• Het is het jaar 2153 en de bekende superhelden zijn samen met hun verhalen en het geloof in hen ten onder gegaan. Echter, een speciaal taskforce van de Amerikaanse overheid heeft hun krachten altijd bewaard in een ondergronds lab niet ver van het dorpje Spellburn voor noodgevallen.
    Midden in de nacht is er iets misgegaan met de machines die deze krachten gevangen moesten houden en zijn ze vrijgekomen. Ze hebben meteen een nieuwe gastheer of gastvrouw gezocht bij de dichtstbijzijnde mensen: allerlei bewoners, jong en oud, uit Spellburn. De overheid heeft snel gehandeld. Alle onaangetaste mensen zijn dezelfde nacht nog uit het dorp verwijderd, terwijl de besmette mensen in een diepe (kunstmatige) slaap waren en er is een grote elektrische koepel over het dorp gezet om hen binnen te houden voor nog onbepaalde tijd.

    De RPG begint in de ochtend: het moment waarop de geïnfecteerde mensen met hun nieuwe superkrachten wakker worden, merken dat al hun familie, vrienden, buren en collega’s weg zijn en ze opgesloten zitten in het kleine dorpje, met weinig voorzieningen en andere mensen met superkrachten. Wie zullen zich aansluiten bij de helden? En wie bij de schurken? En zullen ze onder de koepel vandaan ontnappen, of zijn ze gedoemd te sterven aan een voedseltekort?


    Personages:
    - Naam/Geslacht || Superheld waarvan hij/zij de krachten heeft || Leeftijd || Pagina in het rollentopic • Eigenaar personage

    - Amilia Elizabeth Rosefield || Danny Phantom || 25 || 1.2 • Rider
    - Azalea Lillian Moss || Poison Ivy || 26 || 1.8 • Gaikotsu
    - Vanessa Meghan Sunfield || Mystique || 19 || 1.7 • PeterParker
    - Novalynn Katharina Ivanov || Storm || 19 || 1.9 • Enface
    - Salome DuRhalis || Mastermind || 27 || 1.11 • Fairytalest t/m 2 juli (vaak) afwezig
    - Amora Lee Scarlett || Lady Deathstrike || 18 || 1.11 • Carmenta
    - Teresa Emma Hyde || Lorelei || 27 || 1.13 • Tolkien
    - Lexim Aflex || Beast Boy || 15 || 1.3 • Lazulis
    - Seth Dillard || Magneto || 20 || 1.2 • Eichen
    - Milan Jackson || Hawkeye || 29 || 1.6 • Rhyme
    - Nathaniel Phelix || Wolverine || 22 || 1.3 • Eloquentiae
    - Jack Joshua Longfield || Azazel || 27 || 1.4 • Magnus
    - David Austin Queen || Wolfsbane || 20 || 1.7 • xthevampire
    - Lance Drake Marshall || Bucky/The Winter Soldier || 30 || 1.11 • Bourne
    - Eduardo Axello Castillo || Gambit || 29 || 1.18 • Fairytalest t/m 2 juli (vaak) afwezig

    Regels:
    #Er geldt een minimum van 200 woorden*
    #Mary Sue’s/Gary Stu’s zijn ten strengste verboden
    #Naamveranderingen doorgeven
    #Houd het realistisch
    #Het is verboden personages van anderen te besturen
    #Je mag nooit iemand zonder toestemming vermoorden
    #Gebruik ABN
    #Vermeld boven je post altijd minimaal de naam van je personage
    #Probeer mannen en vrouwen een beetje gelijk te houden.
    #Je reservering komt te vervallen na 4 dagen, tenzij je contact houdt met mij
    #Probeer minimaal 1 keer in de week te reageren en anders mij wel op de hoogte te houden van je afwezigheid
    #16+ is toegestaan, maar houd het netjes
    #Alleen ik maak nieuwe topics aan, tenzij ik er iemand voor aanwijs ivbm drukte
    #OOC tussen haakjes () {} []
    #Geen OOC ruzies, IC mag wel, dus vat dat niet persoonlijk op
    #Originaliteit wordt zeer op prijs gesteld

    *Wanneer je weet lange tijd even niet te kunnen reageren, is het toegestaan een korte post te schrijven, waardoor je tegenspeler niet meer vast zit aan jouw personage. Dit is echter de enige juiste reden om een korte post te schrijven.



    Begin: De afgelopen nacht is het ongeluk gebeurd en zijn alle bewoners van Spellburn door de overheid in slaap gehouden. De koepel is geplaatst en alle mensen die niet zijn geïnfecteerd zijn verwijderd uit het dorp. Het is nu maandag ochtend tien uur en nu kunnen alle overgebleven bewoners weer wakker worden, want het middel van de overheid is uitgewerkt. Alle communicatiemiddelen zijn uitgeschakeld. Dit betekend dat telefoon, sms-diensten en internet zijn uitgeschakeld. De elektriciteit doet het nog wel. Ook water en gas is niet afgesloten. Door de koepel is het onmogelijk om het dorp te verlaten. Dit betekend dus ook dat contact met de buitenwereld niet mogelijk is.
    Op je mobiel, die dus verder vrij weinig kan op het moment, kan je een berichtje vinden van SPECIAL TASKFORCE ZERO waar niet heel veel bijzonders instaat:
    Geachte inwoner van Spellburn,
    In verband met de uitbraak van een mogelijk gevaarlijk en makkelijk overdraagbaar virus, zijn jullie tijdelijk afgesloten van de buitenwereld. We doen er alles aan het probleem zo snel mogelijk op te lossen. Blijf vooral kalm en raak niet in paniek. Tot nog toe zijn wij ervan overtuigd dat u niet in levensgevaar verkeerd. De nog niet besmette mensen zijn uit het dorp verwijderd en dus gewoon veilig. Wij raden u niet aan te trachten het dorp te verlaten.
    We houden contact.


    Het dorp: Het is een redelijk dorpje met een school, kerk, twee supermarkten, slager, groenteboer, bakker, bibliotheek, allerlei winkeltjes, een aantal barren en restaurantjes, politiebureau, een kleine ziekenpost voor noodgevallen, een plaatselijke brandweer en een muziekschool. (Mis je nog iets, zeg het dan). In dit soort dorpen is niet heel veel veranderd wat betreft technologie, behalve dat alle energie groene energie is, auto's allemaal op waterstof rijden en apparaten ook wel wat simpele ontwikkelingen hebben doorgemaakt.

    Let op: Superhelden zijn voor de meeste mensen tegenwoordig onbekend. De krachten en afkomst dus ook. Aangezien het internet niet werkt, zijn alleen de oude boeken, stripboeken, schijfjes genaamd DVD's, kranten, tv-gidsen, etc. bronnen waarvandaan je kan halen van wie je de krachten hebt en mogelijk hoe je ze kan leren beheersen. Deze zijn natuurlijk te vinden in de bibliotheek. Boekenwormen die hier vaker hun tijd doorbrengen, kunnen natuurlijk al wel dingen over de superhelden weten, maar de kennis is niet alledaags! Denk dus goed na of je personage dit soort informatie zou opzoeken in zijn voorgaande jaren.

    Het weer: Er waait een fris ochtendwindje en het is nu zo'n 15 graden, hoewel de gevoelstemperatuur iets lager ligt. Het is redelijk helder met af en toe een wit wolkje voor de zon. De verwachting is dat het de hele dag droog blijft en de maximum temperatuur rond de 19 graden zal liggen.


    Have Fun!

    [ bericht aangepast op 17 juni 2014 - 15:32 ]


    Happy Birthday my Potter!

    Salome DuRhalis
    'Komt vast nog wel, een extra ledemaat moet toch van pas komen?' reageerde ik. Ik bekeek hoe hij zijn staart bewoog. Ondanks de handigheid was ik blij dat ik niet was wakkergeworden met een huid vol vlekken of iets in die trant. Hij liet zijn staart zakken. 'Waarom wil je weten waar ze wonen?'
    Was zoiets dan zo moeilijk te raden? Het leek me dat in een klein pokkedorp als dit iedereen elkaar inmiddels wel kende en iemand met rood haar zoals ik wel op moest vallen. Hoe moeilijk was het om te concluderen dat ik nieuw was en opzoek was naar iets bekends? 'Doe eens een gokje,' zei ik met een scheef lachje. Ik volgde zijn blik de lege straat in. Het zag er inderdaad nogal verlaten uit. Ik dacht terug aan het oord waar ik geboren was, ergens leek het wel op dit dorpje. De huizen waren alleen net wat groter. Het was juist een plek die ik wilde ontvluchten en nu zat ik vast in eenzelfde soort plek. Ergens moest het vast ironisch zijn geweest, maar die kon ik nu nog niet vinden. Ik moest het tenminste positief in blijven zien, het wemelde hier niet met exen. Ik keek weer op naar de Jack.


    Everyone wants a magical solution to their problem, and everyone refuses to believe in magic. - Jefferson (ouat)

    Lexim Aflex//Beastboy
    Ik was nog steeds een vogel die probeerd wer terug te veranderen. Hij was geschrokken doordat ik nu een vogel was. 'Dit kan niet...Ik wil verdomme weten wat hier
    gebeurd! Hoe om jij in een vogel gedaante ik weet zeker dat jij eerst een blonde jongen was... Hou trouwens op met dat ge-u, want dan voel ik mij zo oud! Ik ben David, maar noem mij maar Dave. Mag ik jouw een naam geven, nu je een vogel bent? Net als een huisdier,' Grapte hij. Haha, erg grappig.
    Als ik nu zou praten met een vogel stem zouden we nog niks oplossen.
    'Ten eerste...Ik ben Lexim, mijn achternaam is niet belangrijk. Ten tweede hoe ik in een vogel ben veranderd..Geen idee. Ten derde ik ben geen huisdier,' piepte ik.
    Hij zag er relaxter uit dan daarnet.
    'Ken jij misschien iemand, die hier nog kan zijn? Alle mensen die ik zo ongeveer ken zijn verdwenen...' Vraagt hij nog. Ik keek hem aan en bedacht of er iemand zou zijn.
    'Ik denk.... Nee... Ik heb wel iemand maar het is de vraag of ze er nog zou zijn.' Ik vladerde wat naar voren en voelde dat mijn lichaam weer begon te protesteren en kwam hard als jongen op de grond terecht, waarbij ik wist dat mijn tijd om was.
    'Zo verander ik dus terug,' mompelde ik gewoon in mijn eigen taal. 'Maar hoe kan het dat u..Ehm ik bedoel ..jij niet weg bent en de andere mensen wel?' vroeg ik terwijl ik me omhoog probeerde te komen en mijn handen afveeg aan mijn broek.
    'Heb jij niemand waar je naartoe kan?' vroeg ik Dave.


    Vampire + Servant = Servamp

    David Austin Queen


    'Ten eerste... Ik ben Lexim, mijn achternaam is niet belangrijk. Ten tweede hoe ik in een vogel ben veranderd... Geen idee. Ten derde ben ik geen huisdier,'piept de vogel. Ik besefte dat deze jongen... Vogel - bedoeldel ik - niet meer weet dan ik. 'Ik denk... Nee... Ik heb wel iemand, maar het is de vraag of ze er nog zou zijn,' zei de bruine vogel, terwijl hij wat naar voren vloog. Ik zag dat hij weer meer moeite kreeg met het vliegen, toen de bruine vogel plotseling weer veranderde in de blonde jongen. De blonde jongen viel hard op de grond, waarschijnlijk bleef hij maar voor een bepaalde tijd getransformeerd. 'Zo verander ik dus,' mompelde Lexim met zijn normale stem. Ik moest eerlijk bekennen dat zijn normale stem beter was dan dat irritante gepiep van de bruine vogel. 'Maar hpe kan het dat u... Ehm ik bedoel... Jij niet weg bent en de andere mensen wel?' vroeg Lexim, terwijl hij wat stuntelend omhoog kwam en zijn handen afveegde aan zijn broek. Ik haalde mijn schouders op. 'Volgens mij is er echt iets vreemds aan de hand. Vanochtend kreeg ik een sms'je van special taskforce zero, geen idee wat het is, maar het zei dat we één of ander virus hebben. Daarna sloop ik zo ongeveer alles in mijn huis, wat er op lijkt dat ik ineens sterk ben of mijn huis is toe aan vervanging. Nu kom ik jouw tegen, verander jij in een vogel en weer terug. Ik ben eigenlijk wel benieuwd wat voor virus wij hebben en of ik ook kan veranderen...' Ik pauzeer even en ga dan weer verder: 'Ik snap inderdaad niet waarom ik hier ben, maar ik veronderstel dat ik - als het berichtje klopt - ook een virus heb.' Ik kijk weer om mij heen, maar zie dat het nog steeds doodstil is om ons heen. Geen levend wezen te bekennen... 'Heb jij niemand waar je naartoe kan?' vroeg Lexim. Ik schudde mijn hoofd. 'Nee, ik heb al de plekken waar bekenden vaak kwamen al afgezocht, maar kon niemand vinden... Ik denk dat we op zoek moeten naar een plek waar iedereen als eerste heen zou gaan?' stel ik voor, terwijl ik hem vragend aan kijk. Ik doe alvast mijn zwarte helm weer op, waarna ik weer op de zwarte motor stap. 'Ga je mee? Dan gaan we op mensenjacht,' grijnsde ik. Eigenlijk was het helemaal niet grappig, we zaten namelijk in een nogal bizarre situatie...


    "Always be yourself. Unless you can be a pirate - then always be a pirate." ~ Jack Sparrow

    - Tail



    Jack Joshua Longfield || Azazel || 27


    "Komt vast nog wel, een extra ledemaat moet toch van pas komen?" Had ze gereageerd terwijl ze had gekeken hoe mijn staart bewoog. Ik haalde mijn schouders op.
    "Vast wel. Alleen had ik liever niet wakker willen worden met een heartattack vanwege het feit dat ik opeens een staart heb," zei ik tegen haar en glimlachte half.
    "Doe eens een gokje," zei Asalynne met een scheef lachje. Even dacht ik na en bestudeerde haar. In dit dorp kende bijna iedereen elkaar wel en aangezien ik in een redelijk bekende band zit, of liever gezegd zat, kende bijna iedereen mij wel. Zij niet. Haar rode haren vielen op in dit dorp, ik had nog maar één keer eerder iemand gezien met rood haar. En ze liep de verkeerde kant op. Oftewel, ze was hier nieuw.
    "Je bent hier nieuw," zei ik meer als een constantie dan een vraag. "Wil je dat ik je naar dat huis breng?" Vroeg ik toen maar aan haar met een knikje naar mijn motor toe. "Als je ten minste met de 'zoon van Satan' op een motor wil zitten," zei ik er toen achteraan met een grijns, refererend naar wat ze eerder zei over me.
    Geduldig en afwachtend keek ik het meisje aan op antwoord wachtend.


    It's not that I don't love our little talks, it's just... I don't love them. ~ Loki

    Salome DuRhalis
    'Je bent nieuw hier,' concludeerde hij na een tijdje. Goh, hij had een stel hersens gekregen, wat leuk om te weten. 'Wil je dat ik je naar dat huis breng?' vroeg hij vervolgens en hij knikte naar zijn motor toe. Eindelijk een fatsoenlijk vervoersmiddel, het was waarschijnlijk vervlogen hoop dat ik ook nog eens mocht rijden, maar ik hoefde nu tenminste niet te wandelen. In een van deze leegstaande huizen moest toch wel ergens een motor te vinden zijn, of sleutels van een jeep? Maar tot die tijd kon een simpele lift wel voldoen. 'Als je ten minste met de 'zoon van Satan' op een motor wil zitten,' vervolgde hij met een grijns op zijn gezicht. Ik mocht hem wel. 'Ik geloof dat iedere levende ziel onder deze vissenkom familie is van de duivel voor de gelovigen onder ons,' zei ik met een glimlachje waarna ik achterop ging zitten. 'Nu rest mij nog een vraag voor we vertrekken: als zoon van Satan, ben jij de snelheidsduivel?' vroeg ik met dezelfde grijns. Een van mijn exen deed mee aan motorcross en heeft mij leren racen, sindsdien was dat het enige wat ik van een voertuig verlangde: snelheid. En nu de stad leeg was, zag ik niks anders dan een geweldig groot racecircuit.


    Everyone wants a magical solution to their problem, and everyone refuses to believe in magic. - Jefferson (ouat)

    - Tail



    Jack Joshua Longfield || Azazel || 27


    "Ik geloof dat iedere levende ziel onder deze vissenkom familie is van de duivel voor de gelovigen onder ons," zei Asalynne met een glimlachje waarna ze achterop ging zitten. Ik grinnikte even om haar formulering van haar zin.
    "Wou, ik voel me opgelucht, bedankt," zei ik lichtelijk sarcastisch naar haar toe met een grijns.
    "Nu rest mij nog een vraag voor we vertrekken: als zoon van Satan, ben jij de snelheidsduivel?" Vroeg ze met dezelfde grijns. Ik trok een wenkbrauw naar haar op en een grijns kwam op mijn gezicht te staan. Even keek ik naar de verlaten straten die zich voor ons uitstrekten, toen keek ik weer even achterom naar haar.
    "Hmm, we zullen zien. Oordeel daar maar over als we aangekomen zijn, deal?" Zei ik tegen haar en een seconde laten startte ik de motor. Voordat ik wegreed zei ik achterom naar haar:
    "Hou je goed vast." Ze zal vast niet zelfhelend zijn, dus misschien is het verstandig als ze er dan niet af zou vallen. Toen reed ik weg, op het eerste moment was het nog een gemiddelde snelheid, maar toen ik op een lange weg kwam ging ik al snel sneller. Snel wierp ik een blik op de snelheidsmeter en besloot nog wat sneller te gaan. Al snel was mijn snelheid over de honderdtien, en hij kon meer dan tweehonderd. Het was maar goed dat er geen politie meer was, anders was ik al lang gearresteerd.
    Ik begon nog sneller te gaan en al snel zat ik tegen de honderdtachtig aan. Een bocht kwam in zicht en ik minderde vaart maar ging toch met een enorme snelheid door de bocht heen. Als ik mijn hand had uitgestoken had ik de grond kunnen raken zo dicht zaten we op de grond. Ik trok hem weer recht en reed door.
    Het was goed dat ik dit al jaren deed, anders waren we geheid gevallen.
    Met piepende wielen kwam ik tot stilstand voor het huis waar ze naar gevraagd had. Ik keek met een grijns achterom.
    "Bestemming bereikt. En, wat is je oordeel?" Zei ik toen.

    [ bericht aangepast op 25 mei 2014 - 21:29 ]


    It's not that I don't love our little talks, it's just... I don't love them. ~ Loki


    Nathaniel 'Nathan' Phelix ~ Wolverine


    Ik sta alleen in de straat. Er heerst een stilte, die zelfs in dit dorp zeldzaam is. Aan mijn voeten ligt de kapotte telefoon, het scherm is gebroken en de achterkant ligt ervan af. Pas dan bedenk ik dat dit misschien de enige manier is om contact te houden met de buitenwereld. Knielend probeer ik alle stukken bij elkaar te rapen en weer in elkaar te zetten, maar de telefoon is kapot.
    'Godverdomme...' mompel ik. Enigszins hopeloos kijk ik om me heen. Niemand. Helemaal niemand. Het dringt tot me door. Onder een koepel, met al deze mensen. Zonder uitweg. Snel begin ik te lopen naar de bakkerswinkel, waar mijn ouders werken. Zij zouden daar vast wel zijn, toch? Waar zouden ze anders naartoe gaan?
    Maar wanneer ik voor de deur sta, is er niemand. Het licht is uit en vanaf hier is niemand te zien. Ik rammel aan de deur, maar die zit op slot. Ook wanneer ik op het raam klop, krijg ik geen reactie. Zijn ze niet besmet? Zouden ze nu buiten deze koepel zijn? Misschien is het niet eens zo erg dat ze hier niet zijn, dat zou bepaalde dingen alleen maar lastiger maken. Ik kan hier wachten, hopend dat ze alsnog komen, of gaan zoeken naar iemand anders: Josh.
    De keuze is makkelijk gemaakt en ik besluit in de richting van Josh te lopen. Hij is buiten mijn ouders de enige die waarschijnlijk blij is om me te zien. In een stevig tempo loop ik naar zijn huis. Zouden wij ziek worden van het virus? Of is het iets als een verkoudheid ofzo? Mijn gepieker wordt stopgezet, als ik vanuit mijn ooghoeken Josh zie.
    'He, man!' Ik trek een kort sprintje naar hem toe. 'Heb jij het al gehoord? Ben je al mensen tegengekomen? Nu is dit godvergeten gehucht nog leger.'


    #dealwithit (cool) NecklessOfHope --> Trohman

    [Iemand voor Vanessa?]


    ''Cause I've got a jet black heart and there's a hurricane underneath it.''

    Joshua Logan Andrews || Havok


    Een frisse bries raasde door mijn haren heen, alhoewel je het buiten niet koud kon noemen. De zon leek te stralen, maar ik kon er niet van genieten aangezien ik opgesloten zit met weet ik veel wie. Een keitje die mijn voet tegemoet kwam werd weggekets en ik zuchtte terwijl ik wat rond doolde door de verlaten wijk. Gelukkig wad Robin er. Dat was tenminste één iemand. Ik schudde mijn hoofd. Zelfs geen kat was op de straat te zien of geen enkele vogel zong zijn vroege ochtendlied, waardoor ik meestal gewerkt werd. Mijn maag begon wat tegen te pruttelen, had ik dat melkbrik niet 'vermoord' op vreemde wijze dan had ik nu lekker onwetend zitten smikkelen van mijn maal. Mijn gedachten die als een warrigeboel door elkaar raasden, werd verstoord door een bekende stem en meteen keek ik om en grijnsde ik toen ik Nathaniel zag. Hij was en bleef mijn beste vriend en ergens was ik zo blij hem hier nu te zien. 'He, man!' riep hij, waarna hij een sprintje nam. "Hey." zei ik met een zwakke, wat gemaakte glimlach. "Wat ben ik blij je hier te zien." zuchtte ik opgelucht 'Heb jij het al gehoord? Ben je al mensen tegengekomen? Nu is dit godvergeten gehucht nog leger.' zei hij en ik knikte, waarna een klein spottend lachje mijn lippen verliet. "Tja nu is er wel eens iets 'speciaals' aan de hand met Spelburn." mompelde ik sarcastisch. "Robin ligt in haar bed, maar ze leek in een vaste slaap dus wilde ik haar niet wakker maken. Verder is er niemand van mijn familie en ben ik net jou tegen gekomen." vervolgde ik. "En jij? Is jou familie geïnfecteerd of ben je de enige? En wat is dit virus waarvan we besmet zijn?" vroeg ik hem daarna. Ik kon het ergens nog steeds niet geloven. Ik bedoel het is toch te dom voor woorden?


    I caught a golden trout! But the real treusure? Friendship - ACNH


    Nathaniel 'Nathan' Phelix ~ Wolverine


    Ik kijk kort om me heen, checkend of er nog anderen zijn, en haal een hand door mijn warrige haar. "Tja nu is er wel eens iets 'speciaals,' zegt Josh, waardoor ik even grijns. Hij heeft gelijk. Eindelijk gebeurt er eens iets hier. Het spannendste wat er in mijn leven hier gebeurd is, is waarschijnlijk een kat die uit een boom werd gered ofzo. 'Robin ligt in haar bed, maar ze leek in een vaste slaap dus wilde ik haar niet wakker maken. Verder is er niemand van mijn familie en ben ik net jou tegen gekomen. En jij? Is jou familie geïnfecteerd of ben je de enige? En wat is dit virus waarvan we besmet zijn?' Ik glimlach even, ik kan het me voorstellen dat voor hem fijn is dat Robin er is. Dan heeft hij in elk geval nog een beetje familie.
    'Ik was net bij de bakkerij, alleen ze zijn nergens te bekennen. Precies hetzelfde als hoe het achtergelaten is, dus ik vermoed dat ze weg zijn. Anders zouden ze vanmorgen toch wel iets gezegd hebben?' Op zijn laatste vraag schud ik mijn hoofd. 'Ik heb geen idee, maar ik hoop dat we hier snel weg kunnen komen. Merk jij iets van het virus?' Ik pulk aan een soort korstje op de rug van mijn hand, maar ik voel iets hards eronder zitten. Echter ben ik teveel gefocust op het gesprek met Josh om daar verder aandacht aan te besteden.


    #dealwithit (cool) NecklessOfHope --> Trohman

    Azalea Lillian Moss.
    Ze had de blik van Amor wel opgemerkt en ze kende die blik maar als te goed. Ze zou er wel met haar over praten, zodra zij alleen waren en niemand anders kon meeluisteren. Ze had het niet zo op luistervinkjes en pottenkijkers.
          'Het is al te lang geleden dat wij weer eens iets hebben gedaan. School en werk vreet mijn tijd.'
    "Dat kan ik wel geloven ja, maar je bent een sterke vrouw die haar boontjes goed dopt." Lachte ze zachtjes.
          'En natuurlijk de lieftallige onderdanen.'
    "We mogen de stoute niet vergeten." Begon ze wat achter te lachen.
    Ze voelde een stel donkere ogen op zich richten toen ze had gezegd dat je schmink ook voor andere bepaalde doeleinden kon gebruiken. 'Hmm, zal ik een keer aan denken wanneer ik weer schmink in de winkel zie liggen.' Hierdoor keek ze lachend op naar haar vriendin, die het zojuist had gezegd. Ze snapte alleen niet dat ze bezig was met haar werk, terwijl het overduidelijk een dode boel was. Waar bleven ze, de klanten?
          'Dat nog net niet, schat.' Had Scar gelachen. Ze vond dat ze wel op het monster van Lochness leek. Daar leek ze toch ook op met die groene huid? Haar ogen schoten naar Amora, die dezelfde blik van eerder op haar gezicht had. Ze zat overduidelijk ergens mee en ze kon het bijna niet laten om Ace weg te sturen. Als hij echt respect had voor vrouwen deed hij het.
          Met dat ze naar Ace liep hoorde ze de opmerking van Scar. 'Hey, de tent moet zo nog open gaan eh.' "Geen zorgen, Scar, ik zal het schorem snel buiten zetten voor je."
          Toen hij echter naar voren boog en zijn mond naar haar oor bracht – ze kon zijn ruwe lippen zachtjes tegen haar oor aan kriebelen, had ze zin in een spelletje. Vrouwen kwamen echter voor en vooral als het ging over beste vriendinnen. 'Stiekem hoopte ik dat we door konden gaan naar het chocolade-aardbeien-deel.' Zijn zachte gefluister zorgde ervoor dat niet alleen hij, maar ook zij haar mondhoeken vermakelijk omhoog krulde.
          "Niet het handboeien-gedeelte? Je bent softer geworden dan ik dacht, Ace." Grapte ze uitdagend. Expres bleef ze net zo staan en verroerde ze zich niet, zodat zijn hoofd zich nog op dezelfde hoogte bevond.
          "Valt me weer eens van je tegen." Met dat ze dit zei streek hij met zijn ruige hand een lok haar uit haar gezicht. Een korte flikkering van stoutmoediging kwam in haar ogen tevoorschijn. 'Groen is mijn lievelingskleur weet je?' Ze moest meteen lachen door deze opmerking.
    "Leugenaar," murmelde ze hem zoetjes toe. "Ik dacht vanmorgen nog aan je slechte versierzinnen."
          Voor ze verder een plagende opmerking naar zijn hoofd kon gooien, hoorde ze haar naam. 'Azalea..' Het was Scar. Meteen had ze zich omgedraait naar haar beste vriendin en duwde ze op een sierlijke, vrouwelijke manier Ace tegen de rugleuning van de stoel aan, zodat hij zich niet meer zo dicht bij haar bevond en de hand wegviel van haar gezicht.
    'Kijk even op je telefoon, wil je.' Meldde Scar, terwijl ze op haar lip beet. Die blik was er weer. Ze fronste haar wenkbrauwen en vroeg zich af wat het zou kunnen zijn. Het kon nooit goed zijn, zeker niet als Scar zich tot drie keer toe dat zorgmakende gezicht trok. Ze merkte dat ze op de tafel zat, dus stond ze op van de tafel, had haar jurk naar beneden getrokken – die was namelijk naar boven gekropen, en liet haar hakken op de grond klakken tot ze zich weer bij de bar bevond.
          Ze haalde haar mobiel uit haar jaszak en keek op haar mobiel. 'SPECIAL TASKFORCE ZERO.' Die verdomde reclame ook, zuchtte ze. Ze wilde het berichtje geen eens openen, maar dacht toen aan de blik van Scar die vandaag vaker voorkwam dan normaal. Dus opende ze 'm.
    'Geachte inwoner van Spellburn,
    In verband met de uitbraak van een mogelijk gevaarlijk en makkelijk overdraagbaar virus,' ze stopte met lezen bij deze woorden. Dus ze had toch gelijk. Haar collega's dachten haar als proefkonijn te gebruiken. Een hatelijk gevoel kwam opborrelen in haar buik. 'zijn jullie tijdelijk afgesloten van de buitenwereld. We doen er alles aan het probleem zo snel mogelijk op te lossen. Blijf vooral kalm en raak niet in paniek.' Raak niet in paniek? Ze was verdomde groen. Weliswaar lichtgroen, maar haar huid was wel verkleurd! Genoeg reden voor paniek, vond ze. 'Tot nog toe zijn wij ervan overtuigd dat u niet in levensgevaar verkeerd. De nog niet besmette mensen zijn uit het dorp verwijderd en dus gewoon veilig. Wij raden u niet aan te trachten het dorp te verlaten.
    We houden contact.' Oké, fijn om te weten. Ze kon die mensen dus geen klachtenbericht sturen? Voor zover haar plannetje.
          "Geen reden voor paniek, zeggen ze. Ha!" Zei ze op zo'n ironische toon dat het er vanaf gleed. "Hun zijn geen circus-act." Ze richtte haar hoofd op Scar. "Geen zorgen, Scar. Ooit zijn we hier weg."
    Nu ze toch bezig was kon ze net zo goed vragen aan haar wat er was. "Zeg, Scar.. Wat is er toch allemaal aan de hand?" Mompelde ze nu zachtjes tegen haar toen ze over de bar heen boog, zodat haar vriendin het beter kon horen.

    [Hij is niet zo helemaal fantastisch. Sorry, poepies!]


    Don't walk. Run, you sheep, run.


    Seth Dillard • Magneto
    Terwijl ik een paar hopeloze pogingen doe tot opstaan, besef ik dat ik nog geen stemmen heb gehoord. De stemmen van mijn vader en zussen, om precies te zijn. Gewoonlijk hoor ik constant het gekibbel van mijn zussen en af en toe een donkere stem die hen commandeert nog meer bier op te halen. Hoewel ik er eerst van uit ga dat het nog vroeg is en dat iedereen dus nog slaapt, word ik ongerust als ik zie dat het al tien uur is. Mijn zussen staan altijd rond acht uur op om een dikke plamuurlaag op hun gezicht te gooien.
    'Layla!' Mijn stembanden zijn nog niet opgewarmd dus mijn stem klinkt wat slaperig, maar ons huis bestaat uit dunne muren, dus als het goed is kan ze me horen. Layla is de ene helft van de tweeling met wie ik het best op kan schieten, maar zelfs mijn relatie met haar is niet geweldig. Het liefst ontwijk ik ook haar zo veel mogelijk.
    Als ik geen antwoord krijg, doe ik nog één laatste poging om op te staan en wonder boven wonder lukt het. Met alleen mijn boxershorts aan loop ik naar mijn deur. Zodra ik die open doe merk ik dat er iets echt niet klopt. Op de één of andere manier ruikt het anders en elke geluid dat ik maak echoot na, iets wat alleen gebeurt als er niemand thuis is.
    'Layla! Maria!' Weer geen antwoord. 'Pap!' Ook hij reageert niet, maar dat zegt niks; hij reageert nooit als ik iets zeg. Ik vervolg mijn weg naar beneden en kom na een paar minuten tot de conclusie dat er niemand thuis is. Hoewel dat erg raar is - 's ochtends is er nooit iemand weg - neem ik eerst aan dat vanochtend een uitzondering is, dat mijn vader niet kon wachten tot er nieuw bier was en naar de bar is gegaan en dat mijn zussen niet konden wachten tot ze hun vriendjes weer konden zien.
    'Dan heb ik het rijk voor mezelf,' mijn mondhoeken krullen wat omhoog bij de gedachte. 's Maandags heb ik nooit school en moet ik gedwongen thuis blijven met mijn vader, nu kan ik doen wat ik wil.
    Met nog steeds een glimlach op mijn gezicht loop ik naar de keuken. In de koelkast vind ik een pak yoghurt en op het aanrecht staat muesli. Eigenlijk heb ik een hekel aan yoghurt, maar we hebben niets anders. Ik giet een klein beetje yoghurt in een plastic bakje en doe er een grote hoeveelheid muesli in, zo proef ik de yoghurt minder.
    Het bakje yoghurt zet ik neer op de eettafel, waarna ik me bedenk dat ik nog een lepel nodig heb. Als ik de la opentrek waar al ons bestek in ligt, beginnen alle messen, lepels en vorken te trillen. Op het eerste gezicht lijkt het wel een aardbeving, maar als ik om me heen kijk zie ik dat niets anders trilt.
    'What the...' Mijn ogen worden groot als ik zie dat de lepel die ik wilde gaan pakken begint te zweven. Pas als ik mijn ogen stijf dicht knijp en mijn handen achter mijn rug verberg valt het voorwerp weer in de la. Mijn trek is helemaal verdwenen en ik sta helemaal te trillen.
    Ik probeer te bedenken of ik misschien aan het hallucineren ben omdat ik drugs heb gehad, maar ik heb onlangs niets gehad en ik heb nog nooit zulke realistische hallucinaties gehad.

    Mijn kledingkast is eigenlijk erg saai. Ik draag voornamelijk grijze en zwarte kleren en ik heb maar één gekleurd shirt - een rode die ik eigenlijk nooit draag. Vandaag trek ik een zwarte broek aan, met daarboven een grijs vest. Het maakt me niet zoveel uit of ik er modieus uit zie of niet.
    Met nog steeds de schrik van wat er een paar minuten eerder is gebeurt in mijn borstkas, loop ik de voordeur uit. Ik heb geen idee waar ik heen wil, maar ik heb niet meer zo'n zin om alleen thuis te zijn.
    Hoewel ik mijn mobiel nooit gebruik, heb ik die voor de zekerheid wel meegenomen. Pas als ik buiten sta doe ik hem aan. Tot mijn verbazing heb ik één bericht:

    Geachte inwoner van Spellburn,
    In verband met de uitbraak van een mogelijk gevaarlijk en makkelijk overdraagbaar virus, zijn jullie tijdelijk afgesloten van de buitenwereld. We doen er alles aan het probleem zo snel mogelijk op te lossen. Blijf vooral kalm en raak niet in paniek. Tot nog toe zijn wij ervan overtuigd dat u niet in levensgevaar verkeerd. De nog niet besmette mensen zijn uit het dorp verwijderd en dus gewoon veilig. Wij raden u niet aan te trachten het dorp te verlaten.
    We houden contact.


    Ik kijk op van mijn mobiel en voel me ineens erg raar. Dan pas merk ik op dat er niemand over de weg rijdt. Wat is er aan de hand? Wat voor virus? Was ik daardoor aan het hallucineren? Ergens ben ik blij dat ik de komende tijd niet met mijn zussen en vader opgescheept zit, maar ik ben bang voor wat er gaat komen. Wie zijn er nog meer geïnfecteerd?

    [ bericht aangepast op 26 mei 2014 - 19:10 ]

    Mascot schreef:
    Lance Drake Marshall

    Ik word gek, denk ik bij mezelf en laat mijn linkerarm hangen. Ik probeer er geen aandacht aan te besteden, maar toch is de arm heel aanwezig en opvallend zichtbaar. Dan hoor ik een lichte 'bonk' vanuit de gang komen gevolgd door de bekende stem van Amilia.
    "Lancelot? Ben je er?" vraagt ze, ze lijkt een toon uit haar stem te verbergen. Ik hoor hoe ze dichterbij komt gelopen en ik sta op.
    "Ehm, Amilia. Niet schrikken, ik ben al geschrokken voor twee." zeg ik terwijl ik, voor mij eigenlijk snel, opsta en mijn gsm ergens neergooi. De paniek die ik voel is iets zeldzaams voor mij en ik besluit voor mezelf dat het alles behalve een goed gevoel is en probeer het zo goed en zo kwaad mogelijk weg te duwen terwijl ik naar Amilia loop. Behoedzaam loop ik naar de plek waar haar stem vandaan komt en ik haal diep adem voor ik de kamer binnenga. Ik wandel naar binnen en probeer zo nonchalant mogelijk over te komen. Ze is gekleed in een groen grijs jurkje, wat haar goed staat en ik keek in haar bruine ogen. Een beetje ongemakkelijk gebaar ik met mijn hoofd naar mijn linkerarm en steek hem traag op. Het blijft vreemd om te doen of zien, aangezien ik nu al zo lang zonder leef. "Ik ben wakker geworden met dit en iets te veel spierkracht om normaal te zijn. Ik heb al half mijn huis afgebroken denk ik en geflipt. Vraag me niet hoe het komt, maar het freakt verschrikkelijk en ik heb een bewegende linkerarm." ratel ik. Ik ben namelijk alles behalve op mijn gemak en toch... Het voelt natuurlijker aan met dat contragewicht. Ik sta stabieler en mijn evenwicht is in balans. Sinds ik mijn linkerarm kwijt was heb ik 'scheef' geleefd zoals ik het altijd zei. Maar nu staat alles weer recht en het is weer verdomd hard wennen.


    Amilia Elizabeth Rosefield || Danny Phantom

    Ik hoorde wat gestommel en liep verder richting het geluid. Mijn ogen namen ondertussen de omgeving in zich op en een ongerust gevoel ontstond in mijn onderbuik. Wat was er in vredesnaam met het huis gebeurd? Het leek wel alsof er een bom was ontploft. Een bom genaamd Lancelot... Ik had verderop wel het geluid van een ontploffing gehoord, maar had niet het idee dat het hiervandaan was gekomen. Bovendien was dat vast ook deel geweest van mijn waanbeelden.
    'Ehm, Amilia. Niet schrikken, ik ben al geschrokken voor twee,' sprak hij nog voor hij in mijn gezichtsveld wandelde. Na mijn conclusie dat hij waarschijnlijk een woede uitbarsting had gehad of iets dergelijks, bleef ik veilig op een afstandje voor als hij nog niet helemaal bedaard was. Ergens wist ik dat hij mij nooit iets zou doen, maar ik had geen idee wat het virus precies met mensen deed. Voor hetzelfde geld zag hij dezelfde soort vreemde illusies als ik en dacht hij dat ik iets was dat hem aan wilde vallen. Tot nu toe leek dat echter niet het geval en op het moment leek ik zelf ook nergens last van te hebben. Althans... ik had te vlug gedacht dat mijn hersenen mij niet bedrogen, want op de plaats waar niks hoorde te zitten -gezien Lance zijn ene arm kwijt was geraakt- zat nu een groot metalen geval. Eigenlijk een soort prothese, alleen dan veel geavanceerder dan ik ooit had gezien of waarvan ik gehoord had. Ik knipperde een aantal keren verward, maar het leek er niet op dat het waanbeeld spoedig weg zou gaan. Heel fijn.
    Het gebaar richting het metalen geval van zijn kant was mij niet ontgaan, maar dat maakte de situatie voor mij alleen maar nog verwarrender, want dat was toch míjn waanbeeld? Hoe kon hij het dan ook zien? Ik had nog nooit van een virus gehoord waarbij de besmette mensen exact dezelfde hallucinaties hadden en ik was dan een student rechten en niet geneeskunde, maar ik was ook weer niet helemaal achterlijk op dat gebied.
    'Ik ben wakker geworden met dit en iets te veel spierkracht om normaal te zijn. Ik heb al half mijn huis afgebroken denk ik en geflipt. Vraag me niet hoe het komt, maar het freakt verschrikkelijk en ik heb een bewegende linkerarm.' ratelde Lancelot, terwijl ik nog steeds nadacht over het feit of dit wel een virus kon zijn. De woorden maakten het er echter niet beter op. De dingen die hij beschreef konden onmogelijk komen door een virus. Daar was ik haast zeker van. Oftewel, de overheid was aan het liegen en daar hield ik zeker niet van. Ze stopten dingen in de doofpot en naar mijn idee -van iemand die sterk geloofde in de wet en misschien niet altijd even eerlijk was, maar eerlijkheid van de kant van de leiders van een land wel één van de belangrijkste dingen vond- was dat iets wat gewoon niet hoorde. Vooral als de slachtoffers zonder echte verklaring in een koepel werden opgesloten. Dat ging gewoon recht tegen mijn principes en de van de wet in.
    Ik merkte dat ik nog helemaal niks gezegd had en alleen voor mij uit had staan staren, wat het er voor Lancelot allemaal niet gemakkelijker op maakt en ik had hem al nog nooit zo nerveus gezien. Toch moest ik zeggen dat de stalen arm niet verkeerd was. Het maakte hem weer... compleet. De ridder die ik altijd in hem gezien had sinds hij mij geholpen had als klein meisje, toen ik door een stel straatratten lastig werd gevallen.
    'Ik zou je over je arm niet teveel zorgen maken,' probeerde ik hem gerust te stellen. 'Eerder om het feit dat we zijn opgesloten onder het mom dat we zijn geïnfecteerd met één of ander virus dat dit soort dingen dan zou moeten veroorzaken. Oftewel, we worden opgesloten en voorgelogen. Die arm is alleen maar handig als we uit proberen te breken,' ging ik schouderophalend verder. 'Maar raak maar even niks meer aan ermee, voor je de rest van het huis stuk maakt,' grapte ik vervolgens. Ik had redelijk kalm geklonken, hoewel er ook iets van woede in mijn stem te horen was. Ik zat er echter ook mee dat ik dan geen idee had waar ik last van had. De waanbeelden hadden alles van net prima verklaard, maar als ik geen last had van een virus, was dat dan allemaal echt gebeurd? Dat zou beteken dat ik door muren kon en er echt even anders uit had gezien. De andere verklaring was logischer. Ik was gewoon compleet doorgedraaid en gek aan het worden. Dromen deed ik immers niet, want anders was ik wel wakker geworden, toen ik door de deur was getuimeld.


    Happy Birthday my Potter!

    Joshua Logan Andrews || Havok


    Nathan keek kort om zich heen in de hoop iemand te zien, maar helaas. Ik had het al gechekt het is hier officieel dood. Hij haalde een hand door zijn bruine haren en grijnsde daarna even om mijn opmerking. Een glimlach sierde zijn lippen kort, toe hij over Robin hoorde en daarna antwoorde hij op mijn vraag.
    'Ik was net bij de bakkerij, alleen ze zijn nergens te bekennen. Precies hetzelfde als hoe het achtergelaten is, dus ik vermoed dat ze weg zijn. Anders zouden ze vanmorgen toch wel iets gezegd hebben?' zei hij en ik knikte. "Ja daar is ook alles onaangeroerd gebleven." zei ik met een knikje richting mijn huis. 'Ik heb geen idee, maar ik hoop dat we hier snel weg kunnen komen. Merk jij iets van het virus?' vroeg Nathaniel nadat hij kort zijn hoofd had geschud en ik haalde mijn schouders op, waarna ik tegen een dichtstbijzijnde lantaarnpaal leunde. "Ik heb inderdaad wat vreemds meegemaakt." mompelde ik en keek hem aan, maar hij leek even kort zijn hand interessanter te vinden dan ik. Of was er wat anders aan de hand? Zodra ik zijn aandacht weer had begon ik met mijn verhaal. "Vanochtend heb ik zonder aanraken de melk laten ontploffen en er zit nu ook een grote jaap in de muur." zei ik met een zacht lachje. Als ik het zo vertelde leek het echt onmogelijk. "Volgens mij heb ik gewoon last van hallucinaties ofzo." zei ik er schouderophalend achterna. En daarna dat berichtje op mijn mobiel van ene taskforce zero." zei ik er achterna, niet wetend of hij die ook had gekregen of niet.


    I caught a golden trout! But the real treusure? Friendship - ACNH

    Salome DuRhalis

    Ik hou hem stevig vast terwijl we door de straten scheuren. Voor een groentje was hij niet slecht, wat voorzichtig in de bochten, maar hij drukte het gaspedaal tenminste in. Het deed me denken aan mijn eerste keer op de motor, mijn vriendje had toen gillend achterop gezeten en was ervan overtuigd dat hij die dag dood zou gaan. Mooie herinneringen. Na een lange straat begon ik de buurt een beetje te herkennen. Hij stopte naast het huis van de familie Dillard en keek achterom. 'Bestemming bereikt. En, wat is je oordeel?' vroeg hij op een naar mijn mening iets te zelfverzekerde toon. Ik grijnsde. 'Niet slecht. Wat zeg je ervan dat ik je zo eens voordoe hoe het beter kan?' vroeg ik plagend. De glimlach vervaagd echter als ik achter mij een deur open en dicht hoor slaan. Er was zowaar nog iemand uit mijn familietak besmet geraakt. Ik liep de hoek om en zag Seth staan. Van alle Dillards kon ik het beste met hem overweg, wat waarschijnlijk puur en alleen was omdat we bijna nooit iets tegen elkaar zeiden behalve een gedag en eventueel blikken tijdens de dinertjes. Zijn zussen waren iets opdringender en begonnen vaak over de kleur van mijn haar of mijn slechte keuze in vriendjes, waar ik het niet geheel oneens mee kon zijn gezien ik altijd verkeerd eindigde. 'Seth,' riep ik terwijl ik naar de verloren-ogende jongen toebeende. 'Godzijdank iemand die ik ken in dit verlaten oord,' verzuchtte ik. Al was het woord kennen ruim gezien gezien ik niet eens zou weten op welke dag hij jarig was.


    (stukje twee komt eraan ^^)


    Everyone wants a magical solution to their problem, and everyone refuses to believe in magic. - Jefferson (ouat)