• Arrendale State Prison


    Regels

    ° Minimum van 300 woorden.
    ° Bestuur enkel je eigen personage, tenzij
    je toestemming hebt van een ander.
    ° Geen Gary-Stu's en Mary Sue's.
    ° 16+ is toegestaan.
    ° Naamsveranderingen doorgeven.
    ° Alleen ik maak nieuwe topics.
    ° Maximaal 3 personage's, in variatie.
    ° Ruziemaken doe je maar ergens anders.
    ° Reserveringen blijven 5 dagen staan.
    ° Geef mensen de kans om rustig te reageren.
    ° Hou het realistisch!

    Topics

    Rollentopics: 1
    Praattopics: 1, 2
    Speeltopics: 1



    Arrendale State Prison, een gevangeniscomplex die beide sekses huist in Georgia. Waarom? Vanwege bezuinigingen. Deze gevangenis leidt daar erg onder, er wordt op van alles bezuinigd. Dit valt ook wel te merken aan het gebrek aan personeel. Ze proberen het gevangenisleven zo gemakkelijk en goed mogelijk te laten verlopen, maar er gebeurd altijd wel iets. De gevangenen zitten er natuurlijk ook niet voor niks.


    Rollen

    Gevangenen:

    ° Ivy "Smiley" Leone - 24 - Twisty 1,2
    ° Pilar Soledad Cruz - 23 - Wallace 1,9
    ° Devina "Dracula" May Black - 25 - Ambrose 1,9
    ° Laylah "Angel" Adkins - 26 - Yoda 1,5
    °
    ° Tabitha Hazel Guthrie - 25 - Gardenzio 1,5

    ° Nick "Barbie" Olsen - 32 - Assassin 1,1
    ° Duncan "Bad Luck" Henderson - 30 - Wallace 1,7
    ° Hayden "Spikey" Adams - 27 - Californication 1,6
    ° Floyd "Siren" Castiel Straye - 23 - Rekkles 1,8
    ° Aidan "Creep" Dean Thomson - 21 - C_A_L_M_ 1,3
    °

    Medewerkers:

    ° Cipier - Geneviva Amelia Jones - 27 - C_A_L_M_ 1,4
    ° Cipier - Catharina Penelope Gates - 25 - Gellert 1,6
    ° Cipier - Toran Celestine Harley Montgomery - 26 - Dumbledore 1,10

    ° Cipier - James "groentje" Redford - 24 - Assassin 1,5
    ° Psycholoog - Trevor "Manipulator" Goode - 28 - GrumpyCat 1,7
    ° Arts - Trenton Sawyer - 35 - Ambrose 1,9


    Celindeling


    ° Ivy Leone -
    ° Pilar Soledad Cruz - Devina May Black
    ° Laylah Adkins - Tabitha Hazel Guthrie

    ° Nick Olsen - Floyd Castiel Straye
    ° Duncan Henderson - Aidan Dean Thomson
    ° Hayden Adams -



    Rooster

    7:00 - opstaan
    8:00 - douchen
    8:30 - ontbijt
    10:00 - vrije tijd
    12:00 - lunch
    13:30 - vrije tijd
    18:00 - diner
    19:30 - mogelijkheid om film te kijken
    22:00 - slapen


    De gevangenis bestaat uit twee vleugels en een middengedeeltes waar je de gezamenlijke ruimtes vind. Een vleugel voor mannen en eentje voor vrouwen. Elke cel heeft een stapelbed, wat betekend dat iedereen een (willekeurige) celgenoot krijgt. Aan het einde van elke vleugel vind je douches. De gezamenlijke ruimtes bestaan uit een kantine, een recreatiezaal, een tuin buiten en een kapel. Verder heb je ook nog ruimtes waar gevangenen niet mogen komen, zoals de koffieruimte van de cipiers, de ziekenzaal en de kantoren.
    Elke gevangene krijgt standaard gevangeniskledij, wat bestaat uit een donkerblauw overal met lange lange mouwen, een donkerblauwe broek, een donkerblauwe jas voor als het koud is, een grijs shirt met lange mouwen, een wit t-shirt en een witte top. Ze krijgen ook een donkerblauwe muts en grijze schoenen zonder veters. Ze mogen echter ook door de gevangenis goedgekeurde kleding dragen.

    [ bericht aangepast op 15 dec 2014 - 19:57 ]


    Your make-up is terrible

    Aidan Dean Thomson
    Ik at in stilte met mijn nu best pluizige krullen mijn havermoutpap. Ik had zo veel geklaag gehoord over het eten hier, maar zelf vond fond ik het prima te kanen. Ik had wel slechter gehad en hier werd tenminste altijd voor ons gekookt. Net toen ik mijn bakje leeg had en aan mijn thee wilde beginnen kwam er iemand bij me zitten. Dat was in heel mijn tijd hier niet gebeurt. Een keer tijdens voorarrest, maar dat eindigde met mij in psychiatrische isolatie en de ander op het kerkhof. Ik keek even op en trok een wenkbrauw vragend op voor ik ook knikte om te laten zien dat ik het knikte van Hayden's kant wel had gezien. Tja, ik wist alle namen hier, net als de meesten. Meestal wisten velen van mij pas veel later mijn echte naam dan mijn bijnaam. Die was vaak de eerste dag wel duidelijk. Ik nam mijn mok thee in mijn handen en dronk rustig. Aan de ene kant was het wel fijn om eens wat sociaal contact te hebben, al was het maar om bij iemand te zitten, maar aan de andere kant waardeerde ik mijn persoonlijke ruimte ook heel erg. Straks in mijn vrije tijd zou ik netjes de trainingen doen de we altijd op de academie deden. Ik was er al maanden af, maar ik deed het nogsteeds. Het hield me in vorm en zo was ik tenminste niet zo'n mager watje die je hier ook wel eens zag rondwandelen. Zeker omdat ik best jong was, was het niet slim om mager en klein te zijn. Nu was ik zoizo niet heel klein, maar ook niet echt een boom van een kerel. Mijn reputatie hielp me, net als de dodelijke, maar vaker doodse blik in mijn ogen. Ik was zeker niet helemaal een keiharde ongevoelige maniak, maar de enige tijden dat je dat zag was in het kleine kapelletje van de gevangenis met mijn rozenkransje, maar aangezien ik daar toch altijd alleen was maakte dat niets uit. "Goede morgen." zei ik uiteindelijk zachtjes en beleefd in een zwaar Iers accent. Ik was het nooit kwijtgeraakt, zeker omdat ik amar weinig sprak. Dat kwam deels omdat ik de reden ervan niet inzag, deels omdat mensen me nooit verstonden en deels omdat mensen er grappen over maakten. Die laatste twee hadden het niet vaak overleefd. Zeker van de laatste groep leefde er volgens mij maar eentje. Nu leek het me wel netjes om iets te zeggen, want nu er iemand zat die me nog niet op stang had gejaagd kon ik wel proberen een klein beetje sociaal te doen. Ik hoefde geen vrienden, maar iemand om soms mee te praten zou best fijn zijn.

    [ bericht aangepast op 10 okt 2014 - 22:44 ]


    Bowties were never Cooler

    Laylah 'Angel' Adkins - Gevangene

    Het moment dat er een dienblad naast me neerklettert, schieten mijn ogen snel even opzij. Hetzelfde magere ontbijt dat er op het mijne ligt, ligt vanzelfsprekend ook daar op. Ik onderdruk een zucht en wend mijn ogen weer naar mijn eigen ontbijt. Mijn gezicht vertrekt even als de persoon, wie het ook moge zijn, met een gigantisch kabaal de stoel achteruit schuift en vervolgens naast me neerploft. Ik hou mijn ogen echter strak op mijn havermoutpap gericht en steek snel een lepel vol mijn mond in. Niet beters om je keel mee te smeren dan een massieve klomp voedsel. Ik kan de ogen van de persoon naast me haast door me heen voelen branden en ik voel de zenuwen toenemen. Een fervente hoop dat de persoon naast me zijn mond zou houden, vestigt zich in me. Maar natuurlijk heb ik deze ochtend geen geluk, gezien de man het niet kan laten om zijn mond open te trekken. Aan de ene kant is het fijn dat iemand de moeite neemt om met me te praten, aan de andere kant is het beangstigend. Nu moet ik na gaan denken over wat te zeggen, hoe het te brengen. Sociale interactie is nou niet bepaald mijn sterkste punt.
          "En, wat vind onze engel?" Bij die woorden hef ik mijn hoofd op en draai me naar hem toe. Onze ogen ontmoeten elkaar en ik zie dat het Mattie is die besloten heeft mij gezelschap te komen houden. De zenuwen verdwijnen hier niet door. Ik kies er meestal voor Mattie te ontwijken, gezien zijn karakter. Ik ken hem als iemand die graag zijn dominantie wil laten zien, soms zelfs overweldigend graag. Tot nu toe was ik nog niet het onderwerp geweest van zijn machtspel en dat zou ik graag zo houden. Alles aan hem doet bij mij de alarmbellen rinkelen. Teveel slechte associaties met dit type mensen. Hell, dit type persoon is de gehele reden dat ik hier vastzit. En nu kan het zijn dat ik generaliseer, maar het is niet alsof ik meer van Mattie heb gezien dan het oppervak. Meer heb ik niet om over te oordelen. Dus die associaties zullen niet zomaar verdwijnen.
          Niet dat ik hem het genoegen geef om ook maar iets van mijn zenuwen mee te krijgen. Mijn blik staat op onverschillig, een strak geplaatst masker om te verbergen hoe ik me echt voel. Hoe ik me meestal voel. En dat is maar goed ook, zij hoeven daar niets van te weten of ze zouden me levend verscheuren. Figuurlijk gezien dan. Hopelijk. Oh God, ik staar hem al een behoorlijke tijd aan ondertussen. Awkward. Ik haal snel mijn schouders op in reactie op zijn woorden.
          "Ik vind dat, als wij in de gevangenis worden gegooid voor wat we gedaan hebben, de koks datzelfde lot toebedeeld zou moeten worden. Mijn smaakpapillen zijn bruut vermoord over de jaren." Ha-ha. Zo grappig Laylah. Ik sta er zelf haast versteld van.
          "Ik weet niet eens meer wat het voor moet stellen." Misschien leidt dat hem af van mijn slechte grap.


    If you don't stand for something, you'll fall for anything.

    Silas "Suit" Sinclaire || Gevangene

    Terwijl hij achterover leunde in de zetel, merkte hij op dat er een zweem van een verbloemde glimlach rondom de lippen van de jonge vrouw krulde. Er hing echter een doodse, korte stilte tussen hen in, waardoor hij de tijd verkreeg om de dame bekijken vanaf een kortere afstand. Haar ogen waren groot en bevatten een zachtbruine kleur, en op de één of andere manier wist Silas er een sprankje vriendelijkheid uit te halen. Haar gekleurde, halflange haren vielen op een krullende manier langs haar fijne gezicht, maar toch was dit niet hetgeen wat hij zo mooi aan haar vond. Het waren haar volle, rozige lippen die hij als aantrekkelijk beschouwde. En alhoewel Silas absoluut geen bijbedoelingen had, was hij toch van mening dat de jonge vrouw een verleidelijk voorkomen leek te hebben.
          Zodra ze het dienblad naar voren schoof en tegen de leuning van de stoel leunde, rolden de eerste woorden over haar lippen: "Silas Sinclaire, gezien er zeker enkele jonge vrouwen nog alleen zitten." Haar honingbruine ogen gleden door de ruimte. "Waarom heb je voor mij gekozen?"
    Silas zweeg voor enkele seconden, waardoor hij de jongedame de kans gaf om verder te praten. Na een luttele seconde leek ze haar kans te grijpen, en terwijl haar bruine poelen zijn zeeblauwe kijkers ontmoetten, sprak ze verder op een fijne toon.
          “Bij nader inzien is het wel zo galant van je een vrouw de benaming 'dame' te geven, zelfs al zit ze in de bajes.” Ze wikkelde een kleurrijke lok rondom haar ranke vinger. “Zodoende zal ik het door de vingers zien dat je bij me eerder zat te bestuderen.”
          Hij luisterde, wachtte totdat hij er zeker van was dat ze niet meer zou praten en opende vervolgens zijn mond, waarna de bedachtzame woorden over zijn lippen gleden. "Elke vrouw verdient het om op een welgemanierde toon te worden aangesproken. Men hoeft zijn fatsoen niet aan de kant te schuiven omdat we ons toevallig in het gevang bevinden." De ondertoon in zijn stem bevatte een spoor van nuchterheid en rust. "Ik koos ervoor om jou te vergezellen, omdat je een stuk intelligenter oogt dan het merendeel dat hier zit."
          Silas kon nou eenmaal niet rondom de pot blijven draaien. De meeste mensen die hij tot nu toe had gezien, leken verre van evenwichtig te zijn. Er waren maar een handvol enkelingen die hun logische verstand nog op een rijtje leken te hebben, en aangezien Silas daar zelf deel van uitmaakte, wilde hij zich niet laten meeslepen in de waanzin van de rest.
          Hij separeerde vervolgens weer zijn lippen, waarna zijn lage, maar heldere stem de stilte weer wist te verbreken. "Daarnaast ben je een opvallende verschijning, en dat fascineert me. Je loopt niet mee met de rest van de kudde. Je springt er tussenuit."

    [ bericht aangepast op 8 okt 2014 - 10:31 ]


    "Her heart was a secret garden, and the walls were very high."

    Daniëlle "Dany" Miller || Verpleegkundige

    Terwijl haar slanke vingers de laatste naalden in het daarvoor bestemde bakje legden, galmde het geluid van voetstappen door haar gehoorgang heen. Dany liet de laatste naalden in het bakje vallen en rechtte vervolgens haar rug, waarna ze zich omdraaide en haar blauwgroene, vriendelijke ogen zich in een paar ijsblauwe kijkers boorden. Het gezicht was erg bekend, en een voorzichtige glimlach krulde rondom haar lippen als begroeting, waarna ze haar handen ineen vouwde en haar vingers zich verstrengelden.
          "Heb je me gemist?" De woorden rolden over Mikhail's lippen, en zij keek toe hoe hij een lepel dikke pap in zijn mond stopte en op de brij begon te kauwen. "Heb je iets met je haar gedaan? Ziet er leuk uit."
          Een doodse stilte vulde de ziekenzaal en leek voor enkele seconden tussen de twee te blijven hangen, totdat Dany haar lippen van elkaar scheidde en ze de juiste woorden zocht om zijn vragen te beantwoorden.
          "Goedemorgen, Mikhail," begon ze, waarna ze haar hoofd een tikkeltje kantelde en hem een dankbare glimlach schonk vanwege het compliment dat ze in ontvangst mocht nemen. Alhoewel ze helemaal niets speciaals met haar witblonde lokken had gedaan, wist ze dat de kleine jongeman enkel en alleen maar iets tegen haar wilde zeggen zodat het gesprek op gang zou komen. En sinds Dany wist dat er verder geen kwade bijbedoelingen aan vastkleefden, besloot ze om het spelletje gewoon mee te spelen. "Ik heb het vanmorgen ingevlochten. Normaal gesproken zet ik het vast in een staart. Wat leuk dat je het opmerkt."
          De jongedame draaide zich weer om en bevestigde de deksel op het bakje waar ze naalden in had opgeborgen, om het bakje vervolgens op één van de bovenste planken in de verpleegruimte te plaatsen. Alhoewel ze op haar tenen moest gaan staan om tot de bovenste plank te kunnen reiken, wist ze dat het enkel en alleen een voorzorgsmaatregel omtrent de veiligheid van de gevangenen, maar ook van de werknemers zelf was.
          "Heb je vannacht beter kunnen slapen, of is er nog steeds niets veranderd?" De vraag glipte tussen neus en lippen door, en Dany nam plaats op één van de krukken die zich in de ruimte bevonden, waarna ze zich weer op Mikhail richtte en op de kruk tegenover haar wees, als teken dat hij mocht gaan zitten. Ze had hem nog nooit weggestuurd, behalve als ze een patiënt onder haar hoede had genomen die dringende verzorging nodig had. Dany had namelijk het vermoeden dat Mikhail zich op de één of andere manier prettiger leek te voelen als hij bij haar mocht blijven, en aangezien hij haar normaliter niet lastigviel, had ze met de andere verpleegkundigen afgesproken dat hij in de ziekenzaal mocht blijven, mits hij zich fatsoenlijk bleef gedragen.

    [Het is niet veel, dus ik hoop dat je er iets mee kunt.]


    "Her heart was a secret garden, and the walls were very high."

    ° Nick "Barbie" Olsen ° gevangene

    Ik kijk toe hoe ze haar schouders zwakjes ophaal ten daarna naar de andere gevangenen in de kantine kijkt, voordat ze haar blik weer op mij richt. Hoewel ze in alles zwak lijkt, de toon waarop ze praat, de manier waarop ze kijkt en reageert, is het alsnog duidelijk dat Ivy absoluut geen zwak persoon is.
          ''Je mag het best weten. Maar soms houden vragen een mens interessant,'' zegt ze, met een zacht, vreugdeloos lachje, waarop ze nogal verveeld en niet oprecht overkomt. ''Ik weet ook niet erg veel over jou, Nick," imiteert ze mij.
          Ik wacht tot ze klaar is met mij bekijken, wat ze erg opvallend doet en ik doe alsof ik het niet erg vind. Ik weet dat het geen zin heeft om me er druk over te maken, maar ik ga me automatisch afvragen wat ze van me denkt en hoe ze me ziet. Is het negatief, of een beetje positief? Ik verwacht niet dat mensen iets geweldigs van me denken, maar dat hoeft ook niet. Ik zit niet voor niks gevangen.
          "Ziet er ook niet echt naar uit dat je dat gaat vertellen,'' lijkt ze me uit te dagen met haar zachte stem.
          Ze wend haar blik weer af. Doelt ze nou op mijn stilte of op mijn uiterlijke verschijning? Deze opties blijven door mijn hoofd malen, tot ze me uit mijn gedachten haalt met een zucht terwijl ze een haarlok om haar vinger wind. Ik besef dat ik moet antwoorden, waardoor ik met mijn ellebogen op de tafel leun en zo iets over de tafel heen kom. Zo ben ik dichterbij haar. Mijn blauwe ogen schitteren een beetje, ik ben altijd wel in voor een uitdaging en ik reageer er graag op.
          "Zou je dat willen weten, dan?" vraag ik.
          Ik hou mijn stem automatisch ook gedempt, maar mijn ogen laten die van haar niet meer los. Een grijnsje speelt om mijn smalle lippen. Het liefst zou ik even om me heen kijken om de rest van de gevangenen te bekijken, om te zien of ze naar ons kijken, proberen iets van ons gesprek op te vangen, maar dat doe ik niet. Dat zou de spanning echt verpesten. Dan leun ik weer iets naar achteren op mijn plastic stoel en druk ik mijn vingertoppen tegen elkaar.
          "Ruilen?" vraag ik enkel.

    [ bericht aangepast op 8 okt 2014 - 20:23 ]


    Your make-up is terrible

    † Ivy "Smiley" Leone
    Er leek iets te veranderen aan zijn blik terwijl ik hem bekeek, maar ik kon mijn vinger er niet op plaatsen. Onzekerheid paste niet echt bij zo'n kerel, maar toch - verborg hij iets? Het zag er wel naar uit, maar het leek me onwaarschijnlijk; ik besloot het te laten voor het was. Ook ik had mijn momenten dat ik er compleet naast zat, al gaf ik dat niet graag toe. Enkele stille seconden verstreken en uiteindelijk boog hij langzaam voorover, zodat hij wat dichterbij was. Mijn blik doorboorde de zijne en ik zag hoe er een twinkeling in zijn opvallende, blauwe ogen ontstond. Ik hield mijn hoofd een stukje schuiner, nieuwsgierig naar wat hij te zeggen had. ''Zou je dat willen weten, dan?'' vroeg hij. Zijn stem was gedempt - blijkbaar was hij, net als ik, niet echt het type dat zijn misdaden aan iedereen liet weten. Ik grijnsde lichtjes en haalde mijn schouders even op als antwoord. Natuurlijk wilde ik het weten - hoe meer informatie ik over iemand had, hoe beter. Dat was mijn wapen en daarmee, naar mijn mening, het krachtigste die je kan krijgen - hun eigen woorden. Toch liet ik niet blijken dat ik graag zijn verhaal wilde horen, dus ik liet het bij mijn nonchalante schouderophalen. Ik had inmiddels wel geleerd dat ik mijn spelletje subtiel moest spelen, anders kwam ik nergens.
    Hij bleef me strak aankijken en ook ik scheurde mijn blik niet los. Ik keek toe hoe hij weer terug leunde en zijn vingertoppen tegen elkaar zette.
          ''Ruilen?''
    Ik bleef enkele seconden erna stil om na te denken. Zijn informatie voor die van mij. Hij was niet dom, dat was duidelijk, maar ik besloot de gok te wagen - mijn daden waren nou niet strikt geheim, maar het was niet echt iets voor mij om constant over mezelf te praten. Arrogant ben ik nooit geweest - ik had een ontzettende hekel aan dat soort mensen. Zelfverzekerdheid was niet erg, want daar had ik wel wat van, maar er was een grens.
          ''Jij eerst,'' zei ik, ook wat gedempt. De kleine grijns rond mijn lippen was nog steeds niet verdwenen - die werd zelfs iets breder - en ik steunde met mijn ellebogen op de tafel, om vervolgens mijn kin op mijn handen te leggen. Ik keek hem nog altijd aan: mijn ogen glinsterden geamuseerd. Dit was toch wat beter dan zo'n typische, saaie ochtend. Zo verschrikkelijk was zijn gezelschap niet eens, moest ik toegeven.

    [ bericht aangepast op 8 okt 2014 - 21:05 ]


    "When all of your wishes are granted, many of your dreams will be destroyed.''

    TABITHA HAZEL GUTHRIE


    De man die voor haar plaatsgenomen had, herkende ze niet, waardoor ze zich al automatisch afvroeg of hij al langer dan een week hier verbleef. Anders zou ze hem vast wel onthouden hebben, gezien zijn manier van doen en laten. Bij het eerste zicht bedacht ze zich dat dit geen persoon was die ze gemakkelijk een loer kon draaien of een leugentje vertellen. Silas leek slimmer te zijn dan enig ander die ze had uitgedaagd, wellicht zelfs sluwer – en dat was de reden waar ze precies op moest passen. Ze erkende nu bijna een ander persoon tot haar eigen niveau, mocht dat waar zijn – had ze daadwerkelijk een uitdaging aan de hand geslagen.
          “Elke vrouw verdient het om op een welgemanierde toon te worden aangesproken. Men hoeft zijn fatsoen niet aan de kant te schuiven omdat we ons toevallig in het gevang bevinden.” Zijn woorden klonken met precisie uitgedacht, alsof hij begreep wat haar aan zou staan en wat niet. De toon waarmee hij de woorden uitsprak, dreunde tot in haar door, zijn donkere mannelijke stem klonk aangenaam in haar oren. Het klonk weloverwogen, niet opgesmukt met vermakelijke ofwel speelse klanken. “Ik koos ervoor om jou te vergezellen, omdat je een stuk intelligenter oogt dan het merendeel dat hier zit.” Haar antwoord hierop kon niet zijn dat ze het daadwerkelijk was, want dan was hij een stap dichterbij haar karakteristieken – er moest een bepaalde mysterieuze aura achterblijven, die haar niet enkel zou beschermen. Desalniettemin waardeerde ze enigszins dat hij simpelweg liet weten wat zijn reden was, zonder eromheen te blijven draaien, al liet ze dit niet aan hem merken. Net zoals hij bij haar had gedaan, wachtte ze geduldig tot hij uitgesproken was, waarbij ze het oogcontact absoluut niet onderbrak door haar hoofd af te wenden.
          “Daarnaast ben je een opvallende verschijning, en dat fascineert me. Je loopt niet mee met de rest van de kudde. Je springt er tussenuit.” Het gegeven dat ze haar eigen naam ofwel bijnaam niet had vermeldt, scheen hem niet te deren. Hoewel dat onder het oppervlak, in zijn gedachtegang, misschien wel aan de gang was. Toch leek het voor Tabitha geen man die bij zulke gegevens vraagtekens zou zetten, hij zou het wel anders spelen.
          “De manier waarop je – je woorden aan me duidelijk maakt, laat me denken dat je als beroep bij de juridische klasse behoorde. . .” Een bedachtzame glimlach speelde er op haar rozige lippen. “Een advocaat misschien?” Haar woorden waren pas net over haar lippen gerold of ze gleed er met haar wijsvinger overheen om een gepast antwoord in elkaar te flansen. “En dat je hier terecht bent gekomen. . . een onverwachte incident, door iemand in het ootje genomen, of heb je misschien de schuld op jezelf genomen?” Tabitha begreep dat ze deze man in de gaten moest houden, zeker als hij al vond dat ze er tussenuit sprong. Als hij maar niet verwachtte dat ze haar misdaad op tafel zou leggen, want dan kon hij nog ellenlang wachten.
          “Mogelijkerwijs komt dat nog, ik ben hier pas immers sinds kort.” Haar uitgesproken woorden waren met een bepaalde kalmte uitgesproken, meer om hem uit te dagen dan dat ze zich zo voelde. De jongedame had wel door dat – naarmate je in het gevang langer verbleef – uiteindelijk wel figuren zou hebben gevonden om een specifiek groepje mee op te richten. Echter, ze was geen persoon die dat zomaar zou doen, want ze had haar eigen manier van overleven nodig.


    Quiet the mind, and the soul will speak.

    Mikhail "Mickey" Hranica // Gevangene

    Zwarte haren werden uit zijn gezicht geblazen op het moment dat hij stopte met lopen en zijn ijsblauwe ogen op Dany richtte. Misschien moest hij nog eens aan iemand vragen om het te knippen, anders zou zijn pony straks tot onder zijn kin komen en dat was ook niet de bedoeling. In de stilte die na zijn woorden volgde, stopte hij gewoon nog een paar happen van de havermout in zijn mond zonder dat hij zijn blik van de vrouw afwendde. Het werd best vaak gezegd dat Mikhail misschien een beetje gestoord was en dat mensen altijd het gevoel hadden dat hij met een blik al hun geheimen te weten kwam. De man zelf kon zeggen dat dat niet waar was, hij moest wat meer moeite doen om achter de geheimen van anderen te komen. Van de meeste gevangenen en personeel wist hij wel een aantal dingen die hij kon gebruiken om te chanteren, maar deze week waren er ook nieuwe gevangenen binnen gebracht, mensen waar hij nog helemaal niets over wist. Na een aantal seconden kwam er toch geluid uit Dany’s keel en zijn rechtermondhoek krulde omhoog tot een scheve grijns. “het ziet er echt leuk uit zo.” Of hij flirtte? Misschien, maar hij had voor zichzelf al uitgemaakt dat hij er wel mee zou ophouden als hij merkte dat Dany er een beetje te ongemakkelijk bij werd. Het zou spijtig zijn als hij niet meer in de ziekenzaal zou mogen komen. Zijn lichtblauwe kijkers volgde elke handeling die ze maakte terwijl hij op zijn gemak verder at. De vraag die kwam, zorgde ervoor dat de grijns van zijn gezicht afdroop en hij zijn kijkers op de grond richtte, alsof de tippen van zijn schoenen ineens wel heel interessant waren. Langzaam schraapte hij de laatste restjes havermout van zijn borst en zette het ding op een tafeltje voordat hij naar de kruk slofte en ging met hangende schouders zitten. Zijn vingers werden om de kruk heen geklemd voordat hij zijn blik terug oprichtte. “Niets veranderd,” mompelde hij terwijl hij onbewust over zijn arm wreef, over de plek waar zijn vader ooit zijn huid met een mes had opengesneden. Het dunne, lange litteken was nog altijd best goed te zien, maar niemand wist precies hoe het er kwam. Mikhail weigerde het gewoonweg te vertellen, zelfs de psychologen wisten er niet al te veel van terwijl die mensen meestal wel alles uit iemand gesleurd kregen.
    “Maar de nachtmerries zijn altijd hetzelfde, dus ik raak er wel aan gewend.” Alsof het niets was, haalde hij zijn schouders op. De wallen onder zijn ogen waren zoals altijd nog best goed te zien, maar hij probeerde zijn grijns altijd zo groot mogelijk te maken zodat het niet al te goed te zien was dat hij gewoonweg uitgeput was. Hij kruiste zijn enkels over elkaar heen en verslapte zijn grip op de kruk zodat zijn knokels minder wit waren. “En hoe is het met jou? Ik durf te wedden dat je beter geslapen hebt.” Hij probeerde zich terug te ontspannen, maar de beelden van vannacht bleven gewoon door zijn hoofd heen spoken waardoor hij zijn spieren gewoon bleef aanspannen.

    ° Nick "Barbie" Olsen ° gevangene

    Ze grijnst lichtjes en haalt haar schouders even op, alsof ze het niet eens zo graag wilt weten. Maar ik kan het aan haar zien, zoals zij haar blik ook van mij weigert los te scheuren, dat ze heus wel nieuwsgierig is. Ikzelf ben niet zo heel nieuwsgierig, maar weten waarvoor iemand in de gevangenis zit kan je toch wel wat ellende besparen, waardoor ik voorstel om deze informatie te ruilen. Ze neemt haar tijd om erover na te denken.
          ''Jij eerst,'' stemt ze er zacht mee in, met een kleine grijns op haar lippen.
          Hierdoor moet ik ook lichtjes grijnzen, mijn mondhoeken trekken naar boven terwijl zij haar ellebogen op tafel zet en met haar kin op haar handen leunt. Het ziet ernaar uit dat ze het zelfs leuk vind, te zien aan de manier waarop haar ogen glinsteren terwijl ze naar mij kijkt. Nu pas maak ik mijn blik van de hare los en kijk ik wel om me heen. Een paar ogen die de mijne ontmoeten maken me al achterdochtig genoeg, dit is niet de plaatst om zulke dingen te bespreken.
          "Goed, maar niet hier," stem ik daarmee in. "Kom."
          Ik sta op, laat mijn dienblad staan en loop richting de uitgang van de kantine. De zwangere cipier Jones geef ik een kort knikje, ik snap niet dat ze blijft werken met zulke gevaarlijke mensen om zich heen in dit stadium. Ik zou een zwangere vrouw nooit wat aandoen, maar dat geld zeker niet voor iedereen hier. Ik passeer haar en kijk niet om of Ivy me volgt. Dat is haar keuze, als ze informatie wilt delen, moet ze me volgen, anders heeft ze dikke pech. Gevangenen mogen niet altijd overal rondhangen, maar nu zijn vooral onze cellen en die gangen voorlopig verboden gebied. Daar gaan we ook niet heen, want mannen en vrouwen mogen niet in elkaars vleugel komen.
          In plaats daarvan loop ik richting de kapel. Er zijn hier toch een hoop gelovige mensen, maar ik ben daar toch niet één van. Als er al een God was, zou hij geen van ons horen te vergeven. Als er geen pastoor is, of hoe ze dat dan ook willen noemen, is dat een rustige plaats, maar de deur is altijd open. Ik duw de deur open en stap naar binnen. Het lijkt vooral een geïmproviseerde ruimte, met een stenen vloer en houten banken. Verderop staat een podium met een kruis erachter. Het ziet er allemaal oud uit.
          Op mijn gemakje loop ik naar binnen en ga ik door tot de voorste bankjes, waar ik plaats neem op de tweede. Dan pas neem ik de moeite om te zien of Ivy me gevolgd is.


    Your make-up is terrible

    † Ivy "Smiley" Leone
    Na mijn woorden zag ik ook een grijns op zijn gezicht verschijnen, wat een goed teken was. Ik volgde zijn blik even toen hij om zich heen keek.
          ''Goed, maar niet hier,'' zei hij toen, waarschijnlijk omdat mensen onze kant op keken. Ik begreep wel dat hij niet wilde dat mensen meeluisterden. ''Kom.'' Hij stond op en enkele seconden later besloot ik mee te lopen. Ik volgde zijn voorbeeld door mijn dienblad te laten staan en de kantine uit te lopen. De cipier gunde ik geen blik waardig en ik keek even om me heen terwijl ik hem volgde, me afvragend waar we heen liepen. Ik was benieuwd naar zijn verhaal, maar door dit geheimzinnige gedoe, had ik ook behoorlijk hoge verwachtingen.
    Hij keek geen moment achterom en zo verstreken een paar stille minuten, terwijl ik geruisloos achter hem aanliep. Toen ik eenmaal doorhad waar we heen gingen - richting de kapel - trok ik even een wenkbrauw op, maar ik zei niks. Het was de veiligste plek op dit moment, maar toch was het niet een plek waar ik graag was. Hij verdween naar binnen en ik volgde niet veel later. Mijn blik dwaalde af naar het kruis en toen naar de rest van de omgeving. In de jaren dat ik hier nu zat, was ik hier misschien twee keer geweest. De eerste keer uit nieuwsgierigheid, de tweede keer om te roken. Bij deze gedachten was er een kleine grijns rond mijn lippen te zien, slechts voor enkele seconden - het was een leuke ervaring geweest. Het was met een meisje die hier twee jaar geleden weg is gegaan - ze werd overgeplaatst. Het was een toffe meid, maar ik miste haar niet. Ik gebruikte haar enkel voor de sigaretten en de seks, aangezien we een cel deelden.
    Ik hoorde wat gekraak van de oude bankjes en toen ik opschrok uit mijn gedachten, zag ik dat Nick plaats had genomen. Uiteindelijk keek hij mijn kant op en ik liep naar hem toe, om vervolgens naast hem plaats te nemen. ''De kapel, fijn,'' verzuchtte ik sarcastisch. ''Ben je gelovig?'' Ik keek hem aan - ik ging er vanuit dat hij dat niet was, maar je zag genoeg types hier naar binnen gaan waarvan je het in geen miljoen jaar had verwacht. Ik keek nogmaals even rond en liet mijn blik uiteindelijk weer op hem rusten.
          ''Barst los, zou ik zeggen,'' zei ik uiteindelijk maar. Zoals in de kantine bleef ik hem aankijken, haast met een starende blik - toch was de geamuseerde glans nog niet uit mijn ogen verdwenen.


    "When all of your wishes are granted, many of your dreams will be destroyed.''

    ° Nick "Barbie" Olsen ° gevangene

    Ivy is me inderdaad gevolgd. Als ik naar haar kijk, kijkt ze ook mijn richting op, om vervolgens naar me toe te nemen en naast me plaats te nemen. Ondertussen heb ik mezelf ervan verzekerd dat er niemand anders aanwezig is, ook de reden waarom ik zover doorgelopen ben. Zo kon ik zien of er toevallig iemand op een bankje uit het zicht lag, of had ik het wel gehoord als anderen 'bezig' waren.
          ''De kapel, fijn,'' klinkt het sarcastisch uit de mond van de blonde jongedame. ''Ben je gelovig?''
          "Dat mag je voor jezelf beslissen," antwoord ik, redelijk bars, aangezien ik niet van plan ben om dat aan haar neus te hangen.
          "Barst los, zou ik zeggen,'' zegt ze, terwijl ze me bijna als gehypnotiseerd aankijkt.
          Ik weet even niet meer waarom ik dit aangegaan ben, de adrenaline stroomt door mijn lichaam, enkel door dit 'simpele' gesprek en door wat er vertelt gaat worden, maar ook omdat ik eerst ga. Maar ik ben dan ook geen held als het gaat om dingen opbiechten of gesprekken voeren. Ik hoop dat het niet te merken is, aangezien ik vaak heel rustig overkom. Ik haal mijn handen door mijn blonde haar en bind er een elastiekje in, waardoor ik een klein staartje krijg. Dan laat ik mijn haar weer los en zucht ik zacht.
          "Je kent het vast wel, ik ben hartstikke onschuldig," grijns ik daarna plagerig, alsof ze me gevolgd is om zoiets aan te horen. "Verder de gewoonlijke aanklachten, drugs, gestolen waar, vluchten voor de politie..." begin ik het lange lijstje op te noemen, uiteraard niet met details, terwijl ik ze op mijn vingers aftel. "Dan de dingen waar je behoorlijk wat jaren voor krijgt, poging tot doodslag, moord met voorbedachte raden en verkrachtingen. Dan zit je hier ineens de rest van je leven. Niks wat te maken heeft met mijn bijnaam, zoals bij jou."
          Ik kijk even naar mijn vingers en dan terug naar Ivy. Als ze zich nu kalm houdt, weet ik al ongeveer dat zij ook behoorlijk wat op haar naam heeft staan. Mensen die het horen komen niet zomaar in mijn buurt en zijn er ook niet graag. Mijn gezicht houdt ik nu totaal blank, geen pretlichtjes in mijn ogen meer, geen gegrijns.
          "En jij, Smiley?" vraag ik op een uitdagende toon, de pretlichtjes zijn weer terug.


    Your make-up is terrible

    † Ivy "Smiley" Leone
    ''Dat mag je voor jezelf beslissen,'' zei hij toen behoorlijk bars, wat me weer een wenkbrauw op liet trekken - ik reageerde er echter niet op. Na mijn 'barst los' leek zijn houding wat te veranderen. Ik keek toe hoe hij zijn haren in een elastiekje bond, hoorde hoe hij zuchtte en vervolgens begon te praten.
          ''Je kent het vast wel, ik ben hartstikke onschuldig,'' zei hij met een plagende grijns, wat zorgde voor een zacht lachje van mijn kant. Hoe iedereen die leugen bleef vertellen. Het was ontzettend irritant. "Verder de gewoonlijke aanklachten, drugs, gestolen waar, vluchten voor de politie..." Ik luisterde aandachtig en onderbrak hem niet. "Dan de dingen waar je behoorlijk wat jaren voor krijgt, poging tot doodslag, moord met voorbedachte raden en verkrachtingen. Dan zit je hier ineens de rest van je leven. Niks wat te maken heeft met mijn bijnaam, zoals bij jou."
    Ik bleef hem aankijken en grijnsde lichtjes om zijn laatste opmerking. ''Een beetje van alles, dus,'' concludeerde ik toen hij klaar leek te zijn. Het was een behoorlijke lijst met gevarieerde dingen, maar het schrok me niet af. Angst heb ik al jaren niet meer gevoeld.
          ''En jij, Smiley?'' zei hij toen. Ik zweeg eventjes, zoekend naar de juiste woorden om mijn verhaal mee te beginnen. Nick had de details buitenwegen gelaten, was me opgevallen, dus ik besloot ook om het slechts in de grote lijnen te vertellen. Ik haalde lichtjes mijn schouders op. ''Mijn pa zit bij de maffia,'' begon ik, om maar met de deur in huis te vallen. ''Op mijn tiende kwam ik erachter dat zij verantwoordelijk waren voor de dood van mijn moeder. Het boeide me niet. Ik verzamelde informatie voor ze vanaf mijn zestiende. Vanaf mijn achttiende leverden ze de gegijzelden over aan mij.'' Ik was er nog steeds best trots op, maar ik probeerde dat niet al te goed te laten blijken. ''En wat betreft mijn bijnaam...'' Met die zin werd mijn stem weer wat zachter, de blik in mijn ogen harder, mijn grijns wat breder. Ik hief mijn hand langzaam en zette mijn nagel zachtjes tegen zijn mondhoek. Lange nagels had ik niet, maar kort kon je ze ook niet noemen. Ik trok mijn nagel langzaam door tot aan zijn jukbeen. ''Soms stelden ze me niet tevreden.'' Ik liet mijn hand weer zakken en bleef Nick aankijken. ''Een simpel schot door het hoofd is saai. Ik speel liever met messen, en als ze niet luisteren, mogen ze het voelen ook.'' Ik grijnsde. ''Beantwoord dat je vraag, Barbie?''
    Ik was benieuwd hoe hij zou reageren op mijn verhaal. De meesten zouden zulke daden niet van mij verwachten, maar daarom was ik er zo perfect voor, volgens mijn vader. Het was handig om je uiterlijk te gebruiken als dekmantel.


    "When all of your wishes are granted, many of your dreams will be destroyed.''


    Hayden 'Spikey' Adams


    Hij knikte terug als een soort verzekering dat hij mijn begroeting had gezien, ik prakte met de lepel in de havermout en zuchtte zacht voor ik het door slikte. ''Goedemorgen,'' mijn wenkbrauwen gingen iets omhoog en ik keek de jongen aan. Het zware Ierse accent deed me aan de ene kant lachen maar aan de andere kant had ik niet het gevoel dat dit het juiste moment zou zijn; dus hield ik op het een simpele grijns.
          ''Ook goedemorgen,'' zei ik terug terwijl ik nog een hap nam en me niet meer focuste op de jongen tegenover mij. ''Hayden trouwens,'' stelde ik mezelf voor. Ook al wist iedereen elkaars naam wel, dit maakte het toch wat meer persoonlijk. Ik kon nog goed bedenken hoe ik bij tientallen kantoren had gezeten, wanhopig opzoek naar een baan. Elke keer weer moest ik mijn naam zeggen en mijn hand schudden - dat zei mijn vader: ''Dat maakt het meer persoonlijk.'' Hij had nog gelijk ook, het was beleefd en zo maakte je een goede indruk. Hoevaak had hij wel niet gezegd dat ik ver had kunnen komen. Veelste vaak.
          ''Dus, ik hou er niet zo van - er zo om heen tedraaien. Maar is het waar wat er over je gezegd wordt?'' Vraag ik als ik wat dichterbij hem kom en hem licht nieuwsgierig aankeek. Het waren niet mijn zaken maar hoe fijn was het als ik dat wist, dan zou hij werkelijk tot alles in staat zijn. Ik liet mezelf terugzakken op het bankje maar bleef hem strak aankijken. Ik wist vrij weinig van hem, behalve de verhalen die ik had gehoord en zijn bijnaam was hij vrijwel een onbekende voor me.


    Everything is illuminated by the light of our past.

    Aidan Dean Thomson
    Ik zag zijn reactie op mijn woorden, waardoor ik welzeker wist dat hij mijn accent net als de meeste mensen best hylarisch vond. Toch was het goed dat hij het niet concreet liet zien, want dan had hij grote problemen gehad. Niet alleen problemen, maar minimaal een lange vakantie naar de ziekenboeg. Ik knikte een beetje bij zijn begroeting terug en dronk rustig verder aan mijn thee. Het was fijn dat hij niet direct over mijn verleden begon, want ondanks dat ik geen enkel grijnstje schuldgevoel had, had ik al wel wat problemen met mijn persoonlijke verleden. Toch moest het ervan komen en met een klein zuchtje zette ik mijn beker neer. "Als je het hebt over de lijst met doden op mijn naam, waarschijnlijk is het waar wat je hebt gehoord. Dat mijn laatste in de gevangenis is geweest, is ook waar. Dat ik een kort lontje, zeker waar. Ik weet niet wat er nogmeer wordt gezegt, dus ik heb geen idee wat je nogmeer wil weten." zei ik voor ik nog een klein slokje van mijn thee, die inmiddels bijna op was. "En waarom zit jij precies hier? Ik heb ook wel de verhalen gehoord, maar hier in de nor weet je nooit wat waar is en wat niet." zei ik voor ik mijn laatste beetje thee opdronk en mijn likken even kort aflikte. Het was een tikje wat ik uit mijn psychotische verleden had meegekregen. Door de psychogische begeleiding en verwerking van mijn verleden waren de psychoses steeds minder geworden, maar zo af en toe gebeurde het nog wel en dan ging het goed mis. Nee, dat ik hier zat was niet vreemd en dat het eens in de zoveel tijd mis zou gaan, was ik zeker van. Hayden had het nu ook alweer bijna uitgelokt, maar vroeger was ik hem aangevlogen alleen al om zijn grijns, of ook maar een verkeerde blik in zijn ogen, zeker tegen het einde toe. Het hielp dus wel, een beetje in elk geval, want elk concrete stap uit de pas in mijn ogen kon nogsteeds een flinke uitval uitlokken. De isolatiecel was voor mij ook geen vreemde plek, maar ik vond het toch fijner om hier te kunnen zitten en vrij te kunnen bewegen door de gevangenis, in plaats van in de kleine beklemmende ruimte van de isolatiecel en de constante boeien om mijn ledematen.


    Bowties were never Cooler


    Hayden 'Spikey' Adams

    Met een korte zucht zette hij zijn beker neer, ''als je het hebt over de lijst met doden op mijn naam, waarschijnlijk is het waar wat je hebt gehoord. Dat mijn laatste in de gevangenis is geweest, is ook waar. Dat ik een kort lontje heb, zeker waar. Ik weet niet wat er nog meer wordt gezegd, dus ik heb geen idee wat je nog meer wilt weten.''
          ''En waarom zit jij precies hier? Ik heb ook wel verhalen gehoord, maar hier in de nor weet je nooit wat waar is en wat niet.'' Hij zette de beker weer tussen zijn handen en dronk het laatste beetje thee op waarna hij zijn lippen aflikte. Wist ik dat ook weer, ik had al z'n gevoel dat deze jongen veel te makkelijk op te fokken was. Ik zat nu weer rechtop, mijn ogen op hem gefocust net zoals ik zijn blik in die van mij voelde brandde. ''Is je bijnaam toch niet zo gek bedacht,'' zei ik en liet mijn ogen even naar de grond staren en keek hem toen weer aan met een zwakke grijns.
          ''Mijn vriendin zwaar mishandeld en een bewapende overval.'' De grijns verdween als sneeuw voor de zon en ik twijfelde over wat ik nog meer zou zeggen, in details wou ik namelijk niet gaan. Mijn bedoeling was dan ook om niet lang hier over door te gaan, ''maar wat niet weet, wat niet deert hé?'' Zei ik en lachte zachtjes en licht geforceerd.
          Ik liet de lepel met havermout erop in het bakje vallen en schoof de plaat opzij, niks was hier te vreten. ''Iers dus?'' Vroeg ik voor de zekerheid aan hem. Hij leek namelijk alles behalve Iers. ''Hoe is het bier daar?'' Vroeg ik, licht grijnzend. Het Ierse stereotype in mijn hoofd was niet los te laten bij het idee.


    Everything is illuminated by the light of our past.