• "All wishes comes with a price, so be careful what your wish for"


    "A deal is a deal...
    Especially one with the devil"


    "Don't let the devil wait to long, he will take what's his"




    Op een zonnige dag in New York City komen vier vriendinnen bij elkaar. Een van hen heeft een oud boek met spreuken gevonden op zolder. Door verveling besluiten de vier vriendinnen een van de spreuken uit te proberen. Een spreuk die er voor zorgt dat hun diepste verlangen worden waar gemaakt. Het duurt niet lang voor ze alles bij elkaar aan het zoeken zijn. Twee gaan op zoek naar vreemde kruiden en de drie overgebleven zoeken een schaal, kaarsen en wierook bij elkaar. Ook graven ze de kat die al 10 jaar bij de buren in de tuin ligt op. Twee uur later hebben ze alles bij elkaar. De vier vriendinnen sluiten de gordijnen zetten de kaarsen in een kring en doen ze een voor een aan. Dan komt eindelijk het moment dat ze gaan beginnen. De oudste van het stel zet de schaal in hun midden. De anderen doen de kruiden en de botten in de schaal. Alle vier te gelijk lezen de vreemde tekst op.

    "Diabolus diabolum
    Implete spes mea.
    Tuus sum, et in perpetuum."


    Om de spreuk helemaal af te maken geven ze alle vier een druppel bloed in de schaal. Een half uur gaat voorbij maar er gebeurt helemaal niks. Ondanks dat ze niet geloofde dat het ook maar werkte zijn ze toch blij dat dit inderdaad het geval was. Langzaam staan ze allemaal op en blazen de kaarsen uit. Maar dan gebeurt er toch iets. Een voor een raken ze in trans en verschijnt er een in mantel verscholen persoon voor hen. Die ze alleen maar aan kijkt zonder iets te zeggen. Dit alles bij elkaar duurde echter maar een paar seconden. Niemand durft er iets over te zeggen en doen als of er niks is gebeurt. De volgende dag worden ze wakker en is inderdaad hun wens in vervulling gegaan.

    Een half jaar later zijn ze alle vier nog steeds gelukkig. Waar ze echter niet aan hebben gedacht zijn de kleine letters die onder aan de bladzijden stond. In hun slaap werden ze alle vier meegenomen door mannen in mantels. Dit zijn dienaren van Satan. De man die hun wensen in vervulling heeft laten gaan. Nu is het hun beurt om te betalen voor die wensen. Alle vier de vriendinnen worden de persoonlijke slaaf van satan en zijn drie zonen. Echter is dit niet een rol die ze voor altijd zullen vervullen. Ze worden namelijk opgeleid om als vrouw te dienen voor hen. Zodra ze hun ogen openen zullen ze dan spijt krijgen van wat ze gedaan hebben? Of zullen ze het accepteren en het er het beste van maken? Aan jou de keuze.

    Demones
    Demons:
    "The devil is real and he isn't a little red man with horns and a tail.
    He can be beautiful because he's a fallen angel and he used to be god's favorite."


    Hoewel dat de duivel en zijn zoons er normaal uit zien, betekend dit niet dat ze dit ook echt zijn. Ze bezitten alle vier langere hoektanden, die ze goed weten te verstoppen achter hun lippen maar wel duidelijk zichtbaar is als iemand goed kijkt. De duivel en de vier zonen hebben allemaal wel eens dwang naar bloed, hoe ze hier mee om gaan is hun eigen manier. De ogen worden volledig zwart als ze boos worden of bij een andere sterke emotie. Maar ook kunnen ze er voor kiezen om ze zwart te maken op wil. Verder zien ze er uit als een mens. Ze hoeven zich niet aan de basis behoeftes te houden zoals een mens dit wel moet doen. Dit betekend dat ze voedsel, vocht en slaap niet nodig hebben, demonen hebben hun verouderingsproces zelf in de hand. Willen ze lichamelijk ouder worden dan gebeurt dat, willen ze dat niet? Dan stopt hun lichaam met verouderen. Demonen verliezen nog steeds bloed wanneer ze gewond raken, ze genezen echter sneller. Een kleine wond is zo dicht, maar een veel grotere kost enige tijd. Na een paar dagen is er echter niks meer van te zien.

    Krachten:
    Door de jaren heen hebben de demonen ook krachten gekregen. De meeste zijn ontstaan in de pubertijd. Maar door dat ze al vele jaren misschien al wel eeuwen leven betekent dit dat ze de meeste dingen goed onder controle hebben. Al kan het natuurlijk altijd nog wel eens fout gaan. Vergeet niet dat sommige krachten uit puttend kan zijn, zelfs voor demonen. Alle krachten die bij het soort staan hebben ze ook, daar hoeft niet uit gekozen worden (behalve de elementen). Eenmaal de dames zijn getrouwd zullen die ook krachten krijgen.

    Kids
    • Elemental Manipulation: een per kind te kiezen uit, water, aarde en lucht
    • Telekinesis: (gevorderd niveau)
    • Teleportation: uitleg
    • Mind control: uitleg
    • Pain Inducement: uitleg
    • Sin Manipulation: elke zoon neemt een van de zeven zonden op zich
    Invidia (nijd - jaloezie - afgunst)
    Gula (onmatigheid - gulzigheid - vraatzucht)
    Avaritia (hebzucht - gierigheid)
    Luxuria (onkuisheid - lust - wellust)
    Superbia (hoogmoed - hovaardigheid - ijdelheid)
    Acedia (gemakzucht - traagheid - luiheid - vadsigheid)
    Ira (woede - toorn - wraak - gramschap).
    • Enhanced Condition: uitleg
    • Wing Manifestation: uitleg
    • Conjuration: alleen voorwerpen
    • Dream Leaping: alleen een droom betreden
    • Empathy: uitleg

    Duivel
    • Elemental Manipulation: alle 4 de elementen
    • Telekinesis hoogste niveau, met lvl beperkingen
    • Teleportation: uitleg
    • Mind control: uitleg
    • Pain Inducement: uitleg
    • Sin Manipulation: uitleg
    • Enhanced Condition: uitleg
    • Wing Manifestation: uitleg
    • Conjuration: voorwerpen en hell wezens
    • Dream Leaping: uitleg
    • Empathy: uitleg
    • Necromancy: uitleg
    • Resurrection: uitleg
    • Desire manipulation: uitleg
    • Magic: om wensen te vervullen


    Hel
    De hel ziet er op zich redelijk normaal uit. Zie het voor je als een groot landgoed in de middeleeuwen. Dit betekend echter niet dat het hier heel mooi is. In de hel is het altijd warm, wat op zich zijn voordelen heeft. Aan de hemel is alles rood. Van de wolken tot aan de maan. De hel kent geen zon, dit betekend niet dat hun maan niet vel is. Deze is wel fel, fel genoeg om dag en nacht de straten te verlichten. Het is dus ook nooit donker in hel. Aan de rand van de stad staat een groot kasteel waar Satan, zijn kinderen en de slaven leven. Echter diep in de kelder daar begint hel pas echt. Hier komen de zielen terecht en worden ze gemarteld. Over het landgoed heb je vele bossen maar ook velden en een meer. Hier en daar staat er een huis op het land waar andere demonen wonen. Je hebt hier geen moderne spullen. Ze hebben ook geen stroom etc. Ze verplaatsen zich in hel door paard en wagen. Elke demon kan gemakkelijk door een poort naar de aarde gaan en mensen mee nemen. Maar een mens kan niet alleen door de poort heen dit zal hen doden. De poorten worden namelijk bewaakt door helhonden die door het menselijk oog niet te zien zijn alleen wanneer ze dit willen. De dieren in hel zien er niet uit zoals op aarde. Ze hebben allemaal iets engs en zijn ook niet allemaal zo vriendelijk als je ze lastig valt.


    Regels:

    – 400 woorden minimaal, is makkelijk te halen.
    – Minstens 3 keer in de week reageren.
    – Niet meer dan 1 personage.
    – Een reservering blijft 48 uur staan.
    – geen perfecte personages.
    – Hou het realistisch.
    – 16+ is toegestaan.
    – Voor er weer gepost mag worden moeten er twee andere mensen voor je hebben gepost.
    – Naam verandering door geven.
    – Leef je de regels niet na, dan word je na de tweede waarschuwing er uit gegooid.


    Rollen:
    Meiden:
    VOL
    Emmeline Lily Arksel • Ondina • Haar zicht terug krijgen • (1/1)
    Lilith Evelyn Brauer • Poshlost • Oneindig rijkdom • (1/2)
    Sidney Arizona Wellington • Philip • Eternal Beauty • (1/4)
    Leia Persephone Buchanan • Velaris • Vriend niet naar het leger • (1/5)

    Demons:
    VOL
    Lucifer • Nakamura (1/2)
    Ravi ‘Atai,• Morticia • Avaritia • (1/6)
    Cain • CavalierYouth • Luxuria • (1/3)
    Naz • Tarrant • Superbia • (1/6)


    Het begin,

    Alle dames zijn rond het zelfde tijdstip in hun slaap meegenomen door de dienaren van de duivel hem zelf, alle vier de dames zullen de volgende dag ontwaken op een koude harde vloer. Ze worden wakker in een lege kerker, met enkel een dienblad met een sneetje brood en een glaasje water vlak voor hen, geschreeuw en gejammer van de vele gemartelde zielen lijkt overal vandaan te komen. Het is een geluid wat door hart en ziel gaat, in de schaduwen van hun cel zitten hun toekomstige meesters, partners en echtgenoten al te wachten vanaf het begin dat elke dame in haar eigen cel is gelegd, tot de dames wakker zullen worden en ze zo kennis kunnen maken met hun nieuwe persoonlijke slaafjes. De cellen zijn voor nu de verblijven van de dames, ze zijn kaal en zullen wellicht sporen hebben van vorige eigenaren. Veel meer dan af en toe voedsel zullen ze ook niet krijgen, dat betekend dus dat de dames allemaal op steen moeten slapen tenzij hun meester hier anders over denkt. Elke cel ziet er uit als deze voorbeeld,

    je hebt een kans om een upgrade te krijgen dit betekend dat je van een cel naar een kleine simpele slaapkamer kunt gaan, en zo verder tot uiteindelijk de verblijven van de demon. Maar dit kan alleen wanneer de demon vind dat daar tijd voor is.

    De vertaling van de spreuk.
    Duivel, duivel
    Laat mijn diepste wensen uitkomen.
    En ik zal voor eeuwig het uwen zijn.


    Melding!Ik heb toestemming van CavalierYouth om deze rpg over te nemen

    Topics:
    Rollentopic OO1
    Praattopic OO1 l OO2

    [ bericht aangepast op 2 juli 2016 - 22:35 ]


    I love you 3000 <3

    Sidney Arizona Wellington
    '..She was an angel craving chaos.
    He was a demon seeking peace.'



    Zachtjes ademde ik in en uit terwijl ik wat met mijn ogen knipperde. Het was nog steeds donker, hoewel er een vreemd rood licht mijn kamer in scheen. Mijn bed was hard en leek gemaakt van harde stenen. Moeizaam slikte ik mijn keel waar enkele stofjes vast leken te zitten. De ruimte leek alles behalve dan op mijn kamer, maar ergens was ik dat gewend van mijn dromen. Ik droomde wel vaker dat ik ergens anders wakker werd waar ik uit moest breken en moest vluchten. Dit was dan ook alles behalve nieuw voor mij.
    Ik kroop wat overeind, voor ik mezelf op mijn voeten wist te krijgen. De schemerlicht prikte akelig in mijn ogen en mijn lichaam voelde onwijs stijf. Het waren een paar eigenschappen die ik niet herkende uit mijn dromen. Je kon dan ook niet echt pijn hebben in dromen en dit voelde dan ook onwijs echt aan. Ik liet mijn vingers over de warme stenen muur glijden, waar mijn hand tegen een soort ijzeren ketting aan stootten. Akelig rinkelde het ijzer tegen de muur en de grond aan, maar in plaats van stil te vallen, bleef het door gaan, naast de vreemde kermende geluiden uit de verte. Ik wist niet waar deze geluiden vandaan kwamen, maar het ene moment leken ze meer dichterbij dan het andere moment. Het enige wat ik wel wist is dat het me misselijk maakte, net zoals de botten op de grond. Ik moest wel een heel luguber persoon wezen om zulk soort dromen te dromen.
    Langzaam liep ik met mijn bloten voeten over de krakende botten op de vloer richting de celdeur. Een beter woord hiervoor kon ik dan ook niet vinden. Het was precies zo’n zelfde deur als je in The Green Mile zag en in Shawshank Redemption. Ik hield mijn hoofd wat schuin terwijl mijn ogen zich samen knepen om wat wijs te worden uit het donker. Mijn ogen waren middels al wat aan het duister gewend, maar het enige wat ik kon zien waren rare donkere silhouetten in het kleine licht wat zich rond mijn deur bevond.
    Dit alles leek zo nep en echt tegelijk dat ik niet meer wist wat ik ervan moest vinden. Zachtjes schopte ik wat botten weg, wat weer een akelig rinkelend opleverde. Echter maakte ik me alles behalve zorgen dat er misschien mensen of monsters – wat mijn droom of werkelijkheid ook verzonnen had - op het geluid af ging komen. Eigenlijk wachtte ik daar juist op. Als ik eenmaal gezien had waar ik mee te maken had kon ik pas oplossingen verzinnen. Je kon niet van iets wegrennen zonder te weten waarvoor.
    Zachtjes knielde ik neer bij de deur, waar ik plek had gemaakt met mijn voet om veilig te gaan zitten zonder dat een bot onder je ligt. Ik staarde wat naar de schimmen op de muur, terwijl ik mijn armen over mijn benen drapeerde. Wachtend om wakker te worden.


    When I taste Tequila, Baby, I still see ya


    R A V I      ‘A T A I



    Redelijk chagrijnig had de man zijn weg maar gemaakt richting het vertrek van de meid die zijn vrouw behoorde te worden. Niet dat hij dat nodig had of überhaupt wilde. Het was dat zijn broeders er maar over door bleven te zeuren dat ze bezoek nodig had, anders was hij hoogstwaarschijnlijk helemaal niet gegaan. Om geheel eerlijk te zijn, was hij het zelfs al enkele malen vergeten, waardoor ze eveneens later op was gehaald dan de rest. Hij had een helpertje in moeten schakelen dat voor hem te doen. Verdomde zielen. Verkloten hun leven en je kunt ze niet eens gebruiken voor huishoudelijk werk.
          ‘Here comes a candle to light you to bed,’ begon hij te murmelen, terwijl hij zijn vingers over de tralies liet glijden, ‘here comes a chopper to chop off your head.’ Het kinderrijmpje was één van de weinige die hij wel kon waarderen, gezien er zoveel nergens op sloegen. Ravi bekeek de verdorven zielen met een halve grijns, wat bij hem altijd een malicieus aanzicht gaf. Mensen waren absoluut niet de mooiste creatie ooit, eerder de domste. De keuzes die ze maken, zijn achterlijk en naïef en dan verwachten ze nog een gelukkig leven te leiden. Een honend geluidje was bij hem vandaan te horen. Velen die in de Hel terechtkwamen, hadden hen laten leiden door kleine pleziertjes en “van het pad afgeraakt”, hoe men ook zegt. De gemartelde zielen waren nooit stil, ze jammerden en zeurden altijd door en wanneer er een enkel moment rust was, gingen ze daarna al snel weer door.







          ‘Ah, hier zijn we dan.’ De demon tikte enkele keren tegen de tralies aan, om er vervolgens grijnzend tegenaan te leunen met zijn arm boven z’n hoofd. Turen in het donker hoefde hij niet met zijn geweldige zicht, hij kon haar al zien.
          ‘Diabolus, diabolum. . .’ hoorde hij net nog, waardoor hij liet weten wat hij ervan dacht door z’n neus op te trekken.
          ‘Mooi, nu hoef ik je niet zo’n stomme vraag te stellen, want het is natuurlijk overduidelijk waarom je hier bent.’ Met een diepe zucht kantelde hij zijn hoofd. ‘Hoezo deed je dat nou?’ Het begon zo langzamerhand te lijken alsof Ravi haar de les las. ‘Zeggen dat je voor eeuwig van de Duivel bent. . . Niet erg slim, hé. Maar goed, niet veel mensen zijn dat, daar geef ik je dan wel gelijk in.’ Het leek eerder alsof hij tegen zichzelf praatte dan tegen haar, want alles wees erop dat hij deed alsof ze er eigenlijk niet was. ‘Ik heb er ook geen zin in, maar. . .’ Ravi zat er niet op te wachten haar onder z’n zogenaamde vleugel te nemen. Zijn toon was de gehele tijd denigrerend en zelfs lichtelijk minachtend.
    Met een handgebaar stond hij in de cel, met z’n armen over elkaar en vernauwde ogen bekeek hij haar van top tot teen. ‘Firsts things first—,’ mijmerde hij, waarop een knipgeluid klonk van zijn vingers en een ijzeren ketting rondom haar keel was verschenen, waarvan hij het uiteinde in zijn hand vast had. ‘Zo.’ Ravi bleek helemaal in z’n nopjes te zijn nu, wat aan de brede glimlach op zijn gezicht te zien was.
          ‘O, waar zijn mijn manieren! Wil je misschien wat te eten? Je hebt het andere laten staan, zie ik.’ Alweer een handgebaar. Dit keer verscheen er een voerbak, normaal gezien voor een hond, met wat prut erin. ‘Kom op, tast toe.’ Hij trok wat aan de ketting die zich rond de nek begaf, terwijl dezelfde glimlach z’n mond sierde.

    [ bericht aangepast op 27 juni 2016 - 22:26 ]


    Quiet the mind, and the soul will speak.

    Cain - Demon

    Het duurde niet heel lang meer voor ik een verandering op merkte aan haar hartslag en ademhaling, hoe haar hartslag eerder nog langzaam het bloed door haar lichaam had laten stromen begon het hart sneller te kloppen. Haar ademhaling begon oppervlakkiger te worden en uiteindelijk zag ik haar iets bewegen, natuurlijk kon ik mezelf meteen beken maar maken. Maar ik besloot me voor nu nog stil te houden, me in de schaduwen te verbergen en te zien hoe ze zou reageren op haar nieuwe onder komen. Het verbaasde me echter wel dat mijn vader deze jonge dame niet had gekregen. Zij was immers de gene geweest waar door de andere drie hun ziel hadden verkocht. Zij was de gene die mijn vader vier zielen had bezorgd, waar door hij en zijn zonen nu een vrouw zouden krijgen. Waarom dit nou plots moest wist ik niet, ik had anders genoeg aan mijn vrijgezelle leven. Als ik wou kon ik elke nacht een andere vrouw in mijn bed hebben, niet alleen omdat ik er goed uit zag. Maar ook door mijn sin, maar ik gebruikte echter meer mijn knappe koppie dan mijn sin. Het hielp me zeker om het laatste restje twijfel weg te nemen, maar ik verveelde me nooit. Dat was een ding waar ik erg zeker van was, mijn leven zou dan ook volledig veranderen door de jonge dame wat overeind was gekropen. De vele vrouwen die ik normaal de tijd had zou ik gedag moeten zeggen, ik had het niet zo op liefde maar ik zou nooit vreemd gaan als ik ook maar in een soort van relatie zou zitten. Ik schudde mijn hoofd om mijn gedachten weer vrij te krijgen en richtte mijn volledige aandacht op Sydney, zij had mijn aandacht meer nodig dan mijn eigen gedachten. Op dit moment was dat veel belangrijker, dan waar ik zelf aan dacht. Dus keek ik in stilte toe hoe ze bewoog en alles in haar op nam, wat ze precies dacht wist ik niet. Al zou ik daar binnen enkele seconden achter zou kunnen komen, maar dat was iets wat ik niet deed. Het viel me eigenlijk nu pas op dat de cel bezaaid was met botten, waarom deze cel niet op was geruimd wist ik niet, maar het was wel iets wat ik zou gaan melden, en vooral zorgen dat het gedaan zou worden. Zodra ik haar daar zag zitten liet ik mezelf toch voor enkele seconden toe in haar gedachten, precies genoeg om te weten waar zij over dacht. Vervolgens duwde ik mezelf omhoog en klopte ik mijn broek af voor ik mijn handen in mijn zakken stopte en langzaam haar kant op kwam lopen, het licht weg van mijn verstop plek. Zonder wat te zeggen nam ik plaats naast haar op de grond nadat ik een aantal botten had laten verdwijnen om vervolgens ook voor me uit te kijken. Voor even was ik stil, tot ik naar op zij keek en mijn blik over haar heen liet glijden. "Je zult niet meer wakker worden Sydney." Sprak ik zacht, mijn stem klonk onbewust wat duister. "Want dit," Bij die woorden bewoog ik mijn hand door de omgeving heen. "Is geen droom, dit alles is echt." Ik keek van haar weg en haalde eens diep adem. "Zes maanden geleden heb je een wens gedaan door de volgende woorden op te spreken. Diabolus diabolum, Implete spes mea, Tuus sum, et in perpetuum. En nu is het aan jouw en je vriendinnen om de duivel terug te betalen." Ik liet mijn blik kort over haar heen gaan en was ergens benieuwd hoe ze zou reageren.

    † Lilith Evelyn Brauer †
    ‘‘Rote Haare und Sommersprossen sind des Teufels Artgenossen.’’

    Plots hoorde ze een zacht gezang, zo leek het. Ze probeerde zich er zo op te focussen dat ze schrok van het volgende geluid.
    ‘‘Ah, hier zijn we dan.’’ Ze draaide zich in een snelle beweging om naar de tralies, waar een niet onknappe man stond. Even vergat ze het feit dat ze daadwerkelijk in een kerker zat, maar dat gevoel bekroop haar snel weer toen hij opnieuw sprak.
    ‘‘Mooi, nu hoef ik je niet zo’n stomme vraag te stellen, want het is natuurlijk overduidelijk waarom je hier bent.’’ Ze wilde antwoorden maar hij begon weer: ‘‘Hoezo deed je dat nou? Zeggen dat je voor eeuwig van de Duivel bent, niet erg slim hè.’’ Ze rolde haar ogen en beet geïrriteerd op haar lip.
    ‘‘Nou, mijn excuses hoor. Ik ben nou eenmaal niet vloeiend in Latijn.’’
    ‘‘Ik heb er ook geen zin in, maar...’’ Binnen een milliseconde stond hij in haar kerker, nog geen paar meter verwijderd van haar, en ze kon het niet laten om hem kort aan te staren. Haar onderbewustzijn gaf haar momenteel een klap in haar gezicht, welke gek dacht nu aan het uiterlijk van een persoon als die persoon een... duivel is?
    Ze zag hoe hij haar ook bekeek en plots schaamde ze zich, een gevoel wat haar lang onbekend is geweest. Het was dan ook niet elke dag dat ze een blokje om nam en in de hel eindigde.
    Haar gedachten werden onderbroken door iets wat hij zei, ze kon niet horen wat, en voordat ze überhaupt bedacht wat er gebeurde zat er een ketting om haar nek. Het ijzer was koud en door de plotse paniek spanden haar nekspieren zich aan, waardoor het nog strakker ging zitten en ademhalen een pak moeilijker werd.
    De man, duivel, bleek ontzettend tevreden met zichzelf en glimlachte een duistere lach.
    ‘‘O, waar zijn mijn manieren! Wil je misschien wat te eten? Je hebt het andere laten staan, zie ik.’’ Ze voelde hoe hij aan de ketting trok en zag een bak met hondeneten verschijnen. No way... Ze probeerde haar ademhaling onder controle te krijgen en wendde haar gezicht van de bak af. Ze trok haar neus op en duwde de bak weg met haar kin.
    ‘‘Als je denkt dat ik dat ga eten, heb je het mis.’’ Siste ze en keek hem aan, zich niet beseffend dat ze zojuist waarschijnlijk haar eigen doodvonnis had getekend. Haar hart klopte hard in haar keel en ze haalde oppervlakkig adem.
    ‘‘Dus, als je me hier niet wil, ben je vrij om me terug te sturen. Zo entertainend ben ik niet.’’ Nog steeds keek ze hem strak aan, deels omdat ze woedend was, deels omdat hij nogal betoverend was.


    tya

    Sidney Arizona Wellington
    '..She was an angel craving chaos.
    He was a demon seeking peace.'



    Rustig bleef ik stil zitten, terwijl mijn haren plakkend tegen mijn hoofd aanlagen. Het zou iets zijn waar ik me zorgen om moest maken, maar ik deed het voor een keer niet. De kloppende hoofdpijn was echter meer iets waar ik me zorgen over maakte. Ik wist dat ik deze ochtend een examen had en dat ging eenmaal niet makkelijk als er een monster je hersenen uit probeerde te breken. In plaats van over te geven aan de pijn, bleef ik kaarsrecht zitten tot uit het niets iets anders dan de flikkeringen van het licht mijn aandacht trok. Voor ik echter naar de gestalte in me op kon nemen, ging deze al naast me zitten. Ook al had deze ruimte alle reden om onrustig en bang te worden bleef ik kalm. Het was alsof ik de dood omarmde als een oude vriend.
    Ik voelde de blik van de persoon die naast mij zat, over me heen glijden, terwijl ik rustig adem bleef halen in de stoffige en warme omgeving. ‘Je zult niet meer wakker worden Sydney.’ Duister galmde de mannenstem naast me door iets wat ongetwijfeld mijn gevangenis moest voorstellen. Ergens wilde ik begrijpend knikken bij de opmerking van de man of een bot in zijn oog steken, maar geen van beide acties voerde ik daadwerkelijk uit. Het enige wat ik nog leek te kunnen doen was naar voren staren alsof ik daardoor onaantastbaar zou zijn. Ik keek dan ook niet op toen de persoon naast me met zijn hand zwaaide om de omgeving rond ons heen aan te geven. ‘Want dit, is geen droom. Dit alles is echt.’ De blik van de man voelde ik van mijn gelaat glijden, wat me toch ietwat zenuwachtig deed slikken terwijl ik mijn ogen sloot. Ergens wist ik wel dat het echt was en ergens wist ik al hoe dit allemaal gekomen was, of heeft kunnen komen maar het kon niet. Ik was zo vol van vertrouwen dat het boek kinderspel was, maar gezien mijn verlangens en hoop te groot was had ik het toch gedaan, ook al had ik het bij mijn vriendinnen afgedaan als een grote grap. Toch wist ik dat ik niet de enige geweest kon zijn met deze verlangens gezien we allemaal stuk voor stuk de benodigde ingrediënten bij elkaar geraapt hadden. Dat het zou werken hadden we allemaal niet kunnen weten en de woorden had ik nooit begrepen of willen begrijpen. Ik had nooit verwacht dat de duivel werkelijk zou bestaan. Naar mijn mening was de duivel noch God ooit echt geweest want er was grofweg geen bewijzen voor, maar nu, nu dacht ik wel wat anders.
    ‘Ze s maanden geleden heb je een wens gedaan door de volgende woorden op te spreken. Diabolus diabolum, Implete spes mea, Tuus sum, et in perpetuum. En nu is het aan jouw en je vriendinnen om de duivel terug te betalen.’ Ik knikte bij zijn laatste woorden, waar ik mijn blik eindelijk van de silhouetten op de muur afhaalde om naar de bruine –ietwat – stekelige haren van mijn metgezel te staren. Zijn ogen waren blauw, hoewel ik verwacht had dat ze een onmenselijke kleur zouden bedragen. Het enige onmenselijke wat ik uit zijn ogen kon halen is het feit dat ze misschien iets te blauw waren. ‘Zijn mijn vriendinnen ook hier?’ mijn stem trilde lichtjes hoewel dit niet van verdriet of angst was. Het was meer doordat ik een tijd niet had gepraat en om het feit dat ik geen van mijn vriendinnen ooit dit aan had willen doen. We waren nog jong, maar de duivel was sluw. Ik wist niet eens wie de persoon naast me was, hoewel ik niet vermoedde dat Lucifer hemzelf met iemand simpels als mij zal praten. Toch wist ik dat je beter maar niet te roekeloos met je worden kon wezen op een moment als deze en zeker niet de Engel van het Licht kon beledigen in zijn bijzijn. Ik poogde dan nog een laatste keer om mijn droge keel te smeren met het laatste restje speeksel wat ik nog bezat, voor ik mijn blik van de man naast me afhaalde. ‘Ben jij de duivel?’


    When I taste Tequila, Baby, I still see ya

    Leia Persephone Buchanan

    I'M NOT SAYING I HATE YOU, WHAT I'M SAYING IS THAT YOU ARE LITERALLY THE MONDAY OF MY LIFE

          Het duurde niet lang voordat er een man verscheen. Zo'n eentje die bijgelovige meisjes verwachten tegen gekomen, als een waarzegster ze verteld dat ze een "tall, dark and handsome stranger" zullen tegenkomen. Zelf had ze lichtelijk haar wenkbrauwen op getrokken toen hij in beeld verscheen. Hij sprak haar naam uit, waarop ze hem afwachtend aan keek, maar er kwam niet veel meer uit. Hij liet echter wel zijn blik over haar heen glijden en Leia voelde zich haast alsof ze bij een vleeskeuring was. Ze ging er echter nog steeds vanuit dat het één of andere grap was, dus de man was waarschijnlijk een acteur, wat dan ook de reden was dat ze er niks van zijn. Een erg aantrekkelijke acteur, dat wel. Ze wist vrijwel zeker dat er iets leuks onder dat shirt van hem zou zitten. Een lichte frons verscheen op haar gezicht bij die gedachten, niet geheel zeker wetend waar die vandaan kwam.
          Toen knipte de man met zijn vingers, waarna hij plotseling in de cel stond. Ze knipperde enkele keren met haar ogen en floot daarna zachtjes. Dat waren goede special effects. Daardoor begon ze meer te vermoeden dat het Lilith was die een grap uithaalde, gezien die daar zeker het geld voor zou hebben. ‘Welkom in de hel, Leia, weet je waarom je hier bent?’ vroeg de man, wat voor Leia bevestigde dat Lilith er inderdaad achter zat. Ze moest de man kudo's geven, want hij was echt een goede acteur. En ook kudo's aan degene die de special effects deden, want ze had geen flauw benul hoe ze dat ooit voor elkaar hadden gekregen. Misschien was hij wel een hologram.
          ‘Diabolus diabolum, Implete spes mea., Tuus sum, et in perpetuum. Weet je nog?’
          Het was enkele seconden stil in cel, op het akelige geschreeuw na, waarna Leia geamuseerd begon te lachen. Ze kreeg haast buikpijn van het lachen en toen ze eindelijk uitgelachen was, veegde ze enkele tranen uit haar ooghoeken. 'Juist, en jij bent dan zeker de duivel en ik ben de koningin van Engeland,' grinnikte ze zachtjes na. Dit was de beste grap die ooit met haar uitgehaald was. Met pretlichtjes in haar ogen kwam ze overeind. Dat ze in haar onderbroek voor de man stond was geen ideale situatie, maar daar was niet bepaald iets aan te doen. Bovendien had hij haar daarnet toch al bekeken, dus zoveel maakte het ook niet uit. Hij had vast wel eerder vrouwen zo gezien. En het kon nog altijd een hologram zijn. Om dit verder te bestuderen ging ze voor hem staan. Hij zag er wel verdomd echt uit. Er was maar één manier om achter te komen. Ze prikte met haar wijsvinger in zijn borstkas. 'Hmm.' Dat was zeker echt. Al wilde dat nog niet veel zeggen, goochelaars haalden dat soort trucjes ook uit. Ze klakte met haar tong en keek de man onderzoekend aan. 'Bewijs het maar,' daagde ze hem uit. 'Want je kunt net zo goed één of andere ingehuurde goochelaar zijn.'


    To the stars who listen — and the dreams that are answered

    Emmeline Lily Arksel • Naz • Haar zicht terug krijgen

    “Dat ik zo betoverend ben voor het oog is begrijpelijk, maar staren is onbeleefd, jongedame.” Een lichte blos verscheen op haar wangen en Emmeline wist niet hoe snel ze haar ogen van hem af moest halen, waar door ze op zoek ging om ergens anders naar te kijken. Hier door zag ze dus ook niet hoe hij zijn wijsvinger bewoog als of ze een klein kind was, ze zou het heel hard kunnen ontkennen. Maar de mag zag er zeker wel betoverend uit, het klonk vreemd zo in haar hoofd. Ze had mannen gezien die er zo veel knapper uit zag, dan hem in haar ogen maar toch had hij zeker wel iets. Misschien was het zijn houding, misschien was het hem gewoon helemaal.
    Maar hij was in haar ogen redelijk aantrekkelijk om het zo maar even te noemen, maar zo mocht ze niet denken want ze had Taylor, vergeleken met deze man was Taylor zelf een jochie. Emmeline schudde haar hoofd om haar zelf weer bij elkaar proberen te pakken iets wat al een hele tijd niet leek te lukken nu ze zich hier bevond. Een zucht verliet haar lippen waarna ze langzaam omhoog keek en haar blik toch weer ongemerkt over de man liet dwalen, wie was hij? En wat deed hij hier bij haar? Het waren vragen die waarschijnlijk niet geantwoord zouden worden, niet tenzij ze het vroeg waarschijnlijk, maar ze besloot het niet te doen. Zulke vragen waren voor later. Ze moest eerst er achter komen wat ze hier deed, waarom ze hier was en vooral hoe ze hier weer uit kon komen.
    Waarom ze hier was daar kwam ze zelf al snel genoeg achter, “Eén punt voor mevrouw. Goed zo,” Wat verward keek ze hem aan, niet helemaal begrijpend wat hij daar mee bedoelde?
    Waarom zou ze in vredes naam punten krijgen, wat was dit allemaal voor onzinnige dingen. Emmeline haar ogen werden groter toen ze op merkte hoe een oud uit ziende boek te voorschijn kwam samen met een pen. "Hoe?" Ze keek toe hoe hij iets op begon te schrijven, en eerlijk waar ze snapte er helemaal niks meer wat van. "Maar wat, wacht." Ze vernauwde haar ogen iets terwijl ze de man beter bekeek. Op zoek naar iets wat haar een antwoord zou geven. "Ben jij?" Ze stopte weer met praten en schudde kort haar hoofd. "Nee, nee dat kan niet. Toch?" Ze begon op de binnen kant van haar lip te bijten terwijl ze langzaam een stap naar voren deed en haar hoofd iets schuin hield. "Wat ben jij?" Vroeg ze uiteindelijk zachtjes, aarzelend. Zodra ze eerlijk toegaf dat ze niet wist waar ze zich bevond keek ze toe hoe de man op stond, zodra zijn voetstappen door de kerker weergalmden deed ze langzaam een stap naar achteren proberend om uit zijn buurt te komen.
    Maar helaas, voor ze het wist voelde ze zijn arm om haar schouders heen. “Beste ziel, dit is vanaf heden jouw vertrek.” Ze volgde zijn blik en slikte bij het idee dat dit vanaf nu de plek was waar ze zou verblijven. Maar al snel ging haar aandacht naar wat anders, namelijk het woordje ziel. Betekende dat, dat ze dood was? Nee, nee dat kon niet. Ze was nog veel te jong om dood te gaan en ze was gezond verklaard door de dokter, maar als ze wel was overleden dan betekende dat dat ze in de hel was beland. Ze geloofde niet bepaald in de hemel en de hel, maar ze was er zeker van dat haar zicht terug was gekomen door middel van de spreuk die ze eerder had gedaan met haar vriendinnen. En dat leek haar niet het werk van de heilige heer, haar blik gleed weer terug naar de man. "Ben jij de duivel?" Vroeg ze terwijl haar blik weer over hem heen gleed. In haar ogen zag hij er niet bepaald uit als een duivel, maar hij zag er zeker ook niet uit als een engel. Hij had iets van duisternis over zich heen, heel veel duisternis.
    “Ik weet het, het is niet een van de mooiste.. veiligste vertrekken, maar mijn Casper zal je beschermen en de wacht houden.” Langzaam gleed haar blik over het vertrek heen om uiteindelijk bij de Casper uit te komen waar de man het waarschijnlijk over had, haar blik gleed over het dier heen en ze wist eigenlijk niet eens of het wel een dier te noemen was. Het had iets weg van een hond maar was in haar ogen veel te groot en te angstaanjagend. “Nou, dat was gezellig voor hoelang het duurde, maar het is tijd voor mij om te gaan.” Wat geschrokken keek ze naar hem, ze opende haar mond om iets te zeggen maar voor ze ook maar iets kon doen begon hij zelf te praten. “O, nog een tip:.. Kom niet te dicht bij de tralies.” Moeizaam slikte ze bij het horen van die woorden, dat betekende niet wat goeds. "Wow, wacht stop. Bedoel je dat ik vanaf nu altijd hier zou verblijven?" Emmeline keek om haar heen en voelde een rilling door haar heen gaan. Dit was niet goed voor haar huid en het idee dat ze niet eens in een spiegel kon kijken om er voor te zorgen dat ze er goed uit zag liet haar geen goed gevoel krijgen. "Kan ik dan op zijn minst een emmer met sop en een schoonmaak doek krijgen? Ik ga hier echt niet in die viezigheid rond blijven hangen."


    I love you 3000 <3

    Cain - Demon

    Om eerlijk te zijn had ik geschreeuw verwacht, woede wat dan ook maar niet de stilte en kalmte die zich naast me bevond. Maar aan de andere kant kon ik dit ook wel waarderen zo, ik hield niet van schreeuw. Tenzij ik een van mijn hobby's aan het uitvoeren was, dan was schreeuw en pijn het mooiste wat ik op dat moment ook maar kon zien en horen. Ondanks dat ik het meest menselijke was had ik ook zeker een sadistische kant, eentje die ik ook maar al te graag naar boven liet komen wanneer dit nodig was. Dat ik ook zeker wel liet gebeuren, maar voor nu was het nergens voor nodig om die kant van mij ook maar naar boven te halen. Ik liet mijn blik weer over haar heen gaan en vroeg me af of ze misschien een shock was, dat zou een hele goede reden kunnen zijn waarom ze zo stil was. Ik had al een aantal keer zo'n geval gezien, maar dat was in de martelkamers. Of eigenlijk mijn eigen martel kamer, ik deelde die kamer met niemand het was de kamer waar ik me in terug kon trekken en waar niemand me zou kunnen vinden. Zodra ik beweging zag keek ik weer op zij merkte ik dat ze me bekeek, in plaats van weg te kijken bleef ik naar haar terug kijken en liet mijn blik in de hare haken en hield haar blik voor even gevangen. ‘Zijn mijn vriendinnen ook hier?’ Even bleef ik stil terwijl ik naar de trilling in haar stem luisterde, voor dat ik antwoordde stond ik op van mijn plek en liep ik naar het dienblad wat in de hoek stond soepel pakte ik hem op waarna ik weer rustig terug wandelde om het dienblad weer neer te zetten vlak voor haar. "Drink wat." Ondanks dat mijn stem rustig was, klonk er duidelijk een bevel in. Een die zelfs de jongste kinderen nog op zouden vangen, ik nam weer plaats naast haar om vervolgens te knikken. "Ja, je vriendinnen zijn hier ook. Jullie zijn alle vier vannacht op gehaald en mee genomen, naar jullie nieuwe onder komen." Ik keek weer voor me uit en vroeg me eigenlijk af hoe mijn broers en vader het deden, hoogst waarschijnlijk zouden de andere dames al snel angsten uitstaan. Ik had ergens medelijden met ze, kort keek ik op zij naar Sydney en liet mijn blik kort weer over haar gezichtje glijden voor ik weer voor me uit keek. Ik kon natuurlijk hun voorbeeld nemen, maar zolang het meisje naast me zich zou gedragen zag ik niet in me als een monster te gedragen. Ze moest natuurlijk weten wie hier de baas was, maar ze vergaten misschien een ding mijn broers. Je had niks aan een vrouw die doodsangsten uitsloeg eenmaal je getrouwd was, en daar viel niks meer aan te veranderen. Ik had geen zin in een vrouw dat als ik ook maar een keer naar haar keek ze in elkaar kroop en doodsbenauwd zou worden eenmaal ik ook maar een zelfde ruimte in zou lopen. Sommige dingen waren niet te vergeten, natuurlijk konden we het uit hun gedachten halen maar dat hielp ook niet bepaald mee wist ik. ‘Ben jij de duivel? Wat verbaast keek ik naar opzij en schoot ik in de lach. Uiteindelijk zuchtte ik diep waarna ik nog wat na grinnikte. "Voor mij is dat een hele eer om te horen, maar ik denk niet dat de duivel daar zelf zo blij mee is." Grijnsde ik terwijl ik naar het meisje bleef kijken. "Dus nee, ik ben niet de duivel. En dat is soms maar beter ook." De duister kwam weer in mijn stem op zonder dat ik daar ook maar zelf de hand in had, het was daarnaast ook niet verkeerd om een klein beetje angst te creëren. "Maar vertel eens, waarom heb je voor Eternal Beauty gekozen?" Nieuwsgierig liet ik mijn blik over haar heen glijden terwijl ik wachtte op een antwoord.


    “Even the purest of souls can be corrupted.”

    Naz —— Demon.
    Kort wreef de man met zijn vinger over zijn lip, spelend en duidelijk vermakend met wat er zich afspeelde. De duidelijke blik die op het gezicht van de vrouw lag, was voor hem een plezier. Dat was ook een van de redenen waarom hij zachtjes gniffelde. Hij voelde een zekere emotie van aantrekking bij haar vandaan komen, wat ze later bewees door een ademtocht dat over haar lippen rolde. Zijn glimlach vergrootte ietsjes, niet eng, maar charmant. Deze man wist precies hoe hij het spelletje moest spelen en het was ook niet de eerste keer dat hij zoiets deed.
          Voor alles begon en de broers aan zinloze bruiloften deden, was deze man vaak omringt door meerdere vrouwelijke zielen. Even prachtig, maar even dom door dezelfde spreuk en afspraken. Soms hadden ze een regel verbroken, die bij hem één van de belangrijkste was. Daardoor waren sommige niet even zo mooi als van te voren.
          Hij was benieuwd wat er met ze af was gelopen, dacht hij grinnikend wanneer hij terug dacht aan die mooie tijd. Destijds had hij een dienaar bevolen hen mee te nemen en te doen met wat hij met ze wilde, omdat hij zelf moe van ze werd en meerdere regels hadden gebroken.
          'Hoe?'
          'Maar wat, wacht.'
          'Ben jij.. ?'
    Hij keek afwachtend op, zijn wenkbrauwen iets omhoog getrokken, tot ze haar zin af maakte. 'Nee, nee, dat kan niet. Toch?' Verward, en duidelijk ontdaan, had de jonge vrouw haar hoofd geschud. Enkele stappen zette ze naar voren en hij keek toe hoe ze haar hoofd schuin hield. 'Wat ben jij?'
          “Hmm,” bromde hij. Met een reden negeerde hij de stomme vraag en stond hij op van zijn stoel om haar te vertellen dat dit haar nieuwe vertrek is.
          'Ben jij de Duivel?' Kwam er nog uit haar mond rollen voor hij verder kon met zijn dingen. Weer bromde hij onhoorbaar en vervolgde hij zijn zinnen.
          Met een enkele knip haalde hij weer het antieke, bordeauxrode boek tevoorschijn. Hij hield het zo dat zij het niet kon zien. Stelt vragen voor haar beurt. Onbeleefd. Regel nr. 1. Vervolgens zette hij er een punt aftrek bij. “En het begon nog zo goed voor je,” klakte hij afkeurend met zijn tong, waarbij hij dit gebaar bekrachtigde door zijn hoofd quasi spijtig te schudden.
          Met een enkele blik op zijn horloge, kreeg hij antwoord op zijn stille vraag. Het was tijd om te gaan — wat hij tevens meedeelde.
          Van slag keek ze op naar hem, ze wilde iets zeggen, maar hij was haar voor. Op je beurt wachten, ziel. Het was iets moeilijks om te verwerken, want ze slikte moeizaam bij de woorden die hij haar zoetjes vertelde. 'Wow, wacht, stop.' De man had zich omgedraaid, maar bleef door deze woorden staan. Geërgerd trok zijn wenkbrauw. Het was een onbeleefdheid die hij haar moest afleren — hoe harder de les, hoe beter ze het afleerde. Naz keurde zoiets niet goed van zijn vrouwen. Wie commandeerde wie? Dit moest hij meteen recht stellen.
          'Bedoel je dat ik vanaf nu altijd hier zou verblijven?' Zijn zintuigen kietelden door de enorme ijdelheid die ze bezat. Duivels, zijn hoofd iets naar beneden gebogen, glimlachte hij zonder enkel geluidje, maar vooraleer hij zich vlot omdraaide was deze glimlach alweer verdwenen van zijn gezicht. Even charmant als altijd. 'Kan ik dan op zijn minst een emmer met sop en een schoonmaakdoek krijgen? Ik ga hier echt niet in die viezigheid rond blijven hangen.'
          Zonder iets te zeggen, zette hij enkele stappen naar voren. Zijn hand streelde zich over haar wang, naar haar lange lokken — tegelijkertijd liep hij loom, als een leeuw in het donker op jacht, rondom haar, waarna hij schuin achter haar stopte. Zijn aanraking van zijn lichaam was niet te voelen, maar was haast merkbaar door de dichtheid van elkaars lichamen — zijn lichaamswarmte straalde van zich af en zijn ademhaling was zo vlakbij dat ze het waarschijnlijk kon voelen.
          “Wil je ook nog een spiegel, schat?” Lispelde hij haar zachtjes in haar oor toe, verleidelijk. Het was gevaarlijk, sensueel, zo klonk het ook, maar de overmaat aan charme die hij erin legde kon men moeilijk breken. Zeker voor een hopeloos mens. Eventjes leken zijn ogen rood te zijn, maar het verdween al snel weer.
          “Je bent overduidelijk overstuur. Kom eens hier zitten.” En hij begeleidde haar naar zijn stoel toe wat pronkte en praalde. Een medelevende emotie sierde zijn gezicht. “Natuurlijk mag je dat. Wie ben ik om nee te zeggen?” Hij wreef nadenkend over zijn kin. Er was een gedachte in hem opgekomen.
          “Nu je het zegt.. Ik heb een van mijn dienaren de opdracht gegeven om het hok van Casper schoon te maken. Geen idee waar hij in Hell's naam is, maar het is wel een mooie taak voor jou.”

    [ bericht aangepast op 30 juni 2016 - 0:00 ]


    Don't walk. Run, you sheep, run.

    Sidney Arizona Wellington
    '..She was an angel craving chaos.
    He was a demon seeking peace.'



    Ik herkende zijn blauwe ogen niet, noch zijn blonde haren die op zijn hoofd lagen. Toch meende ik ergens zijn aanwezigheid te herkennen, hoewel ik niet begreep waarom. De persoon – of hoever je hetgeen wat naast me zat persoon kon noemen – die naast me zat leek iets ouder dan mij, hoewel zijn manier van praten klonk alsof hij vele jaren ouder dan mij was. Misschien streken dagen of jaren minder snel voorbij in de hel. Misschien zouden mensen het raar vinden dat ik zo gauw het feit dat ik in de hel zat accepteerde of geloofde, maar mijn oma was enorm met het occultisme bezig. De boek die ik gevonden had zat dan ook in de dozen die we hadden meegenomen toen mijn oma gestorven was. Ik had me al raar gevoeld toen ik in haar dozen aan het spitten was, maar de wetenschap dat dit had kunnen gebeuren door slechts een simpel boek uit haar spullen te pakken had ik nooit kunnen aanzien. Oma had altijd rare mystieken verhalen over het bovennatuurlijke en dat was een van de redenen waarom mijn moeder liever niet had dat ik naar haar toe ging. Ze was dan ook de moeder van mijn vader geweest die al een lange tijd niet meer bij ons was. Als de hel en hemel echt bestonden hoopte ik voor hem dat hij in de hemel beland was, gezien ik zelf nu wist hoe de hel er uit zag. De wetenschap dat een van de personen waar ik hield hier hoorde kermen zoals de doden hier deden, werkte kwellend. Misschien werd ik er binnenkort wel een van.
    Ik staarde naar het dienblad wat de gedaante voor me had neergezet. Ik wist dat hij wilde dat ik wat dronk, gezien ik een lichte dwang herkende van zijn stem toen hij sprak. Toch had ik nog geen slok van het goedje genomen. Ook al was mijn keel enorm droog, voelde ik niet te drang om te drinken. Alsof iedere beweging die ik zou teweeg brengen mijn fataal zou kunnen zijn of worden.
    ‘Ja je vriendinnen zijn hier ook. Jullie zijn alle vier vannacht op gehaald en mee genomen, naar jullie nieuwe onderkomen.’ Ik knikte mijn hoofd, terwijl zijn kijkers nog akelig over mijn gelaat voelde branden. Ik wist niet wat hij dacht of wat hij wilde, maar ik vernam ook niet dat ik daar zo snel achter zou komen. Hij had het anders wel meteen gezegd. Om mijn vraag schoot hij dan ook direct in de lach en hoe vreemd het ook kon, ik had niet verwacht dat zoiets simpels als lachen hier nog zou bestaan. Echter leek de gedaante naast me het een enorm moeilijke opgaven te vinden om zijn spontane vrolijkheid te verbergen, waardoor hij nog wat na grinnikte. ‘Voor mij is dat een hele eer om te horen, maar ik denk dat de duivel daar zelf zo blij mee is. Dus nee, ik ben niet de duivel. En dat is soms maar beter ook.’ Eindigde hij duister. Een rilling streelde mijn rug toen hij zijn laatste woorden uitsprak. De dominantie daarin was te horen, hoewel hij niet vertelde wat hij wel was. Ik wist in ieder geval wel dat hij geen hologram kon zijn. Daarvoor straalde de gedaante te veel warmte uit. ‘Maar vertel eens, waarom heb je voor Eternal Beauty gekozen?’ ging hij verder, wat me op mijn lip liet bijten. Ik wist niet waarom hij het vroeg. Het was duidelijk dat ze ons in de gaten hadden gehouden sinds de spreuk die we uitgesproken hadden anders wist hij mijn wens niet. Het idee dat ze iedere keer in een hoekje van de kamer ons aan hebben kunnen staren terwijl we daar geen weet van hadden maakte me ook een beetje misselijk. Misschien wisten ze wel meer van ons dan we konden verwachtten en wisten ze ons precies te bespelen. Het idee dat dit een droom was kwam dan ook direct weer omhoog spelen, maar ik wist dat deze hersenspinsel enkel zelfverdediging was om mezelf af te sluiten voor de werkelijkheid.
    Ik beet zachtjes op mijn droge lip, die ik door de kleine hoeveelheid spanning en warmte kapot voelde scheuren. Ze waren droog en dat liet mij weten dat ik niet slechts een half uurtje in deze warme cel had kunnen liggen. ‘Ik.. ik was niet mooi, zoals je misschien weet.’ Ik sloeg mijn ogen neer bij deze bekentenis. Het was raar en vreemd om deze hersenspinsel zo hardop voor te leggen tegen iets wat je niet wist wat het was. Ik vernam dan ook niet dat hij enige compassie ermee zou hebben, hoewel hij wel degelijk emoties leek te hebben anders had hij zojuist niet gelachen. ‘Niet zoals de rest. Ik.. ik wilde niet mezelf zijn als ik was zoals ik was.’ ik zuchtte ietwat gefrustreerd zachtjes, terwijl ik voor het sinds ik zat een volledige actie ondernam, namelijk mijn plakkerige haar uit mijn gezicht strijken. ‘Het maakt ook allemaal niet uit. Je bent toch nooit goed genoeg dus misschien is het maar goed dat ik weg ben van iets wat zich aarde noemt...’

    [ bericht aangepast op 30 juni 2016 - 12:33 ]


    When I taste Tequila, Baby, I still see ya

    De opgetrokken wenkbrauw van de jongedame maakte enkel duidelijk dat ze geen besef had van wat er precies gaande had, al had ze uiteraard haar ideeën. Het was altijd interessant waar anderen mee wisten te komen. Soms hoorde je echte de meest belachelijkste plottheorieën.
          Deze jongedame had echter een standaard reactie op mijn trucje, wat ik dan weer jammer vond. Ik had gehoopt dat ze net zo creatief was geweest als haar dromen, al blijkt ze net zo creatief te zijn als haar naam. Wat had ik oprecht een hekel aan die franchise. Een frons? Jammer. Al was het in ieder geval niet blozen, die reactie had ik nog vaker gezien.
          Haar zwarte wimpers knipperden op en neer, waarna de jongedame zacht floot. Het feit dat de jongedame geen reactie gaf verbaasde me, al veranderde mijn gezichtsuitdrukking geen enkele keer. Ze leek het allemaal niet te geloven, wat me niets verbaasde. Mensen waren zo kortzichtig soms dat het belachelijk was.
          Rustig was ik tegen de dichtstbijzijnde muur gaan staan en er tegenaan gaan hangen. Al mijn handelingen waren vreselijk nonchalant, al droeg ik uiteraard een natuurlijke elegantie waar velen jaloers op zouden zijn.
          Het bleef me verbazen hoe de jongedame nog niet beseft had dat ik haar dromen had gestalkt de laatste weken — misschien zelfs maanden, wie had er nog besef van tijd hier?
          Uit het niets schoot er een geamuseerde lach tussen haar lippen vandaan. Met mijn eigen vermakelijke — sadistische, duivelse — blik staarde ik haar afwachtend aan. Zou het al tot haar doordringen of zou ze haar eigen ideeën blijven behouden? Hoe dan ook zouden die andere vermoedens zo vergeten worden.
          Het was kort, vreselijk kort, maar ik zorgde ervoor dat mijn ogen zwart werden. Mijn blik veranderde echter totaal niet. Misschien zou het haar verwarren, misschien zou ze direct doorhebben dat er wat fout was of ze zou eventueel kunnen denken dat het een truc van haar ogen was. Ik besloot het dus nogmaals te doen, niet langer dan eerder, met uiteraard dezelfde uitdrukking op mijn gezicht.
          ‘Juist, en jij bent dan zeker de duivel en ik ben de koningin van Engeland,’ zei ze grinnikend, waardoor ik kort mijn hand nadenkend onder mijn kin hield, terwijl er een vermakelijke uitdrukking van mijn gezicht af te lezen was. ‘Misschien als je je kaarten goed weet te spelen, Leia.’ Oogcontact maken terwijl ik sprak was iets geweest dat ik altijd deed, al deed ik het met meer genoegen toen ik erachter kwam dat ik mensen op deze manier erg ongemakkelijk kon maken.
          De blondine stond kalm op terwijl haar voeten haar mijn kant op leidde. Ze stopte vlak voor me, waardoor ik mijn ogen in die van haar boorde. Haar hand werd opgeheven, waarna haar wijsvinger in mijn borstkas porde. Het was zacht, haast niet te voelen, maar het gebaar wist me — opnieuw — te amuseren. Het geluidje dat ze vervolgens maakte liet me denken dat ze niet had verwacht hier oprecht wat te voelen. Wat had deze dame voor fantasie?
          ‘Bewijs het maar,’ de blondine leek me uit te dagen, ‘want je kunt net zo goed één of andere ingehuurde goochelaar zijn.’ Haar woorden lieten mij mijn hoofd schudden. Ik zou mezelf nu niet bewijzen, enkel wanneer ik hier behoefte aan zou hebben. Misschien was het wel vermakelijker als ze in deze waas bleef hangen. Het zou mij in ieder geval vermaak geven, en dat was waar het om draaide in mijn leven — dood.
          ‘Je hebt me, jammer,’ ditmaal maakte ik mijn ogen opnieuw zwart, opnieuw kort, maar ditmaal keek ik haar recht aan terwijl ik sprak. Vervolgens knipte ik in mijn vinger, terwijl ik naast me op de grond wees. Gegrom vervolgde, wat betekende dat één van mijn helhonden zich in dezelfde cel begaf als waar we nu in stonden. ‘Ik laat deze even hier voor nu, misschien dat ik je straks nog even een bezoekje kom brengen. Doe alsof je thuis bent.’
          Binnen één oogopslag was ik dan ook verdwenen, op naar het martelen van andere verloren zielen, al waren deze dood.

    [ bericht aangepast op 1 juli 2016 - 20:19 ]


    I'm your little ray of pitch black.


    R A V I      ‘A T A I



    Haar woorden in combinatie met de toon waarmee ze het zei, bezorgde hem opnieuw de gedachte dat ze het niet lang zou redden hier. Best jammer, gezien ze nog best wat geld voor hem op zou kunnen leveren. Daarbij zou het eveneens zijn zonde voeden, dus kan het enkel win - win zijn.
          ”Mhm,” verzuchtte hij verveeld, “ik verbaas me nog altijd over het feit hoe mensen met zoveel gemak kunnen leven.” Vermeldde hij over haar uitspraak dat ze niet vloeiend was in Latijn. “Naïviteit laat echt een domme roekeloosheid in de mens los.”
    Binnen een seconde stond hij daarna bij haar in de cel, enkele meters van haar verwijderd. Opzettelijk negeerde hij de hopeloze blik die ze in haar ogen had, die hem vertelde wat ze van zijn uiterlijk vond. Emoties, nog zo’n nutteloos ding waar je niets aan had, dan kon je beter bij Cain zijn.



          Hij besloot wat sneller te handelen en een ketting rondom haar dunne halsje te toveren. Het deerde hem absoluut niets hoe ze er nu bij stond, in haar ondergoed met die ketting rond haar nek. Maar als blijk dat hij toch één van de goede kon zijn, liet hij met een handgebaar een zandbruine zak rondom haar lichaam verschijnen. “Zo.”
          Ondankbare vrouw. Ach, zij had hem er niet mee! Hij keek nog even minachtend toe hoe ze haar neus optrok en vervolgens begon te sissen: “Als je denkt dat ik dat ga eten, heb je het mis. Dus, als je me hier niet wil, ben je vrij om me terug te sturen. Zo entertainend ben ik niet.” Ze keek hem strak aan, gedeeltelijk woedend, gedeeltelijk kwijlend.
          ”Ah, maar zo werkt het niet, mevrouwtje,” grijnsde hij tevreden, een beetje malicieus misschien, terwijl hij dichterbij kwam. Zo dichtbij dat hun gezichten niet meer dan enkele centimeters van elkaar verwijderd waren. “Je bent een contract aangegaan.” Dramatische pauze. “Nu ben je van mij. Voor eeuwig.” Expres legde hij de nadruk op de twee laatste woorden, om vervolgens een duistere, barse lach te laten horen. “Ik kan met je doen wat ik wil, vergeet dat niet.” Met dezelfde brede glimlach knikte hij richting de voerbak waar de prut nog altijd inzat. “Dan eet je het niet, maar dit is waarmee je het moet doen,” liet hij weten. Wat hij echter niet liet weten, was dat ze door het juiste gedrag te laten zien zich omhoog kon werken. Zulke dingen mocht ze zelf uitzoeken, hij ging niet alles voorkauwen immers. Ravi stond op en stopte zijn ene hand kalm in z’n broekzak, terwijl hij op haar neerkeek.
          “Luister, houd je kwijl vooral binnen, ik heb geen zin in een bulldog die iets mankeert, oké.” Zijn gezicht had weer dezelfde verveelde blik. “Dus, als er verder niets is, dan ga ik maar eens.” Hij maakte al aanstalten om weg te gaan tot hij ergens op kwam. “Oh, natuurlijk, hoe kan ik dit vergeten: iets om je bezig te houden!” Met een lichte glimlach verschenen er enkele speeltjes voor haar neus, een stuk touw, een paar balletjes en een speelgoed kip.

    [ bericht aangepast op 3 juli 2016 - 14:07 ]


    Quiet the mind, and the soul will speak.

    † Lilith Evelyn Brauer †
    ‘‘Rote Haare und Sommersprossen sind des Teufels Artgenossen.’’

    Er verscheen een geamuseerde blik op het wezen voor haar en tegelijkertijd een soort juten zak om haar heen. Het schuurde aan alle kanten en was absoluut geen pretje, en meer woede borrelde op in haar binnenste.
    ‘‘Ah, maar zo werkt het niet mevrouwtje.’’ Hij kwam nog dichterbij haar en de neiging om hem een kopstoot te geven was groot. ‘‘Je bent een contract aangegaan.’’ Goh. ‘‘Nu ben je van mij, voor eeuwig.’’ Zijn schaterlach deed haar niks meer, die angstfase was ze waarschijnlijk al gepasseerd.
    Hij vertelde haar nogmaals hoe hij alles met haar kon doen, en the usual, en vergeleek haar vervolgens met een bulldog.
    Hij maakte aanstalten om te gaan en toverde vervolgens wat speeltjes voor haar. Ze beet op het binnenste van haar lip om niet te schreeuwen en nam eens diep adem.
    ‘‘Luister, TiTa Tovenaar, ik weet niet wat voor zieke grap je hier momenteel met me uithaalt, maar dit ga ik je nog betaald zetten.’’ Ze merkte hoe haar stem een octaaf hoger ging bij elk woord, en ook hoe ze harder ging spreken. ‘‘Nu rot je maar lekker op.’’ Het laatste spuugde ze zowaar eruit, terwijl ze de bak met voer omschopte, die gelukkig ondersteboven neer kwam. Ze trok hard aan de ketting om haar nek, en probeerde ergens een slot of een zwak stuk te vinden, maar tevergeefs. Ze was momenteel niet meer bezig met de persoon in de kamer, maar met zichzelf eruit te krijgen. Ze trok aan de muur en aan de ketting maar niks gaf mee. Na veel tevergeefse pogingen beet ze haar tranen weg, en de angst die snel weer de plaats in nam van woede. Ze plofte neer op de koude vloer, het jute van de zak prikte in haar blote huid, en besloot dat het misschien tijd was voor een change of plans. Ze was momenteel met haar rug richting de deuropening gericht, en wist niet of hij er nog steeds stond, maar besloot toch te spreken.
    ‘‘Luister...’’ Ze begon zacht en deed haar best om haar stem niet te laten trillen. ‘‘Denk je- u misschien niet dat het beter zou zijn als ik... bevrijd was uit mijn huidige situatie?’’ Ze beet op haar lip en ademde nogmaals diep in en uit. ‘‘Ik bedoel... je- u, mag dan alles met me doen wat u wil, maar denkt u niet dat ik meer waard ben zonder mijn... remmingen.’’ Ze rammelde demonstratief met de ketting en gooide tevergeefs haar hoofd naar achteren. Als dit dan een zieke, zieke grap was, zou ze hem meespelen ook.


    tya


          ‘Luister, TiTa Tovenaar, ik weet niet wat voor zieke grap je hier momenteel met me uithaalt, maar dit ga ik je nog betaald zetten. Nu rot je maar lekker op.’
    Hij knipperde even droog met zijn ogen, om zich tegelijkertijd terug te keren jegens haar. Echter, niet vanwege haar woorden, maar door het woord “betaald” die tot zijn gehoor was gekomen. Direct dacht hij aan de dingen die zij voor hem kon betekenen en op welke manier ze hem dan zou betalen. Van nature zou het hem het minst opleveren, dus daar zat hij niet op te wachten, maar als ze daarmee geld zou kunnen ophalen, maakte het voor hem niet veel meer uit. Straks zou hij wellicht beter advies kunnen vragen aan Cain, die had toch ervaring met dat soort dingen. Mhm. Misschien moest hij haar dan toch iets mooiers te dragen geven dan enkel zo’n juten zak, bedacht hij zich, die mannen op aarde zijn net grote baby’s.
          Ravi liet de omgeschopte bak met voer voor wat het was, voornamelijk doordat hij aandacht kreeg voor de bungelende ketting. Met een diepe zucht bekeek hij haar even, om daarna op z’n rustige gemakje richting de muur te lopen en de ketting hieraan te bevestigen, waardoor het lastiger zou zijn om los te komen. Hij keek een beetje vermakelijk toe hoe ze hier weg probeerde te komen en liet toen een droog kuchje horen. Op een geduldige wijze leunde de demon eerst tegen de muur aan.


    R A V I      ‘A T A I

    “ YOU MERELY ADOPTED
    DARKNESS——
    I WAS BORN INTO IT. “


          ‘Als het je eenzaam laat voelen, houd ik je natuurlijk gezelschap. Zo’n slechte man ben ik niet, Coco.’ Hij liet eenzelfde handgebaar zien die binnen enkele seconden een stapelbed tevoorschijn toverde. Een glimlach, die bij deze man altijd iets ondeugends had, verscheen er rondom zijn mondhoeken. Zijn ogen, die momenteel iets weg hadden van een stormgrijze lucht, wendden zich tot Coco, het gevangengenomen meisje slash puppy.
          ‘Wil je het bovenste bed, onderste bed, of wil je delen?’ Dit was zeker één van de eerste keren dat zijn toon opzettelijk een uitdagende, speelse toon had aangenomen, terwijl zijn lippen in een halve grijns waren getrokken.
          ‘Luister. . . Denk je— u misschien niet dat het beter zou zijn als ik. . . bevrijd was uit mijn huidige situatie? Ik bedoel. . . je— u, mag dan alles met me doen wat u wil, maar denkt u niet dat ik meer waard ben zonder mijn. . . remmingen.’ Het moment dat ze haar hoofd dramatisch naar achteren gooide, werd hij even opgenomen door de vuurrode haren die krullend op haar rug vielen.
          ‘Ik heb je toestemming niet nodig. Als ik iets wil, kan ik het simpelweg laten gebeuren,’ liet hij weten met een koude toon. ‘Maar even tussen jou en mij, Coco, ik weet het allemaal.’
    Hij hurkte bij haar neer en streelde met zijn ene hand over haar kaak en hals heen, om daarna haar rode lokken zowat liefdevol vast te pakken, zodat ze omhoog moest kijken. Het was echter een dunne lijn tussen liefdevol en medelijden, de manier waarop hij vervolgens door haar haren streek. Zijn vermakelijke toon was binnen de kortste keren omgeslagen, zijn stem was dodelijk serieus, alsof hij haar erop wilde attenderen maar tegelijkertijd een vreemde band probeerde te scheppen.
          ‘Je kunt niet tegen me liegen erover. Ik weet waarom je voor eindeloze rijkdom hebt gekozen. Er was nooit genoeg geld, je moeder en jij werkten zich praktisch kapot om iets te kunnen betalen. Als de stress je niet had overgenomen, voelde je je wel eenzaam en misschien zelfs moedeloos. Gaat dit nu voor altijd door? Komt er nooit een einde aan dit verdriet, deze zorgen?’ Ravi’ donkere poelen staarden in die van haar, leken zich wel een gat in haar ziel te boren om haar naakt achter te laten. ‘Ik begrijp het allemaal, m’n liefste Coco. Je vader is een gore klootzak die zijn handen niet thuis kon houden, maar ik zal je beschermen. Ik ben nu je familie.’ Hij streek opnieuw over haar hals, ditmaal verdween de bruine zak en in plaats daarvan bevond ze zich in normale kledij.

    [ bericht aangepast op 7 juli 2016 - 23:34 ]


    Quiet the mind, and the soul will speak.


    Emmeline Lily Arksel • Naz • Haar zicht terug krijgen

    Terwijl ze er uit gooide wat ze op het puntje van haar tong had liggen, had ze niet door dat ze dit beter niet kon doen. Eigenlijk wist ze helemaal niet wat ze beter wel of juist beter niet kon doen. Hoe dan ook keek ze naar haar woorden toe hoe het boek weer te voorschijn kwam waar hij iets in scheef, Emmeline ging iets op haar tenen staan in een poging te kunnen zien wat hij schreef, maar veel kon ze niet zien. Eigenlijk gewoon helemaal niks, ze begon zenuwachtig te kauwen op de binnen kant van haar wang en dat werd alleen maar erger bij het horen van zijn volgende woorden. “En het begon nog zo goed voor je,” Blijkbaar had ze iets verkeerds gedaan, en na haar iee had ze ook al wel het idee wat het ook maar was dat ze verkeerd had gedaan. Misschien was het gewoon beter om in het vervolg te vragen of ze iets mocht zeggen. Toch kon ze het niet laten om weer iets te melden, na haar idee was het van groot belang dat als ze hier moest verblijven ze op zijn minst wou dat haar cel schoon was. Ze wou het maar al te graag zelf schoon maken, dan wist ze zeker dat het goed gedaan zou worden en ze in een schone ruimte zou kunnen slapen. Zodra de man enkele stappen naar haar toe zette had ze de neiging om van hem weg te stappen maar dat zou waarschijnlijk ook geen goede keus zijn.
    Dus kon ze niks anders dan blijven staan, hopend dat de man zich bedacht. Emmeline moest moeite doen om de hand van de man niet van haar wang af te slaan, ze hield er niet van wanneer onbekende haar aanraakte. Laat staan als het iemand zoals hem was, ondanks dat het een aantrekkelijke man was voelde ze zich totaal niet gerustellend onder zijn aanraking, ze voelde juist angst en een soort van afkeer. Maar die afkeer kwam meer door Taylor haar vriend dan door de man zelf, ze haalde diep adem een poging om haar zelf onder controle te krijgen. Iets waar ze normaal zo goed in was, maar zolang de man ook maar bij haar in de buurt was, zou ze niet in staat zijn om haar zelf te kunnen herpakken. Haar oogleden trilde iets toen hij langzaam om haar heen begon te lopen terwijl de meeste verschrikkelijke ideeën die hij haar aan kon doen op dit moment door haar hoofd heen maalde, in haar gedachten hoorde ze haar longen al uit haar lijf gillen. Maar daar in tegen gebeurde er weinig nog geen klein beetje wat er ook maar in haar hoofd afspeelde, haar hartslag sloeg een aantal keer over door zijn lichaamswarmte die ze op haar eigen koude huid voelde. Maar ook zijn warme ademhaling die tegen haar huid aan sloeg liet er voor zorgen dat er een kleine rilling over haar rug heen gleed, Emmeline kneep haar ogen dicht terwijl er een traan langzaam over haar wang naar beneden gleed. “Wil je ook nog een spiegel, schat?”
    Zonder dat ze het besefte begon haar hart sneller te kloppen en werd haar ademhaling oppervlakkiger door de verleiding en sensualiteit die in zijn stem te horen was. Langzaam schudde ze haar hoofd, waar had ze in vredesnaam ook maar een spiegel voor nodig, ze wist wel waar voor maar het was niet iets wat ze hem ook maar toe wou geven. “Je bent overduidelijk overstuur. Kom eens hier zitten.” haast onder dwang liet ze haar zelf mee voeren naar de stoel heen waar ze vervolgens naar kort twijfelen op ging zitten, maar meer dan het randje nam ze niet in beslag, bang dat ze er ergens misschien beter niet op kon gaan zitten. Maar diep van binnen wist ze dat wanneer ze langer op haar benen zou staan dat het niet heel erg lang meer duurde voor ze op de grond zou liggen. “Natuurlijk mag je dat. Wie ben ik om nee te zeggen?” Een gevoel van opluchting gleed over haar heen bij het horen van die woorden, als het helemaal schoon zou zijn dan was het een stuk minder erg, Emmeline keek naar hem omhoog met de bedoeling hem te bedanken toen hij verder sprak. “Nu je het zegt.. Ik heb een van mijn dienaren de opdracht gegeven om het hok van Casper schoon te maken. Geen idee waar hij in Hell's naam is, maar het is wel een mooie taak voor jou.” Normaal zou er een teleurstelling door haar geen glijden maar voor nu bleef dit weg, al was het alleen maar om voor heel even uit zijn buurt te zijn om haar zelf te kunnen herpakken.
    Want als ze zo door zou gaan dan zou dit betekenen dat ze er door heen zou gaan, dat ze haar zelf zou gaan verliezen en dat was wel het laatste wat nu het handigst was momenteel. "Natuurlijk Meneer." Haar stem klonk wat aarzelend terwijl ze de woorden uit sprak. "Een dier hoort geen vieze hok te hebben." Of hij er nu eng uit zag of niet, in haar ogen was het een dier en een dier hoort een verschoond hok te hebben. "Als ik weet waar ik schoonmaak spullen kan vinden ga ik meteen aan de slag!" Bij die woorden stond ze op van de stoel en keek de man aan, wachtend op een antwoord. Ze kon echt niet wachten tot ze ook maar heel even uit zijn buurt zou zijn

    [ bericht aangepast op 8 juli 2016 - 23:52 ]


    I love you 3000 <3