een roes met zich meebrengt. Als de roes lang genoeg duurt, verspreid het gif zich door het lichaam en zet dat uiteindelijk de stofwisseling stil. In die periode ontwikkelen zich dan uiteraard ook de andere kenmerken. Onsterfelijken zijn te herkennen aan hun bloeddorst, aparte oogkleuren en hun vorm van leven. Ze zijn te doden met vuur, een staak door hun hart en onthoofding. Je kunt ze echter ook enorm verwonden met heilige voorwerpen.

    Regels
    Ik wil geen Mary Sue's, of mensen die zich overal uit redden. Zelfs onsterfelijken zijn niet perfect. Daarnaast zoek ik mensen die meer dan vijftien regels per post typen en niet te vaak off-topic gaan. Ervaren rpg'ers die weten hoe ze in teamverband moeten spelen in plaats van enkel 'jongen x meisje'.
    Onthoud dat mensen naast quizlet een leven hebben en niet 24/7 reacties schrijven. Post dan ook niet te veel, dat is vervelend voor de mensen die niet zo vaak op de computer kunnen. Verdere regels lijken me duidelijk, niet?



    Rollen
    Onsterfelijken:
    Chyra Amycah Mansley - Leave
    Rose Annabeth Clifford Gipsy
    Jade 'Icy' Mearon - Noxious

    Max Noah Hunter - Bagoly
    Ryder Jason Fuller - Tortura
    Louis Vorigan Xavier Wallister - Flitwick
    Jayy Kilian Von Monroe - Lamebrain


    Kenner van de onsterfelijken (kan zowel jager als iemand die er één wil worden zijn. Wees creatief.)
    Finn Oliver Parks - Realist
    Matt Graham - Gipsy

    Cristina Evangelina Melendez - Daemon
    Patience Cassia Phillips - Tortura


    Overige mensen:
    Hennah Oliva Skyse - Realist
    Kaitlyn Maria Reid - Bagoly

    [ bericht aangepast op 28 okt 2012 - 14:46 ]


    Feel the fire, but do not succumb to it.

    [Okay ik laat Finn wel daar werken :3]

    Realist schreef:
    [Okay ik laat Finn wel daar werken :3]

    Okay, dan schrijf ik nu wel een post met dat ze eraan komt & dat ze chagrijnig naar een ober roept ofzo voor de bestelling.


    Don't walk. Run, you sheep, run.

    [Is goed ;3]

    Jade 'Icy' Mearon.
    Aangekomen bij het koffieshopje ging ik ergens in een donker hoekje zitten – waar ik geen last had van zeurende mannen, vrouwen en jankende kinderen. Ik had al genoeg koppijn en als dat er ook nog bij kwam hield ik mezelf niet meer en ontdekten ze mijn ware aard nog. Dit was iets wat niet de bedoeling was, dus hield ik me gedeisd in het donkere hoekje van de winkel.
    Eerst had ik nog geduldig mijn hand opgehouden tot ik de aandacht van een ober zou krijgen en iemand dan mijn bestelling op zou nemen, maar aangezien ze meer aandacht voor die jankende kinderen hadden begon ik hard te kuchen in de hoop dat ze me hoorden.
    Ook dit werkte niet, dus het gevolg was dat ik hard mijn tanden op elkaar drukten en ik een harde klap op de tafel gaf. “Mag ik nu verdomme eens bestellen?” Zei ik met chagrijnig, geïrriteerde stem. Die verdomde kinderen ook. Altijd hetzelfde gezeik weer.
    Eventjes had ik de gedachte om hun aan te vallen, maar dat zou dom zijn en dan zou ik ook nog mijn geheim verklappen, dus deed dit niet.
    Mijn hand had ik nog omhoog gehouden en ik probeerde mijn gezicht wat meer te kalmeren, zodat mijn tanden niet meer over elkaar knarsten.
    Koffie, koffie, koffie. Snel.


    Don't walk. Run, you sheep, run.

    Finn Oliver Parks

    Het een standaard dag. Een dag zoals elke andere. Ik moet werken en sta dan ook zo fris en fruitig mogelijk achter de kassa. Ik tik met mijn vingers op het ritme. Mijn omgeving ruikt naar koffie en koffiebonen al ruik ik het niet meer omdat ik hier al een paar uur sta. Het is best druk maar niemand besteld omdat ze dat al gedaan hebben. Het belletje bij de deur rinkeld en er komt een bijzonder knap meisje binnen gelopen. Ze kijkt echter nogal chagerijnig. Ze gaat zitten en ik wil net rustig naar haar toe lopen als ze begint te roepen. “Mag ik nu verdomme eens bestellen?” Ik frons en glimlach kleintjes. Ze wist tenminsten wat ze wilde. 'Hello.' Glimlach ik. 'Wat kan ik voor je halen?' Vraag ik en pak mijn notitie blok.

    Jade 'Icy' Mearon.
    Vlak nadat ik geroepen heb of ik nou eindelijk een bestelling kon maken, liep er iemand naar me toe. 'Hello.' Glimlachte de jongeman. De glimlach deed pijn aan mijn ogen.
    Al was het prachtig weer, want het regende en het waaide, maar zijn glimlach deed me pijn. Hoe kon een jongeman op zijn werk nou blij zijn en dan ook nog in de ochtend? Dat was nou echt iets wat ik mezelf afvroeg. Al had ik mezelf gedwongen om uit bed te stappen vanmorgen – daar had ik nu enorme spijt van.
    'Wat kan ik voor je halen?' Vroeg hij en hij pakte zijn notitie blok erbij. Klaar om het op te schrijven wat ik wilde bestellen.
    “Doe niet zoveel moeite.” Meldde ik hem. “Een simpel grote kop koffie kun je wel onthouden.”
    Ik trok een wenkbrauw op en keek naar zijn gezicht. Mijn gezicht stond uitdagend. “Toch?”


    Don't walk. Run, you sheep, run.

    Patience Cassia Phillips
    Mijn vingertop bracht ik richting mijn volle onderlip om hier kort overheen te wrijven. Het boek dat ik in mijn hand had, was erg interessant en ik vroeg me af of er een gedeelte waar zou zijn. Een boek over mythen van de onsterfelijken, las ik nog een keer opnieuw in mijn hoofd op. Vrijwel direct bij het woord ‘onsterfelijken’ dacht ik aan de jonge man die mijn ouders in koele bloeden had vermoord, terwijl ik er bij stond, bevroren en gehypnotiseerd door de moordende pracht en praal. Zijn huid was gaaf, als mooi porselein en zijn ogen… Nee, bedacht ik me snel, ik moest niet meer aan hem denken alsof hij een soort kleine hemel was. De hemelse man had een hels innerlijk en ik was erin getrapt. Waarom zou ik mijn best nog doen op ze te jagen? Juist, ik moet mijn ouders trots maken op mij, laten zorgen dat ze mijn blooper vergeven, aangezien vergeten niet meer kan.
    Onbewust had ik het boek steviger vastgepakt, waarna ik snel naar de kassa liep en afrekende. Met het boek in mijn in mijn hand liep ik de winkel uit, waarop mijn blik richting mijn kleding ging toen ik het boek vol mythen in mijn tas deed. Hoewel ik van mode hield en zo altijd wel iets aandeed dat bij elkaar paste, had ik nu voor iets gemakkelijker gekozen. Nog steeds paste het bij elkaar, maar het zou niet iets zijn wat ik elke keer graag aandeed, het was meer voor gemak geweest. Mijn bruine truitje was iets te groot, waardoor mijn kleine hotpants niet meer te zien was, zeker niet goed op deze schemerdag. De zwarte kousen had ik opgetrokken tot over mijn knieën, maar om me nog enigszins modebewust te voelen had ik hakken aangetrokken. Toen ik abrupt opkeek, omdat ik had gedacht dat iemand naar me keek, zag ik een lange, lichtgespierde jongen met donker haar naar me kijken. Was ’t naar iemand achter me? Snel keek ik om me heen, maar er waren enkele mensen en die leken ook helemaal geen blik waardig te gunnen aan hem of mij. Hoewel ik wilde lopen naar huis, bleef ik toch stokstijf stilstaan, om vervolgens te kijken of hij echt mij bedoelde en naar me toe kwam.

    Ryder Jason Fuller
    Het meisje bleef zwijgzaam, het enige wat ze deed, was haar ene voet bij haar andere sluiten zodat ze rechtop stond. Ondertussen had ik mijn donkerkleurige viool en strijkstok laten zakken, waarmee ik mijn kalme zelf bleef. Hoe lang zij niet zou praten, zou ik ook niet beginnen. Gewoonweg omdat ik het nut er niet van in zag. Sowieso bleef ik bijna elk moment stil, afwachtend tot hun verklaring of welke reden ze dan opbrachten, waarna ik rustig verder zou gaan. Nu was het enkel een ander verhaal en moest ik wel lichtelijk interessant overkomen, aangezien de jonge vrouwe voor me iets uitstraalde waar ik het fijne van wilde weten. Wat schuilt erachter, bijvoorbeeld?
    ‘Het spijt me,’ kwam er vervolgens piepend uit haar mond, met een zachte en hese stem. Hierop liet ik mijn rechter mondhoek wat omhoog krullen. ‘Het was niet mijn bedoeling om te storen,’ voegde zij er net zo zacht, al wat minder piepend aan toe. Na deze woorden liet ik mijn mondhoek weer zakken naar een geduldige streep op mijn gezicht, afwachtend naar wat ze nog meer te zeggen had. ‘I-ik hoorde de muziek vanaf mijn huis, het is niet iedere dag dat er muziek komt vanuit het bos klinkt.’ Verklaarde ze waarom ze hier gekomen was.
    Ik liet een kort knikje zien, als teken dat ik het gehoord had, echter reageerde ik er niet direct op. In tegen stelling juist, ik zei er niets op. Ik draaide me om, legde voor zowel de viool als de strijkstok in de zwarte vioolkist en klikte deze dicht. Onbewust had ik erbij neergehurkt om de knoop van mijn zwarte pak ook dicht te doen, want die stond de gehele tijd open, zodat de witte blouse te voorschijn was gekomen. Vervolgens pakte ik de vioolkist bij de handvat vast, stond op en gaf de vrouw weer een blik met mijn groene ogen. Met snelle, maar koele passen liep ik naar haar toe, waarop ik voor haar stond en een zacht glimlachje probeerde te geven, voordat ik een nette buiging maakte en haar zachte hand vastpakte. ‘Ryder Fuller, Miss.’ Stelde ik mijzelf beleefd en charmant voor, waarbij ik een zacht kusje op haar hand drukte. ‘Hoe heet de fair lady?’ Hierbij kwam ik weer omhoog en liet haar hand los, mijn ogen boorden in die van haar.


    Kaitlyn Maria Reid
    Na mijn gepiep meende ik zijn mondhoek wat omhoog te zien krullen. Na mijn tweede zin zakte diezelfde mondhoek echter gelijk naar beneden en was zijn mond weer niets minder dan een streepje. Toch straalde hij geen boosheid uit, waardoor ik toch doorging met praten.
    Na mijn laatste woorden knikte hij enkel, maar zei niets. Hij draaide zich alleen om en plaatste zowel zijn viool als de strijkstok in een zwarte vioolkist, die hij vervolgens dicht klikte. Ik wist niet wat ik moest doen, wat hij van me verwachtte. Wie weet verwachtte hij dat ik hem nu gewoon weer met rust liet, me ook om zou draaien, terug naar huis zou lopen en hem hier achter zou laten. Misschien ook niet. Dus bleef ik staan.
    De man stond weer op en ik zag dat hij de knoop van zijn zwarte pak dicht had gedaan waardoor de witte blouse nu minder te zien was. Ik was nog altijd benieuwd waarom hij hier, in pak, stond te spelen, maar dat zou later wel komen. Nu kon ik me alleen richten op zijn opvallend groene ogen, dat is ook precies waar ik naar keek toen hij op mij af kwam lopen, een lichte buiging maakte en mijn hand vastpakte.
    ‘Ryder Fuller, miss,’ steld hij zichzelf beleefd en charmant voor. Hij drukte zelfs een zacht kusje op mijn hand. Iets wat de jongens van tegenwoordig echt niet meer zouden doen. Ik was er dan ook even verbaasd over en moest zelfs nadenken toen hij vroeg wat mijn naam dan was. Zijn hele mysterieuze houding trok me aan, maar liet me tegelijkertijd ook onzeker voelen over alles. Ditmaal twijfelde ik of ik zelf ook een buiging moest maken, maar besloot dit niet te doen. Bovendien zou het moeilijk worden om mijn blik van die ogen af te moeten wenden.
    ‘Kaitlyn Reid, maar iedereen zegt Kate.’ Dat laatste zei ik er eigenlijk bij als teken dat hij dat ook mocht zeggen, maar met mijn geniale formulering klonk het meer als overbodige informatie. Hij zag er uit als iemand die zelf wel even zou bepalen hoe hij me zou willen noemen.
    Ik liet zijn hand los en had deze voor mijn gevoel eigenlijk iets te lang vast gehouden. Soms had ik de neiging mijn hand af te vegen aan mijn kleding, als een soort tic. Deze keer had ik dat echter niet, nog altijd gehypnotiseerd door zijn blik.
    ‘Eh,’ zei ik toen alsof ik mezelf uit mijn gedachten trok, wat natuurlijk min of meer ook zo was. ‘Kan ik je misschien iets te drinken aanbieden? Als een soort compensatie voor het storen.’ Zodra ik dit had gezegd had ik spijt, ik wilde helemaal geen vreemde mensen in mijn huis! Al helemaal niet nu het bijna donker was. Ik had echter het gevoel dat ik iets moest zeggen of doen en ook dat ik mijn excuses nogmaals moest aanbieden. Blijkbaar was dit het beste waar mijn hersens mee konden komen. Aan de andere kant was gezelschap misschien helemaal niet zo’n slecht idee. Ik wilde niet de indruk wekken dat ik mezelf compleet isoleerde van mijn dorpbewoners en Ryder zag er wel uit als iemand met wie je interessante en intelligente gesprekken kon voeren. Toch nam dat mijn twijfels ook niet weg. Uiterlijk kan natuurlijk enorm bedriegen.


    everything, in time

    Lamebrain schreef:
    Jayy Kilian von Monroe
    ' ik neem aan dat je niet enkel heb staan toekijken.’ Zegt ze uiteindelijk naadat ze haar schouders heeft opgehaald en het doet me glimlachen. Het was volstrekt logische wat ze zei en ik moest haar gelijk geven. Ik ontspande iets maar verstrakte alweer snel toen ze weer een stap naar me toe zetten en haar hand uitstak. ‘Omdat ik je niet ken, neem ik aan dat je hier niet bekend bent. Ik ben Chyra Mansley.’ ze krulden haar lippen tot een glimlach en aarzelend nam ik haar hand aan. in tegenstelling tot mijn hand, die ijskoud was, was haar hand biezonder warm. Het klopte niet in vergelijking met het weer. Het was behoorlijk koud. Mischien kwam het omdat ik niet op dit weer gekleed was. Mijn zwarte adidas vest hield de killen wint niet buiten en blies er dwars doorheen.
    Ik zweeg nog even en keek iets terughoudend naar het meisje wat minsten 2 koppen kleiner was dan ik en de onschuldigheid die ze met zich meedroeg deed me juist bibberen. 'Jayy von monroe.' Zei ik uiteindelijk en keek nog even naar onze handen voordat ik deze losliet en snel terug in mijn zak stopte. Ik sloeg mijn ogen neer en wiebelde wat heen en weer op mijn benen, totaal niet weten wat ik met deze situatie aanmoest. Het maakte me in de war, want ook zo was ik niet.
    Ik was altijd degene die alle stiltes dode met een flauwe grap en met vreemde mensen praten alsof ik ze al jaren kenden. Ik was altijd degene die mensen op hun gemak probeerde te stellen, niet andersom.
    'dus, leven hier veel.' Ik zweeg even en keek weer van de grond, recht in haar ogen. 'Jeweetwel.' Ik wist niet of ik het hier hardop kon uitspreken aangezien ik de politieman van daarnet ook al over de fabels over ons bestaan hoorde praten. Hij noemde het tenminsten Fabels, want achteraf was alles wat hij zei gewoon waar.


    Chyra Amycah Mansley
    Ik haalde mijn schouders onverschillig op waarna ik mijn ranke vingers verveelt door mijn lokken liet glippen. ‘Ze komen en gaan. Er zijn niet veel gecontroleerden, van ons. De meesten brengen hier een bezoek aan iemand die hen op gang helpt, om vervolgens weer te vertrekken.
    Als er te veel in mijn stad leven, help ik ze zelf een eindje op weg.’ Ik schonk hem een knipoog, iets dat zonder woorden duidelijk maakte dat ze er dan niet levend vanaf kwamen. ‘Zo lang ze niet aan mijn deur kloppen, leven we langs elkaar heen. Als ze voor ophef zorgen, ben ik degene die het oplost.’ Knikte ik hem met een bedenkelijk grimas toe. De mensen waren niet dom of goedgelovig - mijn vader nam evenmin genoegen met de vage verhalen die de sherrif uitkraamde. ‘Het was me een genoegen, Jayy.’ Ik knikte hem excuserend toe, waarna ik mezelf omdraaide en vervolgens de steeg uit glipte.
    De voorbijkomende agent stak zijn hand begroetend op, en hoewel de gespannen rimpels in zijn voorhoofd de situatie verraadde - perste hij er een glimlachje uit. ‘Oom Doug.’ Giechelde ik vriendelijk richting de middelbaar geschoolde man. Hij was uiteraard geen echt familieverwand - maar de nauwe band die hij in mijn jeugd met mijn vader had - zorgde er voor dat ik hem gedwongen oom noemde. De man haastte zich echter vrijwel meteen na zijn geaarzel terug naar de plaats delict. Terwijl hij zich omdraaide kon ik het niet laten mijn bovenlip op te krullen. Zo goed gelovig, als ze je kenden als de brave burgemeester-dochter hoefde je - je nergens zorgen om te maken. Triest.


    Feel the fire, but do not succumb to it.

    Jayy Kilian von Monroe
    Ik keek Chyra verwart achterna maar besloot me toen maar snel weer om te draaien en verder te lopen toen ik een politieauto langs zag rijden. Zo rustig mogelijk en met mijn handen diep weggestoken in mijn zakken slenterde ik door de straten. Ik wist eigenlijk niet zo goed waar ik nu heen moest en eindigde op een bakje dat midden op het plein van de stad stond. Ik trok mijn vest tot over mijn kin en trok mijn voeten op de bank om zoals eerder deze dag mijn armen erom heen te slaan. Even had inmijn ogen gesloten, maar al snel scande mijn ogen elke voorbijganger die ook maar langs liep. De koude wint bleef in mijn neusgaten hangen en ik wist dat ik goed opweg was om verkouden te worden. Het kon me enkel niets schelen.
    De beelde van de moord die ik net gepleegd had bleef maar door mijn gedachten spoken en ik wist uit ervaring dat ik er vannacht zoals altijd weer nachtmerries over zou hebben. ik werd er moe van. De slapeloze nachtmerries leken letterlijk de energie uit me te zuigen en dat was dan ook de reden dat ik hier bijna weg zat te zakken. Ik lechde mijn kin op mijn knieën en het zicht werd steeds waziger. Ik kon mijn gaap niet meer onderdrukken en ik wist dat ik hier nu weg moest wilde ik hier niet in slaap vallen.


    ''yOu aLreaDy kNoW wHaT'S uP''

    Finn

    "Doe niet zoveel moeite. Een simpel grote kop koffie kun je wel onthouden.” Ik kijk haar schattend aan en knik. 'Ik denk dat ik dat nogwel kan onthouden.' grinnik ik en loop terug naar de bar waar ik een kop koffie zet. Met de koffie loop ik terug. 'Alsjeblieft.' Zeg ik.

    Realist schreef:
    Finn

    "Doe niet zoveel moeite. Een simpel grote kop koffie kun je wel onthouden.” Ik kijk haar schattend aan en knik. 'Ik denk dat ik dat nogwel kan onthouden.' grinnik ik en loop terug naar de bar waar ik een kop koffie zet. Met de koffie loop ik terug. 'Alsjeblieft.' Zeg ik.

    [Lollol, wat zal ik haar laten doen? Ik ben nogal inspiratieloos at the moment. Iets waar Finn niet tegen kan of waardoor het wat spannender kan worden? Any ideas?]


    Don't walk. Run, you sheep, run.

    Porcelaneous schreef:
    (...)
    [Lollol, wat zal ik haar laten doen? Ik ben nogal inspiratieloos at the moment. Iets waar Finn niet tegen kan of waardoor het wat spannender kan worden? Any ideas?]


    [Misschien kan Finn haar verdacht gaan vinden ofzo? Dus dat ze zich vreemd vampier achtig gedraagt?]

    Realist schreef:
    (...)

    [Misschien kan Finn haar verdacht gaan vinden ofzo? Dus dat ze zich vreemd vampier achtig gedraagt?]

    [Oké, ik heb al een ideetje. Ben ermee bezig. (: ]


    Don't walk. Run, you sheep, run.

    Jade 'Icy' Mearon.
    'Ik denk dat ik dat nog wel kan onthouden.' Grinnikte hij. De jongeman knikte en liep weg om de koffie voor me te pakken.
    Eenmaal toen hij wegliep begon mijn maag wat te knorren. Verdomme, heb ik dit weer. Ik hoopte op wat rust en niet de lust naar wat verschrikkelijk lekker rood bloed dat zo heerlijk zoet is en..
    De dagdromen namen me over zonder dat ik er erg in had en ik werd er door wakker geschud doordat een jong kindje dat naast haar moeder liep mij raar verbaasd aankeek. Alsof dat kindje nog nooit een jonge vrouw als mij had gezien.
    Mijn wenkbrauwen fronsten zich. Wat had dat kind toch? Ik likte aan mijn tanden. Gewoon, omdat ik hoopte dat daar wat bloed zat. Maar dit zat er niet. Ugh, die verdomde dagdromen ook. Als ik hier over verder zou fantaseren dan zou er straks echt bloed sproeien en eerlijk gezegd, had ik daar nu niet genoeg energie voor.
    Ik grinnikte eventjes geniepig en pakte mijn kleine spiegeltje tevoorschijn uit mijn simpele tas. Verschrikt schrok ik op. Mijn ogen zijn rood geworden. Vandaar dus dat het kind zo keek!
    Ik keek snel de andere kant op, zodat de mensen dit niet zouden zien. Net zoals mijn tanden die zijn eigenlijke vorm hadden aangenomen. Gelukkig kon ik deze wel snel wegnemen, maar het probleem lag bij mijn ogen. Altijd als ik honger had dan bleven deze een tijdje een rode vorm aannemen en na een tijdje ging dit dan weg. Tenminste, als ik mijn koffie had. Iets heel vaags was dit.
    Ook keek ik weg, omdat ik de jongeman vanuit mijn ooghoeken zag aankomen.
    Ik hoorde dat hij het kopje neer had gezet op de tafel. 'Alsjeblieft.' Had hij gezegd. Kut, kut, kut. Ga weg! Die gedachten van mij lieten me niet echt veel rustiger worden, maar ik had altijd paniekerige gedachten bij dit soort momenten. Zo was ik gewoon.
    Dus nu zat ik zo met mijn hoofd richting de muur en met mijn hand in mijn haar, dichtbij mijn gezicht, zodat ze mijn ogen niet zouden zien.
    Weer knorde mijn buik en ik liet een hoorbare gezucht horen. “Rot buik.” Mompelde ik zachtjes.
    Toen kwam de jongeman weer in mijn gedachten op. Shit, dat is waar ook. Hij staat er nog. Bedank hem snel, Jade. Dan gaat hij vast wel weg.
    “Ja, bedankt.” Ik had het op een toon gezegd alsof het nogal wat onbeleefd was, maar dit bedoelde ik niet zo.
    Ik pakte zonder op te kijken het kopje vast. Steevast bleef ik nog steeds naar die o zo prachtige muur kijken. Snel nam ik een grote slok van mijn koffie en toen deze halfvol was zette ik 'm weer op de tafel.


    Don't walk. Run, you sheep, run.