• Arrendale State Prison


    Regels

    ° Minimum van 300 woorden.
    ° Bestuur enkel je eigen personage, tenzij
    je toestemming hebt van een ander.
    ° Geen Gary-Stu's en Mary Sue's.
    ° 16+ is toegestaan.
    ° Naamsveranderingen doorgeven.
    ° Alleen ik maak nieuwe topics.
    ° Maximaal 3 personage's, in variatie.
    ° Ruziemaken doe je maar ergens anders.
    ° Reserveringen blijven 5 dagen staan.
    ° Geef mensen de kans om rustig te reageren.
    ° Hou het realistisch!

    Topics

    Rollentopics: 1
    Praattopics: 1, 2
    Speeltopics: 1



    Arrendale State Prison, een gevangeniscomplex die beide sekses huist in Georgia. Waarom? Vanwege bezuinigingen. Deze gevangenis leidt daar erg onder, er wordt op van alles bezuinigd. Dit valt ook wel te merken aan het gebrek aan personeel. Ze proberen het gevangenisleven zo gemakkelijk en goed mogelijk te laten verlopen, maar er gebeurd altijd wel iets. De gevangenen zitten er natuurlijk ook niet voor niks.


    Rollen

    Gevangenen:

    ° Ivy "Smiley" Leone - 24 - Twisty 1,2
    ° Pilar Soledad Cruz - 23 - Wallace 1,9
    ° Devina "Dracula" May Black - 25 - Ambrose 1,9
    ° Laylah "Angel" Adkins - 26 - Yoda 1,5
    °
    ° Tabitha Hazel Guthrie - 25 - Gardenzio 1,5

    ° Nick "Barbie" Olsen - 32 - Assassin 1,1
    ° Duncan "Bad Luck" Henderson - 30 - Wallace 1,7
    ° Hayden "Spikey" Adams - 27 - Californication 1,6
    ° Floyd "Siren" Castiel Straye - 23 - Rekkles 1,8
    ° Aidan "Creep" Dean Thomson - 21 - C_A_L_M_ 1,3
    °

    Medewerkers:

    ° Cipier - Geneviva Amelia Jones - 27 - C_A_L_M_ 1,4
    ° Cipier - Catharina Penelope Gates - 25 - Gellert 1,6
    ° Cipier - Toran Celestine Harley Montgomery - 26 - Dumbledore 1,10

    ° Cipier - James "groentje" Redford - 24 - Assassin 1,5
    ° Psycholoog - Trevor "Manipulator" Goode - 28 - GrumpyCat 1,7
    ° Arts - Trenton Sawyer - 35 - Ambrose 1,9


    Celindeling


    ° Ivy Leone -
    ° Pilar Soledad Cruz - Devina May Black
    ° Laylah Adkins - Tabitha Hazel Guthrie

    ° Nick Olsen - Floyd Castiel Straye
    ° Duncan Henderson - Aidan Dean Thomson
    ° Hayden Adams -



    Rooster

    7:00 - opstaan
    8:00 - douchen
    8:30 - ontbijt
    10:00 - vrije tijd
    12:00 - lunch
    13:30 - vrije tijd
    18:00 - diner
    19:30 - mogelijkheid om film te kijken
    22:00 - slapen


    De gevangenis bestaat uit twee vleugels en een middengedeeltes waar je de gezamenlijke ruimtes vind. Een vleugel voor mannen en eentje voor vrouwen. Elke cel heeft een stapelbed, wat betekend dat iedereen een (willekeurige) celgenoot krijgt. Aan het einde van elke vleugel vind je douches. De gezamenlijke ruimtes bestaan uit een kantine, een recreatiezaal, een tuin buiten en een kapel. Verder heb je ook nog ruimtes waar gevangenen niet mogen komen, zoals de koffieruimte van de cipiers, de ziekenzaal en de kantoren.
    Elke gevangene krijgt standaard gevangeniskledij, wat bestaat uit een donkerblauw overal met lange lange mouwen, een donkerblauwe broek, een donkerblauwe jas voor als het koud is, een grijs shirt met lange mouwen, een wit t-shirt en een witte top. Ze krijgen ook een donkerblauwe muts en grijze schoenen zonder veters. Ze mogen echter ook door de gevangenis goedgekeurde kleding dragen.

    [ bericht aangepast op 15 dec 2014 - 19:57 ]


    Your make-up is terrible

    ° Nick "Barbie" Olsen ° gevangene

    Ivy loopt samen met me naar de uitgang, waar ze bij de uitgang wat bloed van mijn nek begint te vegen met haar mouw. Ze doet het zo voorzichtig dat ik er amper iets van voel, laat staan dat het pijn doet. Het is wel grappig om te zien dat ze er amper bij kan waardoor ik een tikkeltje glimlach. Maar als ze het volgende vraagt, verdwijnt mijn glimlach en maakt die weer plaats voor mijn gebruikelijke norsheid.
          "Gaat het?" Ze blijft even naar de wond in mijn nek staren. "Je moet het zo even goed schoonmaken."
          "Natuurlijk," brom ik terug. "Ik zou bijna zeggen dat ze die gast op moeten sluiten, maar dat zittie al."
          Op dat van de wond schoonmaken reageer ik niet eens, ik hoef niet bemoederd te worden door een meisje hier. Ik snap al niet dat ze nog bij me is nu ze gekregen is wat ze wilt, het is logischer als ze er nu vandoor gaat, in plaats van opmerkingen te maken over mijn nek. Ik weet heus wel wat er goed voor is, of niet. Het is druk geworden op de gang als we de kapel uitkomen, het ontbijt zal wel voorbij zijn. Daarom lijkt het me beter om terug te gaan naar mijn cel, een plek waar vrouwen eigenlijk niet mogen komen. Maar daar heb ik tenminste iets dat op een spiegel lijkt en kan ik ernaar kijken. Ik draai me om naar Ivy.
          "Geen woord over wat er daarstraks gebeurd is, meiske. Niemand hoeft te weten wat Aiden gedaan heeft, hij is al gek genoeg zonder isoleer," zeg ik op een lichtelijk dreigende toon. "Anders zorg ik ervoor dat jij daar ook heengaat."
          Er waren genoeg creatieve manieren om haar daarheen te krijgen, maar waarschijnlijk zou ik dan ook gaan. Dat was dan weer een klein nadeel, al was ik wel erg graag op mezelf, het was nogal vervelend. Vaak ben ik er dan ook niet geweest. Ik kijk haar nog eens waarschuwend aan voordat ik me omdraai en me naar de mannenvleugel begeef.


    Your make-up is terrible

    Hayden 'Spikey' Adams

    Ze stond op, liep naar het bed naast mij waar Mikhail sliep en pakte een zakje wiet onder het kussen vandaan. ''Het leuke van hier werken is, is dat ik me even onredelijk kan gedragen als ik wil, tegenover jou, in ieder geval.'' Ze rook aan het zakje, "zullen we het hem laten houden, of wat?" Ik antwoordde niet en volgde haar bewegingen nauwkeurig. Machtspositie misbruiken, dat was wat ze deed. "Vertel me eens, Spikey, wat zou je doen, als je me ergens anders ontmoette? Me vermoorden, mishandelen?" De sleutels in haar hand die als je het zo bekeek makkelijk tegen haar gebruikt konden worden. ''Daar heb ik geen zin in Spikey.'' Mijn ogen drongen zich in die van haar en in een seconde had ik mijn handen stevig om haar pols gekneld en drukte haar tegen de dichtstbijzijnde muur.
          ''Dat zou ik jou nooit aan kunnen doen,'' zei ik en ik ademde wat sneller door de impulsieve actie. ''Als ik je ergens anders had ontmoet dan. . .'' Ik praatte zachtjes en proberend te kalmeren terwijl ik mijn greep om haar polsen stevig vasthield en mijn lippen duwde ik ruig op haar nek om vervolgens een zuigzoen te plaatsen. ''Waar had je ook al weer geen zin in?'' Vroeg ik haar grijnzend en verzwakte mijn greep ietsjes en liet mijn blauwe ogen over haar heen gaan.


    Everything is illuminated by the light of our past.

    Catharina Penelope Gates


    Even ben ik in de gelukkige overtuiging dat ik nu gewonnen heb. Dat Adams' blik zal verstommen en hij afdruipt, zich erbij neerlegt. Het volgende moment knal ik tegen de muur aan, wat net zoals bij Jones, een fikse tik tegen mijn achterhoofd bezorgt. Daar let ik echter niet op. Adams adem versnelt door de impulsieve actie en mijn adem versnelt meteen door de schok. "Dat zou ik jou nooit aan kunnen doen. Als ik je ergens anders had ontmoet dan..." Terwijl hij mijn polsen ruw tegen de muur duwt, plaatst hij een zuigzoen in mijn nek. Zijn warme adem voel ik in mijn hals, ik sta versteend bij, en ik voel me verdoofd. Overrompeld, door deze spontane actie, en zodra hij opkijkt met een grijns en vraagt: "Waar had je ook alweer geen zin in?" Geef ik eerst geen antwoord. Zijn blauwe ogen nemen me van top tot teen op, en ik ben blij dat ik mijn standaard cipierskleding aan heb.
    Terwijl hij zijn laatste woorden uitspreekt, verslapt zijn greep wat, wat ervoor zorgt dat ik me voel alsof ik word wakker geschud. Getraind geef ik hem een knietje en duik onder zijn arm door. In een vloeiende beweging pak ik mijn wapenstok. In plaats van stilte, schiet er nu van alles door mij heen, zoals de haat die ik voel tegen gevangenen, mijn dertiende verjaardag, maar bovenal hoe stom ik was met mijn passieve houding, in een cel, met een gevangene. Mijn reflexen vervloek ik, voor hun vertraagde actie, en ik verdoem het feit dat ik in zo'n situatie versteen. Vechten, vluchten, of bevriezen, de drie basisinstincten van de mens, en ik heb de meest nutteloze van deze drie. In de situatie waar ik vechten of vluchten juist het meest nodig heb. Met mijn wapenstok ram ik op de man voor me in, zonder hem ook maar mee te nemen naar mijn werkplek.. "Jij. God. Vergeten. Klootzak." Zeg ik, met iedere slag. Steeds harder, steeds gemener.

    Zodra ik mijn energie eruit heb geslagen, stop ik het wapen terug in mijn gordel, en zet een stap naar Adams toe, om te kijken hoe hij eraan toe is. Nu hijg ik pas echt, mijn wangen zijn rood en enkele plukjes haar zijn ontsnapt uit het elastiekje dat het bij elkaar houdt. Het voelt goed om Adams eindelijk onder handen te hebben genomen, na een gezellig gesprek te hebben gehad. Eigenlijk wil ik een opmerking maken.
    "Dat je het weet. Ik heet 'Gates', niet Catharina'", en ik geniet nog even na over het feit dat ik hem net geslagen heb. Om me even een houding te geven, spuug ik naast me op de groezelige mannenkamervloer, en wacht af wat Adams nu gaat doen. Ergens hoop ik op uitschelden; Nog een reden om hem te slaan, nog harder.

    [ bericht aangepast op 12 dec 2014 - 1:07 ]


    Tijd voor koffie.

    Pilar      •      Bad Luck.

    “Hé, Aidan!” Riep Bad Luck naar de man die hem voorbij liep en overduidelijk expres tegen hem aanliep. Het eten was zeker verkeerd gevallen? Dacht hij komisch. “Niet teveel bidden, dat is zonde van je tijd. God laat geen moordenaars boven! Dat weet jij toch ook wel ondertussen?” Meende hij. Als hij probeerde ervoor te zorgen dat hij geintimeerd werd door hem, kon hij het wel goed vergeten en het overdenken, want hij had wel meer meegemaakt dan zo'n snotneus.
    Hij was gelovig, hij was zelf ook een zoon van God, maar vooral was hij ook een zoon van zijn moeder, die hem niet als een moordenaar had opgevoedt. Met die woorden gezegd te hebben, liet hij nog een smadelijke glimlach en liep verder naar zijn vaste plekje in de eetzaal. Zijn blik viel voor een seconde op de vrouw in de hoek.
          Stilletjes zat ze in de hoek van de eetzaal, de tijd te rekken voor ze daar allemaal weg moesten. Eenmaal ze de prut op had, ook al vond ze het niet lekker; ze had geleerd om haar bord leeg te eten, bleef ze nog even zitten. Haar ogen blikten over de rest van de gevangenen. Er waren vanzelfsprekend groepjes verdeeld over de hele kantine. De een Mexicaans, anderen weer van Amerikaanse afkomst en zo ging het door. Van sommigen had ze verhalen gehoord waarom ze er zaten, die liepen er duidelijk te koop mee, maar het was niet dat het haar iets kon schelen. Zo lang zij haar verhaal niet hoefde te doen, vondt ze het goed. Het liefst wilde ze ook met geen van hen omgaan, zolang zij haar tijd kalm en onopgemerkt doorbracht was het goed met haar. Daarbij had ze niks te maken met hen.
    Ze had zichzelf erop betrapt dat ze weer teveel nadacht en keek verder de ruimte door. Haar blik stopte bij een gebruinde man. Hoe heette hij ook weer? Ze dacht na, maar kon er niet op komen. Ze merkte op dat de man ook naar haar keek en na een paar seconden werd ze afgeschrokken door zijn blik. Ze keek naar beneden, niet wetend wat ze moest doen. En toen ze een naam opving, keek ze weer op. 'Bad Luck! Was je opgehouden door een gozer in een geheim kamertje van je? Nergens was je te vinden, het duurde wel een hele tijd.' Bad Luck, dat was het, dacht ze.
          “Joh, kun je niet eens je muil houden? Ik val totaal op de vrouwen, zelfs dit kleine pinkie denkt daar niet over na.” Hij gaf de man die zojuist tegen hem sprak, een vriendschappelijke klap tegen zijn arm. “Jij denkt daar aan, terwijl je later dan mij binnen kwam.” De man moest lachen en wist geen antwoord te verzinnen, waarna hij toch naar hem toe boog en wat in zijn oor fluisterde. Bad Luck luisterde alles aan en was ondertussen de rest aan het controleren in de kantine. Hij nam een hap van zijn eten.
          Pilar stond op van haar stoel, proberend geen aandacht op haar te vestigen en liep de kantine uit. Netjes haar bord teruggevend aan de kantinedame. Haar voeten, omgeven door simpele stappers, namen de bekende weg naar de recreatiezaal. Misschien kon ze uiteindelijk dat boek uitlezen. Ze had weleens te horen gekomen dat je eerder de gevangenis uit kon hoe meer boeken je las. Zou dat ook hier zijn?
    Weer nam ze een plek bij een hoekje van de zaal, toen ze haar boek gepakt had. Het omslag van het boek had geen harde kaft en was oud en verkreukeld. Voorzichtig opende ze het boek, sloeg ze een been om het andere, en zocht ze naar de bladzijde waar ze was gebleven. Het was een detectivenovel – een genre waar ze zich snel in kon verliezen. Al wist ze dat ze alsnog in deze wereld moest bleven en je ogen open moest houden voor degenen rondom je. Ze begon te lezen en glimlachte even door het gelukzamige gevoel dat ze kreeg door het lezen.

    [ bericht aangepast op 11 dec 2014 - 23:32 ]


    Don't walk. Run, you sheep, run.

    Hayden 'Spikey' Adams

    Ze nam gretig gebruik van de gelegenheid dat ik mijn greep verzwakte, wat een domme zet. Ik kreeg een knietje gevolgd door verschillende klappen tegen zowel mijn scheenbenen als tegen mijn ribben. Uit automatisme greep ik naar de plekken waar ik geslagen werd. ''Jij. God. Vergeten. Klootzak.'' Ze stopte met slaan en ik belandde met mijn hoofd tegen de muur, mijn kruis deed pijn en bij elke beweging die ik maakte werd ik herinnerd aan Gates. Mijn hoofd steunde ik tegen de muur en ik keek haar onder mijn wimpers door aan. ''Dat je het weet. Ik heet 'Gates', niet Catharina.'' Ze genoot ervan, dat was duidelijk te zien. Gates spuugde op de grond naast haar en ik bekeek haar vol verbazing. Hoeveel woede ze had daarnet was verassend. ''Goed,'' antwoordde ik en ik schudde mijn hoofd kort.
          ''Gates.'' Nog steeds uitgeput leunde ik tegen de muur, mijn blauwe ogen op haar gericht, alleen maar op haar gericht. Mijn blik ging over haar heen, van de losse plukjes haar die uit haar staart vielen naar haar rode, ingespannen gezicht. En de zuigzoen op haar hals. Een grijns ontstond op mijn gezicht en die was er op geen enkele manier af te slaan, het was duidelijk zichtbaar en daar zou ze niet blij mee zijn. Gates zonder een strakke staart in, Gates met een sjaal om – alleen maar op die plek te verbergen. Ik wist het zeker, ze zou er zich voor schamen en dat was precies waar ik op doelde. Schaamte op lange termijn. Iets waarmee ze mij niet zou vergeten. ''Niet voor herhaling vatbaar?'' Vroeg ik haar, zou ze het helemaal niks hebben gevonden? Had ze geen seks nodig? Met mijn hand ging ik over mijn arm heen en ik voelde me vreselijk eerlijk gezegd, het was een rotstreek – onverwachts en vooral pijnlijk. ''Ik hoop niet dat ik straks weer naar de ziekenboeg moet,'' zei ik kalm zonder maar ook een enkele emotie op mijn gezicht te tonen. Dat zou dan de tweede keer zijn vandaag en die eerste klap was ook niet niks.
          Catharina leek het niet erg te vinden om haar sadistische spelletje te blijven spelen maar zo kon ik ook nog uren doorgaan, mijn tijd was niks hier. Tijd verdrijven was hier onmogelijk, ik kon gaan sporten maar mijn vrije uurtje was al afgepakt. Het was elke dag hetzelfde ritueel, wakker worden, sporten, eten en slapen. Een vicieuze cirkel die pas doorbroken werd als ik vrij kwam – maar dat kwam ik nog lang niet. Ik had geen contact met de buitenwereld, geen brieven en zeker niet van mijn ex-vriendin. Mijn vader had ik al jaren niet meer gesproken en hier in de gevangenis had ik ook geen hechte vrienden. Catharina was mijn tijdverdrijf, ze was mijn contact en ze was amuserend – tot ik té ver ging maar ik was zeker niet de enigste. Zij was degene die als een gek op mij begon in te slaan.


    Everything is illuminated by the light of our past.


    Devina “Dracula” Black.


         
    Ik had amper wat gegeten, maar toch het volgevoel gehad, wat me wat gerust stelde. Sinds ik in deze gevangenis zat had ik sowieso al minder gegeten. Het was hier allemaal nog smeriger dan in het bewaringshuis of hoe ze dat verdomde ding ook noemde. Heel die gesprekken interesseerde me allemaal niets meer. Net als mijn advocaat die maar bleef roepen dat ik onder de invloed van alcohol was, aangezien er nu toch geen test meer gedaan kon worden. Het zal allemaal wel.
          Ergens hoorde ik dat er een ruzie gaande was, maar ik liep kalm verder terwijl ik mijn voeten bekeek. Ik had geen idee waar ik naartoe wandelde, maar ik genoot van de vrijheid die we nu even hadden. Ik negeerde iedereen om me heen, want toch niemand zag me. Dat was altijd hetzelfde verhaal geweest, het zij zo. Waarom zou ik daarover in blijven zitten? Vrienden en dergelijke waren overrated.
          Ik ving wat gesprekken om me heen op en lachte kort, waarna ik smerig aangekeken werd. Ach, waarom ook niet. Maak de nieuwe maar bang. Ze zou eens moeten weten. Eén beet en ze huilt haar traanbuizen leeg.
          Met mijn hand ging ik door mijn lange zwarte haren die ik eens ruw in de weer schudde, waarna ik een ongelofelijk irritant deuntje begon te neuriën. Geen idee of de andere om me heen het even irritant als mij vonden, maar ik kreeg het maar niet uit mijn hoofd. Het was dus niet zozeer dat ik hen wilde straffen, al was dat wel een pluspunt dat erbij kwam kijken. Negatieve aandacht was beter dan geen aandacht, toch?
          Hier en daar werd er gesproken over dingen die achter de cipiers om geregeld werden, en even was ik blij dat ik al genoeg had geregeld voor die plamuurlaag op mijn gezicht. Anderen vonden het walgelijk, ik vond het kunst. Je lichaam is een lege canvas, en jij bent je artiest.
          De vermoeidheid sloeg er ineens in. Ik voelde mijn rug. Niet alleen het eten was erger geweest in deze gevangenis, het matrasje waar op je op lag was ook dunner geweest. Het enige voordeel was dat er aantrekkelijkere mensen aanwezig waren. Dat maakte het allemaal nét wat beter voor me.


    I'm your little ray of pitch black.



    Toran Celestine Harley Montgomery
    Cipier


    Het was goed te doen om je werkdag om 10:00 te beginnen, in plaats van om zes uur. Dit komt echter niet vaak voor. Vaak sta ik om vijf uur naast mijn bed en ben ik om half zes onderweg naar het werk, maar vandaag is anders. Het is me gegund om mijn slaap in te halen en genieten van een semi-vrije ochtend. Ik wandel de recreatiezaal in en wacht rechts van de deur tegen de muur aan. Mijn armen houd ik gevouwen voor mijn buik. Mijn blonde vlecht hangt rustig over mijn linkerschouder. Enkele gevangenen zijn al te vinden in de recreatiezaal en stuk voor stuk herken ik het tuig.
          Mijn gedachtes gaan uit naar het weekend. Ik was op bezoek bij mijn moeder. Toen ik twintig was, ben ik wijselijk honderd kilometers van mijn geboortedorp verhuisd. Vanaf dat moment nam ik officieel afstand van mijn verleden en daarmee ook mijn moeder. Het was een lief mens, maar ze kon zo ongelofelijk vermoeiend zijn.
          Terwijl ik ver weggezonken ben in mijn gedachtes staar ik naar een van de gevangenen. Hoewel ik al de namen van de gevangenen ken, ken ik niet hun misdaad. Sommige misdaden waren niet schokkend genoeg om te onthouden, andere heb ik uit walging verdrongen. Het vak is niet makkelijk, soms deprimerend te noemen, maar het gaf me zoveel inspiratie om te schrijven. Niet normaal. Ik zou niet zeggen dat ik ondertussen al een boek geschreven heb. Het boekje waarin ik schrijf, is eerder een dagboek te noemen. Maar ook dat is niet helemaal zo, want ik schrijf er lang niet iedere dag in. Alleen wanneer er iets gebeurt wat mijn woorden waardig is.
          Ik bekijk de andere gevangenen die binnen gelopen kom en gun ze een strenge blik. Dat ze mogen onthouden dat ze me niet voor de gek moeten houden.

    [ bericht aangepast op 15 dec 2014 - 21:01 ]


    Big girls cry when their hearts are breaking


    Trenton Sawyer.


         
    Zoals gewoonlijk was ik lekker vroeg op het werk aangekomen. Eerst ging ik alles op orde stellen in mijn werkruimte. Ik zorgde dat alles er weer goed uit zag. Gisteren had ik wat vroeger naar huis gemoeten, dus dat moest ik deze ochtend maar inhalen. Mij hoorde je niet klagen, ik vond het hier vreemd genoeg wel prettig.
          De beker koffie die ik mee naar binnen had genomen stond op het aanrecht te stomen, en de ruimte werd er dan ook al snel mee gevuld. Ik greep ernaar en nam een grote slok, ondanks de hitte. Het voelde heerlijk. Mijn auto wilde vanmorgen maar niet warm worden, dus het was er ijskoud. Dit deed me goed.
          Er liepen wat mensen langs, inclusief wat cipiers die ik met een glimlach en soms een simpele ‘goedemorgen’ begroette. Zij deden hetzelfde en gingen verder met hun taken.
          Toen de koffie op was gooide ik de beker weg en besloot ik even een klein rondje te lopen. Er gebeurde niet echt veel de laatste tijd, ondanks dat ik er nog niet zo heel lang was, dus ik kon gemakkelijk even rondlopen. Ze konden niet van me verwachten dat ik dagen in dat hokje opgesloten wilde zitten, ik was zelf geen gevangene.
          Met geen doel voor ogen liep ik kalm rond, en wierp ik zo nu en dan een vriendelijke blik richting mensen die hetzelfde deden. Sommige gevangenen zag ik mijn witte jas ogen. Die kende me dus blijkbaar nog niet. Ik had eigenlijk geen idee waarom de vorige arts had besloten hier te vertrekken. Misschien was er wel wat tragisch voorgevallen. Ik wilde het eigenlijk helemaal niet weten, of over nadenken. Dat was immers nergens goed voor, ik had meerdere dingen aan mijn hoofd.
          Onbewust was ik naar de personeelsruimte toegelopen, daar besloot ik maar een kopje thee te pakken. Ik had al teveel koffie op voor vandaag. Ik opende de deur en wandelde kalm richting het kastje waar ik mijn eigen mok uit haalde.


    I'm your little ray of pitch black.

    [Aidan Dean 'Creep' Thomson
    Ik wist dat velen me hypocriet, zelfs gestoord, vonden dat ik nogsteeds op mijn knietjes zat te bidden elke dag voor ik aan mijn lichaam begon te werken. Ik wist ook wel dat ik een verloren zaak was, maar dan mocht ik toch nog wel een goed woordje doen voor mijn geliefden hier buiten de muren, en misschien zelfs een enkele die ik hier binnen de muren had leren kennen? Ondanks dat ik hier zat was ik nogsteeds dankbaar voor het leven wat ik had gekregen en hoorde daar ook dankbaar voor te zijn, zelfs al had ik het helemaal verkloot, waar ik toch nooit meer vergiffenis voor kreeg. Ik zou hier zitten tot mijn dood en daar had ik me inmiddels bij neergelegd. De gevangenis deed dat soort vreemde dingen met je, het veranderde een soldaat in een lammetje die zich overal bij neer legt. Ik likte nu net mijn lippen af van het bloed wat ik net weer sinds tijden geproefd had, toen ik tegen iemand op botste. Eigenlijk direct stond ik strak en in de houding, klaar voor eigenlijk alles, maar toen ik zag dat het Devina was, relaxte ik wat. "Het spijt me, mooie dame. Ik had mijn hoofd er niet helemaal bij." zei ik met een klein charmant glimlachje tegen haar. Nee, ik had niet zulke behoeftes als Nick, wat vreemd hoorde te zijn voor een man, maar ik had nog nooit iemand gehad om zoiets mee te delen en onder andere door de plek waar ik zat, mijn reputatie en mijn gedrag was het ook niet echt iets wat snel zou veranderen. Toch vond ik het zeker niet erg om met een mooie dame te spreken, ik bleef wel een man, maar van binnen een klein jochie, waardoor ik ook niet precies wist wat te doen als een vrouw wel avances maakte. Nu zou een klein gesprekje wel fijn zijn, want als ik nu niet direct ook een positieve kant van de mensheid zag, zou ik me weer compleet afsluiten, wat volgens de psychiater juist niet moest. Ik hoopte alleen wel dat ik al het bloed van mijn lippen had gelikt, want ik wilde haar niet de stuipen op het lijf jagen. Ze zat hier dan wel, haar misdaad was een stuk minder erg geweest dan de mijne...


    Bowties were never Cooler


    Devina “Dracula” Black.


         
    Ik slaakte een kort gilletje toen iemand tegen me op was gebotst, aangezien ik het gewoon écht niet aan zag komen. Toen ik opkeek zag ik Creep, ik had nog niet met hem gesproken, ik wist enkel zijn naam, verder niets. Ik had geen idee waarvoor de jongen hier zat, maar geen vooroordelen, toch? Ik zag net hoe hij wat bloed oplikte, wat me een lichte grijns op mijn lippen bezorgde, het drong echter niet door tot mijn ogen.
          Ik keek omhoog naar de jongen met een licht geamuseerde blik, al wist ik zelf niet helemaal precies waarom deze op mijn gezicht verschenen was. ‘Het spijt me, mooie dame. Ik had mijn hoofd er niet helemaal bij.’ Hij glimlachte er charmant bij.
          ‘Geen probleem. Als het harder was echter….’ ik keek hem met een schuin hoofd aan, om zijn volledige reactie te kunnen peilen. Het was een tik van me, en ik deed het dan ook vaak onbewust.
          Ik drukte mijn wijsvinger tegen mijn onderlip aan en liet hem daar rusten. Ik bekeek de jongen even. Misschien had ik wel íets van hem opgevangen. Een moordenaar was het eerste dat in me opkwam. Natuurlijk was het gemakkelijk mensen daarop aan te kijken, maar waarschijnlijk deden zij dat ook bij mij. Wie was er dan ook zo dom om zoiets te doen? Het was onschuldig vergeleken met de gemiddelde redenen dat anderen hier waren, maar het was wel weer apart. Niemand had er echter nog een opmerking over gemaakt, en ik kon niet wachten op de dag dat erover gesproken zou worden en ik erachter kwam wat de anderen ervan zouden vinden.
          ‘Creep, toch?’ ik wist zijn echte naam niet, dat had niemand mij verteld, ‘of zit ik helemaal fout?’
          Ik ging weer met mijn hand door mijn lange zware haren en probeerde het wat in model te brengen, niet zozeer voor Creep, maar ook omdat het opnieuw een tik van me was. Niet perse van de zenuwen, daar had ik niet bepaald last van.
          Natuurlijk kon ik het niet laten te grijnzen toen ik eindelijk besefte dat nog een beetje bloed op zijn bovenlip zat. Normaal gesproken was ik zo asociaal geweest dat ik het weg had geveegd, maar ik kende deze jongen niet en ik had geen idee hoe hij erop zou gaan reageren. Ik wees er daarom maar subtiel naar op mijn gezicht. ‘Je bent wat vergeten.’ Ik zei het niet onvriendelijk, of angstig, gewoon alsof het een van de normaalste zaken ter wereld was. Als hij het wilde vertellen zou hij het wel doen. Hij zag er vriendelijker uit dan sommige hier, dus een praatje zou niet verkeerd zijn.


    I'm your little ray of pitch black.

    Aidan Dean 'Creep' Thomson
    Ik zag haar geamuseerd grijnzen, waardoor ik wel wist dat dit in elk geval niet fout af zou lopen. Bij haar woorden en schuine hoofdje gaf ik haar een knipoog, ik wist niet heel goed wat ik anders moest doen. "Dan waren waarschijnlijk de cipiers gekomen." zei ik heel onschuldig, wat ik verre van was. Ik was hier toch het jonge jongetje in de nor, zelfs al leek dat qua reputatie en fysieke uitstraling niet zo. Ik trainde gewoon veel en had veel meegemaakt, dat was alles. Ik liet mijn ogen over het meisje heen gaan, toen ik haar ogen over mijn lichaam, die netjes in de houding stond, voelde gaan. Ze was echt een mooie dame, net wat ouder dan ik was, gokte ik zo. Ze had zeker wel haar charmes en prachtige ogen, die met de mijnen kruisten toen ze weer begon te spreken. Ik knikte koeltjes bij haar woorden. "Eigenlijk is het Aidan, maar ik heb vele namen. Die jij gebruikt is degene die de meesten kennen en gebruiken. En jij bent volgens mij Devina als ik het niet verkeerd heb." zei ik rustig met een klein glimlachje. Heel erg vond ik het niet dat verre van iedereen hier mijn naam kende. Ik was graag op mezelf en had weinig behoefte aan veel vrienden. Ik had nogsteeds een paar maten uit Ierland, die ook op de academie en in mijn troep hadden gezeten, die heel af en toe, vooral tegen de feestdagen, nog wel eens langs kwamen, om me toch een fijne paas of een goed kerstfeest en een gelukkig nieuw jaar kwamen wensen, maar dat was het ook wel. Toen ze op haar gezicht wees en haar woorden sprak, haalde ik er snel mijn tong overheen, en veegde toen het laatste beetje kwijl, gemengd met bloed, van mijn gezicht. Dat was weg. Normaal zou ik bang zijn voor verlinking, maar vreemd genoeg nu niet. "Dank je. Weet je dat er maar weinig zijn die het gewoon tegen me zeggen en me niet gewoon laten doorlopen tot een cipier het ziet en me weer opsluit voor onbepaalde tijd?" zei ik dankbaar. Dit meisje was echt best heel lief, maar ik wist niet of dat nu wel slim was om te zeggen. "Heb je zin om buiten op het plein ergens een plekje te zoeken om rustig nog even door te kletsen? of was je ergens naartoe op weg?" vroeg ik toch een beetje geïnteresseerd. Ik zou gewoon wat interactie neit erg vinden. Kijk, ik zocht niet naar vrienden, en ook met mijn celgenoot was ik verre van dikke maatjes, maar een woordenwisseling met een mooi en schijnbaar aardig meisje sloeg ik echt neit af. Ik was misschien een 'gruwelijke seriemoordenaar', maar ik was geen gestoorde lijpo zonder ogen of hormonen.


    Bowties were never Cooler


    Devina “Dracula” Black.


         
    Creep had me een knipoog toegeworpen. . ‘Dan waren waarschijnlijk de cipiers gekomen.’ Hij klonk enorm onschuldig, waardoor ik opnieuw geamuseerd naar hem gekeken had.
          ‘Ach, die zien niets, ik kan mijn zaakjes ook zelf oplossen,’ ik haalde kort mijn schouders op. Natuurlijk lette de cipiers wel op, maar die konden ook niet alles zien. En een botsing werd toch wel snel over het hoofd gezien, leek me. Het leek zo onschuldig, maar in zo’n kleine ruimte met enkel “gevaarlijke” personen was haast niets onschuldig.
          Hij had nuchter geknikt. ‘Eigenlijk is het Aidan, maar ik heb vele namen. Die jij gebruikt is degene die de meesten kennen en gebruiken. En jij bent volgens mij Devina als ik het niet verkeerd heb.’
          ‘Aiden,’ ik knikte. Dat moest ik maar eens proberen te onthouden. Het was zoveel dat de laatste dagen op me af was gekomen. ‘En dat is inderdaad mijn naam.’ Ik glimlachte lichtjes. Ik had geen idee hoe hij die precies wist, maar ach. Als je de juiste connecties had kon je het hier wel maken, dat was duidelijk te merken. Ikzelf had nog geen enkele connectie, dus ik wist vrijwel niets.
          Hij had snel het bloed van zijn lip afgelikt dat ik aangeduid had, waarna hij het weg had geveegd. ‘Dank je. Weet je dat er maar weinig zijn die het gewoon tegen me zeggen en me niet gewoon laten doorlopen tot een cipier het ziet en me weer opsluit voor onbepaalde tijd?’
          ‘Het zag er leuk uit, maar waarom zou ik anderen in de problemen brengen? Daarmee maak ik mijn aanwezigheid hier alleen maar gevaarlijker,’ zei ik met een klein glimlachje. En bovendien had ik al besloten dat ik Aiden wel mocht. En ik was enorm benieuwd waarom er bloed op zijn lip te vinden was.
          Aiden leek even te twijfelen voor hij sprak. ‘Heb je zin om buiten op het plein ergens een plekje te zoeken om rustig nog even door te kletsen? Of was je ergens naartoe op weg?’
          ‘Natuurlijk, het is hier best druk inderdaad,’ ik duidde erop dat er al twee keer iemand haast tegen me aan was geknald. De gangen waren hier dan ook niet bepaald breed, tenminste dat was niet het geval als je in het midden stil stond.
          Het was vreemd. Deze jongen leek zo anders te zijn dan de gemiddelde man die hier te vinden was. Ze zagen er dan wel leuk uit, maar ze waren niet allemaal even leuk. Er waren al enkele opmerkingen mijn kant op geslingerd waar ik wijselijk niet op had gereageerd, puur om op de achtergrond te kunnen blijven leven.


    I'm your little ray of pitch black.

    Aidan Dean 'Creep' Thomson
    Ik glimlachte een beetje bij haar woorden. Ze was duidelijk een pienter meisje, maar voor mijn gevoel ook best heel erg lief. Ik mocht haar nu, voor nu in elk geval. Ik zou nog wel zien of dat zo zou blijven, maar het was goed om eens een keer een redelijk normaal gesprek te kunnen voeren. Dat gebeurde hier namelijk maar vrij weinig. Het lag misschien ook wat aan mij, maar goed. Ik wist alleen niet of het verder zou gaan dan dit. Daarom was ik ook erg voorzichtig met hetgeen wat ik haar vroeg. Ik had wel zin om met haar verder te kletsen in de warme zon die buiten scheen. Ik haalde nog een hand door mijn krullen en glimlachte bij haar instemming. Ik knikte nog even en ging opweg naar de binneplaats, waar het rond deze tijd vaak nog heerlijk rustig was. Normaal zou ik gewoon beginnen met wat hardlopen op dit moment, maar nu liet ik me op een bankje in de zon zakken. De zon verlichtte mijn bleke huid en gaf mijn zwarte krullen een bruine gloed. Ik vond het altijd fijn om hier buiten te zijn. Ik was altijd al een buitenkind. Zelfs toen mijn familie nog leefde was ik altijd buiten te vinden, voetballen, ravotten en over het algemeen gewoon jongensachtig zijn. Ik was een doerak geweest. Dat was er wel uitgedrilt in de jaren op de academie, maar het zat nogsteeds ergens in me, waardoor ik altijd graag buiten was zodra ik dat mocht. De zon op mijn gezicht, of de regen, de wind door mijn haren, en de heldere lucht boven mijn hoofd. Ik zou hier wel willen slapen als het mocht. Opgesloten zitten vond ik niets, zeker niet in een cel zonder raampjes. Kijk, de rust van isolatie was soms ook wel fijn, en ik kon me ook wel afleiden, maar als ik er langer moest zitten dan een week werd ik heel onrustig. Misschien was ik daarom ook wel zo blij dat ze me niet ging verlinken. Ik kon er niets tegen doen en zou weer opgesloten worden. Het was allemaal al eerder gebeurd, waardoor ik nu misschien nog wel net iets blijer was om de blauwe lucht te zien dan normaal. Ik rekte me even uit en kraakte mijn rug. Straks zou ik me lekker uitleven op de rekstok en nog wat hardlopen, maar wat sociale interactie was ook wel eens erg fijn. Zelfs met mijn celgenoot gebeurde dat zelfs maar heel weinig, wat ook weer waarschijnlijk mijn schuld was, maar goed.


    Bowties were never Cooler

    Catharina Penelope Gates

    "Goed." Antwoord Adams, terwijl hij zijn hoofd lichtjes schud. Ik ben redelijk verbaasd dat hij gewoon antwoord geeft, in plaats van een sneer. "Gates," gaat hij verder, terwijl hij mij in zich opneemt. Iets aan mijn verschijning vind hij blijkbaar amuserend, want een grijns siert zijn gezicht. "Niet voor herhaling vatbaar? Ik hoop dat ik straks weer naar de ziekenboeg hoef." Nu vertrekt zijn gezicht in emotieloosheid, wat - hoop ik - betekent dat hij zich verslagen voelt. Al besef ik dat die kans niet heel groot is - de man voor me is veel te koppig. Eigenlijk vraag ik me af wat Adams écht zou breken, wat ervoor zou zorgen dat hij zich wilt opkrullen in een hoekje, en vraagt om de doodstraf. Zou het mentaal zijn, of eerder fysiek? Nu neem ik hém op, tot ik besef dat ik nog geen antwoord heb gegeven.
    "Als het aan mij lag, zou je er niet eens meer wegkomen." Mijn stem heeft een afwezige ondertoon. Dat is het gevolg als er iets gebeurt als mij iets niet aanstaat. De luiken gaan dicht, ik trek mezelf terug, tot ik niets anders ben dan een omhulsel. Ineens besef ik waar Adams om moest grijnzen, en met een abrupt gebaar leg ik een hand in mijn hals, er kruipt een blos op mijn wangen. Zal het duidelijk te zien zijn? Waarschijnlijk wel - Hoe zal ik het moeten verbergen? Zodra iemand doorheeft door wie het komt, zal het mijn harde imago schaden, en zal ik zwak lijken. Mijn blik dwaalt af. Verdomme, ik spendeer jaren om eruit te zien als een hard iemand, maar een simpele aanraking kan het verwoesten. Ergens schaam ik me ook, wat me mateloos frustreert. Eerst moet ik ervoor zorgen dat Adams zijn bek houdt. Ik fixeer mijn blik weer op Adams, die tegen de muur aangeleunt zit. Ik toren boven hem uit, wat me erg bevalt. "Als je hier iemand over verteld, Adams, dan maak ik je af. " Mijn blik is waarschuwend, en ik geef hem een harde trap tegen zijn ribben. "Onthoud dat goed." Met die woorden haast ik me de cel uit. Beschaamd maar ook furieus, op weg naar de dichtsbijzijnde badkamer.

    [ bericht aangepast op 18 dec 2014 - 15:56 ]


    Tijd voor koffie.


    Devina “Dracula” Black.


         
    Het verbaasde me dat hij een van de weinige mannen leek te zijn die respect had getoond voor een vrouw, wat mij duidelijk maakte dat hij – ondanks de reden dat hij hier zat – toch wel respect leek te hebben. Al wilde ik nog niet te vroeg juichen bij deze mogelijke vriendschap, want sommige deden zich anders voor dan ze daadwerkelijk waren, en Aidan kon er daar makkelijk ook eentje van zijn.
          Hij begon richting de binnenplaats te lopen en ik wandelde rustig naast hem en voelde de warmte die buiten bood me al langzaam tegemoet komen waardoor ik begon te glimlachen. Heerlijk. Waarom ik daar niet eerder aan gedacht had wist ik niet. Ik was haast nooit buiten, al was ik dol op de frisse lucht, en natuurlijk de zon.
          Aiden was op het bankje gaan zitten en ik nam plaats op de rugleuning – zodat het niet echt het effect gaf waarop mensen commentaar konden leveren. En vreemd genoeg zat dat ook enorm lekker. Mijn billen waren het perfecte kussentje.
          Het kleine briesje dat er hing lieten mijn haren wapperen, die ik gefrustreerd in begon te vlechten, waarna ik de vlecht tussen mijn borsten hing. Ik kon er nooit goed tegen wanneer mijn haren in mijn ogen kwamen, het irriteerde me mateloos. Een vreemde frustratie uiteraard, vooral gezien er meer op de wereld was.
          Mijn blik gleed naar Aidan – waarvan ik echt af moest leren dat zijn naam niet ‘Creep’ was. Ik vond die bijnamen soms zo ongelofelijk vervelend. Zelfs de mijne, Dracula. Serieus? Ze waren zó cliché soms. ‘Maar Aidan, als dit niet te onbeleefd is, wat doe je hier zoal? Hoe weet je jezelf hier te vermaken? Ik heb namelijk nog géén idee en ben een beetje op zoek naar een uitlaatklep,’ begon ik, ‘met al die frustraties en zo.’
          Even keek ik rond. De cipiers stonden er maar droogjes bij vanachter het hek. Ze leken niet eens oog voor ons te hebben, enkel over wat zij dit weekend gedaan hadden of iets anders dat buiten de gevangenis leefde. Naar welke voetbalwedstrijd ze hadden gekeken of iets dergelijks. Het interesseerde me niet eigenlijk. Het irriteerde me echter wel. Er waren hier hele waakzame cipiers geweest, waar ik zeker voor moest opletten – al deed ik niets vreemds – maar er waren ook van die nuchtere geweest die niet één hand voor hun ogen hielden, maar hun eigen kont ermee leken te bedekken – en sommigen hadden een dikke reet ook.


    I'm your little ray of pitch black.