Ithilwen Cútalion
Ithilwen wilde net antwoord geven op Angel toen ze een duwtje tegen haar rug voelde. Verbaasd draaide ze zich om. Achter haar stond een enorm lichtbruin dier met witblonde manen en blauwe ogen. Zijn spieren waren goed zichtbaar onder zijn huid en hij had de bouw van een trekpaard. Desondanks was hij erg snel in gevallen van nood en kon hij lange dagmarsen aan.
'Myrio!' riep Ithilwen blij. Ze sloeg haar armen om zijn hals en begroef haar gezicht in zijn warme manen. 'Ik was je kwijt gek, niet meer doen!' bestrafte ze het paard. Ze gaf hem een speelse tik op zijn neus en hij sabbelde zachtjes in haar vingers. Om haar heen kwam iedereen in beweging. Ze draaide zich om naar Angel.
'Ik denk dat we vertrekken.' glimlachtte Ithilwen. Ze wilde op de rug van Myrio klimmen toen ze één essentieel onderdeel miste. Het zadel.
'Myrio, waar is het zadel?' zuchtte ze. Myrio brieste en schudde zijn manen. Ithilwen vermoedde dat het ergens achter was blijven hangen en nu ergens in een boom bungelde. Het verklaarde waarom Myrio zo lang weg was, die had waarschijnlijk die hele boom kromgetrokken voordat hij bevrijd was van zijn zadel. Ze hoopte dat Ignatus er niet achter zou komen. Er was in ieder geval geen tijd meer om het te gaan zoeken, dus ze zou het zonder moeten doen. Ze rolde met haar ogen en hees zichzelf op zijn rug. Dit ging wat moeizaam voor haar doen, gezien ze als elf overal makkelijk op zou moeten komen, maar het was al weer een tijdje gegeleden dat ze zonder zadel had gereden. Gelukkig had het voor een buitenstaander alsnog soepel uitgezien. Ze hees haar rugzak wat hoger op haar rug, greep de teugels en tikte met haar kuiten tegen Myrio's buik. Dat was genoeg voor het dier en hij kwam in beweging. Ze reed naar Angel en glimlachte.
'Dit word nog leuk, laten we gaan.'
[ bericht aangepast op 7 maart 2014 - 17:00 ]
|| Thou wouldst rejoice for those that live, because the live to die. ||