• Duitsland 1942: Een jaartal dat de geschiedenis in zal gaan als een storm van gebeurtenissen. Met de Tweede Wereldoorlog in volle gang aan de oppervlakte, heeft niemand oog voor een andere soort oorlog die zich tussen de vechtende soldaten en lijdende mensen plaatsvindt: een duistere oorlog tussen vampiers. In een voor hen zeer gunstige tijd waar het mensenbloed vloeit als nooit tevoren, besluiten de eeuwenoude Europese aristocratische vampierleiders Caellum en Alchar hun clans te versterken en de vampieroorlog nieuw leven in te blazen, buiten het oog van de rumoerige maatschappij. Hun doel: de andere clan vernietigen en de machtigste groep vampiers worden die de onderwereld ooit heeft gekend. Hun middelen: kracht en aantallen. Het ultieme wapen waar de twee leiders op azen: Een eeuwenoude verloren ketting die de drager ervan onmenselijke kracht geeft. In ruil voor het recht van het dragen ervan, wordt de ziel aan de duivel verkocht.
    In ruil voor het participeren in een clan wordt de vampier bescherming en rijkdom beloofd.
    Er is geen ruimte voor Einzelgängers, vampiers die zich bewust afzijdig houden van de oorlog. De vampierclans kennen een zero tolerancebeleid en zullen deze vampiers als ze eenmaal zijn opgespoord, overhalen om zich bij hen aan te sluiten of te vernietigen.

    Maar wat zal er met hun plannen gebeuren als de vampiers onvoorzichtig worden door het vloeiende mensenbloed en hun ras zo blootstellen, tegen wil en dank? Zal de oorlog veranderen in een oorlog die niet alleen gericht is tegen de mensheid, maar ook tegen de wezens van de onderwereld zelf? Of zullen enkele menselijke opportunisten hun slag slaan en proberen de Einzelgängers over te halen deel uit te maken van de menselijke oorlog en hen zo van een onbeperkte voorraad bloed kunnen voorzien en beter nog; misschien zelfs macht in de wereld van de mensen.
    En mag men er wel zo zeker vanuit gaan dat de ketting die onmetelijke kracht schenkt, wel in handen van een vampier terechtkomt?

    Don’t look at the future, don’t look at the past. Our time has come, right here and right now. We will fight for our right and seize power!

    Tiny reminders.

    • Vampiers zijn niet te doden met loden kogels, alleen met zilveren kogels en wapens en daglicht.
    • Vampiers kunnen zich niet voortplanten met mensen. Ja, seks hebben kan wel.
    • Vampiers kunnen een beperkte tijd zonder bloed. Langer als mensen zonder voedsel kunnen, maar afhankelijk van hun lichamelijke inspanningen op regelmatige basis.
    • Kledij beschermt vampiers tegen daglicht. Blote lichaamsdelen zijn er erg vatbaar voor.

    Houd er alsjeblieft rekening mee dat het verhaal zich afspeelt in Duitsland en niet aan één van de twee fronten. Dit is bewust gedaan om andere rollen in landen waarmee Duitsland in oorlog is ook een kans te geven mee te doen als spion, militair oid om het machtscentrum aan te vallen/infiltreren, en tevens Duitse burgers een rol te laten spelen, in case people don’t want to participate as a military.

    Raadpleeg de story voor een beeld van de tijdsgeest.


    R
    ollen [Mens].

    Mogelijke suggesties: Soldaat in opleiding van de Wehrmacht/SS, lid van de Hitlerjugend (voor jongens) Bund Deutscher Mädel (voor meisjes), één van de nazi partijleiders (bijv. Adolf Hitler), generaal/officier, burger, verzetslid, onderduiker, spion.

    Emily Jessica Grace (20) - Spion. By Clubbed.
    Lise Jager (20) - Burger. By Humble.
    Adrian Duncan Ross (23) - Amerikaanse soldaat. By Vluuv.
    Elisabeth Jones (21) - Mens. By Endure.

    Rollen [Vampier].
    Mogelijke suggesties: Eén van de twee clanleiders, clanleden, einzelgängers, vrouw van één van de twee clanleden, verrader binnen de clan.

    Fjodor Iljitsj Nazarov (24/108) - Einzelgänger/RA soldier. By Shogun.
    Dawn Franklin (20/112) - Spion/clanlid. By RainbowDay.
    Jena Berkhoff (19/20) - Einzelgänger. By JaiRy - Afwezig.
    Sarah Louise Wagner (7) - Clanlid. By Proprius.
    Vidic Zeitlin (26/334) - Kapitein clan Alchar. By Sid.
    Pandora (25/478) - Vrouw Alchar. By Vluuv.
    Alchar Zaryn (30/610) - Clanleider. By Shogun.
    Lirit Isolde Hildegard (20/606) - Einzelgänger/verrader. By Statler.


    Tiny reminders voor het spelen. Mist hier nog een goeie regel, meld het :]. Het is vakantie, dus ik kan best een dingetje of twee over het hoofd hebben gezien. Normaal ook, daar niet van.
    - Gelieve geen drieregelposts. Als je geen inspiratie hebt, voel je vrij om, om hulp te roepen of wacht tot de inspiratie weer vloeit.
    - Geen personages doden zonder toestemming van de speler. Ernstig verwonden, verminken, verkrachten, martelen en beroven mag wel. War, y’know.
    - Dit is een RPG die zich afspeelt in de geschiedenis, for fun dus en geen geschiedenistoets die je moet leren. Je wordt niet tegen de muur gezet als je wat tijdsfouten maakt.
    - Geen beslissingen voor andermans personages maken en perfect players maken.
    - Gelieve pas joinen als je ook daadwerkelijk van plan bent te gaan posten!



    Last, but not least: Viel Spaß!

    [ bericht aangepast op 2 mei 2012 - 16:45 ]


    No growth of the heart is ever a waste

    Jena Berkhoff - Einzelgänger

    Zijn wenkbrauwen schoten even omhoog terwijl hij me onderzoekend aankeek. Ik weet bijna zeker dat als mijn wangen nu rood hadden kunnen kleuren ze dat gedaan zouden hebben. ‘Jij niet weten wat clans zijn. Jij in gevaar als je niet oppast, net zoals ik. Alchar en Caellum gevaarlijk,’ zei hij daarna. In gevaar? In gevaar waarvoor en waarom? Ik wilde het vragen maar voor ik iets kon zeggen ging hij verder. ‘Als jij niet wil in clan, oppassen. Rode leger beter dan clan, Duitse kamp beter dan clan, SS beter dan clan.’ Ik knikte licht, probeerde zijn woorden goed door te laten dringen en te begrijpen maar ik kon het niet helpen dat het ietwat verwarrend was. Dit waren compleet nieuwe dingen voor me. Mijn vingers grepen een van mijn lange krullen vast en speelde daar licht mee terwijl ik bedenkelijk naar de sneeuw op de grond staarde. Wat moest ik nu doen, wat was wijsheid en wie kon me helpen?Argh, hulp! Ik haatte het om wat dat betreft afhankelijk te worden van iemand. 'Wat onze Rus Ilja hier bedoelt, is dat clans puur kwaad zijn. Vampiers verlagen zich niet tot zoiets als oorlogvoeren, behalve een keer een vrienschappelijk gevechtje. Alchar en Caellum zijn de clanleiders waar elke vampier die zijn vrijheid en zijn eigen wil lief is, bij uit de buurt moet blijven. Zie dit als een goed advies. En nu we dat achter de rug hebben, misschien kunnen we eens uit eten.' Zegt Werner waarop ik hem een wat valse blik toe wierp. ‘En dat goede advies van jou moet ik aannemen?’ vroeg ik , haalde even mijn neus op en snoof daarbij licht. ‘Niemand neemt me mijn vrijheid af..’ vervolgde ik zacht en liet mijn pluk haar los. Daarna richtte ik me tot Ilja. ‘Ik weet niet zo goed wat ik moet doen.. Zoveel weet ik niet en er is me nooit iets verteld of geleerd sinds mijn verandering, twintig jaar geleden,’ zei ik tegen hem. Op dat moment voelde ik me even helemaal hulpeloos. Blijkbaar mocht ik ergens van geluk spreken dat ik geen van beide leiders de afgelopen jaren tegen was gekomen. God mocht weten wat er dan gebeurd zou zijn gezien mijn onwetendheid.

    [ bericht aangepast op 14 jan 2012 - 18:38 ]


    'Three words, large enough to tip the world; I remember you.'

    Alchar - Clanleider.

    Ik heb hem gezien tijdens een bijeenkomst van de NSDAP. Ik vond het fascinerend, om eerlijk te zijn. Ik voelde de kracht in de mensen die zo hongerig waren naar macht en vanaf dat moment wist ik zeker dat die partij grootse plannen had. Behalve fascinerend, vond ik het bewonderenswaardig hoe een persoon zo door kon dringen tot de harten en geesten van anderen, ze geleidelijk aan hun wil kon opleggen. Geloof het of niet, ik begon bijna respect en sympathie te groeien voor Adolf Hitler.
    En de meedogenloosheid waarmee hij zijn eigen mensen kan vernietigen om zijn doel veilig te kunnen stellen ontroert me bijna. We hebben veel gemeen, hij en ik. Alleen is er een essentieel verschil waardoor ik superieur ben boven hem: namelijk mijn onsterfelijkheid.
    Bij die gedachte trek ik heel even een mondhoek omhoog en hijs mezelf overeind zodat ik rechtop in bed zit. De kamer is donker, op het kaarsje na. Buiten sneeuwt het. De avond is gevallen. Ik kijk naar de plek naast me op bed, waar Pandora vredig slaapt. Een streng donker haar bedekt haar gezicht. Ik strijk de haren uit haar gezicht, aai kort langs haar wang en sta dan op. Tijd om de nacht tegemoet te gaan. Ik kleed me aan, sla de mantel om me heen en neem een sigaar in de handen. Ik loop door de gangen van het kasteel, dat diep verborgen in de bossen ligt. Tijd voor een bezoekje aan de heer Zeitlin. Er zijn veranderingen nodig.


    No growth of the heart is ever a waste

    Vidic Zeitlin - Kapitein clan Alchar.
    Voor de zoveelste nacht heb ik slecht geslapen en van zo gauw het ook maar begint te schemeren, kom ik opgelucht uit bed. Proberend de rust die nog in mijn kamer hangt vast te houden, steek ik in een vredige stilte een paar kaarsen aan op de hoge kandelaar in de hoek. Vervolgens kleed ik me al even geruisloos aan: een zwarte broek met bretellen, over een wit hemd, een zwarte wollen trui met een hoge kraag erover en mijn jas met strepen op de schouders. Klaar om de nacht en zijn verschrikkingen te trotseren.
    Ik grits het verslag over de laatste schermutseling van mijn nachttafeltje, en begin dan de kaarsen uit de blazen. Ik draai de deur achter me vast en loop naar mijn bureau. Iemand is al zo attent geweest om de kaarsen daar aan te steken, mooi. Ik steek een sigaret op en zet me achter mijn bureau om het verslag af te tekenen en te laten klasseren.


    Home is now behind you. The world is ahead!

    Fjodor - Einzelganger/soldaat RA.

    Zoals te verwachten is, wordt Werners niet zo subtiele poging Jena te versieren niet in dank afgenomen. Stiekem hoop ik op een stomp van de vrouwelijke vampier, maar helaas, het blijft bij een snerende opmerking. Toch kan ik het niet laten te glimlachen.
    ‘En dat goede advies van jou moet ik aannemen? Niemand neemt me mijn vrijheid af..’
    Ik nader het tweetal en wend me dan tot Jena, die nog steeds onzeker is over wat te doen. Ik zwijg, als ze verder praat.
    ‘Ik weet niet zo goed wat ik moet doen.. Zoveel weet ik niet en er is me nooit iets verteld of geleerd sinds mijn verandering, twintig jaar geleden,’ hoor ik haar zeggen. Ik frons even de wenkbrauwen. God, waar ben ik ook mee bezig? Tot een half uur geleden zat ik hier rustig mijn eigen ding te doen, een beetje te spelen met stervelingen en nu moet ik ineens veranderen in een beschermheer? Ik slaak een innerlijke zucht. Al goed, al goed.
    'Groepen van vier, vijf vampiers. Oppassen en wegrennen. Ze zijn sterk en je hebt twee keuzes: of voegen bij clan, of dood.' Ik hoop dat dit gebroken Duits goed overkwam op haar. Want tegen de tijd dat ze erachter komt, zal het te laat zijn.
    'Sterke vampiers, talenten, meer risico voor de groepen. Alchar en Caellum, vergeet die namen niet.' Ik wend mijn blik tot de lucht. Het is donker. Ik zie vaag een lichtje branden in het huis van Lise. Een verklaring. Dat wilde ze. Een verklaring. Welke zal ik geven? Ik glimlach. Ik hoef helemaal geen verklaring te geven. Als ik wil kan ik die kwade huisgenoot van haar voor haar ogen een enkeltje hel sturen.


    No growth of the heart is ever a waste

    Alchar Zaryn - Clanleider.

    Mijn kordate voetstappen weergalmen door de gangen van het kasteel. Al eeuwenlang behoort dit kasteel tot ons. Er zijn borden opgehangen met berichten dat het hier spookt, ironisch genoeg niet eens door onszelf. De rust die we ons hier hebben toegeeigend werd september 1939 ruw verstoord door soldaten die dit gebouw wilden gebruiken als uitvalsbasis op de weg naar Polen. Gelukkig hebben we korte metten gemaakt met onze indringers.
    De Duitsers of de Polen zijn wel mijn laatste zorgen. Vroeger was dit gebied een staat op zichzelf. Pruisen. Nu behoort het tot het grootduitse rijk. Niet dat mij het veel uit zal maken onder welke vlag dit stuk land valt.
    Ah, daar is het kamertje van Vidic al. Ik neem nog een trek van mijn inmiddels half veraste sigaar en klop even aan, bij wijze van begroeting. Ik open de deur en groet Vidic.
    'Goedenavond, Vidic.' Ik neem plaats op een houten stoel in zijn kamer. 'Ik wil graag weten hoe het staat met het rekruteren van nieuwe leden. De cijfers over de afgelopen maanden zijn niet erg geruststellend. Ofwel dat Caellum zijn kans heeft gegrepen om elke vampier uit het gebied in te lijven, ofwel dat er haast geen vampier meer is. Ik kan me niet voorstellen dat die vampiers zijn opgeslokt in het oorlogsgeweld.' Mijn mondhoek krult even licht om bij wijze van spot, waarna mijn gezicht in zijn normale serieuze uitdrukking vervalt. Ik blaas de lucht richting het plafond van de ruimte. Mijn blik valt dan op het verslag voor Vidic' neus.
    'Wat is dit?' vraag ik. Zonder op antwoord te wachten neem ik het verslag in mijn handen. Mijn mond verandert in een rechte bloedloze streep naarmate ik verder lees.
    "20 december 1942: poging drie Einzelgängers in te lijven in de bossen bij Berlijn mislukt. De groep van Parcifal - bestaande uit drie personen - werd weggejaagd met vuur en wapens en de garantie te worden gedood als ze ooit terugkwamen. De drie vampiers droegen alledrie Duitse uniformen. Verdere beschrijving over de identiteit niet beschikbaar." Ik schud langzaam het hoofd en leg het verslag terug.
    'Dit klopt niet,' zeg ik vervolgens op een kalme, doch ingehouden toon. 'Drie vampiers. Welke bron heeft dat je verteld? Ik heb ze die dag persoonlijk dit kasteel zien vertrekken. Ze waren met zes man. Iemand is te schijterig om toe te geven dat ze met zes man zijn verjaagd door drie vampiers.' Ik sta op.
    'En dat neem ik mezelf kwalijk. Als ik werkelijk verantwoordelijk ben voor de opleiding van incompetente doodseskaders dan is deze clan een lachertje geworden!' Met een ruk draai ik me om en gooi de deur open. Twee vampiers staan zwijgend in de deuropening.
    'H-heer Zaryn, w-we hoorden u.. en we dachten..' 'Denk maar niets, Laurens. Het is hier niet gepast gesprekken af te luisteren die niet voor jouw oren bestemd zijn. Laat ik het niet weer zien.' En de deur gaat weer dicht. Ik heb hem er genadig vanaf laten komen, ondanks mijn rothumeur.
    'Goed, Vidic. Heb je nog het een en ander toe te lichten over deze zaak en zo niet, wil je me dan vertellen waar Parcifal op het moment uithangt.'
    Ik gooi de sigaar op de grond en trap deze fijn om de rook te doven. Zes van mijn vampiers. Verjaagd door drie vreemdelingen. Bespottelijk. Ik heb genoeg door de vingers gezien, deze keer gaan er koppen rollen.


    No growth of the heart is ever a waste

    Vidic Zeitlin - Kapitein clan Alchar.
    Het klopje op de deur doet me opkijken. Waarvoor hebben ze me nu weer nodig? Het leek een rustig begin van de nacht, maar ik weet als geen ander dat schijn bedriegt. Alchar komt binnen en automatisch ga ik recht zitten. Respect voor je oversten is er tijdens mijn leven als mens al ingestampt en dat zal altijd zo blijven. Bovendien ben ik er getuige van dat zulke gewoonten, die de tand des tijds zo goed doorstaan, hun nut zeker hebben. Zonder respect zijn samenlevingen, zowel die van mensen als die van onsterfelijken compleet vierkant draaien, of eigenlijk gewoon onmogelijk zijn.
    'Goedenavond, heer.' Hij zet zich voor me neer en ik leg mijn pen op het ongesigneerde document neer, wachtend op de reden van zijn bezoek. Vaak laat die even op zich wachten, maar deze keer niet. Hij wil praten over de rekruteringscijfers en er trekt vluchtig een pijnlijke trek om mijn lippen, ondanks het succesje van de vorige week.
    'Sinds die 2 Einzelgängers uit München vorige week heb ik geen berichten meer gekregen van nieuwe, helaas.'
    De laatste tijd, vooral op de momenten wanneer ik overdag wakker lig, speelt er een nieuw idee in mijn hoofd. Een oplossing die ik gezien zijn ethische onverantwoordelijkheid nog niet heb durven opperen maar die wel steeds aantrekkelijker lijkt te worden. Het lijkt me het beste om het nog een tijdje voor mezelf te houden, tot het gepaste moment komt.
    Ik neem samen met Alchar een trek van mijn sigaret en plots neemt hij het verslag van mijn bureau om het door te lezen. Ik bestudeer zijn gelaatsuitdrukking terwijl hij leest; de blik in zijn ogen wordt harder en kouder en hij perst zijn lippen tot één lijn samen. Wanneer hij verklaart dat het niet klopt, neem ik me voor om Parcival eigenhandig de nek om te wringen. Niet alleen voor zijn leugens, maar ook omdat hij me belachelijk heeft gemaakt voor Alchar. Verdomde lafaard!
    Ik hoor Alchars ingehouden tirade zwijgend en gespannen aan, inwendig Parcival uitmakend voor het rot van de straat. Dat, waarschijnlijk tezamen met mijn tegenwoordige chronisch slaaptekort, maakt dat ik al hoofdpijn voel opkomen. Wanneer Alchar de deur openrukt, kijk ik verbaasd naar de 2 vampiers voor mijn deur. Laurens en Viktoria, zowel mijn secretaresse als mijn minnares bij gelegenheid, zijn wit weggetrokken van het schrikken, bij wijze van spreke dan, en ondanks de situatie lach ik even geruisloos. Alchar handelt snel met hen af en richt zich dan weer op mij. Ik zorg ervoor dat mijn lach op tijd verdwenen is.
    'Goed, Vidic. Heb je nog het een en ander toe te lichten over deze zaak en zo niet, wil je me dan vertellen waar Parcifal op het moment uithangt.'
    Even vind ik het jammer dat Archar Parcival zelf wil bestraffen, maar ik neem me voor hem zelf ook nog eens onder handen wil nemen om het feit dat hij me voor schut heeft gezet evengoed recht te zetten.
    'Wel, in Parcival's rapport staat enkel dat Viktor en Daniël met hem meegingen, maar ik veronderstel dat Dag en Hector ook deel uitmaakten van het gezelschap, want ik heb gehoord dat ze een dag later beiden gewond op de ziekenboeg zijn binnengebracht. Nummer 6 heb ik het raden naar, heer,' sluit ik mijn reconstructie van het gezelschap af terwijl Archar zijn sigaar met meer kracht dan nodig op het parket uittrapt. Het gaat Parcifals beste dag niet zijn, waar hij ook uithangt. 'Volgens mij is hij, Parcifal bedoel ik, nog op zijn kamer, heer.' Ik sta nu ook recht. 'Wilt u dat ik hem ga halen?' Ik wil liever niets missen van Alchars genadeloze bui, zeker niet als die ellendeling daar het middelpunt van is.

    [ bericht aangepast op 18 jan 2012 - 15:41 ]


    Home is now behind you. The world is ahead!

    Lise - Burger
    Gabriele is, waarschijnlijk van het vele huilen, in slaap gevallen. Hierdoor kan ik mijn bed niet uit wat me aan de ene kant irriteert omdat mijn rug brandt als een gek, maar aan de andere kant misschien ook maar beter is omdat ik anders hoogstwaarschijnlijk als een gek naar buiten zou rennen op zoek naar Ilja.
    Ik moet gewoon een verklaring hebben, de vragen en mogelijke antwoorden die nu door mijn hoofd rondspoken drijven me tot waanzin. De kracht, de tanden en de snelheid waren onmenselijk, daarnaast wil ik ook weten wie Fjodor en Werner zijn. Ja, ik weet wie de naam Werner toebehoort, maar meer weet ik ook niet van de desbetreffende persoon en dat is bij lange na niet genoeg.
    Ik draai mijn hoofd wanneer ik Gabriele naast me hoor mompelen. 'Schweinhunde! Ik zal je..' Haar hand zwaait door de lucht en raakt mijn gezicht. Pijn doet het niet, in plaats daarvan schiet ik in de lach. Alsof ze lja met één zo'n klap zal verslaan. Ergens baart het me wel zorgen, Gabriele zal het hier niet bij laten, maar ze heeft geen schijn van kans tegenover Ilja en ik weet niet of ik Ilja zover zal krijgen dat hij Gabriele niets zal aan doen. Andersom zal het niet nodig zijn, voor zover ik Gabriele ken blijft het bij woorden. Als je natuurlijk dat mes van net niet meetelt.
    Ondertussen mompelt Gabriele lekker door, maar nu is het niet langer verstaanbaar. Ik zucht diep, hoe lang heeft Ilja nog nodig? Zou hij in gevecht zijn met Werner, of die andere vampier? God, ik weet niet of ik haar naam nu vergeten ben, of dat ze het niet heeft gezegd. Ik moet Ilja nog bedanken trouwens, fijn, dat ook nog.

    [ bericht aangepast op 18 jan 2012 - 16:07 ]


    everything, in time

    [Ik weet niet zo goed mee wat'k kan doen :Y)]


    "I shut my eyes in order to see.'

    Nou, jouw personage is in 't bos right?
    Ilja/Fjodor en Jena zijn daar nu ook, ze staan bij elkaar.
    En Werner is daar ook bij en aangezien hij niet echt door iemand gespeeld wordt, kun je daar mss iets mee doen en je zo bij Ilja/Fjodor en Jena mengen? :3


    everything, in time

    Jep, ik wacht dan wel effekes met posten voor Fjodor om JaiRy en Merida ook kans te gunnen om te reageren ^^.

    Alchar Zaryn - Clanleider.

    Ik hoor de woorden aan van Vidic terwijl ik al in de zak van mijn zwarte blouse zoek naar een nieuwe sigaar. Mijn gezicht staat op onweer, maar ik zal nog even moeten wachten voor ik mijn woede op de ongelukkige rat moet koelen.
    'Wel, in Parcival's rapport staat enkel dat Viktor en Daniël met hem meegingen, maar ik veronderstel dat Dag en Hector ook deel uitmaakten van het gezelschap, want ik heb gehoord dat ze een dag later beiden gewond op de ziekenboeg zijn binnengebracht. Nummer 6 heb ik het raden naar, heer,' zegt hij. Ik wuif even met mijn hand, bij wijze van goedkeuring.
    'Dat geeft niet. Die informatie ligt voor het grijpen, als ik ze nodig heb.' Vidic komt overeind, waardoor de verschillen tussen onze lengtes minimaal zijn. Hij stelt voor om Parcifal te gaan halen en ik knik goedkeurend.
    'Ja, breng hem hierheen. Ik zal hem persoonlijk duidelijk maken dat leugens en bedrog niet thuishoren in deze clan.'
    Ik wacht tot Vidic weg is en zet me vervolgens neer in de stoel, met een kersverse sigaar tussen de vingers. Hoe hoger de stress, hoe hoger het aantal tabaksrolletjes dat ik wegwerk. Een zwakke eigenschap van me die ik mee heb genomen van mijn mensentijd, maar het argument dat ik er dood aan zal gaan is in elk geval van tafel geveegd.
    Het duurt niet lang voor ik weer de herkenbare voetstappen van Vidic door de gang hoor. Ik waardeer hem ten zeerste. Een betrouwbare vampier met eergevoel en plichtsbesef. De deur gaat weer open en de angstige ogen van Parcifal schieten de kamer door, waarna ze op mijn voeten blijven rusten.
    'Kijk me aan,' zeg ik rustig. Langzaam glijden zijn ogen omhoog, waarna ze bij de mijne blijven hangen. 'Ga zitten.'
    'Ja, heer Zaryn,' klinkt het zwakjes.
    Ik sta op en geef de man gelegenheid om plaats te nemen.
    'Dat verslag voor je neus. Lees het.' Ik sla de armen over elkaar en geef de man tijd om Vidic' verslag door te lezen. De spanning is om te snijden.
    'I-ik snap het niet. Wat is er aan de hand?' Zijn quasi-onwetendheid irriteert me ten zeerste. Waar haalt hij het godverdomse lef vandaan om me hier te belazeren waar ik bij sta? 'Je hebt gelogen, Parcifal. Dat is er aan de hand. 20 december ben jij met een vijftal anderen op een missie gegaan om nieuwe leden te rekruteren ten oosten van Berlijn. Zes vampiers in totaal. In dit verslag staat, zoals je hebt kunnen lezen, dat het er drie zijn. Ik neem aan dat je weet wat dit betekent.'
    'D-dit is niet waar, heer Zaryn. Dit is gelogen. We waren maar met drie man! Ik zweer het u.' Ik hurk voor hem neer aan de andere kant van de tafel.
    'Dus jij, Parcifal, beweert hetgeen dat ik met mijn eigen ogen heb gezien gelogen is? Je probeert me nog te bedriegen waar ik bij sta! Denk je werkelijk dat ik dit soort verachtelijk verraad door de vingers ga zien? Ga staan. Nu!'


    No growth of the heart is ever a waste

    Jena Berkhoff – Einzelgänger

    Ilja kijkt even met een gefronst gezicht vooruit waarop ik mijn blik weer even om me heen liet glijden. ‘Groepen van vier, vijf vampiers. Oppassen en wegrennen. Ze zijn sterk en je hebt twee keuzes: of voegen bij clan of dood,’ reageerde hij na een tijdje waarop ik hem even licht geschrokken aankeek. Was dat het? Of me bij hun voegen of dood? Ik schudde licht met mijn hoofd, wat was ik blij dat ik de afgelopen jaren zoveel mogelijk andere vampiers had geprobeerd te ontwijken en al helemaal als ze met meerdere tegelijk waren. ‘Sterke vampiers, talenten, meer risico voor groepen. Alchar en Caellum, vergeet die namen niet,’ vervolgde hij en keek daarna naar de lucht. ‘Wat bedoel je met talenten? En meer risico’s voor de groep?’ vroeg ik met een gefronst gezicht terwijl ik in mijn hoofd zijn gebrekkige woorden zo goed mogelijk in elkaar gezet had. Vanuit mijn ooghoeken keek ik een keer naar Werner, de stomme grijns op zijn gezicht begon me weer te irriteren, hij was net alsof hij me werkelijk uitlachte vanwege mijn onwetendheid.


    'Three words, large enough to tip the world; I remember you.'

    Vidic Zeitlin - Kapitein clan Alchar.
    'Ja, breng hem hierheen. Ik zal hem persoonlijk duidelijk maken dat leugens en bedrog niet thuishoren in deze clan.' Ik knik met een amper zichtbare glimlach op mijn gezicht en haast me richting Parcifal. Ik passeer Viktoria, Laurens is blijkbaar vertrokken, ze werpt me een blik toe die ik maar al te goed ken. Eventjes vertraag ik mijn pas en ik strijk langs haar middel. 'Vanavond,' fluister ik snel en loop dan weer door. Als ik dan toch wakker ben, kan ik me evengoed amuseren.
    Ik had gelijk, Parcifal is in zijn kamer. Ik klop aan en zo gauw hij de deur opendoet, plant ik mijn vuist in zijn kaak. Compleet verrast vliegt hij tegen de muur aan de andere kant van mijn kamer en tot mijn grote voldoening zie ik een barst in zijn gezicht. Voor we terug bij Alchar zijn, zal er niets meer van te zien zijn, maar het gaat nog wel een tijd pijn doen. Tijd om zich te herstellen gun ik hem niet, ik sleur hem recht met de woorden 'Alchar zoekt je. En hij is nog minder gelukkig over Berlijn dan ik.'
    Ik duw hem bruut de kamer uit. 'Mijn bureau, lopen. En fatsoeneer jezelf een beetje.' Hij begint zijn kleding wat recht te trekken en wanneer we voor mijn deur staan, bekijk ik hem even. Ik trek met een korte beweging de kraag van zijn hemd goed en besluit dan dat hij er mee door kan. Viktoria werpt ons een nieuwsgierige blik toe, maar ik beantwoord hem niet. In plaats daarvan open ik de deur en leid die dwaas voor Alchar. Met mijn armen gekruist volg ik alles, hoe Parcifal volhardt in zijn leugens en hoe furieuzer dat Alchar maakt. Ineens krijg ik medelijden met hem, hoewel ik weet dat dat compleet misplaatst is: hij had niet moeten liegen over dat aantal. Langs de andere kant, niemand kan hem verwijten zo'n farce te proberen verbergen.
    '...drie man! Ik zweer het u.' Inwendig kreun ik. Snap dan toch dat je het enkel erger maakt man!
    'Dus jij, Parcifal, beweert hetgeen dat ik met mijn eigen ogen heb gezien gelogen is? Je probeert me nog te bedriegen waar ik bij sta! Denk je werkelijk dat ik dit soort verachtelijk verraad door de vingers ga zien? Ga staan. Nu!'
    Parcifal kijkt paniekerig van Alchar naar mij, maar doet geen enkele poging om op te staan. Ik besluit in te grijpen door hem recht te trekken en de stoel onder hem vandaan te duwen. Omdat hij eruit ziet alsof hij elk moment in elkaar kan zakken, durf ik hem eerst niet goed los te laten, maar hij blijkt steviger dan hij lijkt. Wanneer hij me aankijkt met grote ogen gevuld met angst, kijk ik staalhard terug. Het is te laat voor spijt. Als hij maar niet gaat gillen, want mijn hoofdpijn is al weer naar een hoger, pijnlijker niveau gestegen.

    [ bericht aangepast op 19 jan 2012 - 21:39 ]


    Home is now behind you. The world is ahead!

    Adrian Duncan Ross - Amerikaanse Soldaat
    Met een zuur gezicht gooi ik de laatste slok water uit de veldfles naar binnen. Ik heb hem gejat van een van die nazi’s bij het vuurpeloton. Mijn keel voelt nog steeds droog en vermoeid hurk ik neer in de sneeuw, om er wat van in de veldfles te stoppen. Als ik klaar ben draai ik de dop er op en stop het koude, ijzeren ding onder mijn jas. Mijn lichaamswarmte zal de sneeuw smelten en voor nieuw drinkwater zorgen. Ik negeer de prikkende kou die de fles veroorzaakt en vervolg mijn weg. Het is moeilijk lopen door een pak sneeuw dat zo dik is, en de takken van de bomen die mijn weg versperren maken het er niet makkelijker op. Terwijl ik door de sneeuw ploeter voel ik mijn maag knorren en ik trek een pijnlijk gezicht. Het is minstens twee dagen geleden dat ik wat heb gegeten, en dat was niet veel meer dan een halve kom met water verdunde bouillon. Het was nou niet bepaald een vijfsterren hotel in dat kamp, en dat lieten de nazi’s ons merken ook. Ik weet niet hoeveel mensen ik heb zien sterven van uitputting, honger, uitdroging, ziekte of wonden, maar het waren er meer dan ik me kan herinneren. Soms verdwenen er ook mensen. Een hele groep, plotseling weg. Eergisteren kwam ik er achter waar dat soort groepen heen gaan, want toen was het mijn beurt.
    Ongeduldig haal ik de veldfles weer tevoorschijn en schroef de dop los om te kijken of de sneeuw al gesmolten is, maar zo te zien nog niet. Ik slik en vervolg mijn weg door het bos.
    Er werd ons die dag gezegd dat we aan een speciaal project moesten werken, dat in een ander deel van het kamp plaatsvond. Onzin, natuurlijk. Het was avond en ze lieten ons ’s ochtends altijd zien waar we de rest van de dag moesten werken. We werden naar buiten geleid, door de hekken heen, en moesten ons op een rij opstellen voor een muur die rood gekleurd was van het bloed. Pas toen begreep ik het, maar toen was het te laat. Niet dat ik er wat aan had kunnen doen als ik er eerder van had geweten. De Nazi’s begonnen aan het begin van de rij met schieten, ik stond helemaal aan het eind. Ik heb mijn ogen gesloten en gebeden. Als u er bent, zei ik in gedachten tegen god, zorg dan dat hier een eind aan komt. En wonder boven wonder werden mijn gebeden verhoord. Ik denk terug aan de wezens die me gered hebben als ik in de verte een donkere gestalte tussen de bomen door zie. Ik richt me op en tuur tussen mijn wimpers door naar de enorme donkere vlek voor me. Een huis.
    Meteen stroomt de energie weer door mijn lichaam en vlug strompel ik door de sneeuw. Het lijkt een eeuwigheid te duren voor ik er eindelijk ben, en door de ramen kijk ik nieuwsgierig naar binnen. Niemand te zien, maar dat wil niets zeggen, misschien zijn ze in een andere kamer. Ik loop om het huis heen tot ik bij de voordeur kom en trek zonder twijfelen aan de deurbel. Ik hoor vanuit de gang van het huis tot mijn voldoening de bel klingelen en wacht tot de bewoners naar beneden komen. Hopelijk zijn het aardige mensen die me wat te eten zullen geven. Als het moffen zijn schiet ik ze gewoon neer en ga ik zelf wel op zoek naar hun voedsel voorraad. Momenteel zou ik alles doen om iets vullends in mijn maag te krijgen.

    Meh, dat is dus Lises huis c:

    Hooo, ik had Vidic's laatste post nog niet gezien, misschien moet ik even aanpassen :x
    Was toch niet nodig c:

    Pandora Zaryn - Echtgenote Alchar
    Loom open ik mijn ogen. Ik zie dat Alchar de gordijnen al open gedaan heeft, en de donkere silhouetten van een aantal bomen zwiepen voor het raam heen en weer. Ik haal gelukzalig adem en sluit mijn ogen nog even. De dekens van het bed zijn heerlijk zacht, en al is de warmte van mijn lichaam bij lange na niet meer genoeg om dezelfde nestwarmte te creëren als toen ik nog leefde, rustig en ontspannen in een relatief warm bed liggen blijft heerlijk. Ik draai me om naar Alchars kant van het bed, en zoals ik al verwachte is het bed daar leeg. Langzaam ga ik overeind zitten en ik sla mijn voeten over de rand van het bed. Ik merk dat het koud is in de kamer, maar ik heb er geen last van. Dat is een van de voordelen van ondood zijn. Al mis ik de warmte wel, zo nu en dan. Ik stap uit bed en loop in mijn dunne nachtjapon naar mijn kleding kast toe. Ik kleed me om en kijk in de spiegel. Een zwarte maillot, een elegante, groene jurk die tot onder mijn knie valt en een zwart jasje. Ik glimlach naar mijn spiegelbeeld terwijl ik mijn veterschoenen met kleine hak aantrek. Prima. Als ik mijn jurk weer recht gestreken heb ga ik bij mijn kaptafel zitten en breng lichtjes wat oogpotlood en lippenstift aan. Niet te veel, maar net genoeg om het verschil te maken. Ik wrijf mijn lippen tegen elkaar om de lippenstift te verdelen en borstel mijn haar. Vervolgens steek ik het op in een lage knot en als ik klaar ben sta ik op en verlaat de kamer. Ik loop door het grote kasteel en volg mijn neus naar Alchar, die bij Vidic lijkt te zijn. Ik glimlach even vluchtig naar zijn secretaresse, Viktoria, en wil de kamer al binnen stappen als ik nóg een geur ruik. Ik vernauw mijn ogen en probeer de geur te plaatsen bij een naam of gezicht. Dan hoor ik Alchars stem, en hij klinkt bijzonder dreigend. “Dus jij, Parcifal, beweert hetgeen dat ik met mijn eigen ogen heb gezien gelogen is? Je probeert me nog te bedriegen waar ik bij sta!” Ik twijfel even of ik naar binnen zal stappen, maar als hij zijn zin af heeft gemaakt besluit ik toch aan te kloppen. Als er een clanlid gestraft wordt wil ik daar bij aanwezig zijn, al is het maar om er op toe te zien dat Alchar hem of haar niet al te hard aanpakt. “Lieverd?” zeg ik vragend, terwijl ik op de deur tik. Hij zal mijn geur ondertussen ook wel opgepikt hebben, dus het was niet helemaal nodig om te kloppen. Maar ach, ik denk toch dat het op prijs wordt gesteld als ik officieel om toestemming vraag om binnen te komen en de mannen niet zomaar stoor.

    [ bericht aangepast op 19 jan 2012 - 21:44 ]

    Lise - Burger
    Ik ben in gevecht met met mijn lichaam, het wil rust, slapen, hetgeen wat het niet krijgt van mij, niet voor ik antwoorden heb. Ik verlies de strijd na een tijdje toch en doezel in, alles van de afgelopen dagen speelt zich voor mijn ogen af. Mijn schuur, vanuit alle schuilplaatsen koos Ilja net mijn schuur. Ik wil vanaf nu niets meer horen over het lot en andere onzin. Hier is niets prettigs aan. Het gevoel dat Ilja me heeft voorgelogen blijft alsmaar groeien, ik kan niet geloven dat hij niet terug komt omdat hij bang is voor Gabriele, dat lijkt me sterk. Hij kan maar beter terugkomen, dat is hij me wel verschuldigd.
    De droom blijft verdergaan met herhalen wat er de afgelopen dagen is gebeurd en precies op het moment dat Werner me tegen de muur gooit, schrik ik wakker. Ik geloof dat ik de deurbel hoorde, maar wie kan dat op dit moment nog zijn?
    Zo voorzichtig mogelijk kom ik overeind, waarbij ik zo hard op mijn lip bijt dat het gaat bloeden. Toch compenseert dat de pijn niet en schieten de tranen in mijn ogen. Terwijl ik het bloed uit mijn lip blijf zuigen, klim ik zo voorzichtig mogelijk over Gabriele heen. Vrijwel direct glijdt mijn jurk van me af, verdomme, die had Gabriele open gemaakt. Ik stap zo snel mogelijk uit de jurk, neem mijn rode mantel en sla deze zo goed mogelijk om me heen, dat zal goed genoeg zijn zijn voor nu. Tijdens mijn wandeling naar de voordeur, bedenk ik me dat de kans dat het Ilja is klein is. Hij zal toch wel beter weten? Als Gabriele wakker was geworden, had ze hem niet eens binnen gelaten. Het kan dus iedereen zijn. Geheel op mijn hoede kijk ik door het kleine gaatje in mijn deur. Fijn, weer een vreemde man. Angst neem mijn lichaam over en ik open de deur niet. 'Wie is daar?' vraag ik in het Duits.


    Ik heb geen zin meer Duits te praten.:'D Goed Nederlandse zinnen zijn gewoon Duits.:3


    everything, in time

    Fjodor - Einzelgänger/soldaat RA.

    ‘Wat bedoel je met talenten? En meer risico’s voor de groep?’ vraagt de vampier Jena. Verbaasd kijk ik haar aan. De gure wind blaast dwars door mijn blouse, wat een raar gezicht is in combinatie met de temperaturen die ver onder nul zijn. Ik negeer het gegrinnik van Werner en wend me tot haar.
    'Je weet niet.. van de clans? Al goed, ik leg uit. Talenten, vampiers die goed zijn in vechten. Of denken. Vooral vechten. Zulke einzelgängers zijn sterk voor de groepen van de clans die ze moeten pakken. Soms winnen ze, soms verliezen ze. Als je een groep ziet, vlucht. Ren. Zijn heel sterk.'
    Ik laat mijn ogen nog eens over haar heen glijden. Ze mag echt van geluk spreken dat ze niet het pad heeft gekruist van een groep, veelal bekend als doodseskaders. Het ironische wil dat de nazi's ook beschikken over zulke eskaders, alleen dienen deze om 'vijanden van het volk' op te ruimen. Ik heb genoeg gehoord in mijn zeer korte periode in het kamp.
    'Schatje, waarom ga je niet met mij mee vannacht? Hier blijven staan bij een Rus die niet eens behoorlijk Duits kan zal ook wel vervelen. Bovendien ben ik heel benieuwd..' En hij stapt op haar af en slaat een arm om haar heen.
    '..wat er onder die laag kleding van je zit.' Ik zie haar blik; ze kan hem wel schieten. Ik wacht op het moment waarop ze het ook daadwerkelijk doet. Werner was vroeger al hopeloos in de buurt van vrouwen en helaas is de wijsheid er met de jaren niet gekomen.
    'Ik moet naar Lise. Schuur bij haar huis, is warm.' Met die woorden vertrek ik naar haar huis.
    'He! Wacht eens even! Meen je dat nou? Mag ik het met haar gezellig gaan maken in de schuur? Ik voel me bevoorrecht, Fjodor,' roept Werner me na in het Russisch.
    'De naam is Ilja,' reageer ik en loop terug naar Lises huis. Op de weg terug pik ik een andere geur op. Een mensengeur. Meteen slaan mijn zintuigen alarm en waarschuwen me voor een heerlijk hapje. Ik glip door de struiken tot ik bij Lises voordeur aan kom. Mijn ogen sperren zich open.
    dat uniform.. ik herken het ergens van. Hij moet een Amerikaan zijn! Maar wat doet een Amerikaan in het oosten van het Duitse Rijk?
    Ik kijk toe hoe Lise de deur opent met een aarzelend 'wie is daar'. Ik besluit dat de kans dat ze mij zal verhoren in het bijzijn van de man redelijk klein is, dus stap ook ik naar voren.
    'Mijn verontschuldigingen, Lise. Voor wat ik gedaan.' Mijn blik glijdt van haar naar de rode mantel om haar lijf. Ik vang een vleug van haar lichaamsgeur op, meer dan ik eerder op ving. Dat en haar haar dat door de war zit verraden dat ze net uit bed is gekomen en schaars gekleed is. Wat opwindend.. Fjodor, hou je gedachten voor je.


    No growth of the heart is ever a waste