• Een groep jongeren word uitgekozen voor een geheim project. Project Morbid. Ze zijn met niet veel maar ze zijn heel verschillend en afkomstig uit bijna alle werelddelen. Op het kleine eiland worden ze getraind en opgeleid zonder dat ze weten waarom, zonder te weten dat ze speciaal zijn, anders zijn. Want iedere mens heeft bepaalde Machten, ze moeten alleen maar tot uiting gebracht worden.




    Trainers
    - Carolina Maellis Sawyer (Hoofdtrainster|Oprichtster)
    - Rose Victoria Stann

    jongeren.

    - Joachim Nowak
    - Jess(ica) Alexis Lane
    - Jayden Micah Rhodes
    - Celeste Artemis Dubois
    - Val (Valentin) Gray
    - Elín Jónsdóttir
    - Liberty Roxanne Summers
    - Jace Dagget



    Rose Victoria Stann

    Joachim Nowak
    Jess(ica) Alexis Lane
    Celeste Artemis Dubois
    Jace Dagget



    Carolina Maellis Sawyer

    Val (Valentin) Gray
    Elín Jónsdóttir
    Liberty Roxanne Summers



    Wat afspraken.


    # Ik wil vragen om toch iets meer dan 1 zinnetje te schrijven, het is heus niet zo moeilijk om een post te schrijven van een vijftal zinnen. Je hoeft ook geen posts van 800 woorden te gaan schrijven als de rest dat doet.
    # Maak geen ruzie, hou het leuk. Personages onderling mogen natuurlijk wel ruzie maken.
    # Houd je alsjeblieft aan de verhaallijn.
    # Don’t be scared. Stuur je personage gewoon op anderen af, PB mij of een ander dan om te vragen waar zijn personage is en of die naar jouw personage kan gaan.
    # Verhaal kwijt? Stop dan niet zomaar zonder wat te melden, maar vraag waar de rest is of om een kleine samenvatting.
    # Je maakt geen grote beslissingen in je eentje en bestuurt de anderen hun personage niet!
    # Have fun

    Je kan nog steeds inspringen als jongere!


    [ bericht aangepast op 18 maart 2012 - 19:21 ]


    Soms ben ik het sterkste wijf ter wereld en soms ben ik een kwartelei.

    Elín

    Ik laat haar maar schelden. Het kan me niks schelen, ik ben in de eerste plaats niet zo onbeleefd geweest een gesprek te onderbreken gewoon om iemand op stang te jagen. Haar woorden doen me niks maar om haar attitude word ik razend. Mijn gezicht is echter een emotieloze lei.
    ‘Val, om op je antwoord terug te komen: ik dacht iets te zien van een hopeloos stuk mens aan de andere kant van je, dus ik wilde het niet meer zien,' zegt ze om zich vervolgens om te draaien en weg te lopen.
    Ik kook vanbinnen maar schrik op wanneer buiten de bliksem op een boom inslaat. Door de regen krijgt het ding geen kans in vlammen op te gaan.
    Ik verberg mijn hoofd in mijn handen terwijl ik overspoeld word door een golf van verdriet.
    'Kreng. Dat komt een mens onderbreken en doet dan nog alsof het de schuld van een ander is.' mompel ik in het IJslands, mijn eigen taal. Plots besef ik dat Val nog steeds tegenover me zit.
    'Sorry,' zeg ik in gebrekig Engels. 'Normaal ben ik niet- ik-' ik zucht en moet mijn excuus opgeven omdat er een krop in mijn keel komt en tranen in mijn ogen. Ik sta op en ren naar buiten, de gietende regen in.


    I've no idea of the future, but I can see the past quite well. And the present, if the weather's clear.

    Val Gray.

    Celeste krijgt de kans niet om te antwoorden, als Elin haar stoel bijdraait en zich in het gesprek mengt.
    ‘Liefje? Ja, hai, ik weet niet hoe je heet. ‘Ik denk niet dat hij interesse heeft, dus als je zo vriendelijk zou willen zijn om ons even te laten praten en niet zo wanhopig te proberen flirten.’ Mijn ogen worden groot. Het vermoeden waar ik me ergens diep in mijn wezen van den domme van probeer te houden, is zojuist bevestigd. Maar het is niet logisch. Het is gewoonweg niet logisch!
    "Maar Val, liefde is nu eenmaal niet logisch. Noch is lust dat. Wanneer snap je dat nou eens, genie?" Ik slik even als de twee jonge vrouwen bekvechten. Het is mijn klasgenoot Elisa die me dit heeft gezegd en zich in dit doolhof feilloos weet te orienteren. Aan alles wat we doen zit een bepaalde ongeschreven code vast en zij kent die regels uit haar hoofd. Het is voor haar iets natuurlijks en om exact die reden weet ze zonder moeite elke jongen om haar vinger te winden. Het kan natuurlijk ook zo zijn dat elke jongen gewoon achter zijn pik aanloopt. Maar zelfs dan zou een vrouw toch iets aan uitstraling moeten hebben? Toch? Het kan toch niet zo zijn dat een jongen zo plat denkt dat een vrouw met een mooi lichaam voldoende is? Wat denk ik? Mijn ogen schieten even naar de eerste persoon waar ze op kruisen, Elin. Nu zij met Celeste aan het bekvechten is, kan ik deze kans aangrijpen om te proberen mijn vraag te beantwoorden. Wat zie ik? Ik zie dat ze een mooi lichaam heeft en ze verzorgt zichzelf goed. Maar dat is niet voldoende, weet ik. Wat zegt mijn lust me? Ik probeer na te denken. Mijn lust zegt me niets. En dat is vrij logisch, aangezien ik geen lust heb. In dit stadium zou Alex me vertellen wat hij allemaal wel niet met haar had willen doen. Walgelijke dingen, ik heb er geen ander woord voor.
    ‘Maar omdat je zo graag aandacht wil van de lieve, schattige Val hier, zal ik je de kans geven om hem te leren kennen, omdat je nog van niemand anders aandacht krijgt.’ Ik kijk verrast op, word uit mijn gedachten gehaald. Oh ja. Dat was waar ook. Ik zit hier nog steeds middenin de frontlinie. Jess had ze waarschijnlijk alletwee een mep verkocht, mocht zij mij zijn. Maar ik beken eerlijk; als ik probeer me hier tussen te mengen, voorspel ik al dat ik de pineut ben. Dus ik hou me stil als mijn verbazing met de seconde groeit.
    ‘En misschien dat je nu dan ook snapt dat ik je niet mag. Dat weet ik nu al, en ik ben blij dat het wederzijds is. Dat is het eerste compliment dat je al gelijk kon maken.’ Het is ongelofelijk hoe ze het voor elkaar krijgen een ware catfight te starten over niets. Ik kan er met mijn hoofd niet bij. Kwam het door mijn vraag? Nee. Toch? Elin ergerde zich aan Celeste's tussenkomst en zo wordt de bal over en weer gespeeld. Flirten. Dat noemde ze het. Als dit werkelijk flirten is, dan zou dat alle soorgelijke gevallen in het verleden verklaren. Maar ik weet dat ik moet oppassen met die conclusies, het kan immers ook een plagerijtje zijn, zoals Jess-
    ‘Val, om op je antwoord terug te komen: ik dacht iets te zien van een hopeloos stuk mens aan de andere kant van je, dus ik wilde het niet meer zien.’ Ik kijk haar verbaasd aan.
    'Eh.. ik-' Ze heeft het niet eens meer gehoord en is weggelopen. Op dat moment slaat er een harde bliksemslag in. Aan haar ogen te zien zag ik dat ze in haar element was. Ja. Ze geniet van zulke dingen. Ik draai me aarzelend om naar Elin. Ik zie haar glasharde ogen die geen enkele waarneembare emotie uitstralen.
    'Sorry. Normaal ben ik niet- ik-.' Haar stem klinkt gebroken en ik voel me ineens heel treurig. Celeste heeft haar pijn gedaan met haar woorden, ik kan het in haar gezicht zien. Ineens staat ze op en holt naar buiten, de regen in.
    Even zit ik zwijgend aan tafel, staar glazig voor me uit. Ze heeft iemand nodig die haar een hart onder de riem steekt. Ik zet mijn koffie van me af en kom overeind. Diegene ben ik.
    'Elin,' zeg ik zacht als ik naar buiten kom gelopen, de regen in. Ze is inmiddels doorweekt en ziet eruit als een verzopen katje. Even aarzelend om wat te doen, besluit ik dan toch om kort een hand op haar schouder te leggen.
    'Je hoeft je niet te verontschuldigen.' Ik ga nu voor haar staan. Ook ik ben nu zeiknat. Ik haal de bril van mijn ogen omdat het geen zin heeft die op te houden.
    'Het zijn maar woorden. Ze hoeven je geen pijn te doen. Maar ik begrijp dat ze je raken. Probeer er geen aandacht aan te schenken.' Ik veeg met een hand langs mijn natte gezicht een doorweekte lok haar uit de weg.
    'Kom, laten we terug gaan. Straks word je nog ziek.'


    No growth of the heart is ever a waste

    Ohlol, beetje lang.


    No growth of the heart is ever a waste

    Stalingrad schreef:
    Ohlol, beetje lang.

    Haha, ik merk het ja! Maar dat is niet erg. Vond de gedachtes van Valentin wel erg intressant hoor, haha. Vooral dit stukje: 'Ik zit hier nog steeds middenin de frontlinie. Jess had ze waarschijnlijk alletwee een mep verkocht, mocht zij mij zijn. Maar ik beken eerlijk; als ik probeer me hier tussen te mengen, voorspel ik al dat ik de pineut ben. Dus ik hou me stil als mijn verbazing met de seconde groeit.' LOL!

    [ bericht aangepast op 12 maart 2012 - 23:07 ]


    Don't walk. Run, you sheep, run.

    Haha thanks ^^. Tis kinda een nerdje die nogal naief tegenover liefde staat x'D.


    No growth of the heart is ever a waste

    Elín

    Het duurt niet lang voor ik doorweekt ben. Ik zie er vast uit als een verzopen kat. Ik haal diep adem en probeer mezelf nogmaals tot bedaren te brengen.
    'Elin,' hoor ik plots achter me. Ik hoef niet om te kijken om te weten wie het is, er is maar één iemand hier die ook maar moeite doet om vriendelijk te zijn. Val. Hij legt een hand op mijn schouder. 'Je hoeft je niet te verontschuldigen.' Hij komt voor me staan en neemt zijn bril af.
    'Het zijn maar woorden. Ze hoeven je geen pijn te doen. Maar ik begrijp dat ze je raken. Probeer er geen aandacht aan te schenken.' Hij veegt een lok haar uit zijn gezicht. Nauwkeurig vol ik zijn bewegingen. Om de een of andere reden voel ik me rustiger. Ik voel me een beetje begrepen, een beetje gewaardeerd. De donder en bliksem sterven langzaam af. Een beetje verbaasd kijk ik omhoog en zie hoe de zon door het donkere deken van wolken probeert te breken.
    'Kom, laten we terug gaan. Straks word je nog ziek,' zegt Val.
    Ik kijk even naar mijn drijfnatte kleren die aan mijn huid kleven. Hij heeft gelijk, erg gezond is het niet om hier zo te blijven staan. Wanneer ik opkijk zie ik een regenboog achter Val verschijnen. Er komt een klein glimlachje op mijn gezicht gekropen.
    'IJsland,' antwoord ik nog op zijn vraag van eerder. 'Ik kom uit IJsland.'
    Ik doe een paar passen naar binnen toe en kijk dan even om om te zien of hij volgt.


    I've no idea of the future, but I can see the past quite well. And the present, if the weather's clear.

    voor de trainers: -en nu ja, ook voor jullie, zodat jullie weten waar jullie aan toe zijn :Y)-

    -De trainingen gaan iedere dag plaats vinden na het onbijt tot de lunch.
    -Je mag met met jongere naar buiten/Trainings kamers/Zwembaden/ Noem maar op, wees creatief!


    Soms ben ik het sterkste wijf ter wereld en soms ben ik een kwartelei.

    Val Gray.

    'IJsland. Ik kom uit Ijsland,' zegt ze. Haar humeur lijkt te zijn opgeklaard en, vreemd genoeg, het weer ook.
    'Engeland,' reageer ik. Ik draai me even van haar af, til mijn shirt een stuk op en wring het uit. Ze gaat me voor naar binnen, kijkt een keer over de schouder of ik mee ga. Zwijgend volg ik haar de deuren weer door. Mijn blik glijdt als automatisch weer naar de koffieautomaat.
    'Ik ben even koffie halen.' Mijn derde kopje, en dat nog maar voor de ochtend. Maar ik heb er recht op met maar drie uur slaap. Ik vraag me af hoe ik het voor elkaar krijg om nog normaal te kunnen functioneren.
    Als ik het kopje te pakken heb met uiteraard de nodige hoeveelheid suiker, volg ik Elin naar de eetzaal. Ik zie een paar mensen verrast opkijken bij het zien van onze doorweekte kleding. Druppels water druipen van mijn haar op de grond. Ik vrees dat onze ontvoerders dit niet op prijs gaan stellen. Ik vraag me af of er nog een sanctie aan verbonden zit voor het bij Jess slapen.
    Zwijgend ga ik aan tafel zitten, pak een mes en vork en ga ermee op de tafelrand tikken. Na een tiental seconden heb ik de smaak te pakken en besluit een ritme erin te gooien. Tevreden over het resultaat, stop ik dan en neem een slok koffie. Goed, ik lust eigenlijk nog wel zo'n stuk Turks brood. Zodra ik mijn hand heb uitgereikt, komt een onmiskenbare kriebel naar boven die ik niet zal kunnen stoppen, hoe hard ik ook probeer.
    'Hatsjoe!' Oh nee, het zal toch niet werkelijk..? Ik wrijf langs mijn neus. De combinatie van de regen, mijn natte kleding en verminderde weerstand door afgelopen nacht zal me geheid geen goed doen. Ik denk dat ik maar zo snel mogelijk mijn kleding m-
    'Hatsjoe!' Aarzelend wring ik mijn haar uit. Dit gaat niet de goede kant op. Ik ben niet vaak ziek, maar wanneer het gebeurt, dan is het wel goed raak. Niet gunstig, niet gunstig.


    No growth of the heart is ever a waste

    Elín

    'Engeland,' reageert hij nog. Wanneer we binnen zijn hoor ik bijna meteen weer zijn stem.
    'Ik ben even koffie halen.'
    Ik kijk hem even na terwijl hij naar het apparaat loopt. Ligt het aan mij of drinkt hij veel koffie? Ik haal mijn schouders op en wacht geduldig terwijl ik naar buiten kijk. Ondertussen weet de zon de wolken een beetje te verjagen. Ik trek een wenkbrauw op. Vreemd. Wanneer ik terug naar Val kijk zie ik dat hij een kopje in zijn handen heeft en zet mijn weg naar de eetzaal verder. Ik zie een paar mensen staren en sla verlegen mijn ogen neer. Wanneer ik rechtover hem aan tafel ga zitten, is hij met zijn vork en mes op tafel aan het tikken. Met een glimlachje kijk ik toe en luister vooral hoe hij er een leuk stukje van maakt. Als hij klaar is laat ik mijn blik over het eten op tafel glijden. Ik wip een eindje omhoog van het schrikken als Val plots moet niezen. Ik kijk hem een beetje verbaasd en bezorgd tegelijk aan en zie hoe hij een beetje tevergeefs zijn haar uitwringt. Hij niest nog een keer en zo snel als ik kan bied ik hem mijn zakdoek aan. Pas wanneer ik het ding voor zijn neus heb zie ik dat het ook kletsnat is. Ik moet zachtjes lachen. Daar heeft hij natuurlijk niks aan.
    'Het is het gebaar dat telt?' zeg ik hoopvol, nog steeds met een klein lachje. Ik durf wedden dat als iemand een foto van ons twee zou maken en me die morgen zou laten zien, ik niet meer bij zou komen van het lachen. Ik neem mijn zakdoek in beide handen en wring hem naast tafel uit. Verontschuldigend haal ik mijn schouders op.


    I've no idea of the future, but I can see the past quite well. And the present, if the weather's clear.

    Val Gray.

    na de zoveelste nies voel ik hoe er een rilling langs mijn rug vliegt. Ineens heb ik het ijskoud. Ik merk hoe Elin een zakdoek voor me houdt en op het moment dat ik haar wil bedanken, nies ik nogmaals.
    'Het is het gebaar dat telt?' vraagt ze hoopvol. Ik glimlach.
    'Dank je, maar ik denk dat ik toch mijn kleding ga veranderen,' zeg ik en sta op. Ik loop door de gang richting onze kamer, die gelukkig open is. Na de deur geopend te hebben, trek ik meteen mijn shirt over het hoofd en ga op zoek naar een schone vervanger. Na een tijdje gezocht te hebben, vind ik er eentje in mijn maat. Nu nog een andere broek. Ik ontdoe mezelf van mijn klamme broek en doe een andere aan, ook eentje van hier. Gelukkig hebben ze wel mijn maat. Of.. aarzelend kijk ik naar mijn broek. Het is erg naief om te denken dat het toeval is. Ze hebben natuurlijk al onze gegevens. Als ze weten dat ik met muziek aan slaap, dan moeten ze ook op z'n minst mijn kledingmaat weten. Ik bijt op de binnenkant van mijn lip. Ik loop gauw de badkamer in en poets mijn tanden, onder een nies door. Nu Jess weg is kan ik op mijn dooie gemak in deze kamer rondlopen. Niet dat het nu veel uit zal maken nu ik aangekleed ben. Gauw haal ik nog een handdoek door mijn haar, besluit het maar te laten voor wat het is, maak mijn bril schoon en loop vervolgens weer terug naar de eetzaal, ditmaal droog.
    Opnieuw neem ik plaats naast Elin en neem een slok van mijn koffie.
    'Het is nu al bij achten. Ik vraag me af wanneer ze komen,' denk ik hardop en gebruik een tissue om langs mijn neus te wrijven.

    [ bericht aangepast op 13 maart 2012 - 20:35 ]


    No growth of the heart is ever a waste

    Elín

    Val glimlacht even en staat dan op met de mededeling dat hij andere kleren gaat aandoen. Ik zou zijn voorbeeld volgen, ware het niet dat mijn maag hevig aan het protesteren is. Gehoorzaam aan mijn lichaam blijf ik rustig zitten en kijk even naar het voedsel dat op tafel ligt. Veel naar mijn zin ligt er niet bij, maar gezien dat het enige is dat er ligt moet ik het er maar mee doen. Ik neem een snede brood waar ik wat boter op smeer terwijl ik probeer te beslissen of ik voor kaas of hesp zal gaan. Uiteindelijk leg ik er een plakje kaas op. Wanneer ik een eerste hap neem lijkt het wel alsof ik een stukje hemel op aarde proef. Ik besefte niet dat ik zó'n honger had. Smakelijk neem ik nog een hap wanneer mijn mond leeg is. Terwijl ik aan het kauwen ben dringt het tot me door dat ik best wel wat aardiger had kunnen zijn tegen het meisje van net. Toegegeven, zij was nu ook niet meteen vriendelijk maar ik had er haar ook op een andere manier op kunnen wijzen. Of dat geholpen zou hebben weet ik niet, maar ik zou me achteraf vast niet zo schuldig gevoeld hebben. Ik moet niet doen alsof ik de enige ben die zich hier vragen stelt en die gewoon liever thuis zou zijn, de anderen voelen zich vast net zo. Afwezig bijt ik nog een keer in mijn boterham. Als ik de kans ertoe krijg, dan ga ik me proberen verontschuldigen bij haar. Het heeft geen nut te blijven katten, we zitten allemaal in hetzelfde schuitje en volgens mij wordt het voor iedereen makkelijker als je elkaar een kans geeft en een ander probeert te helpen. Ik laat mijn ogen even door de eetzaal glijden, om er een idee van te proberen krijgen met hoevelen we hier eigenlijk zitten. Schijnbaar zijn we slechts een select groepje. Aan de andere kant van de kantine zit een jongen met heel wat zware emoties die goed te lezen vallen. Verraad, eenzaamheid maar ook vastberadenheid. Hoe ik dit weet is me een raadsel, maar ik kan het al sinds ik klein was. Er loopt een rilling over mijn rug en ik onderdruk de neiging om te gaan klappertanden. Ik sta op en loop naar het koffie apparaat waar ik mijn kopje nog een keer vul. Voorzichtig loop ik met het warme goedje weer naar tafel. Ik zet het neer en hou er mijn handen stevig tegen. De kou wordt verdreven door een zalige warmte. Ik focus me weer op de jongen en zie dat er een meisje bij hem is komen zitten, het meisje dat eerst bij Val stond. Van haar stromen er heel wat andere gevoelens af. Schuld, verbazing en woede. Er verschijnt een blos op mijn wangen wanneer ik me even als een indringer voel. Ik sla mijn ogen neer en geef die twee hun privacy. Hun gevoelens zijn mijn zaken niet. Ik besluit nog eens een kijkje te nemen wat er nog te eten valt. Uiteindelijk zet ik mijn tanden in een prachtig rode appel. Hij is mierzoet en het sap stroomt langs mijn kin. Ik neem snel een servietje van tafel en veeg het weg. Net op dat moment komt Val terug naast me zitten.
    'Het is nu al bij achten. Ik vraag me af wanneer ze komen,' zegt hij terwijl hij met een zakdoekje zijn neus afveegt. Ik trek een wenkbrauw op en eet snel mijn mond leeg.
    'Wie dan?' vraag ik nieuwsgierig. 'Ik vraag me trouwens af waarvoor we hier zijn. Ik bedoel kijk naar me, veel speciaals is er toch niet aan mij? En jij lijkt me ook vrij normaal,' zeg ik zacht.
    Ik neem nog een flinke hap van de appel in mijn rechterhand en kijk Val aan. Even moet ik mijn ogen toeknijpen omdat er een paar felle zonnestralen door de ramen vallen. Al snel wordt het wat minder pijnlijk aan mijn ogen en kan ik de jongen naast me gewoon zien.


    I've no idea of the future, but I can see the past quite well. And the present, if the weather's clear.

    Jace Dagget.
    Ik kijk op de wekker/klok die er al stond toen ik hier aankwam. 8.30 uur. Ik kreun van moeheid. De gedachte met dat ik in mijn bed blijf liggen tot 12 uur s'middags is erg aanlokkelijk, maar met veel moeite hijs ik mezelf mijn bed uit. Goed, Jace, nu even jezelf wassen en dan op naar de eetzaal. Wrijvend in mijn oog loop ik naar de badkamer toe, en kijk mezelf aan in de spiegel.
    Gisteren heb ik de hele tijd aandachtig iedereen bestudeert in hoe ze zijn en hoe ze reageren op dingen. Sommigen werden erg snel geirriteerd, en andere bleven beleefd en netjes - met wat ze ook deden. De gedachtes met wat ik zou doen schoten door mijn hoofd. Geflirt, afwijzing, gejank, en dan gelach. Ik grinnik bij het idee. Dat ging meestal zo in die volgorde bij een meid. Of ze moest erg speciaal zijn.
    Ik gooide wat water over mijn gezicht, en pakte toen een washandje. Die maakte ik vervolgens nat, en begon toen mijn bovenlichaam schoon te maken. Een handdoek volgde, en ik droogde mezelf af. Mijn handen gingen naar de pot gel, en ik bracht wat gel aan naar mijn haar om stekels te maken. Ik bekeek mezelf in de spiegel, en keurde het maar goed. Mijn handen ging ik wassen, en droogde ze toen ook af.
    Goed, ik ga vanavond wel even goed douchen, maar nu; die verdomde training. De badkamer liep ik uit, en pakte mijn kleding met pistool. Een simpel zwart shirt zonder mouwen, en een baggy jeans. Die trok ik aan, verstopte de pistool goed, en ik verliet de kamer. Nu echt op naar de eetzaal. Ik liep door de kille gang, en kwam uiteindelijk uit bij de aankomsthal, en toen de eetzaal. "Well, well, a lot of pretty ladies." Zei ik tevreden, terwijl ik de eetzaal rond keek.


    Don't walk. Run, you sheep, run.

    Val Gray.

    'Wie dan?' Ik kijk verrast op. Wie? Een ogenschijnlijk domme vraag, maar ik weet dat ze de spijker op z'n kop staat. Want wie zegt dat de vrouw die ik gisteravond had gesproken - luisterend naar de naam Rosa - wel het brein is achter onze ontvoering? Zoals ik het nu bekijk zijn er een aantal opties over die de veiligheid van onze ontvoerders garanderen.
    Een: ze zullen ons zodanig weten te indoctrineren dat het niet uit zal maken dat we hun gezichten zien. In dit stadium zullen we alles doen wat ze ons opdragen. Hun identiteit verraden aan de overheden zit er niet in.
    Twee: Rose is slechts een woordvoerder die ervoor zorgt dat degenen die hier feitelijk achter zitten verborgen blijven. Dat zal hun onzichtbaarheid altijd garanderen. Ongeveer hetzelfde idee als bij maffiafamilies. Het hoofd van de familie blijft altijd buiten schot door zijn onzichtbaarheid.
    'Ik vraag me trouwens af waarvoor we hier zijn. Ik bedoel kijk naar me, veel speciaals is er toch niet aan mij? En jij lijkt me ook vrij normaal,' zegt ze dan. Ik knipper een paar keer bedenkelijk met mijn ogen om van mijn gedachten los te komen.
    'Voor zover ik kan oordelen verschillen de karakters erg tussen de mensen hier, net als de nationaliteiten. Ik vraag me dan ook af of er een onderliggende draad is uit ons karakter dat ons bindt of misschien zelfs uit onze verledens.'
    Dan kijk ik op en volg een jongeman die de eetzaal binnen komt.
    'Well, well, a lot of pretty ladies,' hoor ik hem zonder enige vorm van gene zeggen. Even trek ik een wenkbrauw op van verbazing, waarna mijn gezichtsuitdrukking vervalt in een neutrale toestand. Hem heb ik hier nog niet eerder gezien. Ik krijg een de ja vu naar The Killing Room en Anthony Beevor's De Ondergang - Berlijn 1945. Net zoals in een normale samenwerking die gevormd is, zal er ook de grote mogelijkheid zijn dat in ons gevangenschap bepaalde rollen gevormd zullen worden, puur door onze eigen angst voor wat er komen gaat. Nervositeit heeft ongelofelijk veel impact op ons gestel. Sommige mensen zullen boven de rest uit schreeuwen om zo hun eigen onzekerheid te verbergen, anderen zullen zich vasthouden aan ethische normen omdat die een van de weinige dingen zijn waar ze nog houvast aan hebben, weer anderen zullen zich op de achtergrond houden en buiten het weten van anderen op (als de kans zich voordoet) als een hond de schoenen van de vijand likken, puur uit angst. En weer anderen - zoals ik - zoeken hun heil elders en zullen proberen ten allen tijde het hoofd koel te houden.
    'Daar komt bij,' zeg ik dan, nog steeds refererend naar mijn eerdere woorden, 'we moeten de mogelijkheid dat er een mol in ons midden is, niet uitsluiten.'
    Mijn blik kruist die van de jongeman die victorieus de zaal doorkijkt, alsof wij allemaal zijn onderdanen zijn. Ik neem even rustig en diep adem, want mijn hoofd is al bezig alle mogelijke associaties te maken. Ik ken mensen met een blik als de zijne. Die zijn het smerigste soort pestkoppen die er zijn; totaal overtuigd van hun eigen superioriteit en hoewel ik het nooit aan een ander dan mijzelf zal toegeven, heeft exact dat soort mens mij pijn gedaan. Hoewel ik mezelf in die dagen had voorgenomen erboven te staan, bleven ze terug komen. De ene keer dat ik met een bebloede blouse terugkwam, heb ik het kledingstuk zo gauw mogelijk in de was gegooid. Toen dat ineffectief bleek, had ik het weggegooid. Ik wilde niet zwak zijn. Ik en Jess hebben op dat punt meer gemeen dan aan de oppervlakte zichtbaar is.
    Al voor ik het doorheb, merk ik dat ik de vuisten heb gebald van woede door die herinnering. Verbaasd kijk ik op, kruis de blik van Elin.
    'Mijn verontschuldigingen, ik had een niet zo prettige gedachte in het hoofd,' zeg ik met een zuinig glimlachje.


    No growth of the heart is ever a waste

    [Oeehh, Valentin wordt een beetje boos. Ghihi, ik denk dat die jongeman dat wel erg leuk zou vinden. :3]


    Don't walk. Run, you sheep, run.

    Elín

    'Voor zover ik kan oordelen verschillen de karakters erg tussen de mensen hier, net als de nationaliteiten. Ik vraag me dan ook af of er een onderliggende draad is uit ons karakter dat ons bindt of misschien zelfs uit onze verledens.'
    Ik moet zijn woorden nog een keer in mijn hoofd herhalen voor ik helemaal doorheb wat hij nou net zei. Het klonk namelijk nogal plechtig. Plots word ik overspoeld door een gevoel van arrogantie. Omdat dit niet mijn gevoelens zijn maar die van een ander die ik oppik kijk ik de eetzaal rond, op zoek naar de eigenaar ervan. Mijn ogen vallen op een jongen die er in zijn eentje staat. Ik zie hem iets zeggen maar kan het niet horen hiervandaan. In principe maakt het ook niet uit wat het is want de tweede emotie die hij uitstraalt is er eentje waarvan ik rillingen over mijn hele lichaam krijg. Lust.
    'Ugh,' mompel ik onder mijn adem. Ik heb het niet begrepen op zo'n types die er een sport van maken elk meisje in bed te krijgen of daar op z'n minst een poging tot te doen. Ik trek mijn neus op en wend mijn blik af. Vervolgens neem ik nog een flinke hap uit mijn appel. Ik word afgeleid door Val die terug begint te praten.
    'Daar komt bij, we moeten de mogelijkheid dat er een mol in ons midden is, niet uitsluiten.'
    Ik onderdruk een klein glimlachje. Hij praat alsof hij uit een andere tijd komt. En ik vind het nog charmerend ook, het past bij hem. Het geeft hem een bepaalde klasse, hij straalt een bepaalde wijsheid uit. Ik knik even en neem nog een hap van mijn appel om dan Val weer aan te kijken. Hij ziet er een beetje verbaasd uit, maar dat zie ik alleen aan zijn gezicht. Verder krijg ik niks door.
    'Mijn verontschuldigingen, ik had een niet zo prettige gedachte in het hoofd,' zegt hij met een klein glimlachje.
    Ik concentreer me even op hem. Niks. Wacht, waarom kan ik hem niet lezen? Mijn mond valt een stukje open en ik frons mijn wenkbrauwen. Pas dan besef ik dat hij nog iets zei.
    'Eh, nee dat geeft niet.' Mijn verbaasde blik verandert in eentje van uiterste fascinatie. 'Hoe voelde dat?' vraag ik voorzichtig. Nog nooit, nooit in mijn hele leven heb ik deze vraag aan iemand moeten stellen. Ik durf wedden dat ik nu als het idiote psychologische type over kom, maar ik kan het niet helpen. Ik wil het weten.


    I've no idea of the future, but I can see the past quite well. And the present, if the weather's clear.