• Op een zonnige dag in New York City komen 4 vriendinnen bij elkaar. Een van hen heeft een oud boek met spreuken gevonden op zolder. Door verveling besluiten de 4 vriendinnen een van de spreuken uit te proberen. Een spreuk die er voor zorgt dat hun diepste verlangen worden waar gemaakt. Het duurt niet lang voor ze alles bij elkaar aan het zoeken zijn. Twee gaan op zoek naar vreemde kruiden en de twee overgebleven zoeken een schaal, kaarsen en wierrook bij elkaar. Ook graven ze de kat die al 10 jaar bij de buren in de tuin ligt op. Twee uur later hebben ze alles bij elkaar. De vier vriendinnen sluiten de gordijnen zetten de kaarsen in een kring en doen ze een voor een aan. Dan komt eindelijk het moment dat ze gaan beginnen. De oudste van het stel zet de schaal in hun midden. De anderen doen de kruiden en de botten in de schaal. Alle vier te gelijk lezen de vreemde tekst op.

    "diabolus, diabolus
    fac mea maxime cupiditas ubi
    Tuus sum, et in perpetuum"


    Om de spreuk helemaal af te maken geven ze alle vier een druppel bloed in de schaal. Een half uur gaat voorbij maar er gebeurt helemaal niks. Ondanks dat ze niet geloofde dat het ook maar werkte zijn ze toch blij dat dit inderdaad het geval was. Langzaam staan ze allemaal op en blazen de kaarsen uit. Maar dan gebeurt er toch iets. Een voor een raken ze in trans en verschijnt er een in mantel verscholen persoon voor hen. Die ze alleen maar aan kijkt zonder iets te zeggen. Dit alles bij elkaar duurde echter maar een paar seconden. Niemand durft er iets over te zeggen en doen als of er niks is gebeurt. De volgende dag worden ze wakker en is inderdaad hun wens in vervulling gegaan.

    Een half jaar later zijn ze alle vier nog steeds gelukkig. Waar ze echter niet aan hebben gedacht zijn de kleine letters die onder aan de bladzijden stond. In hun slaap werden ze alle vier meegenomen door mannen in mantels. Dit zijn dienaren van Satan. De man die hun wensen in vervulling heeft laten gaan. Nu is het hun beurt om te betalen voor die wensen. Alle vier de vriendinnen worden de persoonlijke slaaf van satan en zijn 3 zonen. Echter is dit niet een rol die ze voor altijd zullen vervullen. Ze worden namelijk opgeleid om als vrouw te dienen voor hen. Zodra ze hun ogen openen zullen ze dan spijt krijgen van wat ze gedaan hebben? Of zullen ze het accepteren en het er het beste van maken? Aan jou de keuze.

    Demons
    Demons:
    Hoewel dat de duivel en zijn zoons er normaal uit zien, betekend dit niet dat ze dit ook echt zijn. Ze bezitten alle vier langere hoektanden. Wat ze hier mee doen etc is helemaal aan hun zelf. De ogen word volledig zwart als ze bos worden of bij een andere sterke emotie. Maar ook kunnen ze er voor kiezen om ze zwart te maken. Verder zien ze er uit als een mens. Alleen heeft honger en ouder worden niet echt grip op ze. Ook hoeven ze niet elke avond te gaan slapen maar hier kunnen ze wel voor kiezen. Zodra ze er voor gekozen hebben om niet meer ouder te worden dan stopt het veroudering proces. Demonen verliezen nog steeds bloed wanneer ze gewond raken. Ze genezen alleen sneller dan een mens. Een grote snee of wond zou minstens een tot twee dagen blijven zitten, maar na die twee dagen is er niks meer te zien zelfs geen littekens.

    Krachten:
    Door de jaren heen hebben de demonen ook krachten gekregen. De meeste zijn ontstaan in de pubertijd. Maar door dat ze al vele jaren misschien al wel eeuwen leven betekent dit dat ze de meeste dingen goed onder controle hebben. Al kan het natuurlijk altijd nog wel eens fout gaan. Vergeet niet dat sommige krachten uit puttend kan zijn, zelfs voor demonen.

    Jay, Junior & Ivory
    - 3 van de 4 elementen, water, aarde en lucht.
    - Telekinesis (gevorderd niveau)
    - Portal Creation (Kunnen teleporteren door middel van een portaal die gemaakt word door hun element)
    - Mind control (Het beheersen/lezen van het menselijke brein)
    - Enhanced Senses (Verbeterde zintuigen)
    - Enhanced Agility (Leniger dan de mens)
    - Enhanced Speed (sneller dan de mens)
    - Enhanced Strength (Sterker dan de mens)


    Blake
    - 4 elementen (vuur de sterkste)
    - Mind control (Het beheersen/lezen van het menselijke brein)
    - Enhanced Senses (Verbeterde zintuigen)
    - Enhanced Agility (Leniger dan de mens)
    - Enhanced Speed (sneller dan de mens)
    - Enhanced Strength (Sterker dan de mens)
    - Telekinesis (hoogste niveau, met lvl beperkingen)
    - Empathie (uitgeschakeld)
    - Teleportatie (zonder portals)
    - Summoning (versterkend & using: vb leger oproepen, hellhounds roepen, maar zelf niet sterker worden)
    - Necrokinesis (De mogelijkheid tot onmiddellijke dood veroorzaken)
    - Resurrection (De mogelijkheid om de doden te doen herleven)


    Hel
    De hel ziet er op zich redelijk normaal uit. Zie het voor je als een landgoed in de middeleeuwen. Dit betekend echter niet dat het hier heel mooi is. In de hel is het altijd warm, wat op zich zijn voordelen heeft. Aan de hemel is alles rood. Van de wolken tot aan de maan. De hel kent geen zon, dit betekend niet dat hun maan niet vel is. Deze is wel vel, vel genoeg om dag en nacht de straten te verlichten. Het is dus ook nooit donker in hel. Aan de rand van de stad staat een groot kasteel waar Satan, zijn kinderen en de slaven leven. Echter diep in de kelder daar begint hel pas echt. Hier komen de zielen terecht en worden ze gemarteld. Over het landgoed heb je vele bossen maar ook velden en een meer. Hier en daar staat er een huis op het land waar andere demonen wonen. Je hebt hier geen moderne spullen. Ze hebben ook geen stroom etc. Ze verplaatsen zich in hel door paard en wagen. Elke demon kan gemakkelijk door een poort naar de aarde gaan en mensen mee nemen. Maar een mens kan niet alleen door de poort heen dit zal hen doden.


    Regels:

    – 350 woorden minimaal, is makkelijk te halen.
    – Minstens 1 keer in de week reageren.
    – Niet meer dan 1 personage.
    – Een reservering blijft 48 uur staan.
    – geen perfecte personages.
    – Hou het realistisch.
    – godmodden en powerplayen zijn niet toegestaan.
    – 16+ is toegestaan.
    – Er moet minimaal een post tussen voor je weer mag reageren.
    – Topic's worden alleen aangemaakt door CavalierYouth
    – Naam verandering door geven.
    – Leef je de regels niet na, dan word je na de tweede waarschuwing er uit gegooid.


    Wensen:
    AnnaSophia: heeft gewenst dat haar ouders weer bij elkaar zouden komen.
    Bess: heeft gewenst dat haar leven zou gaan veranderen
    Gweneth: heeft gewenst om de perfecte match
    Lucia:

    Invullen:
    Naam: (de demonen hoeven geen achternaam. Anders de achternaam van Satan omdat het zijn kinderen zijn)
    Leeftijd: (16 t/m 19) (20 t/m 25)
    Uiterlijk: (Met foto)
    Innerlijk:
    Slaaf/meester: (Word uitgekozen door het lot -loting-)
    Kracht: (alleen voor demonen het element gaven)
    Extra’s:

    Koppels
    Jay Aiden Barnett- Gweneth Arabella Belcourt
    Blake Junior Barnett - Bess Adeline Marchon
    Blake Chase Barnett - AnnaSophia Thompson
    Ivory Barnett - Lucia Dorné


    Rollen:
    Vol!
    Meiden:
    Annasophia Thompson // Monstrous 1.1
    Bess Adeline Marchon // Banshees 1.6
    Gweneth Arabella Belcourt // Halter 1.3
    Lucia Dorné // Nuevo 1.2

    Jongens:
    Satan: Blake Chase Barnett // DarkAng3l 1.1 Water Aarde Vuur Lucht
    Ivory // Seto 1.3 Lucht
    Blake 'Junior' Barnett // OutlawQueen 1.2 Aarde
    Jay Aiden Barnett // Torquay1.4 Water

    De vertaling van de spreuk klopt niet helemaal,
    maar wat er staat is.
    Duivel, Duivel
    Maak mijn diepste wensen waar.
    En ik zal voor eeuwig het uwen zijn


    Het begin
    De meiden liggen ieder in een aparte kamer wat vanaf nu hun slaap kamer is, voor zover ze zich waarschijnlijk zullen gedragen. Maar dat is geheel aan de demonen. Alle meiden zullen nu waarschijnlijk wel wakker worden, denkend dat ze gewoon in hun bed in hun kamer wakker zullen worden. Dit is dus echter niet het geval. De mannen zitten stilletjes stil te wachten tot ze wakker worden.



    Topics
    RollenTopic
    Praattopic

    [ bericht aangepast op 4 nov 2014 - 14:16 ]

    Ivory 'Ivy'
    Ik had haar mijn antwoord gegeven en het was weer verschrikkelijk stil in de ruimte. Ik zag dat ze het koud begon te krijgen, ik moes wat doen. Ik kwam langzaam overeind en laat me weer op haar bed vallen. Ik had haar over het ritueel laten vertellen.
    Het drong tot haar door over de ritueel. ik hoorde haar de woorden fluisteren en ik glimlach nog eens.
    'Wat betekenen de woorden?!" zei ze met verheffing en ik keek haar met strakke ogen aan. 'Je durft wel meisie,' zei ik.
    'maar die woorden betekenen dat je vanaf nu aan me verbonden bent, of je het nou wilt of niet. In ruil voor je wens.' Ik vond het wel leuk om haar bang te maken over het ritueel.
    Ik zag dat ze het nog steeds koud had. 'Ik zal wat warms voor je pakken.' Ik kwam zuchttend overeind en liep naar een kast tegen de muur. Ik open de deuren en zocht er een setje kleding uit bij haar maat.
    'Hier trek dit aan, het is een stuk warmer dan in je ondergoed,' zei ik en gooide haar kleding toe. Ik zelf laat me weer op haar bed vallen en kijk haar niet aan tot ze omgekleed was.
    'Als je bent omgekleed zou ik graag je vriendinnen willen ontmoeten,' ging ik weer verder, er was nu ook geen enkele rede toe om mysterieus of vervelend te zijn. Ik wilde dat ze zich op haar gemak zou voelen. Het was de eerte vrouw die ik echt had ontmoet.
    Iemand die verbonden wordt met een demon. Ik bleef nog steeds naar het plafond staren. 'En niet te veel treuzelen, die kleding is zo aangetrokken,' wierp ik naar haar. Mijn humeur was om te snijden, al helemaal, omdat ik hier zat met een menselijk persoon die zo dom was geweest om de woorden uit te spreken. Ik kwam weer overeind, maar bleef op de rand van het bed zitten en pulk wat aan de rafels van mijn broekspijp. Vervelend trekje van me als ik niet op mijn gemak was.

    (mijn T -toets doet raar)


    Vampire + Servant = Servamp

    || kinda love Jay as well, but Gwen as well. Ze heeft wel lekker een weerwoordje en houd stand, maakt het ook veel leuker.
    En dankje voel me gevleid je schrijft zelf ook erg goed. Erg fijn om te lezen||
    Jay Aiden Barnett
    Tot mijn verbazing en amusement ging ze niet gillen en leek ze goed in haar schoenzolen te staan ondanks dat ze nu echter op blote voeten liep. Haar ogen dwaalde wel overal overheen van het meubilair tot mijzelf en een deel van mij hoopte dat wat ze van mij of mijn uiterlijk vond positief. Het zou uiteindelijk voor haarzelf de toekomst alleen maar gemakkelijker maken. 'Ten eerste zou ik niet eens willen weten hoe je me van bed hebt weten te verplaatsen zonder dat ik wakker werd,’ ik hoor hoe ze de lucht tussen haar tanden zoog en zie hoe ze met haar hand in haar zij gaat staan. Als ze me probeerde te intimideren was dat niet wat er nu gebeurde. Ik probeerde niet te lachen door haar waardeloze poging terwijl ik een normaal façade hield, maar met toch een geamuseerde blik in mijn ogen. ‘En ten tweede ben je een engerd als je echt hebt zitten staren terwijl ik sliep.’ Gaat ze verder terwijl ik haar nog steeds geamuseerd bekijk en langzaam de hoeken van mijn lippen langzaam omhoog gingen. 'Wie ben je en wat wil je met me?’ Daar kwam de vraag waar ik op wachtte. Het duurde een tijdje terwijl ze dingen begon uit te spreken alsof zij bijna de baas was, maar het meisje kon nooit zo fout zijn geweest. Ik wil haar antwoord geven als ze me al onderbreekt terwijl nog geen klank mijn keel is verlaten. ‘Ik geef je vijftien seconden voor ik stommiteiten bega om hier weg te komen. Je tijd gaat nu in.’
    Een grijns speelt op mijn lippen. 'Je slaapt blijkbaar dus niet zo licht als je denkt Gweneth.' Ik zeg haar naam extra benadrukkend gewoon om een beetje met haar te spelen. 'Je slaapt te lang voor mij. Ik ben al tijden op terwijl jij doorgeslapen hebt. Ik verveelde me en ik wou er zijn als je zou ontwaken van je langdurende slaap.' Met het volgende wat ik ga zeggen word mijn grijns alleen maar groter. 'En ik zal wachten met vertellen wie ik ben en wat ik wil. Ik zie je graag deze stommiteiten begaat dus ik zal de vijftien secondes zeker afwachten.' Zeg ik met een geamuseerde klank in mijn stem. Het meisje voor me liet de tijd dat ze wakker was me al meteen genieten van haar aanwezigheid. Haar onwetendheid was leuk om te zien samen met hoe ze zich probeerde groot te houden. Ik hield haar wel goed In de gaten maar de deur kon ze niet uit. Ik had de sleutel en als het haar zou lukken om mij te over winnen met de kracht die ze in zich had verliet de sleutel zijn vorm zodra ik sliep of bewusteloos was. Het ijs zou zonder mijn sturing meteen smelten in deze hitte ondanks dat het binnen niet super erg was. Ze kon de ramen nemen, maar dan moest ze langs mij en als ze over het bed zou gaan oversteken was ik zelfs eerder als ik in een mensen pas erheen zou lopen. Als ze mij zou aanvallen, wat ik haar absoluut niet aanraad, zou ik haar zonder echt mijn best te doen het zou van haar Winnen. Stel door een groot wonder dat ze het van me zou winnen dan zou ik haar bloed sturen in haar spieren om haar te laten verstijven. Er was niet een scenario waarbij ze zou winnen dus de nieuwsgierigheid knaagde aan me wat ze zou doen als haar plan voor vrijheid.


    I'm finally back, Finally after a Year break


    AnnaSophia Thompson
    “Nee, ik ga even eeuwig met mezelf bezig zijn zeker?” Ze slikte terwijl ze hem kort aan keek. Dat was voor haar toch wat te veel informatie, alleen al omdat ze een beelddenker was. En het beeld dat ze nu van hem voor haar zag was wel redelijk erg. Al moest ze toegeven dat ze het niet heel erg vond dat ze dat beeld voor haar zag. Ze bleef nog altijd een meid met hormonen. Daar kon ze nou eenmaal niks aan doen. Al probeerde ze de beelden zo snel mogelijk uit haar hoofd te bannen en probeerde zo veel mogelijk er voor te zorgen dat Blake niet over haar gedachten te weten kwam. "Sorry" waren haar enigste woorden op zijn zin. Wat moest ze anders zeggen? Dat ze hem groot gelijk gaf? Of dat er niks mis was om met je zelf bezig te zijn? Dat laatste zou alleen veelste veel over haar zelf zeggen dus kon ze dat beter sowieso niks zeggen. Het duurde even maar uiteindelijk wist ze die beelden uit haar hoofd te bannen. Terwijl ze bezig was met haar jurk aan te trekken hoorde ze verder om haar heen geen beweging van Blake. Iets waar ze uit haalde dat hij stil stond misschien wel weer was gaan zitten. Als ze hem was zou ze zijn gaan zitten dus ze verwachtte ook dat hij dat gedaan had. Toen ze hem hoorde lopen keek ze kort op maar voor hij ook maar bij haar kon zien liet ze haar blik al weer naar beneden gaan. Annasophia voelde hoe hij haar lange haren uit de weg haalde en de rits dicht trok. Ze draaide zich om naar hem maar voor ze ook maar iets kon zeggen liep hij al weer weg. Ze slikte moeizaam en zuchtte terwijl ze achter hem aan liep. "Ik ben klaar" fluisterde ze zacht. Eigenlijk niet helemaal aangezien ze geen schoenen aan had, maar zo erg vond ze dat nou ookal weer niet. Thuis liep ze ook altijd op blote voeten. AnnaSophia begon nu toch wel wat nieuwsgrierig te worden naar de rest van wat zijn woning ook was.




    Mobiel post

    | Eveneens bedankt. ^-^ |

    Gweneth Arabella Belcourt
          ‘Je slaapt blijkbaar dus niet zo licht als je denkt Gweneth.’ Mijn ogen vernauwden zich op het moment dat mijn naam tussen zijn lippen vandaan glipte. Alsof hij hem al honderden keren had genoemd. Zo gewoontjes.
          ‘Je slaapt te lang voor mij. Ik ben al tijden op terwijl jij doorgeslapen hebt. Ik verveelde me en ik wou er zijn als je zou ontwaken van je langdurende slaap.’ Ik bekeek hem schaamteloos terwijl ik mijn armen over elkaar sloeg. Waarom zou ik anders een wekker hebben aangeschaft? Ik sliep al slecht sinds mijn kindertijd: laat naar bed en vroeg op. Dat lukte me enkel met een elektronisch hulpmiddel -- vooral sinds ik op mezelf woonde. Hij had geen wekker gezet, als ik te lang had geslapen had hij een poging moeten doen om me wakker te maken. Dat was niet mijn probleem.
          ‘En ik zal wachten met vertellen wie ik ben en wat ik wil. Ik zie je graag deze stommiteiten begaat dus ik zal de vijftien secondes zeker afwachten.’ Hij was de eerste om mijn geduld en tijd op de proef te stellen. Zelfs mijn vriendinnen zorgden ervoor dat ze vertelden wat ze kwijt wilden voor ik me irriteerde. Als hij me chagrijnig wilde krijgen, was hij op de juiste weg. Zijn amusement stond me eveneens niet aan: het deed me te veel denken aan hoe ik andere mensen bekeek.
          ‘Wel, aangezien je er op staat.’ Ik haalde mijn schouders op. In enkel een satijnen japon zou ik toch zeker niet ontsnappen? Ik wist niet waar de jongeman me voor aanzag. Regel nummer één in de meest vooraanstaande horrorfilms was om juist het tegenovergestelde te doen van wat logisch zou zijn. Om maar een voorbeeld te noemen: niemand maakte het ooit tot de deur of het raam. Dat was gewoonweg kinderlijk dom.
          Als ik daadwerkelijk gevangen zat met enkel deze -- ik moest toegeven niet geheel onaantrekkelijke man -- dan was het toch vele malen aannemelijker om hem voor me te winnen? Bovendien was er niet veel ergers dan dood. En als hij me wilde vermoorden, zou hij dat toch wel doen. Of ik nu een stommiteit beging of niet.
          ‘Gwen,’ verzuchtte ik uiteindelijk, lichtelijk laatdunkend terwijl ik met afgemeten passen op hem afliep. Ondanks mijn niet al te kleine lengte was hij groter dan ik en van dichtbij redelijk dominant gebouwd. Ik twijfelde er niet aan dat hij me zou neerhalen mocht ik hem uitdagen tot een gevecht.
          Ik weerstond de verleiding hem eens goed te vertellen wat hij wel niet moest denken, en balanceerde in plaats daarvan enigszins op mijn tenen om op ooghoogte met hem te komen.
          ‘Je hebt de verkeerde meid gekozen.’ Ik tuitte mijn lippen lichtelijk terwijl mijn vingertoppen gedachteloos langs zijn hals naar beneden gleden. Hij rook adembenemend lekker en in iedere andere situatie was hij absoluut het type waar ik voor zou vallen. Mysterieus, duister en toch aanwezig.
          ‘Ik heb een voorkeur voor vrouwen.’ Dat was mijn meest effectieve leugen. Ik knipoogde toen mijn mondhoeken langzaam omhoog kropen. Op deze manier zou ik er in ieder geval achter komen wat hij van me wilde, en de beste manier om de angst te verjagen was om een spel te spelen.


    Feel the fire, but do not succumb to it.

    Blake Chase Barnett || Satan
    Vanwege haar stilte nam ik aan dat er van alles door haar hoofd moest spoken. Het zou niet zo heel moeilijk zijn voor me om erachter te komen wat, het was enkel maar de vraag of ik erachter wilde komen eigenlijk. Vast en zeker niet. Het raden alleen al zou vast en zeker hetzelfde antwoord opleveren. Dat was een feitje waar ze nog wel achter zou komen, mocht het nodig zijn. Ik was enkel niet van plan om heel snel al m’n geheimen prijs te gaan geven. Ze was uiteindelijk nog altijd een vreemde voor me.
    “Ik ben klaar.” Zonder op de woorden te reageren liep ik naar de deur en even later de gang op. Ik was niet bepaald wat je zou omschrijven als een super sociaal type. De meesten waren te bang voor me en het begon erop te lijken dat ze dat zelf ook was. Even wroette ik rond in m’n eigen geheugen. Wat was haar naam ook alweer? Het was beleefder om te vragen misschien, maar tegelijk had ze die maanden geleden al aan me gegeven. De spreuk, het bloed, …. Het was voor mij voldoende om alle basisinformatie te krijgen van een persoon.
    “Annasophia….” Mompelde ik zachtjes tegen mezelf terwijl ik de gang volgde in de richting van de monumentale trap. Beter dat het voorstellen van de andere in de woonkamer kon gebeuren. Was wat beter dan op de gang leek me en gezien dit nu de meiden hun woonplaats was konden ze ook maar beter even snel een paar huisregeltjes leren. Tenzij ze hel nog erger wilden maken dan dat het al was.
    Blindelings volgde ik m’n eigen voeten naar de woonkamer. Met een eenvoudige vingerknip brandde er in de haart een laaiend vuur, alsof het al uren aan de gang was, ook al had ik het pas aangestoken. Kalm ging ik in de donkere zetel naast de haard zitten. “Ga zitten, de andere komen vast zo.” Ik wist dat ik dit meisje te vriend moest houden, totaal tegen m’n eigen natuur. Dit was iets voor mij. Gewoonlijk nam ik wat ik wilde zonder echt aan de gevolgen te denken, zeker hier beneden. Niemand durfde tegen me in te gaan of er wat van te zeggen. Iedere vezel schreeuwde om haar net als zovele andere op te jagen als wild. De angst te ruiken en haar pijn en verdriet te gebruiken voor m’n eigen plezier. Even haalde ik een hand door m’n haar. Dit zou ik geen dagen gaan volhouden zonder een beetje afleiding. Hopelijk gaven de jongens me geen reden om uit m’n vel te springen als ze beneden kwamen.

    (waar is blake aan begonnen XD een meid met hormonen? Kan nie lang goe gaan)


    "Nothing is True. Everything is Permitted"

    ||Geen enkel probleem||
    Jay Aiden Bernett

    Ik merkte hoe ze chagrijnig werd van mijn woorden. Haar lichtelijk brutale houding stond me wel aan. Ze neemt genoegen met mijn uitdaging, maar voordat ze iets doet denkt ze na. Het is waar dat het vijftien seconde duurde en dan kijkt ze me aan. Lichtelijke arrogantie was er als ze haar naam verbeterd. Al vond ik Gweneth mooier zei ze Gwen. Het was niet iets waar ik naar zou luisteren aangezien ik zelf de keuze zou kunnen maken hoe haar zou mogen noemen. Ze was nu van mij als in eigendom al zag ik mensen liever niet zo. Een ziel is een ziel of het nou puur is of niets. Ondanks dst ik sterker sneller en bijna overal beter in ben als de mens, geeft mij dat niet het recht om iedere homo sapien te Onderdrukken. Ik kon namelijk nog medelijden hebben met De zielen terwijl mijn vader dat minder heeft. Ze loopt naar me toe, langzaam, en ik ben alert. Het is niet te lezen van mijn lichaam noch mijn gezicht, maar ik let op de snelheid van haar bloed en de druk. Ik let op haar spieren of ze iets gaat doen en iets aanspant. Als ze voor me staat kijkt ze omhoog. Ze was kleiner dan mij maar ondanks dat alles had ze een dominante sfeer om haar heen. Ik durfde te zeggen dat ze het niet leuk vond dat ze het niet fijn vond dat ik zo onbewogen voor haar was en niet eens een beetje geïntimideerd werd. Om op ooghoogte te komen gaat ze op haar tenen zijn en staat ze op mijn ooghoogte lichtelijk te wiebelen om haar evenwicht te behouden. Ik voelde het door de spieren in haar voeten die voor de juiste spanning zochten om te blijven staan. 'Je hebt de verkeerde meid gekozen.’ Zegt ze dan als ze haar lippen tuit. Mijn spieren spannen even onder haar aanraking om daarna te ontspannen. Ik hield haar in de gaten, maar genoot lichtelijk van haar zachte aanraking. Wat kon ik zeggen ik bleef een man ondanks dat ik een demon was. Ik had nog steeds testosteron in mijn lichaam en bloed zitten. Hoor de lucht door haar neus heen gaan, Sneller dan normaal, als ze mijn geur inademt. Haar hart kloppingen worden sneller, maar zodra ze mijn geur heeft ingeademd weer rustiger. Mooi zo dat maakte dit voor haar alleen maar makkelijker. 'Ik heb een voorkeur voor vrouwen.’ Zegt ze met een knipoog terwijl een glimlach op haar lippen komt. Ik voel nog steeds haar hart en het toonde aan dat ze loog. Mijn element was handig ik kon aantonen of iemand loog of niet door de hartslag. Net al een leugen detector. Lichaam was nou eenmaal deels water. Een geamuseerde lach speelt op mijn mond.
    'Dus je valt op vrouwen. Je hart vertelt wat anders. Je moet weten dat je niet moet liegen tegen mij. Toen je die woorden daar zojuist sprak klopte je hart een slag sneller dan normaal wat uit maakt dat je liegt.' Zeg ik terwijl ik haar ogen doorzoek. 'Als je daad werkelijk op vrouwen valt, val je ook op mannen.' Zeg ik met een serieuze blik in mijn ogen. 'Omdat ik weet dat er nu ik weet niet hoeveel vragen door je hoofd heen dwalen zou ik je in het licht laten.' Zeg ik terwijl ik wegloop van haar richting het raam. Ik open het raam wat de rode gloed laat zien van de rode maan.
    'Ik weet niet of je het weet en je de woorden nog onthouden hebt, maar 6 maanden heb jij samen met jou drie andere vriendinnen een spreuk uitgesproken. Daarom ben je nu hier.' Zeg ik als ik me terug omdraai van het raam. Ik wou haar reactie zien. Een grijns is op mijn lippen te vinden als ik deze woorden uitspreek.
    "diabolus, diabolus
    fac mea maxime cupiditas ubi
    Tuus sum, et in perpetuum"


    I'm finally back, Finally after a Year break

    Lucia Dorné


    Nog steeds in paniek kan ik mijn blik maar niet van hem afwenden. Ik voel me echt niet goed en het enige wat hij doet is lachen. Waarom lacht hij nou? Zo grappig vindt ik mezelf momenteel niet. Geniet hij er nou echt van dat ik bang ben? Wat een eikel is dat. Hoe langer ik bij hem ben, hoe meer ik het idee krijg dat ik hem haat. Hij komt zo zelfverzekerd over, alsof de wereld in zijn handen ligt. Oké, meestal ben ik ook wel zelfverzekerd, maar ik weet zeker dat ik minder arrogant ben. Dat is het goede woord. Hij is te arrogant.
    'Je durft wel meisie,' Zegt hij eerst. Ik slik even, maar nog steeds wacht ik op antwoord. 'maar die woorden betekenen dat je vanaf nu aan me verbonden bent, of je het nou wilt of niet. In ruil voor je wens.' Ik kijk hem bang aan. Het woord waar ik me echt zorgen om maak is verbonden. Het laat me huiveren. Wat betekent het? Al de ontwetendheid van deze ochtend begint zijn tol te eisen. Het klinkt in ieder geval niet goed. 'Ik zal wat warms voor je pakken.' Zegt hij nog even voordat hij naar een kast in de hoek loopt. Hij zal vast wel door hebben gehad dat ik hier bijna sta te bevriezen. Een beetje kleding zou fijn zijn, moet ik toegeven. Toch ben ik ook blij met de tijd die ik krijg, terwijl hij wat kleding pakt. Dat geeft me nog even de tijd om na te denken. Verbonden zijn met hem klinkt op de eerste plaats walgelijk. Kon ik niet met een leuker persoon verbonden zijn? Ik ken zat leuke personen. Eerlijk gezegd begin ik ook een beetje boos te worden op mezelf. Als ik die stomme woorden nooit had uitgesproken zou ik hier nu niet zijn, of dat vindt Ivory tenminste. Hij laat doorschemeren dat ik hier ben omdat ik de woorden zei, al weet ik nog steeds niet of ik dat moet geloven. Het stadium waarin ik denk dat hij me alleen maar heeft ontvoerd, ben ik al voorbij. Ik weet gewoon dat er iets meer achter moet zitten, maar verbonden klinkt toch wel erg sterk. Het enige wat ik nu wil is weten wat er aan de hand is en terug naar huis gaan, zo snel mogelijk. Toch is dat al meer dan wat ik eerst wilde, toen ik alleen maar weg wilde. Kan het zijn dat Ivory me serieus nieuwschierig heeft gemaakt? Ik vraag me af hoe hij weet dat ik die woorden toen heb uitgesproken, een half jaar geleden. Dat weet niemand anders dat ik en mijn vriendinnen en blijkbaar Ivory ook. Moet ik bang worden bij het woord verbonden? Want dat ben ik sowieso al. Ik weet niet precies wat het betekent, al heb ik het idee dat het alles betekent en veranderd. Het klinkt als iets waar ik niets aan zal kunnen doen, hoe graag ik het ook wil. Ik wordt er echt heel erg bang van. Op dat moment komt Ivory terug en gooit een setje kleding naar me toe. 'Hier trek dit aan, het is een stuk warmer dan in je ondergoed,' Daarna laat hij zichzelf op bed vallen. Voor zover ik zie kijkt hij niet naar mij. Ik kijk even naar de kleding en dan naar hem. Moet ik me nou serieus achter zijn rug om gaan omkleden? Ik vertrouw hem niet eens, dus stel dat hij onverwacht opkijkt. Daar wil ik liever niet eens aan denken, laat staan dat het echt zou gebeuren. De gedachte alleen is al pijnlijk genoeg. Even twijfel ik zelfs of ik me dan ook echt moet omkleden, aangezien het een gevaar meebrengt om door hem bekeken te worden. Toch vindt ik de warme kleding uiteindelijk te aanlokkelijk om niet aan te doen en kan ik er niet langer weerstand aan bieden. 'Als je bent omgekleed zou ik graag je vriendinnen willen ontmoeten,' Verschrikt kijk ik naar hem op. Zijn mijn vriendinnen ook hier? Waar dan? Zijn ze veilig? Het klinkt natuurlijk ook wel logisch als ze hier zijn. Ik ben niet de enige die die woorden heeft uitgesproken, dus volgens Ivory's uitleg zou het moeten kloppen als ze hier ook zijn. Toch ben ik bang dat er iets met hun is gebeurd, alhoewel ik momenteel overal bang voor ben. Stel dat ik mijn vriendinnen zou kunnen zien, al is het maar voor even. Zouden zij weten wat er aan de hand is? Zouden zij net zoals ik onzeker zijn? 'En niet te veel treuzelen, die kleding is zo aangetrokken,' Zegt hij dan nog. Fronsend kijk ik hem aan. Niet teveel treuzelen, meent hij dat nou? Ik merk dat ik nog bozer op hem wordt. De onzekerheid maakt me echt kwaad, net als hem. Eerst maar die kleding aandoen en dan kijk ik daarna wel verder. Met een blik vol argwaan kijk ik Ivory nog even aan, omdat ik wil controleren of hij nog steeds naar het plafond kijkt en niet naar mij. Ik besluit me maar erg snel om te kleden, zodat er minder kans is dat hij me toch zal zien. Allereerst bekijk ik de kleding die voor me ligt. Een witte blouse, met een versiering aan de bovenkant. Daaronder een donkerblauwe rok. Ach, het had erger gekund. Nog steeds kijk ik om de paar seconden even naar Ivory. Ik ben echt bang dat hij zo snel even opkijkt, met die grijns van hem nog steeds op zijn gezicht. Met omkleden draai ik mijn rug naar hem toe, voor het geval dat hij omkijkt. In dat geval ziet hij minder dan wanneer ik andersom had gestaan. Zo snel mogelijk trek ik mijn shirtje over mijn hoofd uit, waardoor de kou nog meer naar me toe lijkt te komen. Dan kijk ik weer even om, naar hem. Als ik zie dat hij zich beweegt, bedek ik mezelf snel met mijn handen terwijl ik hem met grote ogen aankijkt. Gelukkig gaat hij alleen maar even op de rand van het bed zitten, waar hij iets vaags met zijn broek lijkt te doen. Daarna kleed ik me verder nog zo snel mogelijk aan. Uiteindelijk ben ik erg blij waarneer het me gelukt is en ik weer geheel ben bedekt met kleding. Ook heb ik het al een stuk warmer, waardoor ik me al beter voel. Dan draai ik me weer naar hem toe. Eigenlijk heb ik helemaal geen zin om te zeggen dat ik klaar ben, wat zou betekenen dat hij weer naar mij gaat kijken. Ik blijf dan ook maar even een paar minuten staan zonder dat ik wat zeg. Hij zou vast niet denken dat ik al ben omgekleed, want dat had ik ook heel snel gedaan. Als ik iets rustiger was geweest was ik nu nog bezig. Ik bijt even op mijn lip als ik merk dat ik het niet langer kan uitstellen. Ik doe mijn mond alvast open om antwoord te gaan geven.
    "Ehm, ik ben klaar." Zeg ik dan uiteindelijk. Mijn stem klinkt niet al te blij, wat ik ook niet ben. "En ik heb weer een vraag. Wat houdt dat verbonden in?" Dat moest ik wel vragen. Ik kon zelf niet op een goed antwoord komen. "En mijn vriendinnen.... Zijn die echt ook hier?" Als ik het woord vriendinnen uitspreekt klinkt dat verlangend.


    AnnaSophia Thompson
    Zodra hij de gang op liep bleef AnnaSophia kort in de deur opening staan. Aarzelend keek ze om haar heen en liet haar blik over de muur gaan tegen over haar. Langzaam volgde ze hem terwijl haar blik de omgeving ontdekte. Ze moest eerlijk toegeven dat het er prachtig was. Hoe kon het meest gehate plek zo mooi zijn. Haar blik gleed kort naar de rug van Blake en vroeg zich af of hij alles had ingericht. Mocht dat het geval zijn dan had hij zeker smaak. Het duurde niet lang voor ze haar blik weer verder liet schijnen en bleef hangen op een schilderij die er hing. Zodra ze er dicht bij was bleef ze staan en bekeek ze de schildering. Ze hield haar hoofd schuin in de hoop dat ze er uit kon maken wat er nou op stond maar ze kwam er weinig wijs uit. Zodra ze haar naam half hoorde schrok ze op en zag dat Blake al verder was gelopen. Wat gehaast liep ze achter hem aan. Niet echt wetend of ze haar naam nou wel hoorde of dat het gewoon een soort illusie was. Zodra hij de trap af liep tilde ze haar jurk wat aan de voorkant op en liep achter hem aan. Zodra ze richting de woonkamer liepen bleef ze kort staan keek omhoog en draaide zich rond terwijl ze de jurk weer los liet. AnnaSophia probeerde zo veel mogelijk te zien van alles om haar heen als dit inderdaad haar huis ging worden. Al dacht ze ergens nog steeds dat dit alles een droom was. De dwang om tegen te werken was veelte groot en ze vroeg zich toch ook echt af hoe ze dacht dit vol te kunnen houden. Ze had nog steeds de dwang om hem de hersens in te slaan met een kaarsen kandelaar en er vandoor te gaan. Maar als dit inderdaad hel was kwam ze er dan nog wel zonder help er uit? Ze verwachtte niet dat ze met via een deurtje in de mensen wereld kwam. Al hoopte ze wel dat dat zo was. Zodra ze een vingerknip hoorde leek ze uit de betovering te komen en liep meteen naar Blake. Ze kwam een warme woonkamer in die vol stond met stoelen. Haar blik gleed op hem toen hij zat en tegen haar sprak. In plaats te gaan zitten bleef ze staan en bekeek ook de woonkamer. Haar blik viel op het raam en wat langzaam liep ze er naar toe. Haar blik gleed naar buiten en staarde voor haar uit. Zouden haar ouders al merken dat ze niet meer thuis was? Zouden ze er alles aan doen om haar terug te vinden? Of heeft Blake haar ouders misschien laten denken dat ze misschien helemaal niet bestond of aan de andere kant van de aarde zat. Wat misschien lichterlijk klopt. Zouden haar ouders nog steeds bij elkaar zijn zoals ze gewenst had? Of waren ze uit elkaar en waren ieder hun eigen gang op gegaan. Met een ruk draaide ze zich om en keek ze de duivel aan. "Ik heb het recht om iets te weten" Begon ze, misschien niet helemaal een slim idee om zo te beginnen. "Zullen mij ouders het door hebben dat ik er niet meer ben? Zijn ze nog steeds samen zoals ik gewenst heb?" Voor ze ook maar een antwoord kreeg ging ze snel zitten. Zoals hij eerder al had gevraagd. Ze keek hem in de tussen tijd strak aan terwijl ze wachtte op een antwoord. Iets wat er op leek dat ze niet bang voor hem was. Blake maakte haar helemaal in de war, het ene moment was ze toch lichterlijk bang voor hem en het volgende moment was die angst als sneeuw voor de zon verdwenen Hij maakte haar juist helemaal in de war. Vooral omdat ze nooit in god of de duivel had geloofd. En dit alles zette haar toch aan het denken. Heel erg aan het denken zelfs. "En misschien kunt u me uitleggen wat u met me van plan plan bent. Al heb ik een soort vermoeden." Waren haar woorden. Ze haatte het om in twijfel te leven en dat ging ze hier ook zeker niet doen.






    Note:
    Wil iedereen langzamer hand naar de woonkamer gaan.

    [ bericht aangepast op 21 aug 2014 - 16:23 ]

    Blake Barnett

    Ze zegt niks en kijkt me enkel bang aan. Even twijfel ik of ik boos moet worden of juist boos. Ik ben hier nooit goed in geweest. Meestal komen mensen op míj af en beginnen ze tegen mij te praten. Ik blijf staan, haar bekijkend.
    'Ga je nog wat zeggen? Ik heb namelijk niet de hele dag de tijd,' zeg ik met samengeknepen ogen. Ik neem plaats op de stoel die in de kamer staat. Het teen staan open. Het rode licht dat hier altijd schijnt, schijnt erdoor heen. 'Wat is je naam?' vraag ik omdat ik dat nog niet weet. Het is lastig met iemand te praten als je haar naam niet weet. 'Luister, hier werkt het zo: jij doet wat ik zeg en dan zal het hier voor jou een fijne plek zijn. Zo niet, dan wordt het hier een... Hel voor jou.' Ik laat een vreugdeloze glimlach zien. Gelach hoor je hier amper in dit huis. Wat valt er dan ook te lachen in een huis vol demonen? Soms verafschuw ik mezelf voor wat ik ben, maar er valt niks aan te veranderen. En zelf doe ik niet veel verkeerd. Het verschil tussen mij en mensen die denken dat ze goed zijn, is dat ik mijn fouten toegeef.


    Spoiler alert: you will save yourself

    Blake Chase Barnett || Satan
    Zwijgend hield ik haar in de gaten vanuit z’n stoel. Voor nu zou ik het even zo laten, maar ik was niet van plan om haar heel erg lang enorm veel van haar te verdragen. Als de anderen er waren zou ik snel orde op zaken stellen end an zou het snel gedaan zijn met veel van de vrijheden. Het was misschien zelf even nodig om een aantal dingen opnieuw in te peperen bij m’n zoons, want die leken zich niet altijd bepaald evenveel aan te trekken van de eeuwenoude regels.
    Onwillekeurig bleef m’n blik over haar heen dwalen. Ik wist dat ik instinctief op zoek was naar haar zwakke plekken. Manieren waarop ik haar pijn kon doen en er zelf voordeel uit kon halen. Zelf als ze ze niet meteen zou tonen, zou ik er vroeg of laat wel achter komen waar ik haar kon raken. Ze was een meid en een mens bovendien. Ik had al geen hoge pet op van mensen en van vrouwen eigenlijk nog minder. Misschien dan ook maar best dat ik gezegend was met enkel zonen. Denkend duwde ik een duim onder m’n kin voor m’n vingers langs m’n lippen streelden.
    “Ik heb het recht om iets te weten.” Een zachte, dreigende grom vormde zich in m’n keel. Dat was verre van de slimste manier om tegen mij te beginnen. “Zullen mijn ouders het door hebben dat ik er niet meer ben? Zijn ze nog steeds samen zoals ik gewenst heb?” M’n blik verstrakte. Als er wat was waar ik niet tegen kon, was het dit wel.
    “Je hebt hier net zoveel rechten als ik vind dat je mag hebben, wat op dit moment heel bitter weinig is en zeker niet het recht inhoud om mij op de rooster te leggen.” Dat laatste deed ik zelf, letterlijk, maar niet met mezelf natuurlijk. Daarvoor had ik slachtvee genoeg. “Je wens is ingewilligd.” Dat was iets waar zelf ik niet onderuit kon komen. Eenmaal aangenomen, kon ik het niet weer ongedaan maken. Niet met haar wens, maar ook niet met die van haar vriendinnen. “Vroeg of laat geven ze de zoektocht vanzelf op en begraven ze een lege kist.” Hopelijk wist ze daarmee duidelijk genoeg dat ze hier niet meer weg zou raken. Zelf als ze zou proberen om met een kandelaar m’n hoofd in te slaan.
    Ik was meer dan in staat om haar pijn te doen, zonder zelf ook maar een vinger uit te steken. Demonen hadden nu eenmaal meer wapens dan een betere fysiek dan mensen of controle over elementen. Als het nodig was kroop ik in dat knappe hoofdje van haar en maakte het nog erger dan hell, wroetend in haar herinneringen, haar pijn en angst. Hij kon geen groter wapen tegen iemand gebruiken dan die persoon zelf.
    “Ik hoef je helemaal niets uit te leggen als ik daar ging zin in heb.” M’n blik stond strak toen ik haar volgende woorden hoorde. Ik had haar met m’n blik gevolgd toen ze ging zitten zoals ik gevraagd had. “En als ik dan toch denk dingen uit te moeten leggen, dan doe ik dat wanneer ik dat zelf wil en niet wanneer een mens denkt dat het nodig is.” Er lag iets nijdigs in m’n stem op dat moment. M’n geduld werd op de proef gesteld, zoveel was wel zeker. “Voor nu kun je dus mooi op je honger zitten wat uitleg betreft.” Ik was niet van plan het vier keer over te doen, dus zou ik gaan wachten tot de anderen er waren om een aantal dingen duidelijk te maken.


    "Nothing is True. Everything is Permitted"

    Ivory 'Ivy'
    Zelf lag ik achterover op haar bed en wachtte af tot ze aangekleed zou zijn. Ze twijfelde of ze haar kleding aan zou trekken. Zelf had ik wat bij elkaar geraapt, of het zou passen of bij elkaar staan was geheel aan haar. Ik zei dat als ze zich had omgekleed ik graag haar vriendinnen wilde ontmoeten. Tja, ze waren met zijn vieren hier gekomen en ieders lagen ze ergens anders.
    Ik had er nooit om gevraagd. Ik voelde aan de wind dat ze me verschrikt aankeek. Vast weer vragen over haar vriendinnen, maar die kwamen niet. Geergerd zeg ik dat ze moest opschietten met haar kleding.
    Sneeky gluur ik tussen mijn wimpers door naar haar hoe ze haar wite blouse begon aan te trekken. Ik kreeg het voor de zoveelste keer warm. Niet vanwege mijn lichaam maar precies op de plek waar ik me voor schaam als ze dat zou zien.
    Ik zag dat ze wilde kijken en wend mijn blik weer naar het plafond.
    Als ze weer verder ging me omkleden liet ik mijn blik weer op Lucia rusten. Ze trok haar shirtje uit. Ehm ja, ik schoot met mijn ogen omhoog en wacht tot ze was omgekleed.
    Wat ben ik voor demon? Ik kwam overeind en ik had niet in de gaten dat ze met haar handen iets bedekt. Ik trok een draadje van mijn broek, uit verveeling en irritatie.
    Het was een vervelende ik. Ik was al zo ver met het scheuren van mijn broek, dat er behoorlijke grote gaten in zaten.
    'Ehm. ik ben klaar,' zei ze vervolgens en ik keek op. Ze deed er wel lang over, maar ik vergaf het haar. Alleen Lucia was er niet ech blij mee zo te horen. Ze zou het ermee moeten doen.
    'En ik heb weer een vraag. Wat houdt dat verbonden in?" vroeg ze daarna. Daar gingen we weer. Wat hebben mensen toch met vragen?
    'Dat betekend dat je van mij bent,' zei ik met een stemverheffing. 'En mijn vriendinnen.... Zijn die echt ook hier?" Ik laat een irriterende zucht horen. 'Ja die zijn ook hier.'
    Ik kwam overeind en grijp haar bij de arm en trok haar mee de gang op. Ik liep met Lucia in mijn hand de gang door naar de trap en laat haar los. Ik liep de trap af naar de woonkamer.
    Tot mijn verbazing zag ik vader en een ander persoon. Ik blijf in de opening staan om op Lucia te wachtten.
    'Gegroet vader,' sprak ik hem toe met nog steeds die irritatie in mijn stem.


    Vampire + Servant = Servamp



    AnnaSophia Thompson

    Terwijl AnnaSophia naar buiten keek had ze echt totaal niet in de gaten dat Blake naar haar keek. Gelukkig maar want ze zou zich nog erg ongemakkelijk voelen ook nog. Zodra ze ook maar sprak klonk er een dreigende grom wat haar toch echt wel weer bang maakte. Waarom kon die gast haar niet gewoon met rust laten. Als ze wou blijven leven kon ze zich waarschijnlijk echt gewoon onder haar bed verstoppen. Als ze zo lastig was waarom zou hij dan ook maar moeite doen om haar mee te nemen naar beneden. Maar ze moest het weten dus kon ze niks anders dan verder vragen. Ze ging zich niet laten stoppen door een eikel die het leuk vond om dreigend naar mensen te grommen. En zo ging ze hem ook elke keer noemen in haar hoofd. Het was geen kwaarlijk scheld woord maar ze wist op dat moment niets beter. Mocht hij de duivel niet zijn geweest dan had ze hem die naam gegeven. Maar helaas voor haar was dat zijn naam al. Zijn volgende woorden liet haar slikken terwijl ze weer van hem weg keek. Hoe ze eerder zo 'dapper' was hem strak aan te kijken kon ze dat nu niet meer doen. Nee ze staarde naar de stof van haar jurk en slikte moeizaam toen hij sprak. Waarom kon hij niet gewoon duidelijker zijn door bijvoorbeeld te zeggen dat ze niet meer tegen hem mocht praten. Ze was in elk geval blij dat haar ouders nog steeds samen waren, maar zijn volgende woorden lieten haar wensen dat ze inderdaad dood was. Alles was beter dan haar ouders te laten denken dat ze misschien nog leefde. Ze vroeg zich echter wel af hoe lang het duurde voor ze inderdaad een lege kist zouden begraven. Of haar moeder ooit zou stoppen met zoeken. AnnaSophia sloot haar ogen en zag haar eigen begrafenis al voor haar. Hoe haar moeder zich aan haar kist vast klampte en ga zo maar door. Ze haalde diep adem en opende haar ogen weer. Zijn stem klonk alleen maar bozer na maten hij verder sprak. Zij zelf keek hem enkel wat verbaast aan. Hij had haar verdomme naar hier ontvoerd en ze kreeg geen uitleg niks! Dat maakte haar toch wat boos. "Best ik hou mijn mond wel en blijf hier als een zout zak zitten." Mompelde geïrriteerd terwijl ze haar armen over elkaar heen sloeg en strak voor haar uit keek. Ze vond het allemaal wel best voor vandaag. In haar ooghoek zag ze een jongeman de kamer in lopen en nieuwsgierig keek ze zijn kant op. Haar blik gleed over hem heen. Hij was zeker niet lelijk, en hij was ook niet zo heel groot. Ze schatte hem zelfs als bijna even groot als haar. Zou het een van de zonen van Blake zijn? Het duurde niet lang voor ze daar al antwoord op had. Zodra ze die had liet haar blik weer weg gaan. Waarom zag iedereen in de hel er redelijk goed uit. O god, ze vond de zoon van Blake er goed uit zien. En als ze hem moest geloven werd ze zijn stiefmoeder. Ongemakkelijk bewoog ze wat op haar stoel en beet op haar lip. Dit alles was gewoon weg belachelijk. Hij zag er even oud uit als zij, misschien zelfs een jaartje ouder. Dit was gewoon gekken werk.

    Lucia Dorné


    Als hij opkijkt zie ik aan zijn blik dat hij niet blij is mijn vragen aan te horen. Nou, fijn voor hem. Ik vindt het namelijk ook niet fijn om hier te zijn. Het doet me juist een groot plezier als hij zich even niet zo geweldig voelt als op ieder ander moment. Dat lijkt mij toch een lichtpuntje in de grote duisternis waar ik blijkbaar in ben beland. Toch deinst hij er niet voor terug om zo vriendelijk te zijn om antwoord te geven op mijn vragen. Daar ben ik eerst best wel blij mee, tot ik het werkelijke antwoord hoor.
    'Dat betekend dat je van mij bent,' Ik kijk hem fronsend aan, met één wenkbrauw omhoog getrokken. Mijn mond valt open, alweer. Wat ook best logisch is. Had hij nou echt gezegd dat.... Serieus. Die woorden hebben tijd nodig om even te bezinken. Niet dat ik het idee heb dat ik die ooit zal kunnen laten bezinken. Dan praat hij opeens weer door, alsof zijn vorige zin helemaal geen betekenis heeft. Alsof we hier over koetjes en kalfjes lopen te praten. Toch ben ik ergens wel blij dat hij antwoord geeft over mijn vriendinnen. 'Ja die zijn ook hier.' Een zucht verlaat mijn lippen. Ik ben niet alleen. Toch weet ik niet of ik nou blij moet zijn dat hun hier ook zijn. Het lijkt me van niet. Het zal hun er van net zo verschrikkelijk van af gaan als ik hier. Ze zouden beter gewoon veilig kunnen zijn, thuis. Dat woord snijdt als een mes door mijn lichaam heen. Ik verlang erna. Ik wil veilig thuis zijn, terwijl ik op de bank zit of mijn vingers over mijn gitaar heen laat glijden. Bij mijn familie zijn. Hun gezichten kunnen zien, hun aanraken en hun geur inademen. Gisteravond was ik nog thuis geweest, maar nu lijkt het als jaren geleden. Ik mis ze, nu al. Toch is er in mijn lichaam momenteel niet heel veel plek voor gemis, meer voor angst. De angst voor Ivory. De angst voor wat hij gaat doen met mij. De angst voor zijn woorden, die niet veel goeds betekenen. Hoe kan hij dat nou hebben gezegd, dat ik van hem ben. Bij het herhalen van die woorden in mijn hoofd begint mijn bloed al te stollen. Verwacht hij nou dat ik leuk alles ga doen wat hij wilt? Want als hij dat echt denkt, dan kent hij mij niet, nog niet. Opeens komt Ivory overeind en loopt op me af. Nu ben ik nog banger voor hem dan ik al was. Blijkbaar is hij in de veronderstelling dat hij alles met me kan doen wat hij zelf wilt. Technisch gezien is dat ook zo. Ik ben een weerloos meisje en helemaal niet sterk. Ik krijg niet eens een flesje water nodig. Ik heb altijd gevonden dat meisjes niet sterk hoefden te zijn, maar nu denk ik er anders over. Ivory is een jongen en behoorlijk gespierd. Als hij wilt zou hij me kunnen mishandelen, of misbruiken. Bij die gedachte zet ik een paar stappen achteruit, steeds sneller. Nog net voordat ik kan gaan rennen is hij bij me en grijpt hij mijn arm ruw vast. Als hij me mee trekt sla ik een klein gilletje, voor de pijn in mijn arm. Hij neemt me mee de kamer uit en ik voel me zo machteloos. Elke weerstand die ik geef, dwingt hij moeiteloos af. Het is duidelijk, ik ga waar hij wilt dat ik ga. Die gedachte zint me voor geen meter en ik herrinner me zijn woorden weer. Dat ik van hem was. Mijn woede is groter dan ooit.
    "Als jij denkt dat ik van jouw ben, dan heb je het mooi mis. Ik doe lekker waar ik zelf zin in heb." Sis ik hem woedend toe. De woorden spuug ik naar hem toe. Hoewel mijn woorden best wel sterk klinken, weet ik in mijn achterhoofd dat ik het zelf misschien wel mis heb. Momenteel ben ik niet echt aan het doen wat ik zelf wil, dat heb ik ook wel door. Hoe stom en erg en vervelend ik het ook vind, hoe ziek ik ook maar wordt van het idee alleen al, hij kan met me doen wat hij wil. Hij kan me zelfs pijn doen, of erger dan dat. Ik doe nu ook wat hij wilt, ik loop met hem mee. Het gaat dan wel niet zo gemakkelijk, gezien mijn weerstand tegen hem, maar ik loop met hem mee zonder er iets tegen te kunnen doen. Dan opeens laat hij me los en loopt zelf door, ergens een kamer in. Ik sta versteld. Verwacht hij nou dat ik met hem mee loop? Wilt hij dat? Want als hij het wil voel ik er niet zoveel voor om het te doen. Ik hoor zijn stem. 'Gegroet vader,' Klinken zijn woorden. Heeft hij een vader hier? En die vindt het goed wat hij met mij aan het doen is? Moet ik er ook heen gaan om zijn vader onder ogen te komen? Aan de andere kant ben ik nu wel alleen, helemaal alleen. Voor even kan ik doen wat ik zelf wil. Vlug kijk ik om me heen om een weg te vinden waar ik kan ontsnappen. Spijtig genoeg kan ik er geen vinden. Ik zou de gang weer terug kunnen lopen, maar dan heb ik grote kans dat Ivory me eerder zal vinden dan dat ik de uitweg zal hebben gevonden. Met grote tegenzin loop ik dan toch de richting op waar Ivory heen ging. Nieuwschierig kijk ik de hoek om, al blijf ik staan in de deuropening. Ivory staat ook nog, in het midden van de kamer. Daarna zie ik nog een man. Ook erg knap om te zien, ik schat hem wel wat ouder dan Ivory, maar nog niet oud genoeg om zijn vader te kunnen zijn. Dan valt mijn blik op een meisje in een rode jurk. Ik schrik bijna als ik haar herken.
    "AnnaSophia." Fluister ik bijna. Ik kijk van haar, naar Ivory, naar de onbekende man en weer terug naar haar, niet wetend wat ik nog meer moet zeggen.

    [ bericht aangepast op 21 aug 2014 - 19:39 ]

    Gweneth Arabella Belcourt
          ‘Dus je valt op vrouwen. Je hart vertelt wat anders. Je moet weten dat je niet moet liegen tegen mij. Toen je die woorden daar zojuist sprak klopte je hart een slag sneller dan normaal wat uit maakt dat je liegt. Als je daad werkelijk op vrouwen valt, val je ook op mannen.’ Zijn ogen haakten zich vast in de mijne, resulterend in een milde staar -- conversatie. Soms was ik er van overtuigd dat ogen vele malen meer betekenden dan de waarde van woorden. In iemands ogen kon je immers zien wat er gebeurde. Een flikkering van emotie, de sprankeling van speelsigheid of zoals in de mijne: een reflecterende spiegel.
          ‘Mannen, vrouwen. . .’ Ik haalde mijn schouders op, mezelf er aan herinnerend dat ik in mijn slaapkleding stond en deze jongeman de bron van mijn problemen was. Dat nam ik aan -- althans. ‘Wat is het verschil?’ Het was niet zo dat ik beiden niet ooit geprobeerd had: de waarheid was enkel dat man noch vrouw me meer had kunnen laten voelen dan dit.
          Bovendien wilde ik niet eens weten hoe hij wist dat ik slecht loog.
          ‘Omdat ik weet dat er nu ik weet niet hoeveel vragen door je hoofd heen dwalen zou ik je in het licht laten.’ Mijn glimlach trok langzaam weg -- tezamen met het lichaam dat zich van me af bewoog om naar de donkere gordijnen te grijpen. Ik had veel verwacht, eerlijk. Een verlaten kasteel, een martelkelder. Er was zelfs een fort bij me opgekomen. Geen van allen verklaarden echter het uitzicht dat hij me bood -- toen zijn handen eindelijk een weg naar buiten hadden getoond.
          Ik zweeg terwijl ik me op blote voeten naar het venster liet lokken. De lucht was rood. Een diep en somber rood. Zelfs het licht gaf een rode gloed af. De frons boven mijn ogen werd dieper.
          ‘Ik weet niet of je het weet en je de woorden nog onthouden hebt, maar zes maanden geleden heb jij samen met jouw drie andere vriendinnen een spreuk uitgesproken. Daarom ben je nu hier.’ Spreuk. Spreuk. In mijn gedachten echoden de vergeten woorden naar boven. Ik slikte, zoals ik had gedaan toen ik de vertaling van de woorden had bekeken.
          ‘Diabolus, diabolus. Fac mea maxime cupiditas ubi. Tuus sum, et in perpetuum.’ Uit zijn mond klonken de woorden dreigend. Duister. Anders dan ze hadden geklonken toen ik ze quasi -- serieus met mijn vriendinnen had opgezegd. Ik kon niet ontkennen dat ik een beetje gedronken had voor ik had ingestemd met het kinderachtige plan.
          ‘Duivel, Duivel. Maak mijn diepste wensen waar. En ik zal voor eeuwig het uwen zijn.’ Ik sloot mijn ogen, mijn handen plat op de vensterbank leunend. Het was leuk geweest om mijn vriendinnen een beetje op te jutten met het idee van de Duivel en natuurlijk het hele stuk waarin onze wensen zouden worden vervuld. Dat het echt was? Wie zou dat hebben geloofd?
          Ik hoefde niet op te kijken om te weten dat er een grijns rond zijn lippen speelde. Desalniettemin was ik er vrijwel zeker van dat deze jongeman niet de befaamde Satan zelf was. Noem het een gevoelskwestie.
          ‘Als ik hier ben, zijn mijn vriendinnen hier ook. AnnaSophia, Lucia en Destiney. Uit de keuze tussen mijn drie lieve, aantrekkelijke en zeer zachtaardige vriendinnen kies je de minst knuffelbare. Waarom?’ Ik keek opzij om zijn reactie te peilen, maar verloor mijn aandacht al snel naar mijn kleding.
          ‘Ik trek alles aan behalve een jurk, rok of korte broek. Klaar om je kleding te delen?’ Ik hield mijn gezicht strak terwijl ik mijn hand naar hem ophield. Zelfs God zou me niet in zulke kleding kunnen krijgen. Laat staan hij.


    Feel the fire, but do not succumb to it.

    Blake Chase Barnett || Satan
    Ze zou er maar aan moeten gaan wennen dat ik niet makkelijk was. Als ze menselijke reacties van me zou verwachten, dan zou ze heel snel van een koude kermis thuiskomen. Ik mocht er dan misschien menselijk uit zien, maar ik was totaal niet menselijk. Hoe kon het ook? Mensen konden geen wensen daadwerkelijk laten uitkomen of doodleuk heen en weer reizen tussen de aarde en hell alsof je even een weekendje naar Parijs ging. Zo werkte het niet. Nee, om zulke dingen te doen moest je iets meer zijn. De wetten van de natuur golden niet voor mijn soort en nu ze hier was, in hell, zouden sommige ook niet meer gelden voor haar.
    Voor iemand die ontvoert was, had ze momenteel best veel vrijheid vond ik. Ik had verhalen gehoord van mensen die ontvoert waren en hele dagen aan een ketting lagen, tot ze er zelf aan stierven of nog erger. Nee, zij had lekker kunnen blijven slapen op een zacht bed. Had propere kleren en, zeer vreemd voor mijn doen, nog geen draai om haar oren gehad. Al zou ik daar mee moeten oppassen. Iets te hard slaan en de kans bestond dat ik haar nek brak.
    Een tel voelde ik een vlaag van enorme woede door me heen trekken als ze de woorden zei. Nou ja, dan deed ze dat maar. Wat kon mij het eigenlijk schelen? Het was niet zo dat m’n vrouwen in het verleden zoveel beter waren geweest, al herinnerden de jongens hun moeder toch niet meer. Zelf ik kon niet eens meer zeggen of ze donker of licht haar gehad had. Ze hadden ook nooit iets voor me betekend. Een manier om kinderen te krijgen, meer niet. Ik kon niet zeggen dat ik van hen gehouden heb, maar aan de andere kant, ik had nooit van iemand gehouden. De jongens tolereerde ik, omdat ze m’n eigen bloed waren, maar liefde? Nee, dat voelde ik niet.
    Even keek ik op toen ik voetstappen op de gang hoorde. Blijkbaar waren de eersten in aantocht. Zodra ze in de deuropening verschenen gleden m’n ogen langs ze heen. “Waar zijn je broers?” Het verbaasde me eerlijk gezegd dat Ivory de eerste was. Hij was gewoonlijk net degene die het verst uit m’n buurt bleef, als ik me goed meende te herinneren. Van achter z’n rug verscheen een bos rood haar. Lucia, als ik me niet vergiste en dat deed ik zelden eigenlijk. Een van de andere vier. Net als Annasophia zag ze er niet slecht uit, maar ik kon mezelf niet bepaald voorstellen met haar naast me.
    M’n ogen boorden zich in die van m’n zoon, wachtend op antwoord op m’n vraag en ondertussen de meiden even aan hun lot over latend. Er kon toch niemand naar buiten voor nu, dus hoefde ik niet bepaald bang te zijn dat ze het met z’n tweeën op een lopen zouden zetten.


    "Nothing is True. Everything is Permitted"