• Een groep jongeren word uitgekozen voor een geheim project. Project Morbid. Ze zijn met niet veel maar ze zijn heel verschillend en afkomstig uit bijna alle werelddelen. Op het kleine eiland worden ze getraind en opgeleid zonder dat ze weten waarom, zonder te weten dat ze speciaal zijn, anders zijn. Want iedere mens heeft bepaalde Machten, ze moeten alleen maar tot uiting gebracht worden.




    Trainers
    - Carolina Maellis Sawyer (Hoofdtrainster|Oprichtster)
    - Rose Victoria Stann

    jongeren.

    - Joachim Nowak
    - Jess(ica) Alexis Lane
    - Jayden Micah Rhodes
    - Celeste Artemis Dubois
    - Val (Valentin) Gray
    - Elín Jónsdóttir
    - Liberty Roxanne Summers
    - Jace Dagget



    Rose Victoria Stann

    Joachim Nowak
    Jess(ica) Alexis Lane
    Celeste Artemis Dubois
    Jace Dagget



    Carolina Maellis Sawyer

    Val (Valentin) Gray
    Elín Jónsdóttir
    Liberty Roxanne Summers



    Wat afspraken.


    # Ik wil vragen om toch iets meer dan 1 zinnetje te schrijven, het is heus niet zo moeilijk om een post te schrijven van een vijftal zinnen. Je hoeft ook geen posts van 800 woorden te gaan schrijven als de rest dat doet.
    # Maak geen ruzie, hou het leuk. Personages onderling mogen natuurlijk wel ruzie maken.
    # Houd je alsjeblieft aan de verhaallijn.
    # Don’t be scared. Stuur je personage gewoon op anderen af, PB mij of een ander dan om te vragen waar zijn personage is en of die naar jouw personage kan gaan.
    # Verhaal kwijt? Stop dan niet zomaar zonder wat te melden, maar vraag waar de rest is of om een kleine samenvatting.
    # Je maakt geen grote beslissingen in je eentje en bestuurt de anderen hun personage niet!
    # Have fun

    Je kan nog steeds inspringen als jongere!


    [ bericht aangepast op 18 maart 2012 - 19:21 ]


    Soms ben ik het sterkste wijf ter wereld en soms ben ik een kwartelei.

    Celeste Artemis Dubois
    Ik kijk naar hoe hij zijn koffie neemt en ik glimlach als hij zijn beker weer neer zet en me aan kijkt, waarna hij even later op de tafel gaat zitten. 'Jij enig idee waarom ze ons hierheen hebben gehaald? Wie 'ze' zijn?' Grinnikend pak ik mijn koffie en doe hier twee suikerklontjes en wat melk in, waarna ik er een slok van neem. Zachtjes zet ik het bekertje dan op tafel, waarna ik met mijn benen over elkaar op de tafel naast hem ga zitten. Ik kijk hem aan met een doordringende blik, en grijns dan weer even. Wetende dat hij totaal niet snapt wat er aan de hand is.
    Echter, net op het moment dat ik op zijn vraag wilde antwoorden, praatte Val al tegen iemand anders en mijn ogen blikte zich op de persoon die zich bij ons vertoefte voor koffie. Natuurlijk, het meisje van daarnet weer. Goed, ik gun haar koffie en goed, ik mag geen vooroordelen hebben, maar toch irriteerde ze mij mateloos. Het grommen probeerde ik in te houden, wat aardig lukte, maar toen ze weer weg liep met haar koffie kon ik het niet laten een zucht te slaken. 'Wat ik dus wilde zeggen,' Grijnste ik weer speels naar hem, waarna ik verder ging met praten, 'ik heb geen idee waarom wij hier zijn, 'zij' willen dat wij gaan trainen, maar voor wat? Dat is de vraag, en het probleem is dat ik dat niet weet, niemand weet het volgens mij van de groep. Jij wel?' Ik had mijn hoofd even verslagen naar beneden laten hangen, maar daarna keek ik hoopvol op door zijn glazen die voor zijn ogen waren, in zijn aquamarijn heldere poelen.


    Quiet the mind, and the soul will speak.

    Val Gray.

    Opnieuw kruisen haar ogen de mijne. Deze keer blijven ze opnieuw lang bij mijn ogen hangen.
    'Gast, ik denk dat ze interesse in je heeft.' De woorden schieten weer mijn hoofd door. Ik sla de ogen neer en zeg tegen mezelf dat ik moet kappen met zulke gedachten.
    Door haar felle blik richting de inmiddels verdwenen Jess kan ik concluderen dat ze haar niet mag. Ik kan het wel begrijpen: Jess is een erg.. fel type, iets wat lang niet iedereen kan waarderen. Maar wat ik vermoed is dat zij ergens in haar verleden iets ergs heeft meegemaakt, iets waardoor ze dit karakter als een muur gebruikt. Tenzij het gewoon haar ware karakter is, maar dat kan ik me niet voorstellen.
    'Wat ik dus wilde zeggen,' zegt Celeste dan, opnieuw met haar grijnsje, 'ik heb geen idee waarom wij hier zijn, 'zij' willen dat wij gaan trainen, maar voor wat? Dat is de vraag, en het probleem is dat ik dat niet weet, niemand weet het volgens mij van de groep. Jij wel?'
    Ik kijk haar aan en neem een slok van mijn koffie. Ik hoop ergens dat ze mijn gedachten niet als idioot gaat afdoen. Ik herinner me namelijk Jess' lachbui door wat ik zei. Afijn, het er maar gewoon op wagen denk ik.
    'Ik weet het niet precies, maar ik heb wel een vermoeden. Ik denk dat er iets is wat ons bindt. Iets wat zowel jij en ik en alle anderen gemeen moeten hebben. We komen uit verschillende landen, dus onze afkomsten kunnen we wegstrepen. Hoe dan ook, hebben onze ontvoerders uitgebreide informatie over ons. Toen ik werd meegenomen, gaven ze me mijn mp3-speler in handen, inclusief oplader. Ik was hem die dag thuis vergeten. Dus ik was bij mezelf te rade gegaan waarom ze speciaal naar mijn huis zijn gegaan om dat ding op te halen. Dan begreep ik waarom: muziek helpt me in slaap te komen. En om te kunnen trainen, zoals die vrouw zei, heeft iemand voldoende slaap nodig. Maar zo'n feit kan iemand alleen maar weten als diegene me geobserveerd heeft. Dus om die reden denk ik dat we al een tijdje in de gaten zijn gehouden.' Het feit dat ik bepaalde dingen over de regering en haar projecten heb uit zitten zoeken hou ik geheim. Ik was eigenlijk al te los geweest in Jess' bijzijn over dat onderwerp.


    No growth of the heart is ever a waste

    Celeste

    Grinnikend kijk ik toe hoe hij zijn ogen neersloeg, zodat onze blikken niet meer kruisden. Iets wat ik ook wel jammer vond, op de een of andere manier. Als ik weer begin te praten, merk ik hoe hij mij weer in mijn hazelkleur ogen durft te kijken en een slok van zijn koffie neemt, waarna hij zijn verhaal doet. Aandachtig luister ik naar hem en af en toe knik ik uit respect dat ik het begrijp. Als hij zijn verhaal gedaan heeft, neem ik eerst een paar slokken van mijn koffie, waarna ik mijn verhaal doe.
    "Je kan wel eens gelijk hebben, Val," De eerste keer dat ik echt zijn naam noem. "Het is zeker niet onze afkomst, maar wat hebben wij allemaal dan gemeen?" Het koffiebekertje had ik naast mij neer gezet en bedenkelijk sloeg ik mijn handen in elkaar over mijn benen, terwijl ik zacht op mijn onderlip beet.


    Quiet the mind, and the soul will speak.

    Sorry voor het stomme stukje, maar ik moet zo eten en ik ben een beetje opgefokt. Later probeer ik een langere te doen!


    Quiet the mind, and the soul will speak.

    Zo stom vond ik 'm niet :Y). Eetse!

    Val Gray.

    "Je kan wel eens gelijk hebben, Val," hoor ik Celeste's stem zeggen. Wat verbaasd kijk ik op, recht in haar ogen. Vaker dan eens zijn mijn gedachten als onzin afgedaan. Niet dat ik het erg vind, maar on zo nu en dan bevestiging te vinden verrast me vaak ten goede. Ik neem nog een paar slokken koffie en trek vervolgens mijn benen op tafel, waardoor ik nu in kleermakerszit heb plaatsgenomen.
    "Het is zeker niet onze afkomst, maar wat hebben wij allemaal dan gemeen?" Ik slaak een ingehouden zucht en kijk nu voor me uit, richting de glazen deuren.
    'Ik weet het niet. Ik kan tot op een bepaald punt oordelen dat onze karakters erg verschillen. Misschien is er een onderliggende eigenschap die ons bindt, misschien zelfs iets waarvan wij zelf geen weet hebben. Maar als wij zoiets niet zouden kunnen weten, hoe zouden zij het kunnen weten?' Ik trek een flauw glimlachje.
    'Volgens mij neem ik weer te veel aan. Het zou niet de eerste keer zijn dat mensen me voor gek verklaren. Maar goed, het houdt me bezig. Ik zou best meer te weten willen komen over de anderen, maar de kans is vrij klein dat ze mijn vragen zullen beantwoorden, gezien het feit dat ik een vreemde voor hen ben. Ze hebben geen enkele reden om mij te vertrouwen.' Ik neem een slok koffie en kijk dan haar kant op.
    'Ik waardeer het overigens dat je de tijd hebt genomen om naar me te luisteren. Soms vertrouw ik mijn eigen gedachtes niet en word ik zelfs gek van mezelf,' zeg ik met een flauw glimlachje en zet het lege kopje koffie weg. Door de deuren zie ik Jess en de jongeman een gesprek voeren. Bijzonder hoe zo veel mensen met zulke verschillende karakters in een huis toch op de een of andere manier samen komen. Fascinerend wat ontvoering met iemands psyche kan doen.


    No growth of the heart is ever a waste

    Rose Victoria Stann

    Mijn ogen flitsten zwijgend van de een naar de andere. Ik nam ze in een voor een in me op. Allemaal.
    Bij de meesten was de eerste overrompeling, die hen voor een tijdje het zwijgen had opgelegd, langzaam verdwenen. Ze praatten. Sommigen hadden hun stoel verlaten en hadden zich naar andere plaatsen in de ruimte begeven, waaronder het koffieapparaat.
    Ik wierp een blik op mijn horloge, die gaf aan dat de tijd eindelijk de toestemming gaf om deze maaltijd te beëindigen. Onhoorbaar schoof ik mijn stoel naar achteren en stond op. Dit was al genoeg om het merendeel tot stilte te brengen. De rest volgde vrijwel onmiddellijk hun voorbeeld.
    Ik besloot het kort te houden.
    'Welkom. Zoals de hoofdtrainster eerder aanhaalde, kunnen we voorlopig nog geen informatie geven over waarom jullie hier zijn. Het belangrijkste is dat jullie getraind worden. Hiervoor werd de groep in tweeën gesplitst. De lijsten daarover hangen achterin. We verwachten iedereen morgen om acht uur stipt voor de deuren van dit gebouw. Er zal dan wat meer over de trainingen worden uitgelicht. Dat was het. Gelieve nu naar de slaapvertrekken te gaan.'


    Don't tell me the sky is the limit when there are footprints on the moon.

    Val Gray.

    Een stem haalt me uit mijn gedachten en ik draai me 180 graden om. Ook een jonge vrouw die niet oud zal zijn. Ze begint te spreken.
    'Welkom. Zoals de hoofdtrainster eerder aanhaalde, kunnen we voorlopig nog geen informatie geven over waarom jullie hier zijn. Het belangrijkste is dat jullie getraind worden. Hiervoor werd de groep in tweeën gesplitst. De lijsten daarover hangen achterin. We verwachten iedereen morgen om acht uur stipt voor de deuren van dit gebouw. Er zal dan wat meer over de trainingen worden uitgelicht. Dat was het. Gelieve nu naar de slaapvertrekken te gaan.'
    Slapen? Nu al? Dit was wel het laatste wat ik verwacht heb. Mijn ogen verraden mijn verbazing als de menigte achter de deur naar de lijsten toe gaat, onder een mengeling van verbazing en nieuwsgierigheid.
    'Ik zal ze daarbuiten even roepen.' Ik kom overeind en loop de deur door die naar het strand leidt. Voor me zie ik de zon ondergaan. Rustig stap ik op Jess en de jongeman af.
    'Ik wil jullie er graag op attenderen dat we naar de slaapruimtes heen moeten. De borden wijzen de weg. Oh, en ze hebben lijsten opgesteld voor de training morgen. Wat dat ook moge wezen.' Ik merk dat Jess me weer fel aankijkt. Niet dat ze me op enige andere manier aankijkt.
    'Het leek me verstandig jullie te waarschuwen. Ik wil geen snelle aannames maken, maar ik heb het idee dat onze ontvoerders ons niet hard aan zullen pakken, mits we meewerken. In dit stadium is het niet verstandig al aan een ontsnappingsplan te denken.' Met die woorden sjok ik langzaam weer terug de hal in, waar Celeste nog zit.
    'Ik hoop niet dat het de bedoeling is om nu al te gaan slapen,' zeg ik met een voorzichtig glimlachje. Ik ben nooit echt een vroege slaper geweest. Meestal functioneer ik op vier a vijf uur slaap. Mijn hand glipt alweer richting het koffieapparaat, waarna ik mezelf een halt toeroep. Misschien moet ik mijn nachtelijke koffie overslaan.
    'Ik vraag me trouwens af of iedereen een eigen slaapruimte heeft en zo niet, of het dan de bedoeling is dat mannen en vrouwen gescheiden slapen.' Ik haal de schouders op en veeg een witte lok haar aan de kant.
    'Ach, we zullen er snel genoeg uit komen. Eerst die lijst maar eens bekijken.' Ik loop naar de lijsten toe, waar het inmiddels rustig is geworden. Mijn ogen kruisen kort die van de vrouw die ons net heeft geinformeerd om naar de slaapzalen te gaan. Ik maak een kort buiginkje en steek mijn hand uit.
    'Aangenaam, ik ben Val. Maar dat zul je vast al weten.'

    [ bericht aangepast op 3 maart 2012 - 20:40 ]


    No growth of the heart is ever a waste

    Rose Victoria Stann

    Ik nam hem in me op en nam zijn hand uiteindelijk aan. 'Rose Stann en ja, jou kende ik al. Val Gray. Engeland. Klopt dat?'
    'Dat klopt. Ik vroeg me trouwens af of iedereen een eigen slaapruimte heeft en of de mannen en vrouwen gescheiden slapen.'
    'De slaapruimtes zijn voor twee personen en het is inderdaad de bedoeling dat mannen bij mannen slapen en vrouwen bij vrouwen. In deze situatie kunnen we voorvallen als zwangerschappen missen als kiespijn. Voor de rest maakt het niet uit met wie je je kamer deelt. Oké?'
    'Ja, oké, bedankt.' Hij wou zich omdraaien. De koelheid en afstandelijkheid in mijn stem had ook niet echt uitgenodigd tot een verder gesprek.
    Een geluidloze zucht verliet mijn lippen. 'Hoe was je eerste dag?' Voegde ik er zachter en stukken vriendelijker aan toe.


    Don't tell me the sky is the limit when there are footprints on the moon.

    Val Gray.

    Ik heb geglimlacht bij haar woorden. Het is erg onwaarschijnlijk dat ik me bezig zal houden met dergelijke.. zaken, mocht ik met een vrouwelijk persoon de kamer delen. Bovendien zal ik het veel te druk hebben met dingen uit te zoeken.
    'Hoe was je eerste dag?'
    Even ben ik verstijft, knipper een paar keer verbaasd met de ogen. Vraagt ze me serieus hoe mijn dag was? Of heb ik het verkeerd begrepen? Ik ga de woorden in mijn hoofd na. Nee, ik word niet gek. Dit is erg.. onorthodox.
    Ik draai me opnieuw om en neem de vrouw in me op. Ze is absoluut niet het steriotype ontvoerder. Ze zou een lerares op school kunnen zijn. Hoe groot de drang is om te vragen wat die training inhoudt, maar ik hou me in. In plaats daarvan blijf ik rustig en steek de handen in mijn zakken. Eigenlijk ben ik niet nerveus. Er zijn geen geweren op me gericht en niemand is tot dusver overleden. Ik begin bijna te geloven dat ze.. het beste met ons voor hebben. Bijna.
    'Prima,' zeg ik rustig. 'Al moet ik zeggen dat mijn leven nu overhoop is gegooid. Enigszins.. fascinerend.' Er verschijnt een twinkeling in mijn ogen. Natuurlijk is er een deel van me dat bang is en als de sodemieter weg wil, maar ook is er een deel dat deze chaos juist interessant vindt. Hoe gedragen mensen zich als alle houvast en routine ze wordt afgenomen.
    'Dit is een prachtig psychologisch experiment, moet ik zeggen,' zeg ik dan maar.
    'Nog een vraagje. Zou je zo vrij willen zijn om mijn ouders te zeggen dat ik veilig ben? Ik wil niet dat ze zich zorgen maken.'


    No growth of the heart is ever a waste

    Rose Victoria Stann

    Hij had nogal verbaasd gereageerd bij het horen van mijn vraag.
    Misschien hadden velen van hen eerder een concentratiekampregime verwacht.
    'Nog een vraagje. Zou je zo vrij willen zijn om mijn ouders te zeggen dat ik veilig ben? Ik wil niet dat ze zich zorgen maken.'
    'Over je ouders hoef je je niet druk te maken. De brieven zijn al onder weg. Ze weten dat er niets ergs met jullie aan de hand is.'
    'Bedankt.' Zei hij en hij accentueerde zijn woorden met een een kort knikje.
    Ik spiegelde dit gebaar en sloot het gesprek af met mompelende, onverstaanbare groet.


    Don't tell me the sky is the limit when there are footprints on the moon.

    Jess(ica) Alexis Lane.
    Otto had nog niet geantwoord op mijn vraag en ik vroeg me af of hij uberhaupt nog wel tegen me wilt praten.. Of had hij me gewoonweg niet gehoord en was hij in gedachten? Ik richtte mijn mobiel op hem, zodat ik hem in de weerspiegeling kon zien. Voor zover ik kon zien, was hij wat afgeleid door het zand, want hij was er in figuurtjes aan het tekenen. Ik kon zijn gezicht niet goed zien, dus kon er niets uit opmaken hoe hij zich nou voelde.
    Mijn andere oordopje deed ik weer in mijn oor, en als Otto weer van plan is om tegen mij te gaan praten dan trekt hij maar mijn oordopjes eruit, zoals hij dat al eerder gedaan had.
    Het nummer 'Leave Me Alone' van Pink schalde uit mijn oortjes. Dit nummer was nog niet zolang bezig. Ik kende al haar nummers uit mijn hoofd; ze is een voorbeeld van me. De eerstvolgende zinnen die ze begon te zingen, zong ik ook mee. 'I don't wanna wake up with another, but I don't wanna always wake up with you either.' Het maakte me niets uit wat ze ervan dachten. Ik wist hoe dit voelde, dus uit volle borst zong ik mee. 'No you can't hop into my shower. All I ask for is one fuckin' hour!' Ondertussen stond ik al, en was ik naar het water toegelopen. 'You taste so sweet, but I can't eat the same thing every day. Cuttin off the phone.' Ik hoorde en merkte niets dat er iemand naar ons toe kwam lopen.
    Ik draaide me om, en zong: 'Leave me the fuck alone.' Terwijl Val voor me stond. Ik wist dit niet. Oké, ik heb niet veel schaamte gekend, maar nu voelde ik het wel ergens. 'Tomorrow I'll be beggin' you to come home.' Zong ik beschamend en wat zachter het tweede couplet af. Ik liet niets merken, en keek hem afwachtend aan. Een oortje had ik uitgedaan, zodat ik kon horen wat hij zou zeggen. 'Ik wil jullie er graag op attenderen dat we naar de slaapruimtes heen moeten. De borden wijzen de weg. Oh, en ze hebben lijsten opgesteld voor de training morgen. Wat dat ook moge wezen.' Ik keek verbaasd naar hem op. Pardon? Wie dacht hij wel niet dat hij was? Besloot hij dit zelf of hadden die mensen dat tegen hem gezegd, die hier de leiding hebben? 'Het leek me verstandig jullie te waarschuwen. Ik wil geen snelle aannames maken, maar ik heb het idee dat onze ontvoerders ons niet hard aan zullen pakken, mits we meewerken. In dit stadium is het niet verstandig al aan een ontsnappingsplan te denken.' Ik wilde nog wat zeggen en vragen hierover, want nu was ik het spoor echt bijster, maar voor ik mijn mond open deed - was Val al weg. Verbaasd keek ik hem na, en toen verbaasd naar Otto. 'Wacht 's effe!' Riep ik hem achterna. Oké, hij was al binnen. Waarschijnlijk had hij me geen eens gehoord. Nou ja, dan niet. Ik blijf gewoon hier. Niemand zegt mij wat ik moet doen, al is het de koningin of de machtigste man van de wereld. De muziek speelde nog steeds verder af, en ik deed het oordopje mijn oor weer in.

    [ bericht aangepast op 4 maart 2012 - 21:47 ]


    Don't walk. Run, you sheep, run.

    Val Gray.

    Ik neem haar even in me op en besluit dan toch voor een derde kopje koffie te gaan, voor het slapen. Ik maak een korte buiging en loop weer naar het koffieapparaat.
    In alle rust wacht ik tot het apparaat klaar is met mijn derde espresso. Opnieuw gaan er vijf suikerklontjes in mijn kopje, waarna ik weer naar buiten loop, richting Jess. Ik meende namelijk haar te horen roepen. Met de koffie in mijn handen stap ik het zand op. Jess heeft haar oordoppen nog steeds in en even aarzel ik. Ik heb namelijk het idee dat ze mijn gezelschap niet zo op prijs stelt. Ach, naast iemand zitten zal toch geen kwaad doen? Bovendien zal ze vast blij zijn met het idee dat ze in elk geval geen slaapruimte met me hoeft te delen, gezien het feit dat ik nog wel een aantal uurtjes wakker blijf. Met die overtuiging stap ik naar voren en neem naast haar plaats.
    'De mooiste zonsondergang die ik heb gezien, moet ik eerlijk zeggen. Het lijkt wel een vakantie. Je zou haast vergeten dat we ontvoerd zijn.' Ik neem een slok koffie, er van uitgaande dat ze me hoort.
    'Trouwens, wat wilde je me zeggen? Ik was net even in gesprek met.. eh.' Ja, hoe heette ze ook alweer? Aarzelend haal ik een hand door mijn haar.
    'Rose,' zeg ik als de naam me weer te binnen schiet. 'Een van de mensen die ons hier zal.. trainen. Ik denk dat we van geluk mogen spreken dat we in zo'n goede accomodatie terecht zijn gekomen.' Terwijl ik haar voor de zoveelste keer in me opneem vraag ik me af wat zij en ik gemeen zouden kunnen hebben. Onze nationaliteiten en karakters verschillen enorm, dus daar kan het niet aan liggen. Op het eerste ogenblik is er niets dat ons bindt. Tenzij dat ook niet de bedoeling is. Misschien hebben ze juist voor de willekeurigheid gekozen, misschien is dat wel een voorwaarde voor de training.


    No growth of the heart is ever a waste

    Otto Darmov

    De woorden van de jongen -die blijkbaar Val noemde- drongen zijn oren naar binnen. Misschien zou hij vannacht eindelijk in een bed kunnen liggen, met zijn benen gestrekt. Oh wat hoopte hij dit zo! Maar vooralleer hij in een warm en proper bed zou kruipen, wou hij zich toch douchen. Zijn handen en gezicht waren niet voldoende geweest om hem volledig proper te maken. Nog steeds had hij gevoel dat hij vreselijk stonk. Hoogstwaarschijnlijk was dit een illusie, want echt gezweet of zich vuilgemaakt had hij niet.
    Voor hij het ook maar besefte, liep Jessica achter Val aan. Ze had hem nog een vragende blik geworpen, waar hij de kans niet op had gehad om die te beantwoorden. Een diepe zucht verliet zijn mond. Hij zou niet nogmaals als een hond achter haar aanlopen. Misschien vond ze hem wel irritant. Ja, dat kon het wel zijn. Hij duwde zich rechtop en veegde de zandkorrels van zijn broek. Die korrels zaten ook overal waar ze maar konden kruipen. Het irriteerde hem mateloos.
    Zonder een woord te zeggen, opende hij de deur en liep hij langs Jessica heen die blijkbaar weer druk naar haar muziek aan het luisteren was. Hij snapte niet dat je zo verslaafd kon zijn aan muziek.
    Voordat hij naar zijn kamer liep, pikte hij zijn rugzak op die hij had achtergelaten in de eetzaal. Het leek hem onwaarschijnlijk dat er iets kostbaars uit was verdwenen. Het had geen nut om dingen van elkaar te stelen. Wat zou je met geld zijn in een godverlaten gebied als deze?
    Met de rugzak op zijn rug, liep hij de gangen door naar de aangewezen kamers. Eenmaal hij een bed had gezien, versnelde hij zijn passen. Met een zucht liet hij zich zakken op de zachte matras die zijn gewicht overnam van zijn voeten. Wat deed het deugd om eindelijk terug te liggen, met je benen gestrekt. In de bus had hij amper slaap gehad. Zijn benen hadden klem gezeten tussen de kleine ruimte van de stoelen. Lang zijn had ook zijn nadelen.
    Hij zette zijn tas naast zijn bed en tuurde met zijn ogen in het rond in de hoop dat hij een deur zou vinden die leidde naar een badkamer. Hij sleepte zijn voeten naar een deur en opende die rustig. Een toilet. Hij schudde zijn hoofd en liep naar een volgende deur. Deze keer had hij wel geluk. Er stond een schone douche, met zelfs shampoo en zeep. Over een rek hangde een keurig rijtje washanden en handoeken. Die kon hij momenteel goed gebruiken.
    De warme stralen hadden hem goed gedaan. Hij voelde zich terug schoon en fris. Met een handdoek wreef hij door zijn natte haren. Uit zijn rugzak had hij een short genomen waar hij in kon slapen. Over zijn bruingespierde lichaam trok hij een simpel wit shirt. Zo kon hij zich tenminste nog vertonen in gezelschap. Met de vuile kleren en handdoeken liep hij de badkamer uit. In een grote mand smeet hij de kleren en handdoek. Hopelijk zouden zijn kleren snel gewassen worden, want veel had hij niet mee kunnen nemen.
    Ondertussen was het volk al toegestroomt in gang waar de slaapkamers zich bevonden. Hij had een kamer uitgekozen waar je met twee personen kon slapen. Het had zo zijn voordelen. Je had je privacy, maar je kon ook praten wanneer je je alleen voelde. Hij was best benieuwd wie bij hem zou slapen. Zonder enige aarzeling duwde hij de deur open, afwachtend of het ander bed al was ingenomen.


    En het moeilijkst is niet het communiceren van, maar het toegeven aan jezelf.

    Jess(ica) Alexis Lane.
    De koffie had ik opgedronken, en het lege bekertje had ik in het zand gezet. Val was teruggelopen, en nam naast me plaats op het zand. Toen ik dit merkte had ik mijn oortjes uitgedaan, zodat ik kon horen wat hij zou zeggen. 'De mooiste zonsondergang die ik heb gezien, moet ik eerlijk zeggen. Het lijkt wel een vakantie. Je zou haast vergeten dat we ontvoerd zijn.' Hij nam een slok van zijn drinken, ik gokte koffie, en ging toen verder met praten. 'Trouwens, wat wilde je me zeggen? Ik was net even in gesprek met.. eh.' Hij haalde een hand door zijn haar. Ik volgde elke beweging die hij maakte. Hij had een erg bijzonder, raar, karakter. Soms snapte ik echt niets van hem. Vooral als hij praat over dat dit allemaal een soort experiment zou zijn. Als hij zo praat voel ik me net een proefdiertje ergens voor. Ik weet alleen niet voor wat. En, als hij gelijk zou hebben.. Tsja, dit geef ik natuurlijk niet toe. 'Rose,' zegt hij zijn zin afmakend. Hij was vast en zeker haar naam vergeten. 'Een van de mensen die ons hier zal.. trainen. Ik denk dat we van geluk mogen spreken dat we in zo'n goede accomodatie terecht zijn gekomen.' Ik fronsde mijn wenkbrauwen met dat hij dit zei. 'En waarin moeten ze ons trainen?' vroeg ik. Hier ben ik dan toch wel benieuwd naar. Overal hoor ik het woord 'trainen' voorbij komen, maar als het iets net zoiets als sport zou zijn ben ik hier snel weg. Ik ben daar totaal niet goed in, en ik heb er altijd al een hekel aan gehad. Dus als ze dit van plan waren zou ik dit weigeren. 'Dat we nu naar onze kamers moeten gaan. Ik weet geen eens waar mijn kamer is, of hoe dit allemaal gaat.' Sprak ik eerlijk. 'Trouwens, ik slaap erg slecht dus waarschijnlijk ga ik pas ergens in de nacht slapen.' Ik draaide me naar hem om. 'Dus je hebt me wel gehoord?' Vroeg ik, toen het in me opkwam wat ik eerder dacht. Toen hij wegliep en ik riep naar hem dat hij even moest wachten, liep hij door. Ergens dacht ik dat hij me negeerde, maar het kon ook zo zijn dat hij me niet hoorde. Otto was vlak langs haar heen gelopen. Wow, hoe koud was dat? Ergens was dat een erg ongemakkelijk gevoel. Hij zou nu vast en zeker denken dat ik hem niets vond of dat ik hem irritant vond, maar dit was echter niet het geval. Hij is een van de weinige personen waar ik me fijn bij voel. Hij is alleen zo.. zo stil. Nou ja, misschien had hij wat rust nodig of was hij me zat? Ik spreek of zie hem vast wel de volgende morgen.

    [ bericht aangepast op 4 maart 2012 - 22:05 ]


    Don't walk. Run, you sheep, run.

    Val Gray.

    Ik volg haar blik die de jongen volgt die naar binnen loopt, zonder iets te zeggen. Ik zwijg even. Ja, ik weet het zeker. Onze karakters zijn het zeker niet.
    'En waarin moeten ze ons trainen?' vraagt ze. Ik haal de schouders op.
    'Niet gevraagd.' Ik merk hoe ze bijna furieus naar me kijkt, alsof ze me af kan maken. Ik verklaar me nader.
    'Ook al zou ik het vragen, ik weet zeker dat ze het me niet zal vertellen. Er zit niks anders op dan afwachten. Al hoop ik dat er in de slaapruimtes wel boeken te vinden zijn.' Ze herinnert zich nu wat ze me wilde zeggen.
    'Dat we nu naar onze kamers moeten gaan. Ik weet geen eens waar mijn kamer is, of hoe dit allemaal gaat.' Ik haal even de schouders op. Nu valt mijn blik op mijn blouse, waarvan kennelijk een knoop open staat. Op mijn gemak knoop ik hem weer dicht.
    'Ik weet het ook niet. De enige regel is dat mannen en vrouwen apart slapen, dus ik neem aan dat de keus verder vrij is.' Ik glimlach kort en kijk weer voor me uit. De zon is nu onder en maakt plaats voor een adembenemende sterrenhemel. Een geweldig uitzicht, moet ik zeggen.
    'Trouwens, ik slaap erg slecht dus waarschijnlijk ga ik pas ergens in de nacht slapen,' zegt Jess dan. Ik kijk even op. Voor het eerst iets wat we gemeen hebben. Zou dat..? Zou dat het kunnen zijn?
    'Ik ook. Ik ben geen goede slaper. Jammer dat wij geen kamer mogen delen, het zou wellicht praktischer zijn. Hoewel ik ook begrijp dat je op je privacy gesteld zal zijn, zeker na een dag als deze,' zeg ik.
    Dan schiet me weer wat te binnen.
    'Overigens, Rose gaf aan dat er brieven zijn gestuurd naar onze ouders. Vreemd, niet waar? Onze ontvoerders lijken zowaar.. sympathiek.'
    'Dus je hebt me wel gehoord?' vraagt ze dan. Ik knik.
    'Oh ja, ik had je wel gehoord. Ik ben alleen doorgelopen omdat ik dacht dat je boos op me was en bovendien had ik nood aan nog een kop koffie. En het leek erop dat jij en de man die je gezelschap hield behoefte hadden aan een gesprek, dus ik liep door omdat ik jullie niet wilde storen. Hoe dan ook, mijn excuses hiervoor.'

    [ bericht aangepast op 4 maart 2012 - 22:35 ]


    No growth of the heart is ever a waste